Net nadat ik onderstaande tekst had toegestuurd aan NRC Handelsblad ter publicatie, verscheen er een hoofdredactioneel commentaar over het onderwerp: "Vaderlands verleden". Er kan een verband zijn tussen die twee zaken, het kan ook toeval zijn geweest. Hoe dan ook, op dit moment van zowel kabinetscrisis als de presentatie van 'ons' Deltaplan is het ronduit potsierlijk de canon nog eens ter discussie te willen stellen.
Ik was gewaarschuwd, in gesprek komen met het nieuwe leren is niet makkelijk. In een poging die ik deed te reageren op columnist Daniel Lechner in Cultuur & School (zie de discussie op cultuurplein.nl), die cultuureducatie af wil schaffen, inclusief het hele onderwijssysteem (Illich), om er ict voor in de plaats te stellen, bleek een uitwisseling van standpunten problematisch. Hoe komt het dat je tegenover iets staat, dat net als een geloof met zoveel overtuigingskracht wordt uitgedragen dat je net zo goed je mond kan houden? Gezonde concurrentie tussen opvattingen kan helemaal geen kwaad, zeker niet als de onderwijswetenschappen gedurig in een soort van lethargie verkeren van het produceren van abstracte redeneringen die zich veilig boven hoofden van leraren verheffen.
Mijn onderwijs achtergrond is drieërlei: het begon met vraaggestuurd (Freinet), ging over op aanbod gestuurd (Vrije School) en belandde tenslotte in zelfgestuurd (proefschrift over geschiedenis van verhalend onderwijs).
De discussie die ik vooralsnog gemist heb bij BON is die over de principestrijd over vraag- en aanbod gestuurd onderwijs. Ik mis het aandeel van de positie van de leerstof in de discussie. Toch denk ik dat dat essentieel is. Wat wordt bedoeld met "het primaire proces" uit de 'kernpunten' van BON? De overdracht van kennis, neem ik aan.