Uitspraken van educraten

Nieuw:

Professionaliseringsgids AVS

http://www.avs.nl/professionalisering/Documents/School%20for%20leadershi...

"AVS (Algemene Vereniging Schoolleiders) presenteert de 3-daagse cursus ‘Authentiek leiderschap’. Op dag 3 gaan we werken met paarden. Paarden zijn extreme gevoelsdieren, die exact aanvoelen of je respect voor ze hebt, authentiek bent, zelfvertrouwen hebt en congruent bent in je overtuiging en je gedrag (of signalen). Loepzuiver! Zij reageren zeer primair en direct op uw handeling en ‘uitstraling’ door weg te rennen, uw leiding te accepteren, niet te reageren of niet mee te werken (voorbeelden van situaties: medewerkers luisteren slecht, ja-zeggen en nee-doen, geen gezag uitstralen, geen grenzen kunnen stellen).
Prijs voor leden: € 3.595,-- p.p."

AVS Professionaliseringsgids

Maarten Kleijne, Liliane van Lier (Beiden zijn werkzaam bij SARV International, een bureau gespecialiseerd in jeugdcultuur)

[Competenties stromen in een bedding van kennis]

Kleijne en van Lier zijn de schrijvers van het rapport 'Competenties stromen in een bedding van kennis' geschreven in opdracht van de MBO-raad. Dit rapport is een vervolg op het rapport ‘De Balansschool’ uit 2007.
Uit dit rapport:

- Jongeren van de nieuwe generatie zijn sneller, slimmer en socialer dan hun voorgangers. Die kenmerken zie je nu al terug bij kinderen van groep 7 en 8 van de basisschool.

- Als het gaat om het ontdekken en bewust worden van de eigen kwaliteiten, komt het competentiegericht onderwijs voor deze jongeren als geroepen.

- Als we kijken naar het gebruik van de zintuigen hebben dertigers en veertigers van nu doorgaans een audiovisueel bewustzijn. Wat je hoort en ziet is waar; de overige zintuigen worden vooral gebruikt om uit te maken wat je er vervolgens van vindt. Jongeren van de huidige generatie zetten alle zintuigen in om zich van hun omgeving bewust te worden, naast oog en oor ook neus, tong en tastzin. Het multimediale tijdperk, het 3D-gamen en de hoge communicatiedichtheid waarmee jongeren zijn opgegroeid, heeft hen al vroeg getraind om alle zintuigen non-stop op scherp te hebben. Hierdoor neemt deze generatie meer waar dan generaties die niet met deze mogelijkheden zijn opgegroeid. Iets is pas ‘waar’ als het in overeenstemming is met alle zintuiglijke waarnemingen.

- Bij de leraar die slechts een standaardles afdraait, bestaat acuut deletegevaar. De leerling maakt dan een ongemotiveerde indruk, terwijl zijn hersenen in werkelijkheid onder hoogspanning werken om alles wat hij hoort weer snel te ‘deleten’.

- Op school moet een leraar vanaf de eerste seconde volledig aanwezig én zichzelf zijn, zodat de leerling voelt dat het klopt.

Marja van den Heuvel-Panhuizen:

http://www.kinderenlerenrekenen.nl/nieuwsitem/275/'Er%20is%20een%20hetze%20tegen%20realistisch%20rekenen%20aan%20de%20gang'/ .

- Er is een hetze tegen realistisch rekenen aan de gang.

- The Style of the Attack on RME (Realistic Mathematics Education) reflects the Political Climate in the Netherlands. In recent years the tone of the public debate has been lowered, especially when the establishment is the target of the debate. The track record that the Freudenthal Institute has built means that we are now part of that establishment, with all the consequences of that position

- The opponents of RME have as their leader, a professor in mathematics, who used to teach at a military academy.

- It is stated shamelessly by RME-attackers that children do not need to think.

”Kan iemand mij zeggen wat het nut is van het maken van staartdelingen en een vlekkeloze spelling?"
(Pabo-studente)


VERTEGENWOORDIGERS VAN DE ONDERWIJSBESTUURDERS

"We zijn een macht waar rekening mee gehouden moet worden."
Sjoerd Slagter

Sjoerd Slagter (Voorzitter van de VO-raad)

[Onderwijs maken (KPC)] [Openingsconferentie VO-raad] [Brief aan OCW] [Van SCO naar VO-raad] [Nieuwjaarsbijeenkomst] [Het gesprek]

  • Geef de Net-generatie de ruimte om grenzeloos te dromen over hoe ze wil leren wie ze wil zijn.
  • De Net-generatie bepaalt zelf wat feiten zijn, maakt haar eigen kennis en geeft daar zelf betekenis aan.
  • Ik geef geen stuiver meer voor de geijkte, rationele kennistraditie. We moeten maar eens inzien dat kennis tegenwoordig altijd subjectief is, want de samenleving is immers polyvalent en vloeibaar.
  • In de snel van kleur verschietende zee die onze postmoderne tijd is, kan de traditionele leraar met zijn eurocentrische, westerse ideeën niet meer de stuurman zijn op het wankele bootje van de leerling.
  • De leraar is tegenwoordig een kennismakelaar die bemiddelt tussen de leerling en het reservoir aan kennisopties.
  • Dat is en blijft onze kerntaak: jongeren op eigenzinnige wijze voorbereiden op die mooie, complexe en verrassende toekomst.
  • Het grootste misverstand over het voortgezet onderwijs is dat vreemde, hardnekkige, telkens terugkerende idee over de kwaliteit van het huidige onderwijs. Als we de kwaliteit van het onderwijs beoordelen, moeten we letten op de wijze waarop leerlingen nu voorbereid worden op de nieuwe eeuw, in plaats van te constateren dat leerlingen vroeger beter konden spellen, meer woordjes uit het hoofd kenden en heel goed konden rekenen.
  • Naast permanente vernieuwing van onze kennisbasis wacht het onderwijs vooral op nieuwe aanpakken, vernieuwende lesvormen en uitdagende organisatievormen.
  • Het monopolie van de school op leren gaat veranderen.
  • Aan de hand van wat filmbeelden uit ‘The Matrix’ schets ik hoe het onderscheid tussen schijn en werkelijk en tussen reëel en virtueel aan het verdwijnen is. En hoe leerlingen hier makkelijker en gewoner mee omgaan dan wij, ouderen.
  • Het is weldadig te vernemen dat alle hier aanwezige experts [Rob Martens etc.] van mening zijn dat het Nederlandse onderwijs uitstekend scoort.
  • De jeugd zit bij ons. Bijna een miljoen leerlingen, bijna twee miljoen ouders, dat is - met hier en daar een opa en een tante – een achterban van meer dan drie miljoen: daar kan geen krant of omroep tegenop.
  • We zijn een macht waar rekening mee gehouden moet worden.
  • Welgeteld twee medailles, één gouden en één zilveren, namen onze zuiderburen van Peking mee naar huis. Het alom geroemde ouderwets-degelijke onderwijs dat Belgische scholen schijnen te verzorgen, leidt in ieder geval niet tot grootste Olympische prestaties. Nee, dan wij. Het zou mooi zijn als we hier een verband met ons onderwijs konden leggen.
  • Laat scholen bepalen wat goed is voor leerlingen en zorg voor voldoende geld.
  • Leiderschap geldt bij onze plannen als een overkoepelend thema. Onze snel veranderende, complexe en geglobaliseerde kennismaatschappij vraagt om nieuwe leiders.
  • Maatschappelijk ondernemerschap in het onderwijs vormgeven, een nieuw netwerk van bestuurders voor primair en voortgezet onderwijs creëren, de verkregen inzichten omzetten in concrete activiteiten in de scholen èn het maatschappelijke en politieke debat over het onderwijs direct beïnvloeden. Dat is in het kort de agenda van de Boardroom voor bestuurders in het primair en voortgezet onderwijs.
  • Als VO-sector hebben wij uitgesproken ideeën over hoe gerichte investeringen het onderwijs niet alleen doeltreffender maken, maar ook hoe we als Nederland zullen klimmen in de OESO-ranking en weer tot de top 5 van de onderwijslanden gaan behoren.
  • Dat onderwijs van de 21e eeuw realiseren we niet alleen. We zullen op zoek moeten naar partners, naar slimme coalities en effectieve netwerken. In goed Nederlands: naar ‘Public Engagement’.
  • Schoolleiders zijn zich bewust van hun rol als richtingwijzer en gids, zowel voor hun docenten als voor hun leerlingen.
  • De scholen hebben te maken met heel veel complexe vragen. Dat gaat niet alleen meer om taal en rekenen maar ook om overgewicht, burgerschap en homoseksualiteit. Wat een docent nu juist nodig heeft is een bestuur en een leidinggevende die hem positioneert, faciliteert en die zorgt dat hij zich kan richten op zijn werk. En daar is wel heel wat voor nodig.
  • Docenten zijn opvoeders. En wij, schoolleiders en bestuurders, moeten ze leiden. Daar ligt onze grote uitdaging: docenten voorgaan, positie geven en aanspreken, zodat zij hun rol kunnen spelen. Leiders gaan voorop; zij geven hoop en ze zijn toekomstgericht. Ze zijn trots op hun rol als inrichter van de 21ste eeuw.
  • Wanneer docenten hun vak weer terugkrijgen, zich als een slak in hun huis terugtrekken, is door niemand te zien of zij al hun capaciteiten inzetten om alles uit de leerlingen te halen. Gedurende 70 jaar voortgezet onderwijs leidde dit tot zittenblijven, schooluitval en slechte onderwijsresultaten.
  • De eerste lichting van het project ‘Eerst de klas’ ging met 21 deelnemers van start. In deze ‘speed-opleiding’ kiezen talentvolle jongeren na het afronden van hun studie eerst een aantal jaren voor het onderwijs. Ze waren allemaal ‘master’, van architectuur tot Industrieel Design en van Europese studies tot moderne geschiedenis. Wat een diversiteit, wat een kennis! En wat een aanwinst voor het voortgezet onderwijs!
  • Leraren opleiden kunnen we als scholen zelf voor de helft van het geld.
  • Docenten moeten zelf de verantwoordelijkheid nemen voor het maken van de leermiddelen. Ik zie hierbij werkdruk juist niet als probleem: docenten die zelf de regie nemen hoor je niet over werkdruk. De grootste klacht van docenten is juist dat ze hun vak kwijt geraakt zijn. Voor een deel wijten ze dat aan de uitgevers. Uitgevers hebben veel macht gehad in scholen. Leermiddelen ontwikkelen kan bijvoorbeeld binnen een team. Ik ken een school die alles zelf ontwikkelt en ik heb gezien dat dat heel goed gaat.
  • Door de eindtermen als leidraad te hanteren, wordt te weinig gekeken naar de competenties en interesses van de leerling. Het belangrijkste bezwaar hiervan is wel dat er nauwelijks geleerd wordt !
  • Uit alle onderzoeken blijkt dat de kwaliteit van het onderwijs helemaal niet gerelateerd is aan de tijd die men op school doorbrengt.
  • De staatssecretaris wil de exameneisen voor middelbare scholen verzwaren, maar deze maatregelen gaan ten koste van kwetsbare groepen terwijl het niet zeker is dat sterke leerlingen door de verzwaring beter worden. Wij vrezen verschraling van het onderwijs. Een onevenredige waardering voor het centraal examen doet geen recht aan de algemene brede maatschappelijke vorming. Ook is er geen sprake van draagvlak in het veld.
  • Men wil een verhoging van het het niveau van taal en rekenen, maar men moet zich wel realiseren dat die ontwikkeling minstens vijf jaar duurt. Bovendien kost het geld. Ook gaat meer aandacht voor rekenen en taal ten koste van aandacht voor andere vakken.
  • De lancering van de site www.bevoegd.nl kreeg afgelopen week veel aandacht in de media. Op deze website kan men lezen hoeveel onbevoegde leraren lesgeven op Nederlandse scholen. De vraag is natuurlijk of deze nieuwe openheid de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt.
  • Eén jaar na Dijsselbloem moeten we vaststellen dat de politiek het lastig vindt om de belofte van terughoudendheid na te komen. Want algauw kwamen er nieuwe opdrachten, vaak dwars tegen de wens van docenten, scholen, ouders en leerlingen in: verscherping van exameneisen, onderwijstijd, reken- en taalprestaties etc.
  • Eis van ons dat we de kwaliteit van de examens borgen, maar schrijf niet voor welk cijfer wel en niet mee mag tellen. Eis van ons dat de reken- en taalprestaties omhoog gaan, maar schrijf niet voor hoe we dat moeten doen.
  • Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen onbevoegd en onbekwaam. Een eerstegraads natuurkunde leraar die scheikunde geeft in de onderbouw is zeker bekwaam.
  • Universiteiten klagen wel dat studenten minder weten dan vroeger, maar vergeten dat diezelfde studenten wel meer vaardigheden hebben.
  • Ik zie al die ondernemende schoolleiders met het aan hen toevertrouwde belastinggeld juist fantastische dingen doen.
  • Ik overleg met Hein van Asseldonk [onderwijsbestuurder] over de inhoud van een reis door China met actuele thema’s uit de VO-sector. Juist van de maatschappelijke dienstverlening daar liggen onverwachte kansen om van te leren.
  • 65 miljoen voor Kaka en 96 miljoen voor Ronaldo. En …een miljoen voor Klaas Koops, een adviseur van een ROC, maar dan wel voor een periode van 4 jaar. Een flink jaarsalaris, maar niet meer dan dat. Kaka en Ronaldo zijn topspeler met bijzonder talent. Maar wat moeten dan al die buitengewoon getalenteerde medewerkers op onze scholen? Die leveren dagelijks topprestaties onder moeilijke omstandigheden en met een kritisch publiek op de tribune.
  • In het voortgezet onderwijs is geen sprake van onnodige bureaucratie. Er zijn niet te veel managers. Dit blijkt uit een onafhankelijk onderzoek in opdracht van de VO-raad.
  • Wij hebben de TU Delft gevraagd onderzoek te doen naar overhead in het voortgezet onderwijs. De uitkomst was dat deze schommelt tussen de 6 en 8 procent. Opmerkelijk was de conclusie dat als de overhead nog verder teruggedrongen zou worden, dit de kwaliteit zou schaden. Begrijpelijk, als je bedenkt dat de docent dan zelf meer moet gaan kopiëren, surveilleren of assisteren.
  • Een bezuiniging op het management raakt via de ‘lumpsum’ natuurlijk de hele school.
  • De minister is wetgeving aan het voorbereiden die de governance volgens zijn eigen opvatting regelt. Als bestuur vinden we dat een onwenselijke situatie. We kiezen er als sector voor onszelf te reguleren.
  • Ik heb me verbaasd over het feit dat Dijsselbloem van mening is dat wij niet het veld zouden vertegenwoordigen. Ik heb gewezen op onze landelijke dekking en de unanieme steun van leden tijdens de laatste ALV. Daar kan de politiek niet aan tippen. Meer bescheidenheid lijkt mij gepast en zeker geen verwijten naar andere vertegenwoordigende organen als de VO-raad. Wij gaan zelf over onze vertegenwoordiging.
  • Kamerleden luisteren veel liever naar een leraar die een dosis emotie weet te verenigen met een stuk wetenschappelijke basis.
  • De minister gaat niet over het lerarentekort, gaat niet over de beloning van docenten, gaat niet over aantallen managers. Wij gaan er over.
  • Mijn lijstje heb ik klaar: kom maar op met die beloofde miljarden.
  • Eerst die koffer van Plasterk maar eens helemaal leeg halen, inclusief de voering.
  • We gaan niet mee met een fusietoets die de taak van het bevoegd gezag uitholt.
  • Ook in onze sector hebben we last van verhalen die bestuurders wegzetten als graaiers en managers als ondoordringbare leemlagen.
  • Hoezo tegenstelling tussen managers en leraren ? Volstrekte lariekoek. Media zijn enorm op zoek naar incidenten. Ze scheppen een beeld dat volstrekt onjuist is.
  • We horen niet in de beklaagdenbank van de pers. Niet op de bon bij een wazige professor. Ik verscheur die BON!
  • U moet weten dat BON behoorlijk veel schade heeft aangericht. Weet u wat het effect is geweest op schoolleiders? Die zijn terughoudend geworden in de slechte zin van het woord. Ze durven niet meer te innoveren.
  • We buigen niet voor publieke veroordeling, journalistieke overdrijving, politieke waan en hypes.
  • Onderwijs moet je zo organiseren dat de gebruiker, de ouder er met zijn handen, zijn voeten en zijn neus bij kan.

Doekle Terpstra (Voorzitter van de HBO-raad. Hij heeft tegelijkertijd talrijke nevenfuncties zoals lid van de Raad van Toezicht van de Publieke Omroep, voorzitter van de schaatsbond KNSB en verder heeft hij commissariaten bij o.a. Unilever, AEGON, Grontmij, KvK Nederland. Verder verschijnt Doekle vrijwel dagelijks in de media over allerlei onderwerpen. Doekle studeerde aan de Sociale Academie)

[Loon van top hbo neemt flink toe] [HBO zoekt steun bij hels karwei] [Het onderwijs kan niet meer zonder ICT] [Kwart pabostudenten zakt voor rekentoets] [Surf] [Doekle Terpstra wil duurzame leraren basisschool] [Doekle Terpstra: filosofie vast onderdeel HO] [Terpstra spreekt over Het Nieuwe Leren]

  • De school bestaat niet meer. De school heeft plaatsgemaakt voor een kennisinstelling.
  • Een docent met een krijtje in zijn hand is niet meer de werkelijkheid. Het is de werkelijkheid van de vorige eeuw.
  • We moeten af van eerstegraads leraren die over vakkennis beschikken en op basis daarvan les geven.
  • Discussies over de rol van de leraar gaan vooral met veel emoties gepaard. Dat heeft me zeer verbaasd.
  • Ik kom twee typen leraren tegen: de romanticus die zijn autonome rol terug wil zoals die vroeger was, en de vernieuwer die juist wil worden uitgedaagd en aangesproken op zijn resultaten.
  • Ik hoor te vaak dat docenten het niet nodig vinden om zich te verhouden tot de rest. Zij weten hoe het moet, wat telt is hun autonome ruimte. Voor een deel is het een kwestie van nostalgie en romantiek. Maar hogescholen zijn geen scholen meer, maar kennisinstellingen. De kennisontwikkelingen gaan zo snel dat ook de docent zich lerend zal moeten opstellen. Hij kan niet meer alleen varen op zijn eigen kennis.
  • De klassieke verdeling tussen onderwijzend personeel en ondersteunend personeel is over en uit. De relatie moet nevenschikkend zijn en niet hiërarchisch.
  • Je ziet in toenmende mate dat studenten en docenten t.o.v. elkaar in een lerende omgeving komen te staan. De klassieke student bestaat niet meer.
  • Docenten kunnen gebruik maken van de kennis die hun leerlingen of studenten hebben op het terrein van ICT. De knapste ICT-koppen zitten in onze schoolbanken. Studenten zijn niet zelden de docent vooruit. De student dwingt een lerende houding af bij de instelling.
  • Ik ben enthousiast over SURFgroepen: open of gesloten communities rond bepaalde thema’s. ‘Communities of practice’ in de driehoek onderwijs-onderzoek-arbeidsmarkt. Kennisoverdracht en kennis delen kun je zo in een netwerk organiseren. ICT faciliteert dat. Op die manier kun je bij wijze van spreken ‘worldwide’ communiceren, samenwerken aan bepaalde onderzoeksvragen. In een regionale context kun je op die manier expertise van ‘all over the world’ gebruiken.
  • Voor de toekomstige ingenieurs is niet de kennis onderscheidend, maar de creativiteit. Dat hangt ook samen met die drang naar onafhankelijkheid en zelfontplooiing. Het is dan ook niet voor niets dat deze opleving van creativiteit van onderaf komt. Als voorbeeld zie ik de games-industrie. Laatst sprak ik een docent gaming, die studenten de faciliteiten biedt om zich te ontplooien. Hij vindt dat hij heeft gefaald als zijn studenten bij het verlaten van de opleiding niet meer weten dan hij. Naar mijn opvatting is er een ontwikkeling gaande naar een faciliterende economie. Een onderwijsinstelling die faciliterend onderwijs biedt, bereidt de studenten en toekomstige ingenieurs goed op de toekomst voor.
  • Het is erg belangrijk dat docenten, over de gehele linie van het onderwijs, er meer en meer aan gaan werken om direct contact te maken en houden met hun leerlingen of studenten. De jongeren van nu verwachten dat van hun docenten. Zij vinden de maatschappij van snelle verbindingen en directe communicatie niet alleen normaal, maar ook noodzakelijk.
  • Kennis is niet meer een exclusief eigendom maar een collectief eigendom dat open is voor de hele wereld. Kennis is globaal beschikbaar.
  • Op alle gebieden zie je dat kennis zich zo ongelooflijk snel ontwikkelt, de kennis die je vandaag hebt is morgen gedateerd en verouderd.
  • Wat we ook in toenemende mate zien is dat de grenzen tussen de virtuele en de reële werkelijkheid aan het vervagen zijn.
  • Leerlingen kunnen tegenwoordig veel dingen tegelijk. Tijdens het huiswerk wiskunde zijn ze aan het sms'en en tegelijk zappen ze langs de verschillende televisiekanalen.
  • Misschien moeten we nog wennen aan het nieuwe leren, maar het concept deugt beslist.
  • [N.a.v een kritische opmerking van een student, die vertelde meer te reflecteren dan te leren]
    Het komt nog wel goed met je. Ook ik moest ongeveer dertig jaar geleden op mezelf reflecteren tijdens mijn opleiding. Ik kan je verzekeren dat dat hartstikke goed ging.
  • Bij competentiegericht onderwijs gaat het er niet meer om dat je alleen het kunstje beheerst om een spijker in de muur te slaan, maar dat je ook beseft wat het effect daarvan is.
  • De HBO-raad heeft onderzoek gedaan naar de verwachtingen die werkgevers hebben van het hoger beroepsonderwijs. Uit dat onderzoek blijkt dat er onder werkgevers veel kritiek is op hogescholen. Ze besteden veel te veel aandacht aan kennis en verwaarlozen het aanleren van vaardigheden. Vertaald in mijn eigen woorden luidt de conclusie dat werkgevers niet zitten te wachten op omgevallen boekenkasten die in het eerste jaar dat zij in dienst zijn nog niets nuttigs voor het bedrijf kunnen betekenen.
  • In het beroepsonderwijs wordt volop nagedacht over het 'competentiegericht leren'. Competentiegericht leren is gericht op het vergroten van de persoonlijke vermogens. Daarom wordt uitgegaan van de competenties waar iemand al over beschikt en bouwt een student vervolgens in een leertraject aan de uitbreiding van zijn persoonlijke vermogens. Ik vind dat prachtig. Het gaat daarbij niet alleen om kennisoverdracht, het gaat ook om je houding in het leven, om reflectie op je handelen.
  • De opleider moet meer zijn dan vakman, hij moet het vak en de passie kunnen verstaan en die liefde kunnen overdragen en dan zit je precies in de ziel van het competentiegericht leren: het vak verstaan vanuit je eigen zijn. Ik vind dat dit nu veel beter gebeurt in het onderwijs dan een aantal jaren geleden.
  • Wat is eigenlijk ‘Het Nieuwe Leren’? Er moet gekeken worden naar de kwaliteiten van de leerling en daarvan moet optimaal gebruik worden gemaakt. Mensen zijn meer dan producten waar je kennis instopt. Gebruik vooral het talent en het potentieel van leerling en kijk hoe deze met zijn kwaliteiten een bijdrage kan leveren in de maatschappij. Want een samenleving die gebruik maakt van de talenten is een duurzame samenleving. Als wij zo willen denken, dan is ‘Het Nieuwe Leren’ een logisch gevolg hierop en laat maar zien dat het een worsteling is om zo les te geven.
  • Mijn dochter meldde zich aan voor een hogeschool en kreeg te horen: wij proberen bij jou het besef te creëren waar je goed in bent, waarin minder goed en waarin je je wilt ontwikkelen’. Naast kennisontwikkeling richt de opleiding zich dan ook op coaching van een ontwikkeling die gericht is op de arbeidsmarkt van morgen. Met alle kritische vragen die je erbij kunt stellen, richt het zich precies op dat wat wezenlijk is: het begeleiden van iemand in de ontplooiing van zijn of haar talenten, en het zich concentreren op het tot stand brengen van de verbinding met de maatschappij.
  • Waar onze generatie solidariteit via een trits lidmaatschappen heeft afgekocht, gaan jonge mensen heel expliciet op zoek naar invulling van duurzame ontwikkeling. Door talent, tolerantie en technologie laten ze een nieuwe samenleving ontstaan die op een andere werkelijkheid stoelt. De periode van enkel praten is voorbij. Jonge mensen hebben dat begrepen. Ze laten duurzame ontwikkeling gewoon gebeuren en zoeken naar nieuwe vormen. Via MSN, via Hyves en andere manieren.
  • Jongeren van nu willen verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappij en de aarde om hen heen. Daarom zou filosofie in het hoger onderwijs een vast onderdeel van het curriculum moeten worden.
  • Ik ben ervan overtuigd dat studenten niet inhoudelijk goed kunnen zijn zonder zich als burger op verantwoorde wijze in de samenleving te begeven.
  • Wat ik zelf registreer is: de werknemer van vroeger bestaat niet meer. De werknemer die opdrachten krijgt wat hij van 9 tot 5 moet doen is een out-dated beeld. Wat ervoor teruggekomen is is werkondernemerschap. Werknemers die via de hierarchie gefaciliteerd worden in hun eigen creativiteit, hun eigen ontwikkeling, hun eigen innovatieve vermogen en hun eigen organisatievermogen. De studenten van nu komen ook via dat beeld binnen bij onze onderwijsinstelling. Studenten willen gefaciliteerd worden in hun ontwikkeling; eigen creativiteit moet uitgedaagd worden om je eigen potentieel en talenten te benutten en van daaruit ondersteuning te krijgen van de onderwijsinstelling; dat is het credo voor de toekomst.
  • MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) is geen modegril, maar een fundamentele trend. Steeds meer mensen willen in toenemende mate zelf de regie nemen. De klassieke verbinding tussen arbeid en kapitaal gaat kantelen. Organisaties worden door mensen gedwongen het MVO-concept te verinnerlijken. Niet geforceerd door regelgeving, maar vanuit de intrinsieke beleving van mensen. Steeds meer mensen willen zich niet meer alleen verbinden met hun eigen professie. Het hoger onderwijs moet daarop anticiperen, door opleidingen in een breder maatschappelijk perspectief te trekken.
  • De internationale positionering van hogescholen is een stuk eenvoudiger geworden nu we officieel de naam “Universities of Applied Sciences” zijn gaan dragen.
  • Steeds meer worden lectoren het gezicht van de hogescholen naar buiten toe. Lectoraten maken deel van een voorhoede die zich sterk maakt voor een andere manier van kijken naar kennistoepassing en innovatie. In het nieuwe denken over innovatie is het beleid meer gericht op het functioneren van het innovatiesysteem, gekoppeld aan creativiteit bevorderende omgevingen en een meer circulaire opvatting van kennis en kennisontwikkeling. Het gaat om inventie, innovatie en verspreiding door interactie tussen en samenwerking van vaak ook ongelijksoortige, elkaar aanvullende partners.
  • Ook het mbo wil lectoren aanstellen. Ze liften mee op onze naam. Een keurmerk kan daar misschien een einde aan maken.
  • Ter illustratie van het belang van de maatschappelijke impact van R&D: ik had de uitkomsten van het onderzoek naar de klapschaats door de Hogeschool van Amsterdam een half jaar eerder willen weten. Het had eraan kunnen bijdragen, dat Nederlandse schaatsers in de recente Olympiade beter hadden gereden.
  • [Tijdens de overhandiging van het ambitiedocument ‘Olympische ambities voor het hbo' aan de voorzitter van de Council Olympisch Plan 2028]
    Het grootste deel van de mensen, die in 2028 actief betrokken zijn bij de organisatie van de Olympische Spelen, zullen hun opleiding hebben genoten in het hbo. Vrijwel elke discipline van het hoger onderwijs is van belang. Van sport tot communicatie en van journalistiek tot infrastructuur. Daarom richten we een informatieloket in voor het hbo over het Olympisch Plan 2028. Het hele hoger onderwijs stelt zich beschikbaar als kennis- en informatiecentrum voor het Olympisch Plan 2028.
  • Ik stel voor om alle eerstejaars hbo-studenten een taal- en rekentoets te laten maken. Wie zakt, mag niet met de studie beginnen. In een verplicht - door de overheid gefinancierd - extra jaar moet het niveau worden opgeschroefd.
  • Wat mij betreft moeten kinderen langer naar school, langer per dag en per jaar. Scholen moeten ophouden te denken in de klassieke blokken van de krokusvakantie tot Pasen. Dat geldt voor het hele onderwijs. Op de hogescholen willen studenten ook tijdens de vakantie dingen kunnen doen.
  • [N.a.v. de dramatische resultaten van de PABO-rekentoets]
    Het is dramatisch dat er zo veel studenten moeten afhaken omdat ze niet goed genoeg kunnen rekenen. Maar aan de andere kant toont deze test aan dat we wel hebben geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs omdat deze mensen voorheen wel gewoon de studie konden afmaken en voor de klas kwamen te staan.
  • De commissie-Dijsselbloem heeft een verlammende werking op het onderwijs. Pogingen om bijvoorbeeld het onderwijs in taal en rekenen te verbeteren, stuiten sinds het rapport-Dijsselbloem op weerstand in de Kamer.
  • HBO-docenten die zich tegen onderwijsvernieuwing verzetten, kunnen niet op eindeloze sympathie rekenen.
  • [N.a.v. de diplomafraude: overjarige studenten kunnen via een alternatief studietraject zonder noemenswaardige inspanning alsnog hun diploma krijgen.]
    De hetze tegen hbo-instellingen die studenten een alternatieve afstudeerroute aanbieden, is onterecht. Er is nog geen enkel bewijs geleverd dat er op hogescholen gefraudeerd wordt. Er worden scholen aangevallen die legale trajecten aanbieden. De Hanzehogeschool in Groningen is in de publiciteit bijvoorbeeld volslagen onterecht geknipt en geschoren. De afstudeertrajecten waarover onder meer op Geenstijl werd bericht, zijn gewoon in orde. Als blijkt dat ergens diploma’s worden weggegeven, dan moeten we dat benoemen en aanpakken. Ik vind het juist prijzenswaardig als een hogeschool alles uit de kast haalt om ervoor te zorgen dat iemand niet zonder diploma zijn opleiding verlaat. Het probleem van de langstudeerders moet toch op de een of andere manier worden opgelost.
  • Ik vind het opmerkelijk dat zo’n kleine club [BON] in korte tijd zoveel aandacht genereert. Iets vergelijkbaars heb ik als CNV-voorzitter gezien toen het Alternatief voor Vakbond werd opgericht. Een clubje van niets, maar iedereen had het er over.
  • Ik heb geen problemen met de geconstateerde inkomensstijgingen van top-bestuurders in het HBO. Ik constateer dat veel hogescholen zich keurig houden aan de afspraken. Als mensen daar schande van spreken, kan ik daar niet zo veel mee. Het is de consequentie van het systeem.

Jan van Zijl (Voorzitter van de MBO-raad. Hij was Lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Hij komt niet uit het onderwijs)

[Veel draagvlak in mbo voor het nieuwe leren] [Onderwijsradio] [Het bedrijfsleven is de inspirator]

  • Ik twijfel geen seconde: de arbeidsmarkt heeft competentiegericht onderwijs nodig.
  • De invoering van het 'competentiegericht leren' in het MBO is niet omstreden. In het voortgezet onderwijs is onder docenten veel cynisme over vernieuwingen, in het MBO kom ik dat nauwelijks tegen. Er is breed draagvlak in het MBO, er is geen sprake van dat deze vernieuwing van bovenaf wordt doorgedrukt.
  • Het draagvlak bij docenten, leerlingen en bedrijfsleven voor het competentiegericht onderwijs is enorm. Weliswaar stamt het competentiegericht onderwijs van vóór Dijsselbloem, maar de invloed van het rapport is onmiskenbaar.
  • Als je met een diploma van het MBO komt, dan kom je in een baan die na 2 jaar weer van kleur verschiet.
  • Een werknemer moet een link kunnen leggen met zijn omgeving. Een klant accepteert niet dat de timmerkracht die bij hem komt een hork is in de omgang.
  • De ambachtschool is niet meer van deze tijd, omdat de maatschappij is veranderd.
  • Studenten klagen niet over het CGO, integendeel: ze vinden het ontzettend belangrijk.
  • Als het Colo lukt om de bezuinigingen van tafel te krijgen gunnen we hen dat van harte. Zolang het maar niet uit mbo-geld van de onderwijsinstellingen komt.
  • Er is het beeld dat er spanning zou zijn tussen bestuurders en de werkvloer. Alsof het niet verzelfsprekend is dat bestuurders ook snappen dat het kapitaal waar je het mee moet doen, je docenten zijn. Ik vind dat er wel eens gesuggereerd wordt dat hier een tegenstelling is, dat docenten te weinig ruimte zouden krijgen, dat alles bevochten moet worden. Daar geloof ik niet in.
  • Docenten vinden dat de leiding niet te vertrouwen is? Ik vind dat je [Walter Drescher AOb] nogal overdrijft; hierin herken ik onze scholen niet. Ik ken de meeste bestuurders als moderne people managers.
  • Het is te kort door de bocht om wettelijk te regelen dat leraren het laatste woord hebben over competentiegericht leren. Dat zou voor scheve verhoudingen tussen roc's kunnen zorgen, omdat de ene instelling dan wel met deze onderwijsvorm gaat werken en de ander niet.
  • [N.a.v. de lijst van 64 zeer zwakke MBO-opleidingen van de Onderwijsinspectie. Het is het resultaat van een steekproefonderzoek; er werd o.a. gekeken of er voldoende diploma’s behaald werden, de inhoud van de opleiding was minder belangrijk]
    Een half procent is niet veel. Van de 11.000 bekostigde opleidingen die het mbo aanbiedt scoren er op dit moment 10.936 goed. Studenten kunnen er dus met een gerust hart van uitgaan dat vrijwel alle opleidingen in het mbo onderwijs en examinering kwalitatief gezien de zaken op orde heeft.
  • Er is bij bestuurders van roc’s veel ergernis. Jarenlang heeft de politiek ingezet op schaalvergroting in het middelbaar beroepsonderwijs. En nu dat proces gaande is, wordt het op een nogal goedkope manier in een kwaad daglicht geplaatst.
  • Het mbo kan nog beter! Onder dat motto organiseert de MBO Raad de komende maanden rondetafelgesprekken. De afgelopen maanden hebben we veel kritiek over ons heen gekregen. Een deel van die kritiek is ongefundeerd en ongenuanceerd. De MBO-raad wil door rondetafelgesprekken de echte problemen boven tafel krijgen. We nodigen gesprekspartners uit met een frisse constructieve blik. De gesprekken moeten leiden tot een verzameling bruikbare suggesties die het mbo verder kunnen helpen.
  • [N.a.v. de opening van de MBO-ombudslijn]
    De MBO Raad wil niet dat het een trend wordt om te klagen over de kwaliteit van mbo-scholen. We moeten voorkomen dat er een 'jacht op de klacht' ontstaat. Er zijn inmiddels wel vier instanties waar klagers terechtkunnen. De beeldvorming over mbo-scholen loopt scheef. In de media hoor ik over aantallen slechte scholen. Die aantallen kunnen helemaal niet kloppen, want zoveel scholen hebben we niet eens.
  • De felle kritiek op het MBO-onderwijs klopt niet want anders zou het een wonder zijn dat er nog auto’s rijden in dit land, dat deze uitzending gemaakt kan worden; allemaal werk van MBO-ers.
  • De MBO Raad ziet kansen in het aangekondige onderzoek van staatssecretaris Van Bijsterveldt naar de bestuurbaarheid van mbo-scholen. Van belang daarbij is wel dat de opdracht aan de commissie zal zijn dat er een antwoord komt op vragen of de overheid teveel vraagt van het mbo en of de overheid het mbo voldoende equipeert om alle opdrachten uit te voeren. De brancheorganisatie ziet niets in enkel een commissie als antwoord op het negatieve nieuws over het mbo van de afgelopen maanden en verwacht bij de invulling van het onderzoek te worden betrokken.

Margo Vliegenthart (Voormalig voorzitter van de MBO-raad. Ze studeerde psychologie, studie afgebroken)

  • Het vernieuwingsproces is in eerste instantie vooral op aangeven van het bedrijfsleven tot stand gekomen, en is dus geen modieus nieuw leren, maar een noodzakelijke aanpassing aan veranderende omstandigheden, zowel op de arbeidsmarkt als onder de onderwijsdeelnemers zelf.
  • De docent die louter met een krijtje voor het bord staat en vertelt hoe de wereld in elkaar zit, werkt niet meer voor deze groep jongeren.
  • De jongere van nu ontwikkelt zijn kennis niet lineair zoals u en ik dat deden, maar ze leren via een netwerk van associaties.
  • Om het competentiegericht onderwijs te ontwikkelen is extra geld nodig: een half miljard euro extra. Krijgen we dat niet, dan gebeurt er waarvoor Berenschot waarschuwde: dan verdwijnt het enthousiasme voor competentiegericht onderwijs en dreigt de invoering ervan te mislukken.

Kete Kervezee (Voorzitter van de PO-raad. Inspecteur-Generaal van de Onderwijsinspectie 2001-2007. Lid Raad van Toezicht van diverse instellingen zoals Hogeschool Utrecht en het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten)

[Voorzitter PO-raad] [Te veel jongeren krijgen te weinig bagage mee] [Klas groter als er minder management is]

  • Onderwijs moet sneller, moet eigentijdser, moet passen bij de parallelle manier waarop de zap-generatie gewend is zich te ontspannen.
  • Ik denk dat de mentaliteit van baas in het eigen lokaal het onderwijs de das om heeft gedaan.
  • Ik geloof sterk in onderwijskundig leiderschap. Ik vind de functie van bestuur en schoolleider essentieel. Die rol zullen we dan ook vanuit de PO-Raad gaan versterken.
  • Bij veel onderwijsadviesbureau’s zit expertise die heel kostbaar is. Maar je kunt er niet als vanzelfsprekend vanuit gaan dat scholen hun vraag helder kunnen articuleren.
  • Iederwijs is niet extreem. Als ik kijk naar ander vernieuwingsonderwijs zie ik niet heel veel verschil. Deze richtingen gaan allemaal uit van heel gemotiveerde ouders en van de interne motivatie van een kind om te leren. Goed mogelijk dat lederwijs uitgroeit tot een professionele stroming, die door de overheid betaald wordt.
  • Ik wil niet dat mijn kind naar een Iederwijs-school gaat. Ik vind het belang van goed onderwijs zo groot dat ik niet wil experimenteren op rekening van mijn kind. Dat is een persoonlijke opvatting.
  • Basisschoolbesturen zijn heel nijdig over de bezuiningen op bestuur en management van basisscholen. De consequentie zou kunnen zijn dat we de klassen moeten vergroten. Scholen kunnen niet minder managementtaken uitvoeren. Het betreft ook onderwijskundig leiderschap. Scholen hebben heel hoge ambities. Je kunt bezuinigen op de dirigent, maar gaat het orkest daar beter van spelen?
  • Met het manifest ‘In tien jaar naar de top’ pleit de PO-Raad voor een pact met de overheid waarvan de uitvoering het primair onderwijs in tien jaar naar de wereldtop brengt.

Simone Walvisch (Bestuurslid PO-raad. Voorheen was ze werkzaam op het ministerie van OCW en nauw betrokken bij de wet BIO. Lid van het college van bestuur van het Openbaar Onderwijs Almere)

  • Een grote ergernis vormen de ouders van HAVO/VWO leerlingen. Het zijn ouders die er voor kiezen om zo vroeg mogelijk hun kinderen apart te zetten door ze op een HAVO/VWO te plaatsen, liefst op een gymnasium.
  • Wat we niet begrijpen, is dat de minister een begrotingspost aanwijst voor de bezuiniging: bestuur en management. Dit is onderdeel van de lumpsum! De minister kan helemaal niet ingrijpen in vrij besteedbare budgetten!

René van Harten (Bestuurslid PO-raad)

  • Voor de noodzakelijke inzet van bestuur en schoolleiders zijn middelen vrijgemaakt om elke school te faciliteren bij de invoering van Passend Onderwijs. Dat was een belangrijk aandachtspunt in een kritisch gesprek dat het bestuur van de PO-Raad deze week voerde met de staatssecretaris.
  • Goed onderwijs anticipeert op de ontwikkelingen in de samenleving. Dat vraagt om stevige investeringen en daar maken bestuurders in het basisonderwijs zich sterk voor. Deze bestuurders zijn regelmatig te vinden op hun scholen om met schoolleiders te spreken en zich een beeld te vormen van het onderwijs. Bestuurders organiseren conferenties om vanuit een gezamenlijke visie een krachtig onderwijsbeleid te realiseren. Samenwerken aan duurzame kwaliteitsverbetering van het onderwijs in een cyclisch proces. En daarin heeft een bestuurder zijn eigen aandeel.
  • Een van de aspecten waarvoor wij aandacht vragen is dat wij een lerende cultuur voor het onderwijs van groot belang vinden, niet in het minst wanneer wij in dit kader spreken over de referentieniveaus. En dat betekent voor ons: wegblijven van een afrekencultuur. Die werkt namelijk verlammend naar leraren en leerlingen. Die cultuur zou zelfs voor alle betrokkenen moeten gelden: overheid, inspectie, bestuur, schoolleiding, leerkracht, leerlingen, ouders. Want juist die cultuur zal leraren en schoolleiding stimuleren om vanuit het nieuwe referentiekader te gaan werken.
  • Het focussen op kwaliteit kwam ook naar voren tijdens een gesprek dat ik deze week had over het Olympisch Plan 2028. Een groep mensen maakt zich sterk om de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland te halen. We hebben het dan over een evenement van wereldformaat. We moeten de komende tijd met onze leden bespreken in hoeverre wij ons als primair onderwijs achter dit plan willen scharen, welke rol willen en kunnen wij daarbij spelen. De mogelijke medaillewinnaars zitten immers nu bij ons op school. Wat mij aansprak in het Olympisch Plan 2028 is de brede doelstelling die ze nastreven. Het focust niet alleen op de spelen, maar ze willen er een duurzame ontwikkeling van maken.

Ton Duif (Voorzitter Algemene Vereniging van Schooldirecteuren)

  • De ‘sterrenschool’ is een concept voor de toekomstige basisschool. Het gaat hier om onderwijs gericht op kinderen van de 21ste eeuw. Traditionele klassen of groepen zijn er niet meer, ieder kind werkt op zijn eigen niveau met een laptop. Scholen moeten zich aan kinderen aanpassen, niet omgekeerd. Elk kind is een individu, een ster, en moet zich optimaal kunnen ontplooien.
  • De Citotoets is helemaal niet geschikt voor het meten van de kwaliteit van een school.
  • Ik raad basisscholen aan: stoppen met de Citotoets.

Pieter Hettema (Hij was voorzitter van Schoolmanagers_VO (VVO), de voorloper van de VO-raad . Voorzitter van de Commissie Buitenland van de VVO. Voorzitter van de Coöperatie De Netwerkschool. Hij heeft een eigen adviesbureau ‘Publiek Leiderschap’. Verder vervult hij bestuurlijke adviesfuncties en commissariaten)

  • Doordat de samenleving dynamischer is geworden, zijn sociale vaardigheden, ict, studievaardigheden belangrijker geworden dan de traditionele kennis.
  • Het gaat bij innovatie om de drie d’s: durven, delen, doen. Als organisatie van schoolleiders willen we de rol spelen die de schoolleider in de school speelt: het onderwijs verbinden met de buitenwereld.
  • Durf, lef is nodig voor volstrekt nieuwe initiatieven met bloemrijke namen als Slash21, !mpulse, VIA, UNIC, en meer prozaïsche namen als De Nieuwste School, Scholingsboulevard Enschede, Leerdorp Elst.
  • Delen is een essentiële voorwaarde voor spreiding en verdieping van innovatie. Scholen hebben elkaar nodig om expertise en ideeën uit te wisselen. Dat blijkt uit de Innovatiemonitor die we vandaag uitbrengen. Dat blijkt ook uit de talloze netwerken en allianties die overal opbloeien: Netwerk Nieuw Onderwijs, de Onderwijsvernieuwingscoöperatie, Noordelijke Onderwijs Alliantie, Coalitie voor Essentieel Leren. Bij delen past ook de Innovatiemakelaar, die Schoolmanagers_VO vandaag lanceert.
  • Ook voor leraren is een cultuuromslag nodig. Docenten die niet gewend zijn samen te werken moeten dat toch gaan doen. Ze moeten ingaan op wat leerlingen inbrengen in plaats van wat ze zelf hebben voorbereid.
  • Hoe sneller de gedetailleerde regels van het Ministerie van Onderwijs opgeruimd worden, des te eerder en beter lukt het schoolleiders en schoolbesturen om, samen met de docenten, ouders, leerlingen en maatschappelijke omgeving, een nieuwe eigentijdse invulling te geven aan vernieuwend en ondernemend onderwijs. Het gaat om een samenspel tussen `Good governance` en Innovatie van onderop.
  • Ouders willen het beste voor hun kind, maar of dat ook het beste is voor de rest van de klas of voor de school, is nog maar de vraag.
  • Ik krijg van ondernemers te horen dat het onderwijs eerder werknemers opleidt dan ondernemers.
  • Ik heb hbs gedaan, dus ik ben nog van voor de Mammoetwet. Er wordt vaak hoog opgegeven over de hbs, maar wat mijn zoon en dochter nu op het vwo leren, dat is echt een paar tandjes hoger dan wat ik heb opgestoken.
  • De VVO wil schoolleiders aanzetten meer aan internationalisering te doen en hun professionele ontwikkeling stimuleren door middel van studiereizen en internationale bijeenkomsten. Momenteel worden voorbereidingen getroffen om buitenlandse studiereizen te organiseren rondom de thema’s managementontwikkeling en vmbo.

DE VAKBONDEN

De vakbonden hebben de afgelopen 20 jaar enthousiast meegewerkt aan allerlei verslechteringen voor docenten (of ze zelf voorgesteld), zoals de wet BIO, lumpsumfinanciering, de degradatie van de academisch opgeleide docent. Wel kwamen ze heel goed op voor de belangen van bestuur en management.

Marleen Barth (Voorzitter van de vakbond 'Onderwijs CNV'. Hiervoor was ze Tweede-kamerlid en onderwijswoordvoerder voor de PvdA. Ze studeerde politicologie. Ze heeft talrijke nevenfuncties, o.a. bij de publieke omroep, pensioenfondsen, de Onderwijsraad, de SER, Teleac, Nuffic, Jeugdzorg.)

[Is het onderwijs in crisis?] [Je ontwikkelen moet lonen] [VPRO Studiehuis] [Parlementair onderzoek] [Jos Herfs: Muziek leren (boek)]

  • Onderwijs CNV heeft een heel moedige keuze gemaakt. Want ze kregen met mij niet alleen een vrouw, maar ook iemand van buiten. En ik kom niet uit het onderwijs zelf. Dat laatste beschouw ik eerder als een voordeel.
  • De beste manier om goed onderwijs voor elkaar te krijgen, is opkomen voor de mensen die er werken.
  • Niemand gaat in het onderwijs werken voor het geld. Mensen kiezen voor de klas uit betrokkenheid bij kinderen én de kwaliteit van het onderwijs.
  • Leraren mogen ook best grote mensen zijn. Als je als leraar je niet thuis voelt, kan je ergens anders gaan werken.
  • Iemand kan een uitstekend wiskundige zijn, en toch een slechte leraar. Op een natuurkundige die helemaal niet met kinderen of jongeren kan omgaan, zit niemand te wachten.
  • [N.a.v. de zaak Diederen, een docent die geschorst werd nadat hij beweerde dat het bestuur van zijn school het geld bestemd voor zorgleerlingen niet daar aan uitgeeft]
    Er is in deze zaak van beide kanten sprake van schending van het vertrouwen in de andere partij. Dat maakt het lastig om eenzijdig met de beschuldigende vinger te wijzen.
  • [N.a.v. de site 'beoordeelmijnleraar.nl', waar leerlingen anoniem hun leraar kunnen beoordelen, voorzien van soms vernietigend commentaar; het merendeel van de leraren stoort zich ernstig aan deze website.]
    Ik juich het toe dat de tevredenheid van de leerling in kaart wordt gebracht. Wel moet de beoordeling van een docent nooit helemaal afhankelijk zijn van de mening van een leerling.
  • Waarom hangt de status en het salaris van een leraar af van de intelligentie van de kinderen aan wie hij lesgeeft? Waarom worden docenten aan de hogeschool standaard hoger ingeschaald dan collega’s in groep 2 van de basisschool?
  • Wie zegt dat de leraar aan status verloren heeft, bedoelt meestal dat hij zijn monopolie op kennisoverdracht verloren heeft.
  • Het vak van de leraar is niet Aardrijkskunde of Frans, maar lesgeven.
  • Ga niet vitten op ‘het management’, dat opeens als personificatie van het kwaad wordt gezien. Elke school heeft schoolleiders nodig. Ik durf op mijn intuïtie de stelling aan dat we in het onderwijs in het gelukkige bezit zijn van meer betrokken, bezielde leiders dan elders.
  • Dat het onderwijs ‘te veel managers’ zou hebben, zit akelig dicht bij goedkope kretologie.
  • Als je mij ergens mee op de kast kunt krijgen, is het roepen dat ik een ‘bobo’ ben. Het is in sommige kringen bon ton om af te geven op vakbonden. Die zouden ‘geen achterban’ hebben, of ‘het ware verhaal niet vertellen’.
  • Vertrouwen in de VO-raad hebben we zeker, en dat zullen wij op onze beurt zichtbaar moeten maken voor onze leden.
  • We maken ons liever sterk voor modern, professioneel personeelsbeleid, dan dat we ons keren tegen het functiewaarderingssysteem.
  • Lumpsumfinanciering voor scholen is geen slechte ontwikkeling. Het is goed dat scholen meer beslissingruimte krijgen.
  • Bij het Onderwijs CNV kennen we nauwelijks klachten van leraren over het studiehuis op zich; wel zijn er klachten bij scholen waar de leraren niet meegenomen zijn, waar onvoldoende begeleiding en scholing was.
  • Als je het onderwijs wilt vernieuwen, moet je beginnen bij de lerarenopleidingen. Daar kun je leraren bijbrengen om dingen op een andere manier aan te pakken. Verder zou ik graag willen dat scholen de ruimte, mensen en financiële middelen krijgen om een eigen onderwijsconcept uit te werken. Leraren zijn nu over het algemeen overbelast en komen er daardoor nauwelijks aan toe zich te bezinnen op wat ze doen en hoe dat beter zou kunnen.
  • Nergens is de kwaliteit de laatste jaren zo gestegen als in het basisonderwijs. Zo was het vijftien jaar geleden nog heel normaal dat kinderen met dyslexie naar het speciaal onderwijs gingen. Tegenwoordig is het even gewoon dat ze op de basisschool blijven. Differentiëren in de klas tussen hoogbegaafd, ppd-nos of adhd, tienduizenden leraren in het basisonderwijs doen het dagelijks. Dat is een fantastische kwaliteitsslag, die het verdient om gewaardeerd te worden.
  • Het gaat er niet om of er geëxperimenteerd is met leerlingen; het gaat erom dat leraren, wat er ook gebeurt van uit de politiek, gemotiveerd met hun vak bezig blijven.
  • In het voortgezet onderwijs wordt van leraren veel meer verwacht dat zij in een team samenwerken. Dat zie je ook aan de toegenomen vergaderdruk op de scholen. Vergaderen wordt gedaan omdat het belangrijk is om als een team samen met kinderen bezig te zijn.
  • In mijn schoolcarrière heb ik niet langer dan een jaar Handelswetenschappen en recht gevolgd. Ik kan me niet herinneren dat ik er ooit een voldoende voor gehaald heb. Vooral annuïteiten waren een nagel aan mijn doodskist. Ze kwamen op de een of andere manier nooit uit.
  • Op mijn vroegere school doceerde een leraar Natuurkunde die gepromoveerd was. Een knappe kop, maar geen goede leraar. Hij snapte niet dat sommige leerlingen (ik was er één van) niets van dat vak snapten. Het overbrengen van de stof kreeg hij niet voor elkaar. Zijn lessen waren één lange kwelling.
  • Ik schrok van de conclusies van het PPON onderzoek: met het muziekonderwijs is het op de basisscholen droevig gesteld. Zelf hartstochtelijk muziekliefhebber besloot ik vragen te stellen. Deze vragen maakten een storm van reacties los, meer dan op welke andere actie die ik ondernomen had. Juist muziek verdient speciale aandacht. Ook omdat kinderen die goed muziekonderwijs krijgen aantoonbaar beter gaan rekenen. Kinderen die veel liedjes zingen presteren beter in taal.
  • Is de PABO-rekentoets wel nodig? Snijden we met die beperkte visie op kwaliteit niet onnodig de pas af van enthousiaste jonge starters? Bezielde mensen, die misschien niet perfect kunnen rekenen, maar desondanks goede leraren zouden kunnen zijn?
  • Mijn zoon gaat na school naar de huiswerkbegeleiding. Ik heb het geluk dat ik me dat kan permitteren. Maar wat moeten ouders die dat niet kunnen? Daardoor blijven vrouwen dus thuis.
  • Er is geen enkel bewijs dat het niveau van het onderwijs daalt. Internationaal onderzoek bestrijdt dit soort wilde verhalen. Sommige politici zouden wat meer naar de honderdduizend mensen in de onderwijspraktijk moeten luisteren. Die worden met zulke kreten op een kwetsende manier in de hoek gezet.
  • Van het spellen en rekenen bestaat geen enkel bewijs dat het niveau achteruit holt; er bestaat simpelweg geen vergelijkbaar eerder onderzoek.
  • Opiniemakers en journalisten zouden eens met meer respect over leraren moeten schrijven. Waarom schrijft niemand eens over de leerlingen die elke dag huppelend naar school komen?
  • Ik vind een parlementair onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen een verspilling van tijd en geld.
  • Persoonlijk ben ik altijd een voorstander van de middenschool geweest en ben dat nog steeds. Mijn opvatting was dat de Partij van de Arbeid met de invoering van de basisvorming al behoorlijk wat water in de wijn had gedaan en dat het daarom belangrijk was dat de basisvorming er ook zou blijven.
  • De basisvorming heeft nooit een kans gekregen.
  • Ik vind het terecht dat het bevoegd gezag van een school beslist of een leraar die bevoegd is in het ene vak ook bekwaam genoeg is om in een ander vak les te geven.
  • Scholen zijn als de dood voor hun reputatie. Schoolbesturen hebben dan ook de neiging om heel scherp op die kwaliteit te letten.
  • De Tweede Kamer heeft unaniem vóór het studiehuis en het vmbo gestemd. De PvdA zegt nu ‘mea culpa’ voor niet begane zonden.
  • [Momenteel is Barth voorzitter van GGZ Nederland. Zij weet de Balkenendenorm te omzeilen door zich daar te laten inhuren voor 840 euro per dag (ex BTW) via haar eigen bedrijf. Ze woont in een villa ter waarde van miljoenen euro’s.]
    Mijn baan baan valt niet in de (semi)publieke sector. Ik heb niets met die Balkenendenorm te maken. Ik ben geen graaier. Voor de deur staat gewoon een oude Mitsubishi met deuken. Er is geen enkele bestuurder in de zorg die jaarlijks miljoenen binnensleept zoals sommige bankiers doen.
  • [Aan de vrijwilligers van de ‘Nationale Vereniging De Zonnebloem’, waarvan zij voorzitter is:]
    Iets voor niets doen maakt je rijk.

Jacques Tichelaar (Voorzitter AOb 1989-2002. Lid van de PvdA. Vlak voor het beslissende debat in de Tweede Kamer over het studiehuis, stuurde Tichelaar een fax waarin de AOb haar goedkeuring gaf. Een week tevoren was de AOb nog tegen)

  • [Vlak voor de invoering van het studiehuis]
    De leraren zijn toe aan een andere manier van lesgeven.
  • Als iemand niet functioneert als leerkracht, en hij heeft voldoende kansen gekregen, dan moet hij eruit. Dat gebeurt in het bedrijfsleven ook.
  • [De lom- en zmok-scholen verzetten zich tegen het opgaan van deze scholen in het vmbo, omdat dit ten koste zou gaan van deze leerlingen. Door telefonisch met ontslagen te dreigen wist Netelenbos haar zin door te drijven]
    We [AOb] waren het eens met Netelenbos dat scholen met zeer moeilijk lerende kinderen in het vmbo moesten worden geïntegreerd. In die schoolvorm is het perspectief voor die leerlingen op een baan het grootst.

POLITICI

"De sociaal-democratie moet er niet voor terugschrikken om politieke besluiten door te zetten die aanvankelijk op verzet van de tevreden meederheid steunen."
Marleen Barth (destijds PvdA-Tweede Kamerlid, onderwijsspecialist)

Jacques Wallage (Staatssecretaris van Onderwijs 1989-1993 voor de PvdA. Verantwoordelijk voor de invoering van de Basisvorming)

  • De basisvorming is ‘te liberaal’ ingevoerd’. Scholen en leraren zijn te vrij gelaten in het verwezenlijken van de onderwijsvernieuwing. De autonomie werd gekoesterd, wat zoveel betekende als het realiseren van het onderwijsplan naar eigen goeddunken.
  • De basisvorming was een goed idee, alleen is er te weinig tijd genomen voor de invoering. De uiteindelijke vormgeving is uiteindelijk zo geworden dat de winst maar beperkt was.
  • Een vernieuwing zoals de basisvorming heeft tien tot vijftien jaar nodig om tot wasdom te komen.
  • Het hoofddoel van de basisvorming was dat kinderen niet meer van school af hoefden als ze van schooltype wilden veranderen. Dat kan alleen op een brede scholengemeenschap.
  • Op de school van Clan Visser ’t Hooft deden ze toen al dingen die je nu “studiehuis” zou noemen. Clan is namelijk een van de weinige mensen met werkelijke visie op onderwijs en met praktijkervaring. She’s my kind of girl: ze heeft iets heel idealistisch, en tegelijk weet ze ook hoe op een school de hazen lopen.
  • ICT, de informatiemaatschappij, hangt van nieuwsgierigheid aan mekaar. Vooral als je naar jonge mensen kijkt. Daar zit een behoorlijke ambitie bij. Het is dus niet gemiddeld het slag wat als de les is afgelopen zich naar de camping begeeft om kwart over vier. En die leraren zijn er ook. We hebben in ons docentenbestand een niet gering aantal mensen die dit geleidelijk aan als werk is gaan beschouwen. We hebben hier wel te maken met een beroepsgroep die zich sterk verengt, geconcentreerd heeft, op de vierkante meter van de klas en de eigen les. En ik vind dit een barrière voor ICT-ontwikkeling waar we te weinig over praten.
  • De vraag of een school een grote innovatie aankan, hangt er vanaf of die school een uitgekristalliseerd onderwijsregime heeft.
  • Ik snap ‘met alle respect’ niets van de ‘zwartgalligheid’ waarmee de commissie de onderwijsvernieuwingen bekijkt.
  • Ik voel me alleen maar schuldig dat ik maar 3,5 jaar staatssecretaris ben geweest, dat ik niet lang genoeg verantwoordelijkheid heb kunnen dragen.
  • Als ik er nu voor stond, zou ik de basisvorming opnieuw invoeren, maar dan met minder vrijblijvendheid voor de scholen.
  • Het niveau van het onderwijs is omhooggegaan in een complexere samenleving waarin de informatietechnologie zich in een hoog tempo ontwikkelt. Kom dus niet aan de nieuwe generatie, ze zijn beter toegerust dan ooit.

Tineke Netelenbos (Staatssecretaris van onderwijs 1994-1998. Lid van de PvdA. Ze was o.a. verantwoordelijk voor de invoering van het studiehuis, het vmbo en de opheffing van de MAVO. Ze was voorstander van brede scholengemeenschappen. Het lukte haar niet om de zelfstandige gymnasia af te schaffen. Ze was een van de felste onderwijsvernieuwers die de Nederlandse regering gekend heeft.)

[Hoe de MAVO uit Nederland verdween] [Geruisloze blindheid]

  • De naderende tweedeling in het onderwijs is een verbetering. Tot nu toe is er sprake van een vierdeling: vbo, mavo, havo en vwo.
  • De laatste tijd hebben wij een studiehuis en de lessen zijn niet saai meer !
  • Mensen trekken zich op hun eigen bastion terug. Dat is makkelijk, ook voor scholen, maar ook sociale integratie is belangrijk.
  • Het gaat nu goed in het voortgezet onderwijs dankzij de vernieuwingen uit de jaren '90.
  • De spreekvaardigheid van middelbare scholieren is nu veel beter. Horen jullie hoe weinig ‘uh’ ze tegenwoordig zeggen?
  • De tweede fase was een onomstreden onderwijsinnovatie.
  • Een grote onderwijsvernieuwing heeft jaren tijd nodig. In de politiek heerst de cultuur van het snelle scoren, terwijl de scholen net op gang zijn. Nooit zou ik gezwicht zijn voor de protesten van scholieren en leraren.
  • We moeten trots zijn op ons onderwijs.
  • Ik opereerde volgens de doctrine 1/3, 1/3, 1/3. Als 1/3 van het veld geïnteresseerd is moet je het invoeren. Immers: een ander derde deel weet het nog niet en zal volgen, en het laatste derde deel wil nooit iets.
  • Je hoeft geen inhoudelijke kennis te bezitten om te kunnen managen.

Maria van der Hoeven (Minister van Onderwijs 2002-2007. Ze maakte de scholen autonoom, wat er op neer kwam dat de macht van bestuurders enorm toenam. Om ervoor te zorgen dat meer leerlingen een bèta-profiel kiezen, maakte ze deze profielen ‘aantrekkelijker’ door de studielast van de vakken wiskunde en natuurkunde te verlagen)

[De evolutietheorie is niet compleet] [Toespraak]

  • En dan bespeur ik nog wel eens in de exacte wereld een soort cultuur van trots op de moeilijkheidsgraad van het vak.
  • Exacte vakken moeten niet moeilijker worden voorgesteld dan ze zijn.
  • Niet alleen de bètavakken moeten zich vernieuwen, maar ook de bètastudies. Het hoger onderwijs in de bèta-studies moet leren dat een universitaire studie niet alleen bedoeld is voor de aankomende genieën.
  • Zo vroeg mogelijk beginnen met realistisch rekenen, mét aansprekende en uitdagende techniekproeven, kan uiteindelijk bijdragen aan het oplossen van het tekort aan technici in de maatschappij.
  • Goed wiskundeonderwijs heeft niets te maken met het aantal wiskunde-uren. Óók in wiskunde kunnen méér werkvormen worden toegepast dan alléén de één op één relatie tussen leraar en leerling die steeds méér uren vraagt.
  • Ik vind dat het hoge aantal uren wiskunde en natuurkunde dat nu nog in het profiel Natuur en Techniek zit, niet het juiste antwoord is op het tekort aan bèta's.
  • In internationale vergelijkingen doen Nederlandse leerlingen het góed in wiskunde. De examenprogramma's van de bovenbouw zijn van een hoog niveau. De Nederlandse leermiddelen zijn gemiddeld genomen goed. Getal en ruimte is daar een voorbeeld van.
  • En u zet zich in voor de nodige didactische vernieuwing van het wiskundeonderwijs. Want we kunnen in veel opzichten tevreden zijn, maar het kan altijd beter.
  • Ik zelf geloof evenmin in 'toeval'. De evolutietheorie is niet compleet. Als we erin slagen om wetenschappers van verschillende geloofsrichtingen met elkaar te verbinden, kan intelligent design uiteindelijk misschien zelfs wel worden toegepast op scholen en in lessen.
  • Wetenschappers houden geloof en wetenschap graag gescheiden. Ik vind dat jammer. De wetenschap is in hokjes verdeeld. Maar de kracht van de wetenschap is juist de ander in zijn wetenschap te erkennen.
  • Het onderwijs staat er beter voor dan vier jaar geleden, wat je merkt aan het elan dat weer terugkomt bij de docenten.
  • Mensen die opponeren tegen competentiegericht onderwijs, begrijpen niet hoe mensen tegenwoordig leren.
  • Ik ben er enthousiast over dat Slash 21 de nek durft uit te steken en de ordenende principes - de klas en het lesrooster - durft los te laten. Ik kijk er niet van op dat schoolleider Henk van Dieten het helemaal eens is met zijn eigen stelling dat je van samenwerken meer leert. Dit is een school die de toekomst maakt.
  • Scholen die geen zij-instromers aannemen, moeten eens gaan erkennen dat leraar een beroep is als alle andere. Dat de traditionele lerarenopleiding de enige manier is om een goede leraar te worden, vind ik niet meer van deze tijd.
  • Ik roep iedereen, met belangstelling om met kinderen te werken, op het onderwijs in te gaan.
  • Als een school geen onderwijskundige visie heeft dan staat het de leraren ook niet voor ogen waar de school met zijn onderwijs naar toe wil. En ik wil absoluut niet terug naar de situatie van vroeger, toen de leraar een God in de klas was die alles voor het zeggen had.
  • Ik ben niet verbaasd dat leraren mij een dikke onvoldoende geven. Dat zijn toch meestal PvdA-, GroenLinks- of SP-minnende mensen.

Mark Rutte (Staatssecretaris van onderwijs 2004-2006. Rutte nam het besluit om het competentiegericht onderwijs verplicht in te voeren in het gehele MBO vanaf 2008)

  • Niets is zo leuk als de macht terugleggen op de werkvloer. Dat is mijn ideaal. Ik werk aan mijn eigen overbodigheid. Ik denk dat het een goede zaak is om onderwijs over te laten aan mensen die het het beste kunnen.
  • Gelukkig werken alle spelers in het bve-veld keihard aan een drastische vernieuwing. Een spannend en sprankelend proces. En anders dan voorgaande veranderingstrajecten, want instellingen experimenteren met de nieuwe opleidingen. De tijd dat ambtenaren mooie concepten achter hun bureau uitvogelden, is definitief voorbij. Het gaat goed.
  • Misschien moeten we die Chinezen toch eens bellen. Wellicht zijn ze wel te porren voor een label met de tekst: Made in China, Invented in Holland.

Sharon Dijksma (Staatssecretaris van onderwijs 2007-heden. Lid van de PvdA. Ze studeerde rechten, studie niet voltooid)

[60 seconden Sharon Dijksma]

  • Het is mijn ambitie om de talenten van onze kinderen maximaal kans te geven. Wat we de komende jaren gaan doen is met zijn allen hard werken aan beter taal- en rekenonderwijs. Voor alle kinderen. Dat is geen bedenksel van het ministerie of van mij maar dat hebben we afgesproken met alle basisscholen in ons land en daarvoor ben ik de afgelopen maanden heel veel bij scholen op bezoek geweest en dan spreek je al die mensen: de leerkrachten, de schoolleiders maar ook de besturen en de vertegenwoordigers van de sector. En natuurlijk met kinderen en hun ouders. Meer aandacht voor taal en rekenen is dus geen Haags besluit, het is iets van alle scholen, alle leraren en alle schoolleiders. Een gezamenlijke afspraak. En daarom ben ik er van overtuigd dat de scholen en vooral ook de leraren er achter staan. Dat we echt met zijn allen hard gaan werken aan beter taal- en rekenonderwijs. Want samenwerken is de beste garantie voor succes.
  • Wat ik wil, is dat voor elk kind de kansen op de beste ontwikkeling centraal staan. Dus niet kijken naar de problemen, maar naar de mogelijkheden. Het gaat niet om wat een kind niet kan, maar wat een kind wél kan. Daar heeft ieder kind het volste recht op. En als maatschappij hebben wij de plicht dat onze kinderen te bieden. Dat betekent ‘onderwijskansenbeleid’ met passend onderwijs voor ieder kind.
  • Ik ga 'vliegende brigades' inzetten om zogenoemde 'zeer zwakke scholen' beter te maken. Het departement heeft er € 1,7 miljoen voor uitgetrokken.
  • De schooltijden zijn een overblijfsel uit de tijd van voor de industriële revolutie, toen de kinderen meehielpen op het land en ‘s middags hun warme maaltijd kregen.
  • In de kerndoelen voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs is geen expliciete verwijzing opgenomen naar de evolutietheorie. Scholen kunnen ook aandacht besteden aan andere opvattingen; de kerndoelen zijn er mede op gericht de leerlingen een kritische houding aan te leren.

Marja van Bijsterveldt (Staatssecretaris van Onderwijs vanaf 2007)

  • Scholen van nu zijn maatschappelijke ondernemingen.
  • De kritiek van de commissie Dijsselbloem gaat juist niet op voor de maatschappelijke stage. Zowel leerlingen en scholen zijn hierover juist enthousiast.
  • Met de maatschappelijke stage heeft u goud in handen.
  • Aan de invoering van het competentiegericht onderwijs ligt geen wetenschappelijk onderzoek ten grondslag. Wel wordt de onderwijsvernieuwing breed gedragen door alle betrokken partijen.
  • Ik gun het MBO een nieuw tijdperk met een stevige MBO Raad om het beroepsonderwijs nog sterker te maken.
  • De tijd van eenzijdige kennisoverdracht is definitief voorbij. Onderwijs voor de Homo Zappiens moet anders en deze projecten zijn daar een mooi voorbeeld van.
  • Alle scholen moeten nadenken over innovatie: we moeten slim omgaan met het geld.
  • Het VMBO is een van de meest innovatieve onderwijsvormen van Nederland. Laat tijdens deze feestelijke dag [10-jarig bestaan VMBO] heel Nederland kennis maken met het succes van het VMBO!
  • [N.a.v. het rapport ‘Overhead of Onderwijs’ geschreven in opdracht van de VO-raad]
    Het is goed dat de sector zelf het initiatief heeft genomen voor dit onderzoek. Dit geeft blijkt van een zelfbewuste sector die bereid is kritisch naar zichzelf te kijken.
  • Ik geloof niet in een centrale rol van de overheid zoals BON voorschrijft. De politiek kan nooit de hartslag van het onderwijs zijn.
  • Ik roep de sociale partners in het voortgezet onderwijs op om de dure cao nog eens tegen het licht te houden.
  • Ik wil niet meer praten over werkdruk van leraren als die er geen vakantieweek in de zomer voor willen inleveren.
  • Hoge salarissen zitten er niet in, leerlingen verdienen een leraar die zijn werk met passie doet.

Wim van de Camp (Tweede kamerlid CDA. Hij was betrokken bij de invoering van de basisvorming. Hij is toezichthouder bij 2 schoolbesturen. Hij was medeopsteller van de 'beloningsleidraad schoolbestuurders' van de VO-raad, dat de mogelijkheid voor riante salarisstijgingen voor bestuurders opende door deze groep buiten de CAO te plaatsen. Momenteel is hij Lid van het Europees Parlement)

  • Schoolleiders moeten meer gaan verdienen. Anders kunnen geen goede mensen worden gevonden.
  • Het is niet logisch dat bestuurders onder de CAO vallen, want al hebben ze een dienstverband met de organisatie, ze zijn geen werknemer maar werkgever, en dus direct betrokken bij het toepassen van de CAO. Als lid van een raad van toezicht zeg ik: in het kader van de professionalisering is die slag nodig.
  • Alle kritiek op de basisvorming is arrogant en irritant. De basisvorming was een historische doorbraak die een einde maakte aan 25 jaar onderwijsellende.
  • Het onderwijsveld heeft zelf kilo's boter op het hoofd. Het is gemakkelijk om 'de' politiek overal de schuld van te geven.
  • De bijdrage van het hoger onderwijs aan de Europese kennissamenleving is zo essentieel, dat we niet op het nationale niveau kunnen blijven aanmodderen. De tijd van benchmarken en 'softe' afspraken is voorbij. We hebben een stevig Europees hoger onderwijsbeleid nodig met verplichtingen voor kennisinstellingen en overheden. Alleen zo kunnen we de internationale concurrentieslag winnen.

Jan de Vries (Tweede kamerlid voor het CDA)

  • De CDA-fractie neemt altijd met belangstelling kennis van de brievenrubrieken in de diverse dagbladen. Wij leren vooral over het onderwijs tijdens de werkbezoeken die wij wekelijks afleggen aan de scholen. Dan ontmoeten wij trotse, betrokken mensen. Ik spreek niet de individuele brievenschrijver aan, maar wel alle filosofen en alle andere zogenaamde deskundigen die denken een mening te hebben over het onderwijs, maar die daar niet wekelijks in rondlopen. Ik vind dat zij aangesproken mogen worden op hun verantwoordelijkheid om een reëel beeld te geven van de kwaliteit van ons onderwijs en van alle mensen die daar dagelijks hard voor werken.
  • Het CDA gelooft in bevlogen leraren, gedreven door de liefde voor hun vak. Leraren onderwijzen niet alleen wat ze weten, maar vooral ook wie ze zijn.

Jan Jacob van Dijk (Tweede kamerlid voor het CDA)

N.a.v. het rapport van de commissie-Dijsselbloem:

  • Het onderwijs functioneert prima en er moet vooral niet te veel veranderen.
  • Het voorstel van de commissie-Dijsselbloem dat leerlingen zowel moeten slagen voor het schoolexamen als het centraal schriftelijk examen, wijst ik af. De gevolgen zullen enorm zijn. Veel leerlingen zullen niet slagen.

Jack Biskop (Tweede Kamerlid voor het CDA. Specialist voor het MBO)

  • We hebben voor competentiegericht onderwijs gekozen, omdat het een uitstekend idee is. Het moet er dan ook snel komen, maar het mbo kan niet toveren. Docenten, deelnemers en bestuurders van het mbo mogen van het CDA in 2008 verwachten dat we hun enthousiasme zullen blijven stimuleren.
  • Het is best geruststellend om te kunnen lezen, dat het eigenlijk geen ontwerpfouten zijn, die geleid hebben tot de problemen in het mbo, maar alleen maar uitvoeringsproblemen.
  • [N.a.v. een onderzoek van JOB onder 84.000 MBO-leerlingen, waaruit blijkt dat vooral diegene die competentie-gericht onderwijs volgen niet tevreden zijn over de kwaliteit van hun docenten en van het lesmateriaal, en vinden dat er te weinig geleerd wordt]
    Er wordt op de mbo's heel veel geleerd en er komen echt goede vakmensen vandaan. U had dat kunnen zien als u ook op EuroSkills was geweest. Dan had u zelfs kunnen zien dat een aantal Nederlandse jongens en meisjes medailles hebben gewonnen.
  • We leggen nu nadruk op lezen, schrijven en rekenen. Probleem daarvan is dat we daardoor kunnen verhinderen dat een leerling zijn diploma haalt.
  • Het merendeel van de organisaties is klaar voor CGO. Veel leraren zijn dat nog niet. Zij moeten nog een inhaalslag maken.
  • Het is toch te gek voor woorden, dat iedere betrokkene in ziet dat de manier van aanpak met het CGO een goede is, maar dat we er met z’n allen niks van hebben weten te maken.
  • Het imago van het mbo staat ter discussie. De CDA-fractie adviseert de staatssecretaris om met name vanuit de kenniscentra en de bedrijven een positieve boodschap over het mbo uit te dragen.
  • Ik ben het oneens met de stelling van Depla dat de vernieuwing [CGO] pas doorgang kan vinden als docenten tevreden zijn over de uitgangspunten en randvoorwaarden. De tijd van arbeiderszelfbestuur hebben we inmiddels achter ons gelaten.
  • Voor de ROC’s geldt: alle leerlingen, of ze nu een VMBO-diploma hebben of niet, moeten worden toegelaten tot het MBO. Dat is nu zo en dat moet zo blijven. Het CDA vindt namelijk dat iedereen meetelt.
  • Het Nederlandse beroepsonderwijs is goud. We moeten wegdraaien van de incidenten en vieren wat er goed gaat. Ik wil de winnaars van de beroepenwedstrijden bij Pauw & Witteman hebben, niet de klagers!
  • Waar moet iemand leren hoe hij zich in de samenleving moet gedragen? Dat is in dat beroepsonderwijs.

Staf Depla (Tweede Kamerlid voor de PvdA)

  • Het onomkeerbare besluit om in het MBO het competentiegericht onderwijs in te voeren is in wezen al genomen.
  • Stel dat het competentiegericht onderwijs inderdaad niet Dijsselbloem-proof is. Dan hoeven we het toch niet af te blazen? We kunnen het gaandeweg Dijsselbloem-proof maken.
  • Ik snap het wel als mensen over de invoering van het CGO in het MBO zeggen dat er weer niet wordt geluisterd naar Dijsselbloem. Maar afblazen is ook niet Dijsselbloem-proof, dan haal je weer alles overhoop.
  • Geef professionals de ruimte om scholen te leiden, en dat hoeven geen docenten te zijn.
  • Scholen zullen een zodanig personeelsbeleid moeten gaan voeren dat er ook eens iemand uit kan vliegen. Docenten moeten voluit gaan.

Arie Slob (Tweede-kamerlid voor de CU)

  • Ik wil dat op openbare scholen naast de evolutietheorie van Darwin ook het scheppingsverhaal wordt onderwezen. Er zijn meer opvattingen over het begin van deze aarde dan alleen maar die ene die nu toevallig zwart op wit in de lesboeken wordt afgedrukt.

Trude Maas (PvdA senator. President van Hay Vision Society. Commissaris bij onder meer ABN Amro, Schiphol, Philips. Trude was kandidaat voor de post van minister van onderwijs in 2007)

[Trude Maas] [Leven lang leren vraagt om icoon]

  • Nederlandse studenten zouden hun opleiding niet moeten kunnen voltooien zonder buitenlandse ervaring.
  • Mijn zorg is dat Leven Lang Leren overgelaten blijft aan amateurs. Amateurs die denken dat “doceren” vanzelf het wonder van het leren teweeg brengt.
  • Misschien gaat het ook wel veel meer om allerlei socialisatieprocessen: gezag leren ervaren, zelfstandig leren etc. Misschien zijn dat wel stiekem de hoofdvakken in plaats van wiskunde en engels.
  • Door de vergrijzing zitten er nog te veel grijze kurken op flessen die de geest van kennisdeling en netwerkleren tegenhouden.
  • Er moet snel inzicht komen in hoe mensen leren, want ontwikkelingen als open source en technologische innovaties vragen andere competenties van mensen.

Nicolien van Vroonhoven-Kok (Tweede Kamerlid CDA)

  • Het CDA heeft een aantal troetelkindjes en dit is daar één van: ziekenhuizen, woningbouwcorporaties, scholen, ze moeten meer vrijheid krijgen om te ondernemen en te concurreren.

Charlotte Riem Vis (PvdA-raadslid gemeente Amsterdam)

  • Om het bestaan van zwarte en witte scholen tegen te gaan, moet de overheid bepalen naar welke school Amsterdamse kinderen gaan. Door het mengen van de scholen af te dwingen, zullen kansarme -over het algemeen zwarte- kinderen geholpen worden. Ook kansrijke -veelal witte- kinderen zijn niet gebaat bij eilanden van extreme concentraties van privilege die helemaal geen afspiegeling vormen van hun stad.

Hannie Kunst (PvdA- wethouder voor Onderwijs te Nijmegen)

  • [Nijmegen gaat dwingend optreden bij de schoolkeuze van de ouders]
    Ik vind niet dat de gemeente Nijmegen de vrije schoolkeuze met deze toelatingscriteria geweld aan doet: ouders worden niet verplicht hun kind naar een bepaalde school te sturen, maar ze hebben niet langer vanzelfsprekend recht op plaatsing op de school van hun voorkeur.

BELEIDSMEDEWERKERS

Clan Visser 't Hooft (Procesmanager Open Studiehuis. Ze opende een seminar over onderwijs met yoga oefeningen. Ze schreef samen met Kees Blase het voorwoord van het boek: ‘Kinderen leren hun hart te gebruiken’ een boek over hart-brein leren)

[Onderwijsvernieuwers op zoek naar geestelijke warmte] [De onvergetelijke leraar] [Kritiek werd snel weggewuifd]

  • Je wàs docent Frans, je hàd een lokaal met een deur en een ruit. Op de ruit plakte je een poster van de Eiffeltoren en je trok de deur achter je dicht. En je wàs God in Frankrijk. Die tijd is goddank voorbij.
  • Ik ga er van uit dat tien procent van alle docenten de nieuwe ontwikkelingen niet kunnen bijbenen. Voor hen zit er niets anders op het onderwijs, liefst eigener beweging, te verlaten. Ze kunnen voor een lager salaris bij de een of andere educatieve uitgever gaan werken.
  • Dat er weinig van het studiehuis terecht gekomen is ligt aan de pers. Die heeft docenten al bij voorbaat tegen de plannen opgejut.
  • Klachten over het studiehuis kwamen vooral van scholen die er niets aan gedaan hadden, dus waren niet serieus.
  • Er was kritiek van de pedagoog Imelman, die vond dat zelfstandige geleer modieuze flauwekul. Ik had er totaal geen boodschap aan.
  • Leren beklijft als het antwoord geeft op vragen die de onze zijn en niet op die voorbedachte vragen uit een leerboek.
  • Eigenlijk weten we al zolang dat met name het hart een heel belangrijke rol speelt in opvoedings- en leerprocessen.
  • Ik gebruik chakra's en astrologen als sturingsinstrumenten. Het helpt je je gesprekspartners bereiken. Dat heb ik geleerd op een cursus transformatie van het management.

Rein Zunderdorp (Procesmanager Voortgezet Onderwijs)

  • [Naar aanleiding van een kritisch rapport van Imelman over de invoering van het studiehuis, dat daarna in de onderste la verdween]
    Ik kan me niet herinneren dat ik Imelman verzocht zou hebben om zijn rapport niet te publiceren, maar ik kan me het wel voorstellen; als je door derden voor een onderzoek wordt gevraagd, ligt het niet voor de hand om het vervolgens zelf nog eens uit te geven.
  • Ik ben blij met de staking van leerlingen tegen het studiehuis. Dit demonstreert dat scholieren inderdaad tot zelfstandig denken en doen in staat zijn. En daar gaat het bij het 'studiehuis' tenslotte om.
  • De mensen in het onderwijs wilden zelf het studiehuis. De weerstand is pas ontstaan tijdens de invoering.

Hans van Nieuwkerk (procesmanager herontwerp MBO)

  • De klassikale manier van kennisoverdracht heeft het einde van de levenscyclus bereikt

Jos Letschert (Studeerde aan de kunstacademie. Manager primair onderwijs bij het instituut voor leerplanontwikkeling SLO)

  • Kennis is een subjectief gegeven en persoonsgebonden. Kennis laat zich niet zonder meer delen en overdragen. Onderwijzen als overdragen van kennis is een verouderd en niet toepasbaar paradigma.
  • Het gaat me veel meer om het proces ernaartoé, dan om het product (de leerprestatie) waar je op rekende. Ik heb liever dat leerlingen zo'n proces goed hebben doorlopen, dan dat ze zeggen: nou kunnen we dit. Onderwijs moet een onzeker avontuur worden. Daarom vind ik dat er veel mag misgaan in het onderwijs, misgaan in de zin van het product waar je op rekende.
  • Het leerstofjaarklassensysteem, de gangbare leerplannen en eindtermen, moeten meteen opgedoekt worden, want elke standaard, hoe dan ook, levert problemen op. Als bijvoorbeeld de eindtermen heel zwaar zijn, halen veel kinderen ze niet omdat de norm te hoog ligt. Versoepelt men de eisen dan vervelen anderen zich omdat de norm te laag ligt.
  • Leerplannen verdringen het geïndividualiseerde en sociale proces van het leren naar de tweede plaats.
  • De leraar moet primair de functie van coach krijgen, die goed observeert wat de leerlingen doen. Pedagogiek moet dan ook de basis vormen van de nieuwe lerarenopleiding. Studenten moeten meer leren oog te hebben voor de leerlingen, te kijken hoe ze zich ontwikkelen. Natuurlijk is enige vakkennis in de lerarenopleiding ook nodig, maar heel specialistisch hoeft dit niet te zijn.
  • De Onderwijsraad brengt een hiërarchie aan tussen doelen die er veel toe doen [rekenen, taal] en doelen die er minder toe doen. Dat is een uitnodiging om gemankeerde kinderen op te voeden.

Ella Vogelaar (Studeerde onderwijskunde. Ze was lid van de Communistische Partij Nederland. Voorzitter lerarenvakbond ABOP 1988-1989. Voorzitter van de Programmaraad Innovatie_VO van de VO-raad, welke o.a. verantwoordelijk is voor de innovatiecampagne ‘Expeditie durven, delen, doen’. Voorzitter van de Raad van Commissarissen van Unilever. Ze was PvdA-minister voor wonen wijken en integratie. Ze vond de Basisvorming maar een slap aftreksel van de Middenschool)

Tijdens haar ABOP-voorzitterschap werd het rapport ‘de bedrijvige school’ gepubliceerd, wat leidde tot woedende reacties uit de achterban.

[Innovatie is organisch proces]

  • Een aantal thema’s uit de bundel ‘De Bedrijvige School’, die tijdens mijn vakbondsvoorzitterschap verscheen, waren toen nog absoluut onbespreekbaar. En nu, twaalf jaar later, zie ik dat heel veel scholen ermee bezig zijn. De basisgedachte van de bedrijvige school, wordt nu in steeds meer scholen van voortgezet onderwijs gepraktiseerd: uit de Innovatiemonitor_VO blijkt dat 95% van de scholen met innovatie bezig is.
  • Af en toe hoor je in het VO een roep om rust, maar ik denk niet dat die rust er ooit nog gaat komen. Innovatie is een ‘ongoing’ proces: de dynamiek in de samenleving blijft veranderen en dat zal ook voor het onderwijs gelden.
  • Ik wil weten hoe het komt dat zo veel schoolleiders de veranderingsbereidheid van docenten als een obstakel voor vernieuwing zien. Als managers naar hun personeel wijzen en zeggen: daar ligt het aan, zeg ik: je bent niet voor niks manager. Als zij niet willen, is dat primair een opgave voor jou als schoolleider.
  • Het zou interessant zijn om eens na te gaan waarom onderwijsvernieuwing vaak zulke heftige weerstand oproept. Zo kan ik me geel en groen ergeren aan die mensen die als het over het vmbo gaat voortdurend roepen dat we terug moeten naar de oude ambachtschool. De huishoudschool wordt in dat verband nooit genoemd, maar dat zal wel komen omdat het bijna altijd mannen zijn die dat roepen.
  • Wat me een echte bedreiging lijkt is dat die kritiek op het nieuwe leren hier en daar ook gepaard gaat met een roep om weer meer overheidsbemoeienis en dat terwijl de scholen nog maar zeer recent een eigen verantwoordelijkheid hebben gekregen voor onderwijsvernieuwing.
  • De voorhanden zijnde onderzoeksresultaten laten zien dat veranderingen in het onderwijs een positief effect hebben op de motivatie van de leerlingen en de prestaties in ieder geval even goed of beter zijn als in het traditionele onderwijs.
  • We moeten af van het beeld dat als de resultaten van de innovatie anders zijn dan gepland de innovatie mislukt is.
  • Je zou kunnen zeggen dat de autonomie van de docent in het voortgezet onderwijs lange tijd oneindig was. Ik heb er lange tijd voor geijverd dat die deuren van die klaslokalen open zouden gaan en de leerkracht een stukje van zijn autonomie zou opgeven. Van dat laatste ben ik nog steeds een groot voorstander en tot mijn vreugde zie ik dat nu ook gebeuren.

Marieke van Osch (Procesadviseur 'Ict op school' bij Kennisnet. Communitymanager ICT-PO. Schoolbegeleider)

  • Leerlingen leren om zelf te leren. Dat is de grootste uitdaging in het onderwijs.
  • Binnen het project ‘Het Leren van de Toekomst’ zoeken we naar mogelijkheden om verschillende technieken in het onderwijs te integreren. Van het werken aan sociale emotionele ontwikkeling met behulp van een spelcomputer tot individueel lezen van een boek met een e-reader. Er moet sprake zijn van integratie, de techniek vervangt het leren uit een boek.

Dr. Willem Vermeend (Voorzitter Nederland BreedbandLand, welke o.a. betrokken is bij onderwijsvernieuwingen. Hij was Tweede-kamerlid, Staatssecretaris en Minister voor de PvdA)

[De Connected School]

  • Voor het merendeel van de jongeren zijn scholen musea. De technologie die zij dagelijks gebruiken is nauwelijks binnen de schoolmuren doorgedrongen.
  • ‘Saai!’, traag, niets te beleven’, dat zijn de connotaties die te veel leerlingen geven als je hen naar hun beeld van school vraagt.
  • Willen we werk maken van onderwijsvernieuwing, dan moeten we morgen beginnen onze scholen om te bouwen van gesloten musea naar open communities: 'Connected Schools'! Dat is de toekomst.
  • Aansluiten op de beleving van jongeren betekent geïntegreerde lesprogramma’s ontwikkelen. De tijd van losse vakken is echt voorbij. Maar nog veel meer moet u gaan samenwerken met organisaties buiten de deur!
  • De arbeidsmarkt vraagt overal en in elke functie ondernemende medewerkers. Mensen die kunnen samenwerken in projecten, zelfstandig beslissingen kunnen én durven nemen, ook op internationaal niveau. Zo ontstijgt gaming zelfs haar rol als instrument voor onderwijsvernieuwing en wordt het een bouwsteen, voor maatschappelijke ontwikkeling.

Henriëtte Maassen van den Brink (Hoogleraar Onderwijs en Arbeidseconomie Universiteit van Amsterdam. Hoogleraar Evidence Based Onderwijs aan de Universiteit van Maastricht. Lid van de Onderwijsraad. Het maandblad Opzij riep haar in 2009 uit tot de machtigste vrouw van Nederland in de sector Onderwijs en Wetenschappen)

  • Kleinere klassen dienen alleen ‘het welzijn van de leraren’. Kinderen worden er niet beter van.
  • Het arbeidsvoorwaardenbeleid knelt. Al die afspraken over hoe weinig mag worden lesgegeven, vakanties en ontslagbescherming zijn te rigide en werken contraproductief.
  • Slimmer werken betekent meer doen – dat wil zeggen beter onderwijs – met minder leraren.
  • Helaas heerst binnen het onderwijs weerstand tegen verhoging van de arbeidsproductiviteit. ‘Wij zijn geen productiemedewerkers’, is de kreet. Terwijl in de zorg het verhogen van de arbeidsproductiviteit een belangrijk doel is, blijft het onderwijs ver van deze discussie.

Alexander Rinnooy Kan (Voorzitter SER. Lid van de Maatschappelijke Raad van de VO-Raad. Lid Netwerk Onderwijsinnovatie)

[Laat onderwijs excelleren]

  • In de huidige samenleving hebben we alle beschikbare individuele talenten nodig. En daarbij gaat het niet alleen om rekenen en taal, maar ook om creatieve, artistieke, sociale, sportieve en andere talenten. Ontwikkelen van ieders unieke talenten, naar ieders maximale mogelijkheden, moet dan ook de primaire doelstelling worden van ons onderwijs. Individuele talentontwikkeling vergt dat scholen veel meer dan nu de vrijheid krijgen om hun eigen onderwijs in te richten.
  • Er moet een nieuwe schoolstrijd ingaan om de gevolgen van de opkomst van internet en van de globalisering te ondervangen. Door internet is de vaardigheid om te leren mogelijk belangrijker dan de kennis zelf.
  • De noodzaak van innovatie staat voorop. Innoveren is overleven.

Rinnooy Kan, Jozef Kok etc. (Werkgroep ‘Leren Excelleren’ van het Innovatieplatform. Onder de leden van de werkgroep zijn geen docenten)

[ Leren Excelleren]

  • Iedereen heeft talent en alle talenten zijn nodig. Er zijn 8 dimensies van talent waaronder de muzikaal-ritmische intelligentie, lichamelijk kinesthetische intelligentie, naturalistische intelligentie, interpersoonlijke intelligentie, intrapersoonlijke intelligentie. Uit onderzoek blijkt dat talent niet alleen meervoudig is, maar ook dynamisch in zijn ontwikkeling.
  • De sterke centrale sturing in het huidige onderwijssysteem heeft tot gevolg dat er betrekkelijk weinig verantwoordelijkheid ligt bij de onderwijsgevende. De onderwijsgevende kan zijn professionaliteit maar in beperkte mate kwijt, omdat hij of zij vaak sterk wordt beperkt door centrale eisen ten aanzien van inrichting en inhoud van het onderwijs. Een dergelijk systeem werkt demotiverend voor juist die onderwijsgevenden die het een professionele uitdaging vinden om lerenden zo goed mogelijk te ondersteunen bij de ontplooiing van al hun talenten.
  • Wij presenteren hier het ‘licentiemodel’. Dit model weerspiegelt een nieuwe opvatting over governance in het onderwijs. Kern van dit model is dat verticaal toezicht wordt vervangen door horizontaal toezicht. De verantwoordelijkheid voor onderwijsproces en -inhoud berust bij de school die verantwoording aflegt aan haar stakeholders. De school is vrij om in interactie met haar stakeholders eigen keuzes te maken ten aanzien van profiel, inhoud en aanpak van het onderwijs. De overheid heeft slechts als verantwoordelijkheid dat erop wordt toegezien dat scholen hun horizontale verantwoordingstaak op een goede manier invullen. Door dit model wordt bovendien ruimte gecreëerd voor continue experimenten en innovatie.

Alexander Rinnooy Kan, Henriëtte Maassen van den Brink etc. (Netwerk Onderwijsinnovatie)

  • Het is aan de school om keuzes te maken over waar en hoe de mensen het beste kunnen worden ingezet. Dit betekent dat er een einde komt aan de huidige discussie over bevoegd personeel voor de klas. Het Netwerk heeft het vertrouwen dat schoolbesturen weloverwogen beslissingen zullen nemen als het gaat om welke docent op welk moment voor welke klas komt te staan.

Sijbolt Noorda (Voorzitter van universiteitskoepel VSNU. Voorzitter van de 'Stichting van het Onderwijs' met als leden de toppers uit onderwijs en maatschappij, dus geen docenten)

    De Stichting van het Onderwijs:

  • Wij gaan scholen helpen moed te vatten.
  • Als je zegt dat elk talent telt, waarom worden scholen dan alleen afgerekend op het slagingspercentage?
  • Leraren moeten betrokken zijn, gericht op ieders talenten. Een school is een partnerschap met de omgeving, de leerlingen en de ouders. Verschillen moeten worden gezien, erkend en benut. Er is inspirerend leiderschap nodig. Alles moet als doel hebben leerlingen voor te bereiden op hun toekomst, zodat ze het maximale uit zichzelf kunnen halen.
  • Leerlingen moeten al op jonge leeftijd lerend vermogen ontwikkelen met het oog op de vereiste employability in de toekomst, het begin van Leven Lang Leren.
  • [Uit het Manifest van de Stichting van het Onderwijs]
    Om zich te kunnen concentreren op zijn kerntaak heeft de leraar een mate van bestuur en management nodig. Management zorgt voor een veilige omgeving (letterlijk en figuurlijk). Het bewaakt de professionele cultuur binnen de organisatie door professioneel personeelsbeleid. Het zorgt voor de verantwoording naar de omgeving. Het legt een verbinding met de omgeving. Het overziet de zee van complexe (bestuurlijke) netwerken rond de leraar en de onderwijsinstelling en benut waardevolle elementen hierin om het onderwijs sterker, kansrijker en effectiever te maken.
    Naast management heeft een onderwijsinstelling ook leiderschap nodig. Leiderschap inspireert en stimuleert professionals en haalt het beste uit iedere medewerker naar boven.

Aart-Jan de Geus (OESO-medewerker)

  • In Nederland moet je op 12 jaar al kiezen. Als je kinderen echter langer bij elkaar houdt geeft dat meer chemie, de beste dynamiek voor iedereen om goed te presteren. Daarbinnen moet wel meer ruimte zijn voor individuele aandacht.
  • Gaat het niet goed op school dat wordt er door de leraar al gauw gezegd: het is niet dat ik niet goed les geef maar deze leerling hoort niet op de HAVO maar op het VMBO. De animo om het beste uit een leerling te halen, om de beste leerweg op een individuele niveau te ontwerpen wordt ontmoedigd.
  • Als je meer aandacht besteedt aan individueel onderwijs dat kun je toe met iets grotere klassen. Het vergroten van klassen levert financiële ruimte op, en die ruimte kun je gebruiken om te investeren in individuele aandacht.

PASSEND ONDERWIJS

Met de invoering van ‘Passend onderwijs’ wil de overheid bereiken dat er veel minder leerlingen naar het speciaal onderwijs gaan. Men spreekt van aanpak ‘van onderop’ hoewel leerkrachten er niet bij betrokken worden. Kennelijk ziet men de schoolbesturen en raden als ‘onderop’. De meeste schoolbesturen en raden gaan akkoord: ze krijgen er veel geld voor. Invoering van passend onderwijs zal onwerkbare situaties gaan opleveren voor leerkachten.

Henk Keesenberg (Beleidsmedewerker bij VOS/ABB, de vereninging voor bestuur en management in het openbaar onderwijs. Eén van de initiatiefnemers van 'Weer Samen Naar School'. Landelijk coördinator 'Passend Onderwijs')

[Leerkracht zijn, droom of nachtmerrie?]

  • Passend onderwijs betekent niets anders dan goed onderwijs met name voor kinderen die dat hard nodig hebben. Er is niemand in de tweede kamer of op het ministerie die de term 'passend onderwijs' heeft bedacht, dat is vanuit het veld zelf ontstaan. Afkeer van allerlei commissies en ellenlange wachtlijsten, thuiszitters; veel vragen van leraren: ‘kan het wat simpeler, eenvoudiger en toegankelijker’, dat zijn beweegredenen om met passend onderwijs te starten. Er wordt helemaal geen passend onderwijs ingevoerd. Er wordt een aantal dingen gezegd die te maken hebben met gemak, eenvoud, minder bureaucratie. Scholen wordt helemaal niets opgelegd. Het is te vergelijken met ‘Weer Samen Naar School’. Ook dat was een sterk traject vanuit het veld zelf: ‘wij zijn alsmaar leerlingen aan het verwijzen, onze expertise verdwijnt; daardoor gaan we nog meer leerlingen verwijzen’.
  • Nogmaals: passend onderwijs is niet van de overheid. Als het niet van het veld zelf is dan heeft de overheid geen enkele behoefte om hier ook maar iets te stimuleren. We stoppen er miljoenen euro's in.

Prof. Kees van der Wolf (Studeerde Onderwijskunde. Lector Gedragsproblemen in de onderwijspraktijk. Lid van de evaluatie- en adviescommissie Passend onderwijs. Mede-eigenaar van het bedrijf ‘Van der Wolf & Van Beukering, onderwijsadviseurs’)

  • Passend onderwijs vereist een omslag in het denken.
  • Leraren moeten weten dat iedere beperking weer een andere benadering nodig heeft.
  • Is het haalbaar om een klas van dertig leerlingen met verschillende problemen goed te kunnen draaien? Een goede leraar kan schakelen, kan variëren en heeft overzicht. Dus ja, dat kan heel goed.
  • Hoe ga je om met zoveel verschillen in een klas? Daar moet de scholing en bijscholing van leraren op worden ingesteld. De leraar moet ondersteund worden door deskundigen in en rond de school.

Rob Franke (Oprichter-coördinator van Framework-Educatieve dienstverlening. Hij heeft een boek geschreven: ‘Passend inclusief onderwijs: Doen’)

  • Inclusief Onderwijs is een onafwendbaar concept geworden in ons huidig onderwijs. Het gaat over lesgeven aan kinderen die onderling sterk kunnen verschillen. Dit verschilt wezenlijk van het huidig onderwijs, daar worden leerlingen op basis van hun achtergrond in verschillende soorten scholen geplaatst. Binnen het concept van Inclusief Onderwijs wordt iedere leerling, als volwaardige burger met gelijke rechten, als maat en uitgangspunt genomen. Kortom: Inclusief Onderwijs is een recht dat ieder kind toekomt.
  • Alle kinderen hebben recht op volledige deelname aan de samenleving. Maar vreemd genoeg is dit gedachtegoed in het onderwijs nog niet of vaak slechts gedeeltelijk gerealiseerd. In de praktijk worden nogal wat kinderen uitgesloten. Deze exclusie moet worden tegengegaan. Daarom is een nadrukkelijke keuze voor passend inclusief onderwijs noodzakelijk.
  • Leerlingen leren met en van elkaar als ze samen leren en samen worden onderwezen in dezelfde leer-en leefgemeenschap. Ze ontwikkelen zich zo tot volwaardige burgers met een actieve deelname aan de maatschappij.
  • Inclusief onderwijs is niet een kwestie van tijd, maar van mentaliteit.

Wiel Botterweck (Adviseur ‘Passend Onderwijs’ bij AVS, de Algemene Vereniging voor Schoolleiders)

  • Mijn vierjarige kleinzoon legt mij uit wat een ‘Wii’ is en sjouwt met de laptop van zijn vader rond. Dat is de nieuwe wereld. Zijn wereld, zijn toekomst. Alleen dat ventje gaat straks naar school en komt in een 19e eeuws schoolsysteem terecht. Werkelijk. Waardoor hij het, als hij flexibel genoeg is en genoeg gewenst gedrag kan vertonen, uithoudt. Of hij wordt obstinaat omdat hij andere ontwikkelbehoeften heeft. Dus is de kans groot dat hij wordt gelabeld. Laten we toch eens op zoek gaan naar de eigenheid van de kinderen van deze tijd.
  • Als nooit te voren wordt in deze tijd zichtbaar dat er grote behoefte is aan een nieuwe vorm van leiderschap. Leiderschap dat vorm zou moeten geven aan een nieuw onderwijslandschap. In alle sectoren en met name in het onderwijs lopen systemen vast. Interventies als W.S.N.S. hebben niet de gewenste effecten gehad. Meer dan eens lopen we achter de ‘Passende Onderwijs-feiten’ aan. Vanuit deze gedachten is het dus noodzaak om op een andere manier met onze werkelijkheid om te gaan.

PLATFORM BETA-TECHNIEK

Dit door de overheid met € 60 miljoen per jaar gesubsidieerde platform moet leerlingen stimuleren te kiezen voor bèta-technische studies i.v.m. het vermeende bèta-tekort. Dit tekort bestaat alleen maar in de hoofden van werkgevers, die ruime keus willen: de beste en de goedkoopste. Technici komen moeilijker aan werk, worden slechter betaald, verliezen sneller hun baan, ze zijn al snel te oud, technische banen zijn conjunctuur-gevoelig en tegenwoordig worden onze eigen bèta-technici gemakkelijk ingeruild voor jonge goedkope buitenlandse krachten, de zogeheten kenniswerkers, vooral afkomstig uit Oost-Europa en India.
Het Platform ondersteunt de ontwikkeling van vakoverstijgend, liefst projectmatig, opgeleukt bèta-onderwijs.

[Het sprookje van het bèta-tekort]

Rolf Schreuder (Communicatiemanager Platform Bèta Techniek. Projectleider BètaMentality)

  • Scholieren of studenten die nu kiezen voor een technisch profiel of bètastudie zijn straks zeker van een baan: in 2010 zal het tekort aan bèta/technische talenten op 77.000 liggen.
    [In 2010 was van de 1,5 jaar daarvoor afgestudeerde hbo-technici 6,1 procent werkloos. Alleen hbo-ers met een kunst-opleiding hebben het nog moeilijker aan werk te komen dan de technici.]
  • Jongeren worden niet aangesproken op een manier die ze willen.
  • We kijken in de hoofden van jongeren. We moeten leren het juiste verhaal op de juiste manier te vertellen.
  • Het bèta-onderwijs moet worden vernieuwd. Op universiteiten kan de bachelorfase veel breder. Voor het hoger beroepsonderwijs geldt hetzelfde. Maar ook de bètavakken in het voortgezet onderwijs moeten op de schop.
  • In Eindhoven start het experiment 'Smartcard': door deel te nemen aan bètatechnische activiteiten kunnen leerlingen zogenaamde ‘technomiles’ sparen. Deze kunnen ze vervolgens verzilveren met technogadgets zoals een mp3-speler, muziek downloads, games en memorysticks. De veronderstelling is dat dit ertoe bijdraagt dat leerlingen kiezen voor een bèta- of techniekopleiding.
  • Het experiment 'BètaBrug' van de Universiteit van Amsterdam heeft het eerste resultaat opgeleverd: alle deelnemers kiezen voor een bètastudie.

Beatrice Boots (Plaatsvervangend directeur Platform Bèta Techniek)

  • Het is niet erg als er veel bèta’s zijn. Ze kunnen namelijk ook in andere sectoren worden ingezet. Een technicus kan makkelijker psycholoog worden dan andersom.
  • [Technici worden buiten de techniek bijna nergens gevraagd.]
    Technici zijn overal populair en er wordt sterk aan hen getrokken, ook buiten de technische sector.
  • We hebben veel onderzoek gedaan en zeventig procent van de leerlingen blijkt talent te hebben voor bètavakken. Daarom is het nieuwe doel dat tenminste 55 procent van de havo/vwo-leerlingen in 2016 een bètaprofiel volgt.

Hans Corstjens (Directeur Platform Bèta Techniek)

  • We hebben laatst een onderzoek laten doen naar het beeld dat de jeugd heeft van wetenschap en techniek. Wij associëren dat misschien met prachtige intellectuele prestaties en moleculen. Jongeren zien het meer als een slimme weg naar macht en geld. En deels is dat natuurlijk ook zo.

Judith Lechner (Directrice Expertisecentrum Technasium; een Technasium is een middelbare school met extra aandacht voor techniek. Het Platform Bèta Techiek ondersteunt het Technasium)

[Technasium]

  • Het Technasium daagt de vwo-leerling uit met echte, authentieke opdrachten. Er wordt daadwerkelijk gebruik gemaakt van de adviezen van de leerlingen.
  • Middelbare scholieren denken dat ict te moeilijk is. Je moet middelbare scholieren laten zien dat het niet moeilijk is en dat kan met een praktijkopdracht.
  • Op het technasium krijgen leerlingen twee nieuwe (examen)vakken: onderzoek en ontwerpen.
  • De leerlingen werken als milieukundig adviseur in opdracht van de wethouder van Haren aan een Milieu Effect Reportage voor een groengebied bij Haren waar voor de toekomst woningen gepland zijn.
  • In het UMC Groningen is bij een aantal patiënten een bacterie waargenomen. Als arts-microbioloog doen de leerlingen onderzoek naar de bacterie en ze stellen een preventieplan op.
  • In opdracht van Prolyte maken leerlingen als werktuigbouwkundig ingenieur een ontwerp van een opvouwbare vierkante klaptruss, die gemakkelijk getransporteerd kan worden.
  • Oving architekten BV laat zijn jongste architecten een ontwerp maken waarmee zijn bureau zich kan presenteren bij een wedstrijd voor duurzaam bouwen in een nieuw te ontwikkelen gebied.
  • Avebe wil zijn productiemethoden efficiënter maken. Dit proces begint met het reinigen van de aardappels. De scheiding van vuil van aardappels levert problemen op en de directie wil dit verbeteren. Als procestechnoloog stellen de leerlingen een advies op.

ONDERWIJSKUNDIGEN

"Schools kill creativity."
"Education dislocates many people from their natural talents.”
"Education does not need evolution but a revolution.”

Sir Ken Robinson (Invloedrijke onderwijsgoeroe; adviseur van regeringen)

Prof. dr. Robert-Jan Simons (Hoogleraar 'Didactiek in digitale context' aan de Universiteit Utrecht. Directeur van het IVLOS, instituut voor de lerarenopleidingen. Bedenker van de term 'Het Nieuwe Leren'. Lid van ‘Keur der Wetenschap’)

[Vervelende misverstanden over het nieuwe leren] [Trots op onderwijs] [Onderwijs is nooit evidence based]

  • Het nieuwe leren komt er. Over tien jaar zien de scholen in Nederland er heel anders uit. Het onderwijs verandert en dat moet ook.
  • Omdat kennisverwerving een actief (re)constructieproces is, is overdracht door de docent vaak niet de beste vorm.
  • Er is geen objectieve waarheid met betrekking tot de leerstof en de visie op het vak. In plaats daarvan worden leerlingen in de gelegenheid gesteld hun eigen perspectieven geleidelijk aan te ontwikkelen.
  • Het leren verloopt het beste wanneer leerlingen in dialoog met elkaar samen werken aan betekenisconstructie, die geleidelijk aan steeds meer in overeenstemming met de opvattingen in de dominante cultuur zal worden.
  • Nieuwe vormen van toetsing zijn nodig om deze krachtige leeromgevingen te laten functioneren: leerlingen moeten worden afgerekend op die kennis en vaardigheden, passend bij de constructivistische leerprocessen.
  • Er is vastgesteld dat studenten in het probleemgestuurd hoger onderwijs evenveel kennis opdoen als vroeger op de traditionele manier, maar dat ze daarnaast óók leren samenwerken en problemen oplossen.
  • Een docent van de toekomst moet nog veel meer een teamspeler worden. Professionaliteit kan nooit individueel zijn. En een docent moet loskomen van het bekende lesmateriaal; hij moet veel meer zelf ontwikkelen en opnieuw: dat kan hij nooit in z’n eentje.
  • ICT draagt er toe bij dat lerenden nieuwe kennis gemakkelijker en beter georganiseerd kunnen ontwikkelen dan in face to face situaties zonder ICT. Het actief creëren van kennis is belangrijk voor daadwerkelijk leren.
  • Niet alle jongeren gebruiken interactieve media op dezelfde manier. Dit sterkt de verwachting dat op basis van gebruik van en betekenisgeving aan interactieve media jeugd-subculturen gevonden kunnen worden. Het bestaan van deze sub-culturen kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld preferente leerstijlen van jongeren en daarmee voor de inrichting van het onderwijs.
  • In plaats van informatie te absorberen, willen jongeren ermee werken. De productie van content (afbeeldingen, video, tekst en geluid) biedt de mogelijkheid om een persoonlijke narrativiteit te ontwikkelen.
  • Het kan niet dat een docent niet weet wat Hyves is.
  • Als je kikkers in een pan met warm water gooit, springen ze er meteen uit. Als je kikkers in een pan met koud water gooit en het water opwarmt blijven ze in de pan (en gaan ze dus dood). Dit zelfde gedrag zie je bij veel docenten. Disruptieve veranderingen zullen ze meteen ter zijde leggen, terwijl als het geleidelijk gaat ze uiteindelijk wel meegaan in de verandering.
  • Een hoogleraar als Ad Verbrugge klaagt dat zijn studenten niet kunnen spellen, maar hij vertelt er niet bij wat ze allemaal beter kunnen dan vroeger: presenteren, formuleren, Engels spreken. Is goed kunnen spellen belangrijk? De jongere generatie vindt dat helemaal niet. Die laat de computer de spelling controleren. We moeten het dus nog eens worden over de leerdoelen.
  • In het voortgezet onderwijs is het nieuwe leren nog betrekkelijk jong. Docenten en leerlingen zijn nog volop bezig met de ontwikkeling ervan. Het vraagt een gigantische cultuurverandering. Maar nog voordat het goed en wel uitontwikkeld is, wordt het al afgeschoten.
  • Deskundigen die bepalen welke inhouden er per vak aan bod moeten komen vinden alles belangrijk met als gevolg een overload aan eisen voor leerlingen en docenten. Hoe moet het dan wel? "Less is more": minder vakken, minder vakinhoud per vak.
  • Internationaal gezien heeft het Nederlandse onderwijs de afgelopen jaren een fantastische prestatie geleverd.
  • In het buitenland is men jaloers op onze onderwijsprestaties, terwijl er hier alleen maar ontevreden wordt gedaan.
  • We kunnen trots zijn op ons onderwijs en op de vernieuwingen.
  • De samenwerking tussen docenten van het zelfde vak en over vakken heen begon juist een beetje op gang te komen en nu komt de commissie Dijsselbloem met pleidooien voor het individueel machtigen van docenten. Nergens wordt duidelijk gemaakt dat het toch niet de individuele docenten zullen moeten zijn die hun invloed moeten doen gelden. Ik ben bang dat onderwijsvernieuwing van onderop gaat mislukken als dit niet een gezamenlijke onderneming van teams van docenten gaat worden, zowel vakteams als ook vakoverstijgende teams.
  • Met verwijt ons dat de wetenschappelijke onderbouwing van ‘het nieuwe leren’ gebrekkig is. Maar we hebben simpelweg niet de tijd. De ontwikkelingen in de samenleving gaan zo snel.
  • De eis van politici dat onderwijsvernieuwingen evidence based moeten zijn, getuigt van weinig inzicht in onderwijskunde als wetenschappelijk discipline. Je kunt in het onderwijs nu eenmaal niet experimenteren door een aantal studenten in controlegroepen te plaatsen om te zien of een bepaalde onderwijsmethodiek wel of niet aanslaat.
  • Belachelijk dat een commissie van politici [Dijsselbloem] de wetenschap gaat beoordelen.

Prof. Luc Stevens (Hoogleraar Utrecht. Directeur en oprichter van Nivoz, een onderwijsdenktank. Hoogleraar Ruud de Moor Centrum, het expertisecentrum van de Open Universiteit voor professionalisering van onderwijsgevenden. Hij was betrokken bij 'Weer Samen Naar School')

[Leerkrachten zijn professionele verleiders] [Het nieuwe leren in de bedrijvige school] [Oogstbundel Slash21] [Reactie op 'Het onderwijs verzuipt'] [Als het leuk is, leer je vanzelf]

  • Wezenlijk voor een nieuwe onderwijspraktijk is niet zozeer het resultaat, maar het proces.
  • Het huidige onderwijssysteem valt niet te optimaliseren. Aan het huidige systeem is alles verkeerd. Daar moeten we van af.
  • De huidige school is voor de meeste kinderen niet geschikt.
  • Natuurlijk zijn leraren ontevreden over het nieuwe leren, want dat gaat ten koste van hun centrale positie. Maar het nieuwe leren is onafwendbaar. Leerlingen vervelen zich. We moeten helemaal af van het klassikale onderwijs, dat is volstrekt onvruchtbaar.
  • Er zijn geen risico’s. Zo lang we met harde cijfers de risico’s van het bestaande onderwijssysteem kunnen beschrijven, zo lang ben ik niet bang een alternatieve onderwijswerkelijkheid te creëren.
  • Een vwo-leerling zegt tegen de rector: ik stop met de studie. Reden: ik run in het weekend een bezinestation. Ik ben verantwoordelijk voor tevreden klanten, de kas moet kloppen, het moet schoon zijn en ik heb de regie. Dan kom ik op school en moet ik in de bank gaan zitten en naar de leraar luisteren, naar wat hij denkt dat belangrijk is. Ik heb hier niets te doen. Ik ga.
  • We weten al lang dat je kinderen (van 9 à 10 jaar) kunt laten rekenen in ongeveer twintig weken, in plaats van zes jaar basisonderwijs.
  • Die lessen van vijftig minuten moeten we echt achter ons laten. Je kunt geen Frans leren in wekelijks twee keer vijftig minuten. Ga eens na hoe een kind thuis de moedertaal leert.
  • Leren lezen is net zo normaal en natuurlijk als leren spreken.
  • Er zijn maar heel weinig kinderen die met het huidig onderwijs op hun vermogen presteren. Iedereen zit er onder en de meesten zitten er ver onder.
  • Ik ben juist blij met het lerarentekort. Het is een uitgelezen kans om eindelijk het bestaande onderwijssysteem te doorbreken.
  • Er is een groot aantal scholen waar als gevolg van het lerarentekort flink wat onbevoegden staan en dat gaat uitstekend. Dat zijn mensen die het leuk vinden om met kinderen te werken. Er zijn verschrikkelijk veel mensen die zonder diploma een prachtige bijdrage zouden kunnen geven aan het onderwijs.
  • Een leraar 'heeft' geen kennis maar ‘is' kennis. Wij zijn primair gebonden aan onze handelingservaringen en 'know how' geeft de bagage om te handelen zoals de omgeving dat van ons vraagt. Dat is altijd meer intuïtief dan redenerend.
  • De mens zit zodanig in elkaar dat hij eerst gemotiveerd moet zijn om vervolgens te kunnen leren.
  • Inzichten uit de neuro-biologie laten zien dat wij uitdaging zoeken. De systemen in de hersenen worden dan geactiveerd, er worden nieuwe verbindingen gemaakt. Een systeem dat dwingt te leren is niet uitdagend, terwijl dat juist essentieel is voor de vorming van verbindingen. Ook biedt het geen benutting van de reeds aanwezige kennis.
  • ’De stof afhebben’, ‘overgaan’, ‘goede cijfers halen’: het zijn allemaal constructies, bedenksels. Ze stellen niks voor.
  • De docent moet de kunst leren van het niets-doen; daardoor krijgen de kinderen de ruimte en merken ze dat jij als leraar bezig bent met je werk.
  • De leerlingen leren je wel hoe je je werk moet doen, ze leren het je graag!
  • Een initiatief als dat van Iederwijs is nodig, een initiatief dat een grote diversiteit aan bouwstenen vormt, in een nieuw perspectief, en niet in een bestaand systeem.
  • Er is behoefte aan mensen die de kenniseconomie verder kunnen geleiden, die kennis kunnen delen, kennis kunnen bouwen, creatieve innovaties kunnen ontwerpen, problemen kunnen oplossen. In de context van dit soort eisen lijkt niet een standaard onderwijsaanbod en de controle daarvan of een canon relevant omdat het niet om parate (vak)kennis gaat, maar primair om bekwaamheden: passend kunnen handelen.
  • We vertrekken traditioneel van uit de geachte dat elk vak een zogenaamd ‘body of knowledge’ heeft, een vaststaand, vakspecifiek geheel aan begrippen, kennis en ideeën. Dit hele idee gaat uit van een negentiende-eeuwse opvatting van de menselijke ontwikkeling.
  • Wat moet er anders in het onderwijs ? Voor mij is het allerbelangrijkste: bewustzijn van eigen leren en eigen ontwikkeling.
  • Pedagogisch is het Slash-initiatief geslaagd:
    - Slash-leerlingen hebben een hoog bewustzijn van de eigen ontwikkeling.
    - Slash-leerlingen zien de docenten als betrouwbare bron.
  • Als scholen hun eigen onderwijspraktijk ontwerpen, is vergelijkend rendementsonderzoek niet meer aan de orde.
  • Heel paradoxaal is de huidige aandacht voor taal en rekenen. Alsof we een land van analfabeten zijn.
  • Het grote probleem met de studenten die op de universiteiten en de hogescholen aankomen was en is nog steeds niet dat ze te weinig weten of onvoldoende potenties hebben maar dat ze gaan zitten wachten. De attitude klopt niet. Gebrek aan creativiteit. De zogenaamde achterstand waar vaak over gesproken wordt en waar dik politiek mee gemaakt wordt door hogescholen en universiteiten is fictief. Als er al een achterstand is, is deze in 3 maanden weg te werken.
  • Ik ontwaar een hecht conservatief collectief, dat iedere vernieuwing tegenhoudt: het ‘eerstegraads-esablishment’. Het eerste-graads-establishment heeft de publieke opinie in een stevige houdgreep. Wekelijks lees je wel weer dat de pabo zo slecht zou zijn, omdat men er geen rekenen of taal meer leert. Ik vind het een gotspe. De pabo’s werken hard aan spellen en rekenen en het is van een ongekende brutaliteit om de opleidingen alleen daarom in de hoek te zetten.
  • De felle toon van BON is ongepast. De kritiek komt vooral van de zijlijn. Ik vind opvoeding en onderwijs veel te ernstig om zo over te polariseren. De kritiek op het nieuwe leren doet geen recht aan de werkelijkheid en het niveau van het debat wordt minder en minder.
  • De leraren die hen [Ad en Marijke Verbrugge] voor ogen staan zijn niet het slachtoffer van politieke krachten en allerlei storende bemoeienissen van buiten, maar hebben zichzelf tot slachtoffer gemaakt door niet op te letten en toen ze niet opletten hebben anderen het domein onderwijs geclaimd. Zij zijn niet alert, zelfkritisch en pro-actief geweest terwijl hun omstandigheden de afgelopen decennia zich ingrijpend wijzigden.
  • Ik begrijp die geprikkelde reacties over Iederwijs niet. De kinderen worden daar serieus genomen. Er is een rijke omgeving waarin een volwassene aanwezig is, nou dat is toch een omgeving waarin je kunt leren? Alleen als je twee jaar geen zin hebt om lezen te leren, dan krijg je die tijd. Wat is daar nu mis mee? Anderen hebben niet het recht in de plaats te gaan staan van het initiatief of van ouders die kiezen voor Iederwijs. Ze hebben er geen ervaring mee dus ze kunnen er niet met gezag over spreken.
  • De vermeende bezwaren tegen nieuwe onderwijspraktijk hebben geen realiteitswaarde, eenvoudig omdat er nog nauwelijks ervaringsgrond is. Er is nauwelijks nog over gepubliceerd en wat bekend is kan niet zomaar worden geïnterpreteerd.
  • Nergens ter wereld is wetenschappelijk bewezen dat de leerlingen van de klassieke aanpak profiteren.

Prof. Wim Veen (Hoogleraar 'Educatie en Technologie' aan de TU-Delft. Studeerde Sociale Geografie. Bedenker van de term 'Homo Zappiens'. Hij werkte in een groot aantal nationale en internationale projecten die zich richtten op de invoering van computers in scholen. Verder werkt hij als consultant voor publieke en private organisaties. Veelgevraagd spreker)

[OMOlogie 2007-2008 nr. 6] [Homo Zappiens] [Zappend naar je diploma] [De homo zappiens heeft de toekomst] [Homo Zappiëns vragen nieuw type onderwijs] [Computers in de les 2.0]

  • De huidige e-generatie kan 3 programma’s tegelijk volgen op TV. Ze is haast net zo multitasking als een moderne computerbesturing. Chatten, telefoneren en muziek luisteren gaat tegelijkertijd.
  • Informatie op het scherm lezen jongeren niet; ze scannen het beeld.
  • Door hun dagelijkse omgang met digitale media leggen jongeren andere verbindingen in hun hersenen en krijgen zo uiteindelijk een ander brein.
  • De generatie die nu opgroeit, bouwt al op jonge leeftijd een enorme kennisvoorsprong op in vergelijking met vorige generaties.
  • Al spelend op de pc doen kinderen tal van sociale vaardigheden op. Kinderen hebben echt ontzettend veel contact met elkaar. Wat maakt het uit dat het alleen virtueel is?
  • Als studenten een probleem moeten oplossen, bellen ze vrienden of zoeken ze op internet. Als je studenten vraagt om hun mobieltje tijdens de les uit te zetten, is dat dus eigenlijk of je ze amputeert.
  • Het referentiekader van Homo Zapiens is menu- , trefwoord- en tags-georiënteerd.
  • Kinderen zijn gewend beelden tot zich te nemen en hebben daardoor de vaardigheid om onderzoekend, niet-lineaire informatie te scannen en toch de betekenis te bevatten.
  • Computergames hebben kenmerken die waardevol zijn voor het onderwijs.
  • Bekijk het spel 'Grand Theft Auto': je scheurt in een grote auto rond en je rijdt iedereen plat die je tegenkomt. Gewelddadig ? Welnee. Computerspellen gaan niet over geweld maar over problemen oplossen, je strategie bepalen. Ganzenbord, schaak, dat zijn pas gewelddadige spellen. Schaken is toch iedereen van het bord gooien?
  • Een ondernemer vertelde mij dat hij een jongen onmiddellijk had aangenomen nadat hij verteld had hoe goed hij wel niet was in het populaire computerspel 'World of Warcraft'.
  • De vaardigheden van de screenagers om snel, veel en discontinue informatie te verwerken en te gebruiken voor leren en werken is een garantie voor de overleving van onze informatiemaatschappij van de 21ste eeuw.
  • De Homo Zappiens is op zijn 21e uitgegroeid tot een ervaren communicator, een creatieve probleemoplosser, een zelfsturende lerende en een digitale denker. Precies het type waar ze in het bedrijfsleven om zitten te springen.
  • Wij zijn digitale immigranten in een wereld waarin de nieuwe generatie domineert.
  • De school is een ontmoetingsplaats voor vrienden, geen plek om te leren.
  • Leren = zoeken naar betekenis.
    Kennis = niets anders dan communicatie over de betekenis
    Het nieuwe leren = niet begrijpen wat anderen hebben bedacht, maar zelf nieuwe ideeën bedenken.
  • We praten over gratis schoolboeken. In Korea wordt alle lesmateriaal al verplicht digitaal aangeboden. Hoezo modern?
  • Dat leerlingen moeite hebben om een uitleg van 10 minuten te volgen, heeft niets te maken met hun intensief ict-gebruik. Het is juist het onvermogen van diegene die uitlegt om in korte tijd zijn punt te maken. Als je de msn-communicatie analyseert blijkt dat jongeren hun informatie sterk gecondenseerd aan elkaar doorgeven.
  • Wij hebben een diep geworteld gevoel dat boeken goed zijn en computerspellen slecht. Het is maar de vraag in hoeverre die veronderstelling waar is. Voor de e-generatie is de biblioteek maar een vreemd fenomeen.
  • Hoe kun je nu in godsnaam Frans leren in lesjes van 45 minuten?
  • Waarom moeten we iedereen individueel toetsen op exact dezelfde kennis als het er uiteindelijk, in het echte leven, om gaat dat we samen alles weten?
  • Spieken is een prima manier van informatieverwerking. Het zou aangemoedigd moeten worden. Individuele tentamens waarbij de tafels in rijen staan, zodat studenten niet kunnen spieken, zijn echt niet meer van deze tijd.
  • Luiheid is de hoogste vorm van efficiency en moet dus niet langer als een negatieve eigenschap van mensen worden gezien. Efficiënt werken is een deugd. Een school zou dus moeten belonen dat studenten het werk met zo min mogelijk energie willen klaren. Dat doet het bedrijfsleven al eeuwen.
  • De lineaire leermethoden die veel basisscholen nog gebruiken, zijn absoluut niet meer van deze tijd. Klassikale lessen, dat is niks voor kinderen. Het onderwijs moet zich aanpassen aan de nieuwe internetgeneratie. Het stellen van leervragen is belangrijker geworden dan het beantwoorden ervan.
  • Wat nog onvoldoende wordt onderkend is dat deze generatie een geheel eigen en nieuwe leerstijl ontwikkelt die in schril contrast staat met de onderwijsmethoden in de meeste onderwijsinstellingen. Het Nederlandse onderwijs is nog grotendeels gebaseerd op geschreven teksten, docentsturing en lineaire leerprocessen. Maar de manier waarop de netgeneratie van kinds af heeft geleerd verloopt via beeldschermen, beelden, clips, iconen, geluid, spelletjes waarin zij vrij experimenteren, onderzoeken en oplossingstrategieën ontwikkelen. Hun leren is netwerk gebaseerd, is niet-lineair en efficiënt.
  • De rol van onderwijzers en leerinstellingen moet veranderen. Die worden regisseur, ondersteuner, online discussieleider, inspirator, vernieuwer en een resource persoon tegelijk. Vooral het ontdekken en stimuleren van onvermoede talenten wordt daarbij belangrijk. De docent die als arbeidsmarkt watcher werkt en als makelaar het gat tussen de theorie en praktijk verkleint.
  • Het kapitalisme zoals we dat nu kennen is ten dode opgeschreven. De Homo Zappiens weet dat je met samenwerken meer bereikt. Die wil geen voorgekauwde teksten, laat staan vaste procedures en regels, maar die wil ontdekken. Een andere nagel aan de doodskist van het kapitalisme is de economische en ecologische crisis: duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid worden centrale begrippen in het nieuwe ondernemen. Het deksel van de kist wordt ten slotte dichtgeklapt door technologische vernieuwing: de wereld is tot nog toe gekenmerkt door schaarste van informatie en van communicatie. Al deze beperkingen worden door de technologie opgeheven. Er ontstaat een nieuwe vorm van economische samenwerking, het kapitalisme voorbij. Ik noem dat ‘ecoisme’. In dit systeem is het natuurlijk evenwicht tussen organisaties belangrijker dan het streven naar persoonlijke winstmaximalisatie of waarde voor aandeelhouders.

Jozef Kok (Lector 'Het Nieuwe Leren' bij Fontys. Adviseur van de KPC groep. Voorzitter van de Adviesraad PO Platform Kwaliteit en Innovatie. Coördinerend procesmanager van het Proces- Management Primair Onderwijs (PMPO). Voorzitter van het InspiratieComité van MultiTalent. Medeauteur van het rapport 'Talenten Excelleren')

[50 vragen over het nieuwe leren] [Talenten Transformeren]

  • Ga eerst na waarom de Tweede Fase is mislukt en zoek daarbij vooral naar oorzaken die binnen je eigen bereik liggen. Leren van mislukkingen past binnen Het nieuwe leren.
  • Bevoegdheden zullen steeds minder een afgeleide zijn van de studie in een vakdiscipline. Tenzij je beperkt inzetbaar wil zijn als domeinexpert die op afroep beschikbaar is.
  • Er is niets mis met stimuleren van leerlingen, als het maar niet zo ‘direct’ gebeurt dat het wordt ervaren als ‘opleggen’.
  • De ervaring leert dat je je eerste school bouwt voor een ander, de tweede voor je vriend en pas de derde voor jezelf.
  • Werken aan talentontwikkeling en meervoudige intelligentie sluit naadloos aan bij de opdracht aan het onderwijs om uit kinderen te halen wat er in zit. Dat bereik je niet met standaardisering van leerresultaten en processen. Dat vraagt om maatwerk.
  • Alle scholen en besturen moeten in ruil voor minder, of liever nog ander inspectietoezicht, gaan werken aan kwalitatief hoogwaardige vormen van meervoudige publieke verantwoording.
  • Sociale systemen, zoals een leergroep, een school, zijn niet van buitenaf te organiseren. Die kunnen alleen zichzelf organiseren op basis van een lerende aanpak. Daarvoor is een professionele conversatie nodig tussen de werkers van dat systeem. Daarbij wordt kennis iedere keer opnieuw geconstrueerd.
  • Om kinderen weer enthousiast te maken voor wetenschap en techniek, is innovatie nodig in het onderwijs. We moeten rijke leeromgevingen inrichten waar kinderen nieuwsgierig mogen zijn, relaties kunnen opbouwen en in toenemende mate zelf sturing kunnen geven aan hun eigen leren en ontwikkeling. Onderwijs moet daarvoor uit zijn isolement gehaald worden en verbinding zoeken met ouders, jeugdzorg, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven.
  • Kennis is niet uit voorraad leverbaar, maar wordt in elke situatie opnieuw gemaakt. Er is geen algemeen toepasbare, geabstraheerde en ‘transporteerbare’ kennis die vervolgens in allerlei nieuwe contexten kan worden toegepast.
  • Neurobiologen pleiten voor realistische en ‘holistische’ leerervaringen en voor onderwijs dat het denken stimuleert via complexe opgaven.
  • Het concept 'het nieuwe leren' is ontstaan vanuit wetenschappelijk onderzoek naar leer-en ontwikkelingsmogelijkheden (het constructivisme) en naar de werking van de hersenen.
  • Juist in de natuurwetenschappen zien we nieuwe ideeën over ‘de’ waarheid. Zo blijkt het ten principale onmogelijk om op (sub)atomair niveau, massa en snelheid van een deeltje tegelijk vast te stellen (de onzekerheidsrelatie van Heizenberg). Als de enige echte waarheid niet meer bestaat, heeft het ook geen zin meer die nog te zoeken.
  • De chaos- en systeemtheorie levert een aantal aanknopingspunten voor het ontwerpen van een onderwijsarrangement:
    - de toekomst van een onderwijsarrangement is onvoorspelbaar en gevoelig voor kleine veranderingen in de beginvoorwaarden. Via kleine stap-voor-stap-veranderingen kan soms een sprong naar een hogere orde van functioneren worden gemaakt.
    - soms is chaos nodig om tot een hoger niveau van complexiteit te komen, maar blijf wel vertrouwen houden in het zelforganiserend vermogen van een onderwijsarrangement.

Prof. Wijnand Wijnen (Onderwijskundige aan de Universiteit Maastricht. Mede-ontwerper van het studiehuis. Lid van de stuurgroep 2e fase.)

  • Leerlingen zijn leergierig; ze leren van binnenuit, zoals ze ook leren lopen zonder dat iemand voordoet hoe dat moet.
  • Binnen het studiehuis zal een zieke docent niet meer relevant zijn. De leerlingen leren gewoon zelfstandig verder.
  • Een stelling zou kunnen zijn dat docenten in een frontaal, klassikale opzet slechts in beperkte mate hun mogelijkheden kunnen inzetten, terwijl het studiehuis een meer gevarieerde inzet van mogelijkheden en bekwaamheden niet alleen mogelijk maakt maar zelfs vereist. Verondersteld mag dan ook worden dat de nieuwe situatie ook voor docenten leidt tot nieuwe uitdagingen waarop velen van hen inmiddels langere tijd hebben gewacht. Gevarieerdheid in werkvormen leidt ook voor docenten tot een meer aantrekkelijke taak.
  • Gun ons toch eens een jaar of tien experimenteren in het onderwijs.

Prof. Rob Martens (Hoogleraar 'Multimedia educatie' Open Universiteit. Onderzoeksleider bij het Ruud de Moor Centrum, het expertisecentrum voor professionalisering van onderwijsgevenden)

[Prijsschieten op onderwijsvernieuwers] [BON is boos] [In het oog van de storm] [De docent als enthousiaste ontwerper van eigen digitaal leermateriaal]

  • Ik geloof in het beeld van de nieuwe generatie, die anders leert, omdat ze is opgevoed met nieuwe technologie. Die generatie moet op een andere manier gemotiveerd worden.
  • Er is echt iets gaande. Ik heb bijvoorbeeld een smartphone. Alle informatie van de wereld kan ik hiermee tot mij nemen.
  • We discussiëren over nog meer kennistoetsen terwijl over een paar jaar iedere leerling alle kennis van de hele wereld permanent mobiel bij zich heeft.
  • Misschien weet die leerling inderdaad wel minder van wat de docent belangrijke kennis vindt. Maar als diens computer vastloopt, is het wel diezelfde leerling die hem in een handomdraai weer aan de praat krijgt. En diezelfde leerling weet binnen de buitengewoon teleurstellende verzameling van filmpjes die YouTube heet, razendsnel de pareltjes te vinden.
  • Binnen enkele jaren zal internet uitgegroeid zijn tot de belangrijkste bron van informatie.
  • Wim Veen, het is goed dat je voortdurend laat zien dat we niet bang moeten zijn voor radicale onderwijsinnovatie. Ik hoop je nog veel tegen te komen bij allerlei onderwijsvernieuwers.
  • Een blik op de positieve effecten van de inzet van ICT in het onderwijs leert dat de communicatie verbetert en verdiept, alles wordt interactiever, leerlingen kunnen spelenderwijs leren en de digitale wereld sluit veel beter aan bij de leefwereld van leerlingen. Kinderen communiceren, gamen, maken profielen aan, laten berichten achter bij nieuwsberichten. De web 2.0 gedachte. Er gebeurt van alles: webquest, digitale beeldbanken, mediawijsheid, klikstart, lopend leren, time out.
  • Leerlingen en studenten, zijn in toenemende mate ook producenten van informatie en kennis.Wat enkele jaren geleden nog volstrekt ondenkbaar was, is nu realiteit op school: scholieren kunnen heel makkelijk iets filmen met hun mobiele telefoon en dat vervolgens gratis op internet plaatsen. De grens tussen makers en gebruikers van informatie vervaagt. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de positie van de docent en voor het onderwijs als zodanig.
  • Het is wetenschappelijk te staven dat de integratie van verschillende communicatiemedia in het leerproces de motivatie van leerlingen versterkt en daardoor tot betere resultaten leidt. Plezier, autonomie, controle en de vrijheid komen centraal te staan.
  • Alle vormen van het nieuwe leren zijn gedoemd te mislukken als de leerlingen aan het eind van de rit ouderwets getoetst worden.
  • De fixatie op basisvaardigheden (bijvoorbeeld rekenen en spellen) en CITO-scores gaat voorbij aan de wereld van morgen, waarop de leerling van nu voorbereid moet worden.
  • We zijn ons echt veel te weinig bewust van de gevaren van de sterk toenemende toetscultuur. Uiteindelijk zullen al die metingen leiden tot ongemotiveerde leerlingen en meer schooluitval.
  • De meeste hervormingen mislukten omdat ze te weinig radicaal waren; ze vertoonden nog te veel gelijkenissen met de traditionele schoolgrammatica.
  • Ik vind dat scholen moeten ontschotten. Op sommige scholen zie je dat steeds verder doorgevoerd, ook letterlijk. Daar zijn zelfs geen strikt gescheiden leerruimtes meer.
  • Veel mensen in het onderwijs overschatten nog altijd de opbrengst van formeel leren. Wetenschappers zeggen juist dat het leren van mensen voor 80 tot 90 procent bestaat uit informeel leren.
  • Iederwijs is een grote sprong in het diepe. In plaats van ons alleen af te vragen waarom mensen zo'n sprong wagen en waar hun kinderen in Godsnaam terecht zullen komen, dwingt lederwijs ook om ons af te vragen of het niet een reddings­sprong is uit een zinkend schip.
  • Of leerlingen de natuurlijke nieuwsgierigheid op kunnen brengen voor zaken als Franse grammatica of wiskunde? Ik denk dat het antwoord ja is. Leerlingen die met een docent een aantal bruggen gaan bekijken en zelf uitzoeken waarom die bruggen niet instorten, doen heel veel wiskundige kennis op.
  • De 'Einstein-generatie' zijn inmiddels de twintig-jarigen. De huidige jongeren zouden we misschien het beste 'Einstein-kwadraat' kunnen noemen.
  • Onze boodschap is altijd genuanceerd, nooit zwart-wit. Vergeet niet dat onderwijs erg gecompliceerd is. Je kunt het niet in een laboratorium nabootsen, of experimenten uitvoeren met kinderen.
  • Jongens kunnen uitstekend plannen, maar hebben moeite met een strak gareel van veel opdrachten en saaie verplichtingen met weinig ruimte voor eigen exploratie.
  • In de felle kritiek op onderwijsvernieuwing moet vooral angst voor verandering worden gelezen in een sector die lange tijd opmerkelijk onveranderd is gebleven.
  • Eerlijk gezegd ken ik geen beroep waarin zo weinig veranderd is als dat van de leerkracht.
  • We zien een docent die zich terugtrekt in het veilige domein van de klas, die alleen maar ‘tweedehands’ kennis uitlevert (bijvoorbeeld over onderzoek dat hij niet zelf gedaan heeft, of lesmateriaal dat hij niet zelf ontwikkeld heeft), die gebrek aan veranderingsbereidheid vertoont. Dat de Nederlandse docent zich onvoldoende gedraagt als een professional is overigens geen nieuw probleem. Het Nederlands onderwijs is hier lang mee weggekomen. Maar het wringt steeds meer aan de vooravond van de multimediarevolutie.
  • Het werk van de enthousiaste onderwijsvernieuwers wordt onderhand zwaar gefrustreerd en op jaren achterstand gezet door hard schreeuwende maar slecht-geïnformeerde stemmingmakers.
  • De parlementaire onderzoekscommissie-Dijsselbloem concludeerde dat te veel hervormingen hebben plaatsgevonden en dat er te weinig aandacht is voor toetsing en de basisvaardigheden. Die conclusies zijn inmiddels heftig bekritiseerd. Er is juist veel te weinig hervormd, en uitgerekend met de basisvaardigheden en het onderwijs daarin is weinig mis. Internationale vergelijkingen laten zien dat Nederlandse leerlingen steevast in de mondiale top 10 staan. En toch is er reden tot zorg. Waar het Nederlands onderwijs al vele tientallen jaren goed is in het bijbrengen van de basisvaardigheden, is het welbeschouwd ook conservatief geworden.
  • Wie zich op de hoogte stelt van de feiten, en de rapporten leest waar Verbrugge cs gebruik van maken, ziet dat er stelselmatig misleid wordt. Bijvoorbeeld de aantijging dat leerlingen van nu minder weten dan vroeger. Onzin. Wie de moeite neemt het rapport van de onderwijsraad te lezen, zoals Ron Ritzen, ziet dat er juist geen enkele aanwijzing is voor een systematische achteruitgang .
  • Hoe graag de onderwijsbashers het ook willen zien, er is geen sprake van een achteruitgang van het kennisniveau van de Nederlandse leerling. De onderwijsinspectie concludeerde onlangs dat het onderwijs het beter doet dan 10 jaar geleden. Eerder concludeerde de onderwijsraad ook al dat er geen sprake is van achteruitgang van het kennisniveau. En het CITO vond het ook al.
  • Als er al een beweging in het kennisniveau is, dan is deze omhoog: Nederlanders presteren steeds beter op intelligentietests, doen het goed in internationale onderwijsvergelijkingen en het percentage hoger opgeleiden in de beroepsbevolking klimt gestaag.
  • Het geklaag en gezaag wint het, met als gevolg dat het percentage ouders dat van mening is dat hun kind te weinig leert op school in één jaar tijd is verdubbeld! Maar er is geen sprake van meetbare achteruitgang. Mensen die klagen, klagen dan ook eigenlijk over iets anders. Ze zijn vaak bang voor iets anders en projecteren dat vervolgens op het onderwijs.
  • Goedkope journalistiek vaart op makkelijke slachtoffers. Uit mijn Leidse onderwijstijd ken ik veel onderwijskundestudenten. Het zijn vrijwel altijd nette meisjes met als belangrijkste studiemotief dat ze "iets met kinderen willen doen". Blond, hockeyend of korfballend en vrijwilligster in een buurthuis. Van een heel ander kaliber dan advocaten, apothekers of vaatchirurgen, die absurde aantijgingen aan hun beroepsgroep allang in de kiem gesmoord hadden met snoeiharde juridische procedures of hun Haagse lobby.
  • De overgrote meerderheid van de tegenstanders van het nieuwe leren behoort tot de 'oude garde', de babyboomers. Een generatie die het grote woord nooit geschuwd heeft en die volgens sommige 'generatie-Einstein'-jongeren vooral goed was in het verdedigen van haar eigen belangen. Voor een deel hebben we dus te maken met een generatieconflict.

Prof. dr. Gerard Westhoff (Hoogleraar 'Didaktiek van de moderne Talen' aan de Universiteit Utrecht)

[Leren overdragen] [Competentiegericht leren en de vakdocent]

  • Kennis is geen ziekte. Ziekten kun je overdragen. Kennis moet geconstrueerd worden.
  • Er bestaat geen directe relatie tussen wat een leraar onderwijst en wat een leerling leert.
  • In veel klassikaal-frontaal onderwijs pakken docenten het hele leerproces van de leerlingen af. Daarmee reduceren zij de leerlingen tot auditorium van hun eigen leren.
  • Als we al meer zouden moeten overdragen is het niet kennis, maar het leren zelf.

Prof. Fred Korthagen (Bijzonder hoogleraar aan het Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden (IVLOS) van de Universiteit Utrecht. Mede-directeur van het Instituut voor Multi-level learning en Kernreflectie. Gestalt-therapeut)

  • Niet de theorie of de competenties maken iemand tot een goede leraar maar de persoonlijke kwaliteiten. Door de grote nadruk op de te verwerven competenties en de technisch- instrumentele invulling daarvan is de totale persoon van de leraar uit het oog verloren. Leraren maar ook kinderen worden pas echt gekend en kunnen zich pas echt ontwikkelen als alle niveaus die hun zijn en hun handelen beïnvloeden, serieus genomen worden. Betrokkenheid, identiteit, overtuigingen, competenties, gedrag en dat wat je tegenkomt moeten in balans zijn en erkend worden.
  • In het werk van Peter Senge staat het begrip ‘presence’ centraal. Daarmee wordt verwezen naar het belang van het ons verbinden met onszelf als tegenhanger voor de gerichtheid op de buitenwereld. Senge e.a. zien die verbinding tussen binnen en buiten zelfs als een essentiële ontwikkelingsrichting voor de mensheid als geheel. Nauw verwant aan het begrip ‘presence’ is het begrip ‘mindfulness’. Mindfulness verwijst naar ons vermogen om ons hier-en-nu gewaar te zijn van ons lichaam, denken, voelen, willen en van gewaarzijn zelf.

Prof. Joseph Kessels (Hoogleraar 'Human Resource Development' aan de Universiteit Twente)

[Ondernemend leren in een netwerk]

  • Het is de kern van leren en kennisontwikkeling: leren gaat niet over het belasten van het geheugen. Het gaat over het maken van verbindingen. Het verbinden is de essentie van het leren in netwerken.
  • De opvatting dat kennis een subjectieve bekwaamheid is die je niet kunt overdragen, maar die elk individu zelf opnieuw dient te verwerven, vraagt om een competentiegericht curriculum.
  • Het is evident dat er een radicale verschuiving nodig is van het overdragen van de inhoud van schoolvakken naar het verwerven van relevante en duurzame bekwaamheden.
  • De kenniseconomie vraagt meer naar kennis die de vorm aanneemt van een persoonlijke bekwaamheid.

Prof. Nijs Lagerweij (Hoogleraar onderwijskunde. Directeur 'Edu Design'. Hij was betrokken bij het middenschoolproject)

[Onderwijskrant]

  • Het concept 'natuurlijk leren' is een voorbeeld van denken volgens de chaostheorie waarin het begrip 'zelforganisatie' centraal staat.
  • Het lesgeven is nauwelijks veranderd, terwijl de basisvorming dat wel vereist. Hier mislukt niet de basisvorming. Hier falen leraren.
  • Het gaat niet om een synthese tussen het 'Oude' en het 'Nieuwe Leren', maar om een radicale vervanging van het 'Oude' door het 'Nieuwe'.
  • De ontwikkelaars van de scholen die experimenteren met het 'Nieuwe Leren' spreken terecht in termen van de chaostheorie, van aardbevingen, in het diepe springen, alles loslaten, sidderen, worstelen, enz.
  • Ouders stellen de belangen van hun kinderen boven het collectief ideaal.
  • Ik ben altijd onder de indruk van de schoolleider die erin slaagt om de mensen mee te krijgen. Vaak zit daar wel een autoritair element in: ‘Als je niet mee wil, moet je weg’. Die zijn het geëtter van mensen die dwarsliggen zat.

Frans Nauta (Secretaris van het Innovatieplatform. Oprichter Nederland Kennisland. Lector 'Innovatie' Hogeschool HAN)

  • Standaard zou ik de regel willen voorstellen dat vijftig procent van alle innovatieve onderwijsprojecten hoort te mislukken. Als dat percentage lager ligt is er te risicoarm geëxperimenteerd.

Henk Vos (Onderwijskundige aan de Universiteit Twente)

  • Reflecteren is een belangrijk onderdeel van het leerproces en een middel tot metacognitieve ontwikkeling. Reflecteren en leren reflecteren zijn verschillende zaken. Voor diep leren is diepe reflectie nodig. Als het ene type reflecteren vaker voorkomt dan het andere, is het zinvol om te trachten een taxonomie van reflecteren te ontwikkelen. Een taxonomie van reflecteren heeft als voordeel dat duidelijk wordt wat de eenvoudigste, en dus gemakkelijkste, vorm van reflecteren is, en wat een meer gecompliceerde. Een taxonomie van reflecteren kan ook bijdragen om helderder te krijgen wat de essentie van reflecteren eigenlijk is. Daardoor kunnen docenten de reflectieve opdrachten beter focussen op het leren reflecteren naast het reflecteren op een bepaalde inhoud.

Prof. Marcus Specht (Hoogleraar 'Advanced Learning Technologies' bij het het onderzoeksinstituut van de Open Universiteit)

  • De student van de toekomst eist informatie en begeleiding die past bij zíín situatie of context op het moment dat híí het nodig heeft. Mobieltjes zijn dé technologie om dat soort contextgebonden leren te bieden.

HOGESCHOOL LECTOREN

"Lectoraten beschouw ik als de kroonjuwelen van het hbo die een grotere bekendheid verdienen. Lectoren moeten zich meer manifesteren onder het motto: be good and tell it."
Doekle Terpstra

Frank de Jong (Lector 'Competentieontwikkeling' aan de Stoas Hogeschool )

[youtube]

  • De in de traditie van het oude klas-onderwijs opgeleide generaties uiten in de media en op elke andere plek hun angst en behoudendheid over het niveau en de hoeveelheid verworven quiz-kennis die met te weinig of slechte kennistoetsen worden afgecheckt in het nieuwe onderwijs. De realiteit is echter ook dat in de vele malen grotere wereld buiten de school het anders leren van de net-generatie niet te stuiten is. Het voorziet in hun drang naar het ontdekken en zingeven aan hun wereld waarvan de horizon globaliseert. Het ‘uitzetten’ van die wereld vol technologie en participatie in de school werkt demotiverend, wekt weerzin, verveling en leidt uiteindelijk tot te veel drop-outs.
  • Een compententie is op zijn minst méér dan de som der delen kennis, vaardigheden en attitudes nodig in een professie. Het betreft je hele ‘tacit’, gecodificeerde en episodische kennis, maar ook vaardigheden, houdingen en persoonlijke kenmerken die je adequaat in de specifieke context van je werk weet te gebruiken. Het betreft een ‘toepassen van’ dat uitstijgt boven het repliceren van routinehandelingen. Competentie is dus meer dan het herkennen van een bepaalde situatie en het daarop reageren met het repliceren van geleerde handelingen. Competentie is meer dan de regels toepassen. Competentie is een anticiperende activiteit, een organisch cluster van beredeneerde, betekenisvolle en relationele handelingen en relaties met en in de omgeving. Het is anticiperen op een bepaald resultaat of bepaalde oplossing van een probleem. In die zin is competentie niet zozeer een cluster van vaardigheden, attitudes en kenniselementen, maar veel meer een aan een context gerelateerd holistisch relationeel geheel van kennis, kunde en iemands ‘Umwelt’.
  • Via een pilot hebben we op de lerarenopleiding de ‘ideegecentreerde’ didactische benadering geïntroduceerd. Er wordt gepoogd een kennis constructievere en betekenisvolle realisatie van flankerend onderwijs te bewerkstelligen. Werkend vanuit de aanvankelijke idee dat studenten hebben over een onderwerp, thema of werkplekactiviteit, bouwen studenten aan hun eigen conceptuele kennis in een kennisleergroep door met elkaar over hun ideeën in gesprek te zijn en op elkaars kennisideeën voort te bouwen. Input daarvoor zijn hun werkplek ervaring en de in het flankerende onderwijs aangereikte theorieën. Leidend zijn hun vragen als ‘wat werkt er voor mij?’, ‘Welke toekomst heeft deze theorie?’. De resultaten laten zien dat de studenten in de pilotgroep verschillende niveaus van dieper begrip bereiken. Op het conceptuele niveau van ‘leren’ zien we dat er een verschuiving plaats vindt van ‘belief mode’ naar een ‘kenniscreatie’ leervorm. Op het niveau van leerprocessen zien we dat studenten zich bewegen van ‘dingen doen voor school’ naar ‘dit helpt mij om een professionele docent te worden’. Op het competentieniveau zien we dat studenten de theoretische achtergrondkennis op een betere wijze ontdekken, tot zich nemen en verwerken.
  • We willen een metataal ontwikkelen waarin je competenties kunt beschrijven. We nemen voorlopig als uitgangspunt de SHL-competenties. In januari willen we zover zijn dat we een aantal competentieschakels compleet hebben. Die willen we testen in een pilot. Daarvoor hebben we een Rigoproject ‘Tom Tom’ aangevraagd.

Jos Castelijns, Marjan Vermeulen (Lectoren 'Kantelende Kennis' aan de PABO)

[De leerlingen mogen het zeggen]

  • Het Interactum lectoraat 'Kantelende Kennis' baseert zich mede op de sociaal-constructivistische leertheorie. Volgens deze theorie kunnen mensen nooit de complete werkelijkheid bevatten; zij kunnen hooguit betekenissen toekennen aan onderdelen ervan.
  • Kennis van de werkelijkheid is niet universeel, staat niet vast. Gevolg is dat kennis niet door middel van onderwijs overgedragen of via onderzoek ontdekt kan worden. Kennis wordt door mensen gezamenlijk gecreëerd, en moet bruikbaar zijn in de gegeven context.
  • Leren is een sociaal-interactief proces geworden. Leerlingen ontwikkelen gezamenlijk nieuwe kennis door op basis van een vraagstelling of een probleem informatie te verzamelen uit eigen ervaringen. Aan die ervaringen kennen zij gezamenlijk betekenis toe, vervolgens bepalen zij de consequenties van die betekenissen voor hun ontwikkeling.
  • Niet alleen leerlingen leren, maar ook de leerkrachten en de schoolorganisatie. Schoolorganisaties worden voortdurend uitgedaagd om verbindingen te zoeken tussen verschillende standpunten en betekenissen, op basis waarvan een nieuw gemeenschappelijk referentiekader kan worden gevonden.

Monique Volman (Lector 'Identiteitsontwikkeling' aan de Ichtus Hogeschool)

[Identiteitsontwikkeling in de school] [Mooie verhalen horen ook bij het Nieuwe Leren]

  • Een probleem is dat de identiteiten die leerlingen in de loop van hun persoonlijke geschiedenis al hebben ontwikkeld, zelden als relevant voor het leerproces worden beschouwd. Daardoor wordt geen optimaal gebruik gemaakt van de motivaties, kennis en vaardigheden die leerlingen (voor een aanzienlijk deel ook buiten de school) hebben opgebouwd, en kan geen rekening gehouden worden met bestaande identiteiten die belemmerend zijn voor leren.
  • Het lectoraat gaat een visie ontwikkelen op de identiteitsontwikkeling van leerlingen, in het kader van de pedagogische opdracht van de school. Dit moet leiden tot vernieuwing en verbetering van leeromgevingen en leerprocessen.
  • Het concept ‘identiteitsontwikkeling op school’ zal een perspectief gaan vormen van waaruit docenten kunnen reflecteren op zowel de inhouden die ze onderwijzen als de manier waarop ze omgaan met leerlingen. Dit professionaliseringsproces zal verankerd worden in competentieprofielen van docenten.
  • Leerlingen blijken niet meer in staat te zijn om dat wat ze in de les leren, daarbuiten toe te passen. Kennisoverdracht zoals we ons dat lang hebben voorgesteld kan eigenlijk niet. Wat je aan informatie aanbiedt, moet altijd tot iets persoonlijks worden getransformeerd. Het is noodzakelijk dat je leerlingen zoveel mogelijk activeert hun eigen kennis samen te stellen aansluitend bij wat ze al weten en kunnen.

Hans Jansen (Lector ‘Vernieuwende opleidingsmethodiek en –didactiek’ aan de Hogeschool Utrecht)

  • Het lectoraat werkt samen met partners in de praktijk het concept ‘Levend Leren’ uit. Binnen dit concept zoekt het lectoraat een kritisch pedagogisch antwoord op de huidige problematiek in de samenleving. Levend Leren wordt geïnspireerd door kritisch postmoderne c.q. poststructuralistische ontwikkelingen in de urbane pedagogiek. In de ecologische pedagogiek krijgen diep ecologische initiatieven, behorend bij het kritisch actieveld, een plaats in het ecologisch denken. De kritische uitwerking van het postmodern c.q. poststructuralistisch perspectief met de verwijzing naar een hoopvol perspectief van Freire als ‘alternatief’ voor het cultureel pessimisme, geeft Levend Leren zijn basis voor inspirerende acties in het werkveld.
  • We willen samen met leraren en lerenden een ‘community of learners’ vormen, waarbij zowel de leraren en lerenden als de wetenschappers, adviseurs en managers recht van spreken hebben. Ze hebben elkaar nodig voor de ontwikkeling van opleidingen en onderwijs.
  • Elke student is anders en daarom vergt een proces van Levend Leren onderwijs op maat: onderwijs met gevoel, flexibiliteit en een bewustzijn van waarden. Zo speelt het onderwijs in op de continue verandering in de maatschappij en bij mensen zelf. De nieuwe, moderne student heeft zijn eigen belevingswereld, intuïtie, leerbehoeften en gevoel. Daar sluit Levend leren op aan: op een vloeiende en flexibele manier krijgt het onderwijs vorm. Het lectoraat draagt bij aan verdieping en vernieuwing van het opleidingsonderwijs. Het biedt een platform voor uitwisseling, intellectueel debat en onderzoek met een mix van theorie en praktijk.

Piet Kommers (Lector 'Educatieve functies van ICT' aan de Fontys lerarenopleiding)

[Oratie Piet Kommers]

  • De les begint: mobieltjes aan. Het onderwijs moet zich openstellen voor de onmiskenbare voorkeur van de student voor mobiele telefoons. Er is geen weg terug. De smaak van onderwijs zal zodanig veranderen dat we nooit meer zonder mobieltjes willen.

Jan Lepeltak (Lector ‘ICT en Veranderende didactiek’ aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden. Hij heeft een eigen adviesbureau: Lepeltak & Partners)

[Het schoolboek is dood]

  • Het schoolboek is dood. Om bepaalde zaken te weten te komen over biologie, wis- en natuurkunde is het boek als een auto zonder banden. Je komt wel vooruit, maar langzaam en moeizaam. Animaties, beeld (video) en geluid ontbreken. Beklijft de kennis? Nee. Kennisverwerven begint bij verwondering. Onderwijs moet er dus voor zorgen dat je vragen gaat stellen over hoe zaken in elkaar steken. Dan komt op de een of andere wijze de (vermoedelijke) verklaring om de hoek kijken.

Guus Wijngaards (Lector 'eLearning' bij hogeschool InHolland)

  • Jongeren werken niet-lineair: ze volgen niet de lijn van het betoog maar gaan er sprongsgewijs doorheen en nemen toch informatie op. Van kant-en-klare boodschappen moeten ze niet veel hebben. Een hoorcollege, een klassieke reclameboodschap en een papieren krant of tijdschrift vormen voor hen geen enkele uitdaging.
  • Ik zie grote mogelijkheden om middels mobiele apparaten te communiceren. De gsm en pda creëren een 'ambient web', een alom aanwezig internet, dat altijd en overal leren mogelijk maakt.
  • Sociale software lijkt een positieve invloed te hebben op het leren van jongeren omdat het aansluit bij de manier waarop jongeren gewend zijn te opereren in de digitale wereld. Het lijkt ook dieper leren mogelijk te maken doordat ze als het ware in de stof worden ondergedompeld.

Edit Hooge (Lector ‘School en omgeving in de grote stad’ aan de Hogeschool van Amsterdam)

[VO-magazine]

  • Alle leerlingen hebben baat bij kortere schoolvakanties. Ik denk dat het ook bevorderlijk is goede bindingen te kunnen aangaan met een volwassene op school. Iemand die tijd voor jou heeft zonder dat het schooljaar voortdurend wordt onderbroken. Tegelijkertijd maak je met kortere vakanties een normale baan van het leraarschap, met vakantie zoals in andere beroepsgroepen gangbaar is: een week of vijf per jaar. Die weken mogen leraren opnemen wanneer ze maar willen. Een operatiekamer gaat ook geen zes weken dicht in de zomer, kennelijk kan dat worden georganiseerd.
  • De school is vrijwel altijd open, de lessen draaien door en leraren zijn af en toe op vakantie, net als in een normale organisatie. Ik kan me voorstellen dat leerlingen ook zelf naar keuze hun vakantie opnemen. Dat zou mooi zijn.
  • Scholen zijn niet opgericht voor het geluk van de leraren. De leerling staat voorop, al krijg ik soms de indruk dat arbeidssatisfactie en welzijn van leraren prevaleren boven die van leerlingen. Leraren organiseren zich vooral rond cao en arbeidsvoorwaarden. Het ontbreekt aan een organisatie die het leraarsberoep integraal benadert en vertegenwoordigt.
  • Ik heb twee soorten reacties gekregen: mensen die het goed vinden en ‘boe-reacties’. De boze reacties overheersen op de sites van Trouw en BON. Het zijn vooral sentimenten.

MARKETING

Jeroen Boschma, Inez Groen (Werkzaam bij het in jongerencultuur gespecialiseerde reclame bureau Keesie. Bedenkers van de term 'Generatie Einstein'. Schrijvers van het boek 'Generatie Einstein'. Schrijvers van het onderzoeksrapport ‘De Balansschool: Generatie Einstein over Herontwerp MBO’, een verslag van een onderzoek uitgevoerd in opdracht van ‘Herontwerp MBO'. Het wetenschappelijk gehalte ervan is zeer dubieus maar toch wordt dit rapport door de MBO-bestuurders en de politici heel serieus genomen. Overigens komt Bureau Hiteq in hun onderzoeksrapport 'Kenmerkend mbo' tot volledig tegengestelde kenmerken van de z.g.n. 'Einstein generatie’)

[De balansschool: Generatie Einstein over Herontwerp MBO]

  • De jongeren van nu zijn slimmer, sneller en socialer dan wij toen wij dezelfde leeftijd hadden. Ze zijn slimmer omdat zij op een ander manier omgaan met informatie. Zij doorzien reclame, zij weten hoe het nieuws wordt geschreven, zij weten hoe films worden gemaakt. Zij komen sneller to-the-point en kunnen makkelijker verbanden leggen die schijnbaar weinig met elkaar te maken hebben. Een generatie die samen met ons in deze wereld leeft, maar die hem beter door heeft. Die van de hoed en de rand snappen. Die niets meer klakkeloos aannemen. Wij raken verstijfd van de informatie-overload. Zij zijn als een vis in het water van 24/7 informatie en communicatie.
    Wij leren lineair volgens vaste patronen. Zij leren lateraal met behulp van associaties.
    Wij wachten tot iemand ons vertelt hoe het moet. Zij ontdekken en onderzoeken.
    Wij reduceren wetenschap tot kunstjes. Zij kunnen complexe materie aan.
    Wij accepteren dat de wereld niet eerlijk is. Zij zien eerlijkheid als het hoogste goed.
    Wij zijn stand-alone. Zij leven, leren en werken in netwerken.
    Wij accepteren bullshit. Zij niet.
    Wij raken verbijsterd van deze wereld. Zij weten beter hoe onze wereld in elkaar steekt dan wij.

Maarten Kleijne, Liliane van Lier (Beiden zijn werkzaam bij SARV International, een bureau gespecialiseerd in jeugdcultuur)

[Competenties stromen in een bedding van kennis]

Kleijne en van Lier zijn de schrijvers van het rapport 'Competenties stromen in een bedding van kennis' geschreven in opdracht van de MBO-raad. Dit rapport is een vervolg op het rapport ‘De Balansschool: Generatie Einstein over Herontwerp MBO’ uit 2007.
Uit dit rapport:

  • Jongeren van de nieuwe generatie zijn sneller, slimmer en socialer dan hun voorgangers. Die kenmerken zie je nu al terug bij kinderen van groep 7 en 8 van de basisschool.
  • Als het gaat om het ontdekken en bewust worden van de eigen kwaliteiten, komt het competentiegericht onderwijs voor deze jongeren als geroepen.
  • Als we kijken naar het gebruik van de zintuigen hebben dertigers en veertigers van nu doorgaans een audiovisueel bewustzijn. Wat je hoort en ziet is waar; de overige zintuigen worden vooral gebruikt om uit te maken wat je er vervolgens van vindt. Jongeren van de huidige generatie zetten alle zintuigen in om zich van hun omgeving bewust te worden, naast oog en oor ook neus, tong en tastzin. Het multimediale tijdperk, het 3D-gamen en de hoge communicatiedichtheid waarmee jongeren zijn opgegroeid, heeft hen al vroeg getraind om alle zintuigen non-stop op scherp te hebben. Hierdoor neemt deze generatie meer waar dan generaties die niet met deze mogelijkheden zijn opgegroeid. Iets is pas ‘waar’ als het in overeenstemming is met alle zintuiglijke waarnemingen.
  • Bij de leraar die slechts een standaardles afdraait, bestaat acuut deletegevaar. De leerling maakt dan een ongemotiveerde indruk, terwijl zijn hersenen in werkelijkheid onder hoogspanning werken om alles wat hij hoort weer snel te ‘deleten’.
  • Op school moet een leraar vanaf de eerste seconde volledig aanwezig én zichzelf zijn, zodat de leerling voelt dat het klopt.

Peter Langerak (Senior consultant bij de Hay group. De Hay group adviseert het ministerie van onderwijs en de raden over salarissen)
[Het onderwijs heeft meer managers nodig]

  • Dat leraren slecht betaald worden is een fabel. Om het onderwijsniveau in Nederland op te krikken, heeft de aanbeveling van de commissie Rinnooy Kan voor een algehele salarisverhoging dan ook geen zin.
  • Niet alleen geld, ook andere vormen van beloning, zoals een bos bloemen of complimenten, zijn belangrijk.
  • Managers moeten docenten juist niet met rust laten. Minder onderwijsmanagers gaat docenten niet helpen. Het onderwijs heeft juist meer managers nodig.
  • Nu loopt een docent die vindt dat zijn vak naar de knoppen gaat naar de krant. Ik heb liever dat hij dat tegen zijn leidinggevende zegt.
  • De Balkenende-norm is gebaseerd op emotie en zorgt voor een onwerkbare situatie. Het wordt nu nóg lastiger om goede mensen te werven.

DE ONDERWIJSADVIESBUREAU'S

"De APS-leergang 'Authentiek en verbindend leiderschap' voor schoolleiders richt zich op het ontwikkelen van collectieve intelligentie en op leiding geven aan coherent samenwerken in school. Met thema’s als drijfveren, inspiratie, paradoxale feedback, unity in diversity, creatie, verbeeldingskracht en nu-bewustzijn. We laten ons ook inspireren door de Theory U en Presence.
Thema's: persoonlijk profiel, zelfbeeld, authenticiteit, ‘schrijver, hoofdrolspeler en regisseur zijn van je eigen verhaal’, inleiding theory U, beperkende overtuigingen en verruimende paradigma's, de kwaliteit waarmee je relaties in je werk vormgeeft, in en uit contact, optimaal afstemmen op de signalen die van binnen en buiten op ons afkomen, diep luisteren, stiltetaal spreken, authentiek spreken, leren inspireren, verbindend feedback geven, onderhandelen vanuit overvloed, collectieve intelligentie, verbinding creëren vanuit authenticiteit, samen werken en leren vanuit de toekomst zoals die zich ontvouwt en co-creatie.
Kosten: € 4.495,-- inclusief materiaal, catering en overnachtingen."

APS (Algemeen Pedagogisch Studiecentrum)

Alex van Emst (Voormalig directeur van het APS. Schrijver van het boek 'Koop een auto op de sloop')

[Kijken door een andere bril]

  • Er is een radicale omslag nodig, een paradigmashift. Wil je een onderwijsvisie als natuurlijk leren implementeren, zorg dan voor een aardbeving, zodat het niet meer mogelijk is op oude routines terug te vallen.
  • Sommige ouders denken dat hun kind niets leert omdat er geen toetsen worden afgenomen. Ook zij moeten gaan inzien dat de brede ontwikkeling van hun kind vele malen waardevoller is dan het consumeren van kennis, zoals dat in het traditionele onderwijs gebeurt. Als je door de verkeerde bril kijkt, krijg je altijd een vertekend beeld.

Simon Ettekoven (Voormalig directeur van het APS. Directeur innovatie en professionalisering van het Friesland College. Auteur van een aantal veelgebruikte studieboeken, waaronder 'Actief leren'. Hij is tegenwoordig zelfstandig coach en adviseur)

[De eigen ervaring - dat is pas leren!] [Waarheen met de HAVO?]

  • Ondanks het ouderwets degelijke onderwijs van de generatie die nu aan de macht is, zijn de oorlogen niet verdwenen. De verschillen tussen arm en rijk zijn groter dan ooit. De milieuvraagstukken nemen mondiale proporties aan. De politiek wordt het zelfs over iets kleins als het fileprobleem niet eens. Zoveel kennis hebben wij, zo scherp hebben wij leren denken, zo goed kunnen wij samenwerken, zoveel hebben wij geleerd van het verleden, zo effectief is ons model school. Reden te over lijkt me om het ingrijpend anders te proberen. We hebben het recht om anderen voor te schrijven wat en hoe ze moeten leren verspeeld.
  • De maatschappij heeft originele, creatieve, zelfstandige en vrije denkers nodig, mensen die niet gehinderd worden door conventie, gewoonte en drogbeelden. Het is nodig om de gebaande ‘denk’-paden te verlaten, los van alle weten, systemen en procedures. We moeten waardering hebben voor mensen die een radicale verandering aan durven gaan. Er is een parallel met de Verlichting. Ook toen waren er mensen die tegen de gevestigde opvattingen in gingen. Ze beweerden dat de mensen de werkelijkheid konden kennen en daarbij konden vertrouwen op hun waarneming. Dat ging tegen het geloof in. De brandstapels stonden klaar. Het onderwijs is ons geloof van nu. Als scholen een eigen weg gaan ontstaan er heftige reacties, zoals we de afgelopen tijd in de media hebben gezien.
  • In het huidige onderwijs is er vooral sprake van ‘onthouden’, een voorlopige opslag van richtingloze kennis.
  • Uit een grote hoeveelheid hersenonderzoek worden ingrediënten gevonden die het leren van de leerlingen kunnen stimuleren. De nieuwe inzichten bevestigen veel rond het (sociaal) constructivistische leren.
  • De hersenen zijn een sociaal systeem.
  • Ieder heeft een eigen unieke organisatie van informatie in zijn hersenen.
  • Leerstof moet vanuit zoveel mogelijk verschillende hoeken aangeboden worden, bijvoorbeeld via meervoudige intelligenties, of via een complexe leertaak.
  • We weten dat van hetgeen we horen en lezen slechts 5% resp. 10% langer dan 24 uur in het geheugen blijft hangen. Als we de informatie audiovisueel ondersteunen 20%, als we erover discussiëren 50%. Als we het een ander uitleggen 90%.
  • Verhoog het aandeel van kunst in het HAVO-curriculum tot tenminste 50 procent. Niet naast de vakken, maar in de vakken. Kunst is hèt medium als het om identiteitsontwikkeling gaat.
  • Breng de vaste aanstelling van docenten terug tot een maximum van vijf jaar. Daarna kunnen ze misschien wel blijven, maar moeten ze wel opnieuw solliciteren.

Ingrid Verheggen (Lid algemene directie van het APS)

  • De halfwaardetijd van kennis is nu nog maar 3 jaar.
  • Voor het ‘oude leren’ geldt het 'ganzenlevermodel': kennis wordt via een trechter in de leerling gedraaid.
  • De leraar moet zijn eigen waarheid ter discussie stellen. Ook leerlingen zijn 'kenners', samen 'construeren' ze hun waarheid, die een persoonlijke waarheid is. We geven immers les in wie we zijn.

Peter Velseboer (Algemeen directeur APS)

  • [N.a.v het rapport Dijsselbloem]
    Wij doen aan ‘natuurlijk leren’ en dat is niet hetzelfde als 'het nieuwe leren'. Bij natuurlijk leren is de leerling zelf verantwoordelijk voor het zich eigen maken van kennis en vaardigheden. Van deze methode is de werking wél bewezen. Scholen zijn laaiend enthousiast. Verder is het onzin dat het door het nieuwe leren komt dat kinderen niet meer zouden kunnen spellen en rekenen.
  • Wij zien nu zelfbewuste schoolleiders hun eigen juiste dingen doen. En dat is de manier om echt kwaliteit voor elkaar te krijgen.
  • Als reactionaire krachten roepen dat realistisch rekenen niet werkt – terwijl de rest van de wereld jaloers naar de rekenresultaten in Nederland kijkt – reageert de staatssecretaris geschrokken en neemt zij haar maatregelen.

Walter Jacobs (Communicatie adviseur bij het APS)

[Verder na Dijsselbloem]

  • Het nieuwe leren is ontstaan uit wetenschappelijke inzichten en de vertaling daarvan door leraren.
  • Hoe scherper leerstandaarden zijn geformuleerd, hoe meer de didactiek zich daarop richt. Zeker als ook de centrale toetsen en examens daarover gaan. Gevolg is een sterke focus op vakken. Die kan er toe leiden dat vakoverstijgende vaardigheden en pedagogische aspecten uit beeld raken, bijvoorbeeld leren samenwerken en reflecteren. Dat hiervoor expliciete aandacht moet zijn, is vrijwel onomstreden. We weten dat onderwijs volgens een ruimere opvatting, met als uitgangspunt integratie van vakken, effectiever is dan onderwijs in gescheiden schoolvakken.
  • Dijsselbloem c.s. werkt niet helder uit wie de dragers zijn van de professionaliteit van leraren. De nadruk lijkt op de individuele docent te liggen. Dit dekt echter niet de waarneming van APS’ers op veel scholen. Niet de individuele professional maar het team van professionals is de eenheid waar het om draait. Daarom is schoolontwikkeling zo belangrijk, evenals samenwerking van docenten in interdisciplinaire teams.
  • Docenten hebben het allemaal moeten waarmaken. Daarvoor vraagt het rapport terecht aandacht. Maar zonder heldere beleidskaders zijn professionals daartoe niet in staat.
  • Het Nederlandse onderwijs zou aan niveaudaling onderhevig zijn, vernemen we vaak uit de media. Het valt nog te bezien of er onomstotelijke bewijzen voor die niveaudaling zijn. Allereerst wordt door het werk van de commissie duidelijk dat we in Nederland geen heldere, eenduidige bepaling van niveau kennen. Vooralsnog is duidelijk dat er wellicht sprake is van een ander resultaat als gevolg van een ander aanbod. En dat was toch de bedoeling van al die vernieuwingen ? Maar niveaudaling, wij zien het niet.

John van Dongen (Senior consultant IT bij de KPC-groep. Van Dongen heeft een eigen website, waar ict met een een hoog speelgoed-gehalte en flinterdunne leerinhoud onder de aandacht gebracht wordt)

[Digital Creator (video)] [Onderwijsvooruitzichten (april 2008)]

  • Onze leerlingen en studenten werken nog met materialen die niet zijn veranderd sinds de drukpers van Laurens Janszoon Coster.
  • Het onderwijs zal in de komende jaren geen nieuwe docenten eisen, maar docenten die hun zwakkere kanten willen ontwikkelen, samen met hun leerlingen. Docenten die zich open durven stellen voor de zaken waar hun leerlingen mee bezig, geïnteresseerd en soms ook erg goed in zijn. Ze hoeven zeker niet vreselijk "bang" te zijn voor hun achterstand in de techniek.
  • De integratie van ICT kan hoofdzakelijk worden overgelaten aan de leerlingen zelf.
  • Het inzetten van ICT als tool binnen het onderwijs vereist een totaal andere kijk op de rol van systeembeheer. Op veel scholen zijn MSN messenger, privé email en chat niet toegestaan door de systeembeheerder i.v.m. veiligheid en stabiliteit van het netwerk.
  • Door de acceptatie en inzet van de mobiele telefoon binnen het onderwijs zou zelfs een reuzenstap kunnen worden gezet in de ontwikkeling naar eigentijds leren met behulp van moderne technologie.
  • Websites als Hyves, Flickr, YouTube en andere “sociale websites”, zijn de ruggengraat van de leerling nieuwe stijl.
  • Door, samen met de leerlingen, de juiste vragen te stellen over bepaalde website`s, filmpjes en/of teksten, zou er wel eens een hele nieuwe vorm van didactiek kunnen ontstaan. Didactiek waarbij docent en leerling samen met en van elkaar kunnen en willen leren.
  • Laten we wel zijn: het internet is toch uitermate geschikt om als leerbron te worden ingezet.
  • Computerprogramma’s hebben vaak een spelelement en zien er vaak flitsend uit, waardoor leerlingen meer gemotiveerd kunnen zijn.
  • Iedereen kent wel het spreekwoord dat zegt dat één plaatje meer zegt dan duizend woorden. Ik ben het daar absoluut mee eens. Onze leerlingen bewijzen dit spreekwoord dagelijks. Zij leren immers erg veel doordat ze zich, vrijwillig, bloot stellen aan een bombardement van multimediale ervaringen.
  • Een plaatje zegt honderduizend keer meer dan alle woorden die je kunt verzinnen. Als je een boodschap wilt overbrengen dan is dat met woorden een stuk ingewikkelder dan met een plaatje. Het woord was altijd de hoofdzaak geweest; mensen zijn talige mensen. Zo? Mijn beide dochters zijn niet-talig; zij waren/zijn audio-visueel. Ze studeerden op HBO en Universiteit. Wij denken nog steeds dat boodschappen overbrengen alleen op een professionele manier kan gebeuren. Onze studenten hebben al ontdekt dat dat niet zo is. Het gaat er alleen maar om wat je over wil brengen. En daar kan ‘Digital Creator’ iets mee doen.
  • Uit leerpsychologisch onderzoek komt naar voren, dat leerlingen inzichten/conceptuele kennis verwerven door vanuit een totaalbeeld de diepte in te gaan, door actief te experimenteren te ontdekken en te reflecteren.
  • Een fiks aantal academisch geschoolde docenten binnen het voortgezet onderwijs constateert dat "onze jeugd" steeds dommer wordt en gaat er voor het gemak maar vanuit dat dit komt omdat er moderniteiten in het onderwijs sluipen. Zelf hebben deze docenten natuurlijk part nog deel aan dit dommer worden van hun leerlingen.
  • Voor de minister is onderwijs van de docenten en kunnen alleen docenten iemand iets leren. Ik ben bang dat de wereld inmiddels iets anders in elkaar steekt.

Lizzy Tabbers (Senior consultant bij de KPC-groep. Zij is schrijfster van het boek 'Dit is zó leuk, mág dat wel? Over de start van een nieuwe school met een nieuw concept')

[Zelfstandig kind vraagt andere onderwijsvormen]

  • In discussies over het Nieuwe Leren wordt steevast de indruk gewekt alsof er nog iets te kiezen valt, maar dat is niet het geval. Het gaat namelijk niet om een willekeurig idee dat afkomstig is van bijvoorbeeld de minister, hoge ambtenaren of organisatieadviseurs - zoals door sommigen wordt gesuggereerd - maar om een heuse paradigma shift. Daarmee wordt bedoeld dat een collectieve visie op een deel van de werkelijkheid wordt vervangen door een andere, genuanceerder visie. Dat is een historisch proces dat zich veel meer áán ons voltrekt dan dat wij het zelf sturen.
  • Even voorspelbaar is de oprichting van een vereniging als BON die wat betreft het in stand willen houden van achterhaalde verhoudingen op een lijn kan worden gesteld met de SGP.
  • In het geval van het nieuwe leren komt de oppositie vooral van hen die het gymnasium hebben gevolgd en hun docenten. Leerlingen wordt thuis en op school voorgehouden hoe bevoorrecht zij zijn de hoogste opleiding te mogen volgen. Daarbij krijgen zij twee boodschappen: als je je niet gedraagt zoals wij willen, ga je maar naar een gewone school. Als je je wel gedraagt zoals wij willen, dan mag jij je straks ook verheven voelen. Die boodschappen maken dat leerlingen niet snel in opstand komen en dat docenten hun verouderde didactiek niet hoeven opgeven. Het volgen en geven van een klassikale klassieke opleiding door en voor speciaal daarvoor geselecteerde leerlingen is dus voor alle betrokkenen lonend en heeft een hoog Ons Soort Mensengehalte.
  • [Over de oprichting van basisschool Prinses Catharina Amalia. De school had overigens slechte resultaten voor o.a. rekenen en begrijpend lezen]
    Gestreefd wordt naar maximale zelfsturing door de kinderen. Kinderen leren beter samen. Het kind kiest, de leerkracht coacht.

Hans van Aalst (Research & developmentmanager bij de KPC Groep)

[KPC Info]

  • Nog steeds denken we dat iets pas ‘waar' is als het op papier staat.
  • Persoonlijke ervaring en intuïtie zijn soms net zo belangrijk als algemene kennis en kunde. Bovendien wordt kennis niet alleen meer overgedragen, maar ook gedeeld in groepen en netwerken.
  • Het toenemende belang van ‘eigen wijsheid’ en het relativeren van taal als enige drager van kennis betekent dat leerlingen concrete ervaring moeten opdoen.
  • Examens en kwalificatiestructuren vormen een ernstige belemmering voor onderwijsvernieuwingen.
  • Scholen worden educatieve netwerkorganisaties. Het accent ligt op het arrangeren van het leren, ook op andere plaatsen dan de school. De school fungeert als een soort makelaar voor de leerling.

Harry Gankema (Adviseur bij de KPC Groep, afkomstig uit het bedrijfsleven. Hij is bedenker van de middelbare school 'Slash21' en basisschool 'wittering.nl', scholen met een extreem 'nieuw leren'-gehalte. Hij is betrokken bij herontwerp MBO. Gankema is betrokken bij het OECD-project ‘learning for the future’)

De KPC Groep: "Harry Gankema ontwikkelde een onderwijsvernieuwingsmodel dat onder meer geïnspireerd is op het herontwerpen van productieprocessen uit het bedrijfsleven. Bestaande productieprocessen worden daarbij bewust vergeten, men kijkt met een frisse blik tegen het proces aan alsof het opnieuw uitgevonden moet worden."

[Presentatie (video)][Professioneel of professional] [De nieuwe basisschool] [Het kind of de leerstof?] [Media-educatie en het nieuwe leren]

  • De professionele bureaucratie is principieel ongeschikt om te vernieuwen (Mintzberg).
  • Om te vernieuwen zijn list, geduld en bedrog nodig (Mintzberg).
  • De motivatie van mensen hangt samen met basale prikkels rond kill, eat, mate, flight (reptielenhersenen). De PR en Marketingwereld heeft dit alles al lang ontdekt. Zij werken met attention-interest-desire-action.
  • Zonder drive of motief kan kennis wel opgeslagen worden maar niet geleerd.
  • Onderwijsvernieuwers zitten nog te veel vast in oude patronen. Die hebben misschien nog wel het meeste last van hun eigen denkmodellen en concepten.
  • 'Business proces redesign' biedt de ruimte om fundamenteel na te denken over wat een school biedt en zou kunnen bieden. Je moet het concept 'school' wel eerst ontdoen van al z'n franje en vervolgens opnieuw ontwerpen.
  • Leren in welke vorm dan ook komt alleen tot stand als er sprake is van een persoon met een leervraag.
  • Generaties kinderen leren uit zichzelf lezen. Het is gewoon kopieergedrag, precies zoals een kind leert praten. Eerst regels aanleren is blijkbaar niet de manier waarop onze hersens het doen.
  • Veel kinderen zijn verloren voor het rekenen, omdat ze moeten beginnen met het aanleren van de rekenregels. En dan komt het nooit meer goed.
  • In de neuropsychologie wordt leren opgevat als: ‘een neurale aanpassing van de hersenen op een betekenisvolle ervaring’. Het begrip ‘betekenisvol’ wordt intrinsiek bepaald door het cognitieve systeem van de lerende. De beleving er van kan extern worden gemanipuleerd, niet worden opgelegd. De aard van de betekenisgeving en dus het kenmerk van de neurale aanpassing wordt zelfs door het individu niet op bewust niveau beleefd, laat staan dat een extern persoon daar invloed op kan hebben.
  • Neurale kennis verschilt wezenlijk van geformaliseerde kennis.
  • Een Gestalt is het minimale om te snappen waar het over gaat. Zodra je een Gestalt hebt weet je wat je nog niet weet. Bij constructivistisch leren worden deze Gestalten gevormd. De leerling construeert zijn eigen kennis, een activiteit van de leerling zelf. Hij past aangeboden kennis in bij al aanwezige kennis. Omdat Gestalten opgeslagen worden in non-verbale delen in de hersenen, is taal weinig geschikt voor het overbrengen van deze kennis. Beeldmateriaal werkt veel sterker. Daarom juist zou een elektronische leeromgeving zo nuttig kunnen zijn.
  • Kennis heeft een vokomen andere ordening en causale verbinding dan cognitie. Wikipedia fuzzyness leidt tot nauwkeuriger cognitieve modellen dan Van Daele exactheid. Het boek biedt geen fuzzyness maar media wel.
  • Een school moet tegenwoordig niet alleen kennis overdragen, maar moet ook een resultaat in de hersens van het kind bereiken. Dit bereik je met zintuiglijke ervaringsoverdracht, met ICT, drama, gaming, modellen, simulaties.
  • Uit het hoofd leren van formules en definities levert schijnkennis die niet gebruikt kan worden.
  • Het onderwijs is te talig. Er is te weinig aandacht voor de gevoelde betekenis. Einstein wist al wat de relativiteitstheorie betekende voordat hij het precies kon vertellen.
  • Onze hersenen beschikken niet over een ‘language-based’ informatieverwerkingssysteem.
  • Het gelijktijdig werken aan niet talig begrip en talige communicatie over dat begrip is een noodlottig leerproces voor alle dyslectici, veel hoogbegaafden en de meeste jongens.
  • De boekdrukkunst heeft flink bijgedragen aan niveau-verschillen tussen leerlingen.
  • Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst bestaat het misverstand dat wat je aan kennis communiceert ook de kennis is die je bij de toepassing gebruikt.
  • Hersenen zijn niet gemaakt om tekst te onthouden. Hersenen zijn gemaakt om beelden te onthouden.
  • Kinderen leren vanzelf praten. Je ziet dan ook dat kinderen terugvallen in taal zodra ze grammaticaregels leren. Want geen kind praat met grammaticaregels; grammaticaregels zijn een reconstructie van taalkundigen om het over taal te kunnen hebben maar niet om het kind te leren praten.
  • Met video kun je heel complexe dingen uitleggen. Ik kan een VMBO-kind via een filmpje uitleggen wat de relativiteitstheorie is. Hoe je dan tot E=mc^2 komt is niet zo spannend, dat is alleen maar de uitdrukking ervan. Maar ons onderwijs is niet gebaseerd op beelden maar IQ-gebaseerd, alles moet gaan volgens regels, en daarom mogen VMBO-kinderen niet de relativiteitstheorie leren.
  • ICT wordt in het onderwijs nog teveel ingezet om boekenkennis op een aantrekkelijke, moderne en interactieve wijze over te brengen. Dat is jammer, want juist ICT heeft de mogelijkheid om veel directer het brein binnen te dringen, maar dan moet wel de kennisdefinitie van het boek worden losgelaten.
  • Kinderen wordt op school de vrijheid van zintuigen en hersenen ontnomen.
  • Definities worden gegeven ten behoeve van de communicatie, niet ten behoeve van het verklaren van bijvoorbeeld een natuurlijk verschijnsel. Dit zou ook betekenen dat de verschillen tussen het VMBO en het Vwo minder worden als er minder in definities en formules gesproken en getoetst zou worden, maar als juist de verschijnselen getoond worden. Leerlingen hebben moeite om de formules te reproduceren, iets wat eigenlijk zinloze kennis is.
  • Veel leraren geloven dat hun kennisdefinities eeuwigheidswaarde hebben. Dit is helaas niet het geval. Daarom is het voor een leerling ook niet erg als deze niet perfect de definitie kan opdreunen, als hij of zij het proces maar begrijpt.
  • Door met beeldende media te werken kun je de verschijnselen visualiseren en hoef je het niet te reduceren tot een formule of een definitie.
  • De school is er om de leerlingen zelfinzichten te doen ontwikkelen. De school als manager van problemen, contexten en uitdagingen, maar niet van voorgedefinieerde kennis.
  • Als je het constructivisme onderschrijft en beseft dat het leren vanuit het kind plaatsvindt, is de interactie tussen leerling en leerkracht niet het belangrijkst.
  • Een school die geen vernieuwingsschool is, moet zich schamen.
  • Veel scholen kenmerken zich door zelfgenoegzaamheid. Als docenten tevreden zijn, kan er niets mis zijn met de school, denken ze. Dus blijven ze vrolijk achteroverleunen.
  • Een vak is enkel een ordening voor de communicatie tussen curriculumontwikkelaars en leraren. Om deze reden heeft bijvoorbeeld Slash21 geen vakken meer, maar wordt er geleerd aan de hand van kernbegrippen. Met vakgerelateerde kennis kan niemand iets.
  • Slash21 is een school zonder boeken, roosters en lokalen. Een school waar een leraar geen leraar meer is.
  • Een belangrijk deel van het team van Slash21 bestond uit personen die werkzaam zijn in de creatieve hoek: media, film drama. Hun inbreng was het beeldend denken over kennis. Zij benadrukken dat je inzicht niet kunt reduceren tot leerbare feitenkennis.
  • Het curriculumteam van Slash21 bestaat voor de helft uit filmmakers en marketingexperts, die geleerd hebben om kennis symbolisch en visueel over te brengen. Als een uitleg goed op een film staat heb je geen leraar nodig en de uitleg is vaak veel helderder.
  • In een school als Slash/21 is het onderwijs in de moderne vreemde talen van drie jaar terug gebracht naar twee maanden door het principe van tijdsintensieve inslijping te gebruiken.
  • Waar we voor moeten oppassen is dat we bij deze onderwijsvernieuwing [wittering.nl] weer starten bij de docent. Dat gebeurt veel te vaak. Je zegt toch ook niet tegen een drogist die een nieuw parfum introduceert: ‘hoe zullen de verkoopsters het vinden?’ Maar: ‘hoe vindt de klant het?’ Zo moeten we bij de nieuwe basisschool vooral kijken wat de leerling ervan vindt.
  • De leerlingen van Wittering.nl gaan zelf op zoek naar antwoorden op hun intrinsieke vragen. De informatie die de kinderen vinden wordt door hen beoordeeld in het licht van de vraag. Er treedt automatisch reflectie op.

Luc Rijkschroeff (Senioradviseur bij de KPC Groep, gespecialiseerd in innovatieve schoolontwikkeling en herontwerp. Hij was betrokken bij Slash 21)

  • Als iemand iets leert, verandert in feite zijn wereldmodel. Leren begint dus eigenlijk op het moment dat zich een ‘storing’ in de werkelijkheid voordoet. Om echt te leren moet je kennelijk verstoord worden in de voor jou gangbare routines.
  • Om de steeds complexer wordende samenleving te kunnen begrijpen zullen leerlingen én docenten zich andere vormen van leren eigen moeten maken. Scholen kunnen niet volstaan met een onderwijsconcept dat niet meer aansluit bij de ons omringende werkelijkheid en dat in hoge mate voorschrijft wat leerlingen moeten doen en laten.
  • Als docenten gaan inzien hoe complex leren verloopt, zullen zij de onderlinge samenhang en verandering der dingen beter leren begrijpen zodat ze effectiever hun krachten kunnen inzetten. De discipline van het systeemdenken is gericht op het ontwikkelen van een bewustzijn voor complexiteit, voor samenhangen en voor verandering.

Paul Bemelen (Directeur Primair Onderwijs KPC Groep. Adviseur van M&O-groep)

  • Zonder inspiratie geen topprestatie. ‘I have a dream’, zijn de beroemde woorden die Martin Luther King uitsprak en die miljoenen mensen inspireerden en steun boden. Met de termen ‘relatie, competentie en autonomie’ biedt Luc Stevens ons in 1997 perspectief op een andere wijze van omgaan met kinderen, op een andere wijze van verzorgen van onderwijs. Een kanteling van meer dan 100 jaar leerstofjaarklassensysteem! Hoe inspirerend bent u als schoolleider? Hoe houdt u het vuur warm en geeft u prachtige gedachten handen en voeten?

Astrid Wassink, Daniëlle Verschuren (KPC groep)

  • De waarheid van vandaag is vaak morgen al achterhaald. De samenleving verandert, de behoeften van leerlingen en ouders, de eisen vanuit de overheid en belangrijker nog de opvattingen hoe met deze verschuivingen om te gaan. Dit verlangt van onderwijsinstellingen dat ze zich voortdurend opnieuw uitvinden.
  • Organisatieverandering begint vaak bij de bereidheid van schoolleiders zichzelf voortdurend te veranderen.

Johan van der Horst (Algemeen directeur van de KPC-groep)

  • Ik ben het niet eens met de conclusie van Dijsselbloem over de pedagogische adviescentra. De massale invoering van het nieuwe leren is een verantwoordelijkheid van de scholen. Zij huren ons in. Wij geven alleen maar advies.
  • Fantastische adviseurs van KPC Groep hebben als jongleurs moeten lopen over het dunne koord tussen passie en precisie, tussen idee en realiteit. Ik weet dat Slash 21 voor veel andere vernieuwende scholen een voorbeeld is. En daarin is Slash 21 op dit moment misschien wel de belangrijkste oppepper voor de Nederlandse onderwijsvernieuwing.

Carel van den Heuvel (Directeur van de KPC Groep. Oprichtingsvoorzitter van de VO-raad. Hij was een van de initiatiefnemers van Slash21)

[Gestalten in de stamgroep]

  • De vernieuwing moet radicaal aangepakt worden en niet stapje voor stapje zoals de afgelopen decennia is gebeurd (en is mislukt). Binnen een dynamische kennismaatschappij waarin de kennis van gisteren vandaag al verouderd is, hoort een nieuwe school waarin de leerling zoveel mogelijk zelf zijn kennis construeert en de schoolleiding een eigen beleid kan uitstippelen; de bevrijding van de leerling staat centraal.
  • De reformpedagogische hervormingen van de voorbije decennia waren halfslachtig en mislukten; enkel verregaande ontscholing van het leerproces en radicale autonomie kunnen de verlossing brengen.
  • In het voortgezet onderwijs vinden al vijftig jaar innovaties plaats, die niet tot fundamentele veranderingen leiden. Dat komt doordat we een aantal vaste kaders in het onderwijs laten staan: het rooster, de vakken, de leraren.
  • De traditionele school is een productiebedrijf waar de grondstof (leerling) langs de machines (leraren) wordt geleid om bewerkt te worden.
  • De wereld buiten verandert sneller dan de wereld binnen de school. De leerling pikt de stof die de docent hem aanbiedt en de manier waarop de docent de stof overbrengt, steeds minder.
  • Core business van een school is krachtige leeromgevingen creëren. Voor het maken van die krachtige leeromgeving heb je een gedifferentieerd personeelsbestand nodig: instructeurs, ontwikkelaars, systeembeheerders, tutoren, documentalisten, enzovoorts.

Nora Booij, Inge Seuntiëns (KPC-groep)

[Meervoudige Intelligentie met de TOMnibus]

  • Met de kinderen van groep 6 wordt het thema Tijd en Ruimte verkend. Leerlingen met visueel-ruimtelijke intelligentie kunnen aan de slag met een mindmap. De mindmap is een soort woordspin waarbij de kinderen gaan associëren wat ze al weten van de begrippen tijd en ruimte. Dit ondersteunen ze visueel door er tekeningen, plaatjes en symbolen bij te plaatsen. De muzikale intelligentie is uitgewerkt in een lied over de maan. De kinderen gaan met elkaar in gesprek over de inhoud van het lied. Er is een groepje kinderen dat met concrete voorwerpen praat over wat deze met tijd en ruimte te maken hebben (lichamelijk-kinesthetische intelligentie). Anderen zoeken antwoorden op van vragen over tijd en ruimte in een naslagwerk. Ze zetten dit in een schema (logisch-mathematische intelligentie). Ze werken hierbij allemaal aan eenzelfde leerdoel: het nadenken over eigen onderzoeks- of leervragen over het betreffende thema.

Heleen Schoots (Adviseur bij de KPC-groep)

  • De kennis over de werking van de hersenen zit sterk in de lift. Het onderwijs plukt steeds meer de vruchten van deze vernieuwende inzichten.
  • Ieder stel hersenen is uniek en betekenisgericht. Iedere leerling leert op een volstrekt eigen wijze. Waar liggen hun capaciteiten en voorkeursleerstijlen? Welke materialen, boeken, deskundigen, excursies kunnen aangedragen worden om de leerling uit te dagen, onderwerpen te verkennen en zich vaardigheden eigen te maken?
  • Maak bij het leren gebruik van zoveel mogelijk zintuigen en intelligenties.

Raymond van Kerkvoorden (Senior consultant bij CBE Consultants)

  • Onderwijsinnovatie is het meest gebaat bij radicale verandering. De ervaring heeft geleerd dat gedeeltelijke invoering van vernieuwingen zelden tot succes leidt. De route hoeft daarbij vooraf niet volledig te zijn doordacht. Innoveren is als een zoektocht, een expeditie. De kenmerken van een expeditie zijn nu juist dat het einddoel en de weg ernaartoe ongewis en spannend zijn.

Hans van Dijck (Hans van Dijck studeerde culturele antropologie. Hij heeft een eigen bedrijf: 'Development Consult'. Hij voert opdrachten uit voor scholengemeenschappen en ROC's. Van Dijck is ook besproken bij 'Spiritualiteit' samen met Verbruggen)

  • Zijn onze onderwijsinstellingen voldoende in staat de paternalistische houding te verruilen voor een klantgerichte? Is het voldoende als onderwijsgevenden begrijpen dat pedagogisch en didactisch handelen niets anders is dan marketing in een beleveniseconomie?
  • Veel onderwijsinstellingen durven hun teams nog niet tot rebellenclubs te transformeren.

Dr. Arja Veerman (Onderwijskundig adviseur. Directrice van 'Omtrend Advies'. Zij is werkzaam voor 'Unic', een HAVO/VWO-school in Utrecht waar een extreme vorm van 'Nieuwe Leren' wordt toegepast.)

[Omtrend advies] [Samenwerkend leren door kennisobjecten]

    [M.b.v subsidie van de EU wordt trialogisch leren op een PABO ingevoerd]

  • Naast monologisch leren kennen we dialogisch leren: door deel te nemen aan sociale activiteiten leert een mens ook. De trialogische benadering tot leren gaat er van uit dat ‘leren bovenal gedeelde transformatie van ideeën en sociale samenwerking behelst’. Anders gezegd, leerlingen ontwikkelen zélf nieuwe kennis en vaardigheden die voortborduren op reeds aanwezige kennis en vaardigheden. Steeds een stapje verder, multimediaal met behulp van de computer. Van groot belang is dat een groep leerlingen een opdrachtgever heeft die een ‘object’ benoemt waar de leerlingen aan of mee aan de slag kunnen. Uiteindelijk ontstaat er een proces van leren dat kenniscreatie oplevert. De leerling is geplaatst in een leerrijke context die hem zal motiveren en uitdagen het resultaat van zijn leerproces ‘op te leveren’ aan zijn opdrachtgever.
  • Een voorbeeld: Tom wil graag gitaar leren spelen en kiest dat onderwerp als object. Hij wil later in een band spelen en cd’s opnemen om zo bekend te worden. De docent bedenkt samen met hem een plan hoe hij dit leren trialogisch kan maken. Tom en de docent bedenken wat dan het object zou moeten zijn. Zo komen ze uit op het maken van een cd. Ook spreken Tom en de docent af dat Tom een band gaat vormen waarin hij de gitarist zal zijn. Door te oefenen voor de cd-opnames leert hij tegelijk gitaar spelen. Tenslotte moeten Tom en de band iemand zien te vinden die de cd wil produceren, een opdrachtgever. Tom en zijn docent vormen zo het oorspronkelijke onderwerp om (gitaar leren spelen) tot een concreet en specifiek object (een cd opnemen). Het geheel wordt authentiek door de opdrachtgever (de producer) en de vaardigheid (gitaar leren spelen) ingezet in dienst van het object.

NIEUWSTE WETENSCHAPPELIJKE INZICHTEN

Gerjanne Dirksen (Studeerde bedrijfskunde. Oprichter van het BCL Instituut (BreinCentraal Leren Instituut). Oprichter van Platform Breinlink, naar eigen zeggen ondersteund door het NWO (Nederlands Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek). Ze publiceert artikelen in verschillende onderwijsbladen over Brein Centraal Leren en ze geeft workshops. Hiervoor was ze management-consultant)

[Brein Centraal Leren Instituut]

Het BCL Keurmerk kan door het BCL Instituut verstrekt worden aan leertrajecten waarvan het ontwerp aansluit bij de nieuwste wetenschappelijke kennis van het brein.

  • Centraal staat de definitie van leren als het vormen van sterke en uitgebreide verbindingen tussen hersencellen: neurale netwerken.
  • Als je weet hoe je hersenen werken, kun je beter leren. Dat blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse wetenschapper Carol Dweck.
  • Een brugklasleerlinge stond gemiddeld 2 voor Frans. We lieten haar een artikel lezen over de werking van het brein en een filmpje bekijken op youtube. De boodschap van het filmpje was: leren is het vormen van sterke en uitgebreide neurale netwerken. Door deze informatie ging ze beseffen dat ook zij Frans kan leren. Ze heeft nu een 8 voor Frans.
  • Je hersenen bestaan uit miljarden cellen die ieder meerdere verbindingen hebben met andere cellen. Door deze verbindingen te versterken of te verzwakken leren we. Het is dus de taak van de docent om deze verbindingen zo goed mogelijk te laten ontstaan!
  • Doordat met emotie neurotransmitters vrijkomen worden de neurale netwerken versterkt. De leraar moet dus zorgen voor emotionele leerervaringen.
  • Het brein is erop ingericht om zelf informatie te ordenen en betekenisvolle patronen te ontdekken en te maken. Er komt dan dopamine vrij wat zorgt voor sterkere neurale verbindingen. Laat leerlingen zelf ontdekken, ervaringen uitwisselen, ordenen, relaties leggen en presentaties geven, zodat zij zelf waarde en betekenis creëren. Zet leerlingen letterlijk zelf op de stoel van de docent en maak ze verantwoordelijk voor het uitleggen van de lesstof.
  • Midden jaren negentig ontdekten wetenschappers dat de neuronen die vuren als je zelf iets doet, ook vuren als je iemand anders datzelfde ziet doen (spiegelneuronen). Ouderejaars kunnen rolmodel voor jongerejaars zijn door een toneelstuk, waarbij spiegelneuronen bij de jongerejaars actief zijn. Focus op gewenste uitkomst is belangrijk. Hierbij zorgt zelfs de visualisatie voor het afvuren van spiegelneuronen.
  • De hersenen slaan zintuiglijke informatie, zoals auditieve, kinesthetische en visuele informatie, op verschillende plekken in de neocortex op. Door informatie tegelijkertijd op verschillende zintuiglijke manieren aan te bieden, zorg je ervoor dat neurale netwerken uitgebreider zijn. Laat leerlingen woordjes herhalen met een balspel (beweging), of fotosynthese nabootsen in een rollenspel.

Kees Blase (Projectleider 'Leren met het Hart' bij het APS. Initiatiefnemer van Heartmath Nederland. Tientallen scholen volgden zijn 'HartFocus'-programma over hart-brein-leren)

[Leuker en sneller leren met hartcoherentie] [Kronkels in de bovenkamer] [HartFocus] .

De HeartMath-organisatie stelt onder meer dat in het hart een minibrein huist dat informatie uitwisselt met hartbreintjes van andere mensen via radiogolven over DNA-antennes. Volgens hun 'hart-intelligentie'-theorie treedt er een energetische verbinding of koppeling van informatie op via resonantiemechanismes tussen hoger-dimensionale structuren in het quantumvacuüm (georganiseerd op een holografische manier) en het DNA in onze cellen.

  • Ons geheugen zetelt niet alleen in de hersenen, we hebben ook een hartbrein, zo hebben neurologen en cardiologen van het HeartMath Instituut ontdekt. Het hart heeft een eigen neurologisch netwerk dat kan leren, herinneren en signalen gewaar worden. De signalen van het hart verbinden zich via de thalamus (een hormonale klier in de hersenen) met de neo-cortex, die een cruciale functie vervult bij het nemen van beslissingen en het integreren van denken en voelen. De thalamus helpt vervolgens bij het synchroniseren van de hersenactiviteit, waardoor hart- en breinritme in fase met elkaar gaan lopen. In die zin stuurt het hart het brein aan. Ook de amygdala, een ander deel in de kleine hersenen, ontvangt directe informatie van het hart.
  • Het hartbrein kan signalen registreren, onthouden en uitzenden. Die ontdekking is in 1991 gedaan op de universiteit van Halifax in Canada.
  • De westerse geneeskunde heeft nooit echt een zinvolle functie kunnen vinden voor het duizenden jaren geleden door de Chinezen ontdekte hartzakje, het pericardium. Energetisch gezien kun je zeggen, dat het pericardium de functie heeft om het actieve middelpunt, het hart, ook het centrale stiltepunt en rustpunt in het lichaam te laten zijn. Wie weet wat door onderzoek nog aan het licht komt over dit mysterieuze orgaan!
  • Op VMBO, havo/vwo en een toenemend aantal basisscholen in het hele land levert het hart-brein-leren fascinerende resultaten op.
  • Hart-brein-synchronisatie bevordert:
    - toename van gezondheid en vitaliteit
    - verbeteringen in het immuunsysteem
    - significante verlaging van te hoge bloeddruk
    - helderheid in denken
    - een hoger leervermogen
  • Leerlingen met gedragsproblemen en leesproblemen haalden met een 14-daags programma een leesachterstand in van wel 3 jaar.
  • Schoolleiders zeggen door 'HartFocus' dichter bij hun authenticiteit te komen, en hun innerlijk kompas beter te kunnen gebruiken.
  • Inge Maasen, de grondlegger van Orgaanopstellingen en Healing Tao specialist, liet ervaren hoe bepaalde delen van de hersenen functioneren, ze liet op haar intense manier ervaren hoe we de intelligentie van het hart kunnen beleven en hanteren, evenals het ervaren van de werking van de buikhersenen.
  • Als mensen twijfel hebben dan wil ik dat graag met argumenten en onderzoeksresultaten in een discussie aan de orde stellen. Maar met vooringenomen opvattingen kan ik niet zo veel. Als ouders zien dat leerlingen door hartbrein-leren meer vertrouwen hebben in hun eigen kunnen, ga ik niet vijf jaar wachten tot de neurowetenschap overtuigd is. Bedrijven als Shell en Unilever scholen hier hun directies mee.
  • Ik houdt niet zo van mensen die onze technieken afbreken zonder er echt kennis mee gemaakt te hebben en zonder zich goed te informeren.

Dr. Jeannette Vos (Gepromoveerd onderwijskundige. Ze wordt ook wel hersenspecialist genoemd. Schrijfster van de bestseller 'The learning revolution' en van ‘The Music Revolution’. Ze is Nederlander, maar ze woont en werkt in de VS. Samen met Kees Blase verzorgde ze trainingen in Nederland voor mensen uit het onderwijs)

[Hoe leert een mens ?] [The Learning Revolution (boek)]

  • Volgens de beroemde psycholoog en geheugen-expert Tony Buzan heeft ieder van ons een biljoen hersencellen. Elk van deze cellen is vele malen krachtiger en gavanceerder dan de meeste computers op aarde.
  • Volgens Dr. Candice Pert is het brein niet alleen gelegen in je hoofd. Zij stelt op grond van onderzoek dat je het hele lichaam kan zien als het onbewuste brein. Spiercellen bijvoorbeeld hebben hun eigen geheugen en intelligentie.
  • We kunnen 'meer brein' krijgen door:
    - oefeningen waarbij je ledematen de symmetrielijn van je lichaam overschrijden
    - veel water te drinken dat nodig is als geleider van elektro-chemische prikkels en boodschappen
  • Bewegingen zoals ronddraaien om je as en huppelen maken je brein evenwichtig, laten de verscheidene onderdelen van je brein samenwerken en stimuleren de uitbreiding van nieuwe neuronen en dendrieten.
  • Muziek maakt mensen intelligenter! Volgens Dr. Ivan Barzakoe kan muziek in de klas of je werkruimte emotie toevoegen en iedereen tot prestaties en presentaties aanzetten met minder inspanning en meer plezier.
  • Volgens de HeartMath Institute en the Stanford University gaat informatie eerst naar het hart voordat het naar het brein gaat.
  • Als de ritmes van het hart soepel en flexibel zijn, beginnen tal van processen zich af te spelen in de zenuwen en biochemische huishouding. Het brein gaat dan beter werken; het zenuwstelsel wordt evenwichtiger; de bloeddruk wordt verlaagd; stress-verlagende hormonen worden aangemaakt en de immuniteit wordt verhoogd.
  • Dr. Lozanov concludeerde na jaren onderzoek dat ieder van ons een optimale leerstaat heeft. De hartslag, de ademhaling en de hersengolven zijn dan gesynchroniseerd, het lichaam is ontspannen en we zijn alert.
  • Dr. Lozanov ontdekte dat barok muziek het lichaam en de hersenen harmoniseert. Deze muziek onthult de emotionele sleutel naar een supergeheugen: het limbisch systeem van de hersenen. Dit systeem bewerkt niet alleen emoties, het is de schakel tussen het bewuste en het onbewuste brein.
  • Alpha is de ideale leerstaat en de staat van ontspannen alertheid. De cadans van Barokmuziek komt sterk overeen met de golflengte van deze staat en deze muziek beluisteren tijdens het innemen van informatie laat je veel gemakkelijker leren.
  • De piano sonates van Mozart bevorderen de mentale prestaties bij het plannen, het analyseren, bij wiskunde en bij het werken met de computer.
  • ’Versneld leren’ komt voort uit het werk van Dr. Georgi Lozanov. Sindsdien werd zijn werk aangevuld door onderzoek op veel gebieden zoals de neurowetenschappen, natuurkunde, meervoudige intelligenties, emotionele intelligentie, leerstijlen en neurolinguïstisch programmeren.
  • D.m.v. ‘versneld leren’ lukte het om op een school in Australië leerlingen vloeiend Frans te laten spreken in 8 weken i.p.v. 3 jaar. De tv liet de verbazingwekkende prestaties zien en men voorspelde dat dit het onderwijs-systeem op zijn kop zou zetten. Helaas, een andere zender ‘Channel Nine Network’ kwam hierna met een kritisch programma over de claims van ‘versneld leren’ en de New South Wales Government reagereerde door te stoppen met deze nieuwe methoden.
  • Volgens Howard Gardner hebben we 8 intelligenties. Daarbij horen volgens andere bronnen ook nog:
    - de hartintelligentie (HeartMath Institute)
    - de maagintelligentie (het tweede brein)
  • Voor een goede school en een adequate manier van lesgeven moet je van elke leerling uitvinden en weten hoe hij of zij optimaal info opneemt.
  • De hersens gebruiken minstens 4 verschillende electrische golflengten.
  • Het Electro-encephalogram (EEG) is mogelijk omdat duizenden zenuwen met dezelfde vibratie een groot electro-magnetisch veld, d.w.z. een elektrische stroom, een golf veroorzaken.

Dr. Henk Witteman (Onderwijsvernieuwer, onderwijspsycholoog. Hij is gepromoveerd op een onderzoek naar leerstijlen)

[Onderwijs van morgen]

  • Het brein in de 21e eeuw: is de toekomst aan de jagers?
    Docenten in de tweede helft van de vorige eeuw hechten veelal aan logisch denken en oplossen via analyse. Hun linker hersenhelft is hiertoe ruimschoots in staat. Hoe anders geldt dit voor de jongeren nu! Zij ontvangen informatie van grote complexiteit via een grote diversiteit van media. Zij schakelen vaker hun rechter hersenhelft in, waarvan de kracht niet ligt in analyse maar in synthese, volgens Pink. Rechterhersenhelftdenkers ondergaan de chaos van de binnenkomende informatie en proberen hier patronen in te ontdekken. Ze zijn daardoor in staat sneller problemen te doorgronden en roepen al snel dat ze het wel weten. Dit alles tot wanhoop van de leraar voor de klas die nog het liefst een potlood en een krijtje hanteert. Toch zijn het de kwaliteiten van deze leerlingen die onze welvaart moeten redden. Volgens Pink zullen wij de slag om de linker hersenhelft verliezen van de opkomende markten, want in een volle markt moet elk bedrijf zich onderscheiden door “design”, inlevingsvermogen, speelsheid en andere “softe” vaardigheden, dus rechterhersenhelft-gericht. Laat ons profiteren van de mogelijkheden van veel ADHD-ers.
  • Waar taal vooral een activiteit is van de linkerhersenhelft, speelt de muzikaal-ritmische intelligentie zich vooral in de rechterhersenhelft af. Dat is ook de reden waarom leerlingen bij het maken van huiswerk soms graag muziek willen horen. De linkerhersenhelft is actief met leren, de rechter verveelt zich en wordt rustig gehouden met muziek.
  • Procedurele kennis geeft mensen het vermogen om twee dingen tegelijkertijd te doen. Wij kunnen bijvoorbeeld rijden en telefoneren. Dit is mogelijk omdat praten door de telefoon en automatisch autorijden niet vechten om ruimte in het brein. Deze hersenactiviteiten spelen zich op verschillende plaatsen in het brein af.
  • Meer nog dan bij anderen zullen lichamelijk-kinetisch intelligente mensen kennis opslaan in hun lichaam. Ik ken mensen die hun pincode niet mentaal opslaan, maar deze alleen met hun vingers kunnen produceren als ze voor een pinautomaat staan.
  • Als we kijken naar het schema van het brein volgens MacLean en we zien daar de drie breinen dan kunnen we stellen dat de Intrapersoonlijke Intelligentie als enige in staat is onze drie breinen samen te brengen en te beheersen. Daarom dient de ontwikkeling van de intrapersoonlijke intelligentie bij de leerlingen centraal te staan in ons onderwijs.

Els Kamp (Orthopedagoog bij Team Primair Onderwijs RPCZ)

  • Aan de hand van onderzoeken is bewezen dat kinderen met leer- en gedragsproblemen een verstoorde samenwerking hebben tussen de linker- en de rechterhersenhelft. Via educatieve kinesiologie probeert men verbetering te brengen in die communicatie.
  • Educatieve kinesiologie helpt bij dyslexie, concentratieproblemen, leerproblemen, traumatische ervaringen, buikpijn, hoofdpijn en vermoeidheid.
  • In de Educatieve Kinese Plus-begeleiding wordt door middel van de spiertest achterhaald waar kinderen hun mogelijkheden fysiek of emotioneel blokkeren. De spiertest bestaat uit een lichte druk met de handen op de armen van het kind. Als er niets aan de hand is kan de spier de druk gemakkelijk aan. Als er echter sprake is van wat voor soort negatieve prikkel dan ook, zal het lichaam, via die spier, reageren.

Dr. Janna Voogt (Onderwijskundige. Zij was procesmanager basisvorming. Ze is Senior consultant bij Edu design, een adviesbureau gericht op het bevorderen van leer-processen bij mens en dier)

[Janna Voogt met haar schapen (filmpje)] [Edu Design]

“Voogt biedt in haar betoog een verkenning van de nieuwste psychologische inzichten over leren. Zelf toetste zij deze op een kudde schapen met honden, wat zij vanwege het ontbreken van taal als zeer leerzaam ervoer. Leren is een actieve bezigheid, waarbij meerdere zintuigen en ook de hersenen direct betrokken zijn. In het onderwijs gaat men dan ook steeds meer van overdracht over op leerprocessen.”

  • Om ideeën op te doen over leren zoals dat van nature gaat, kijken we ook naar dieren. We observeren met name honden en schapen in hun gedrag onderling, maar ook in trainingssituaties. Op basis van die ideeën ontwerpen we innovatieve leersituaties.
  • Leraren zouden misschien eens op cursus moeten bij een leeuwentemmer.
  • Sinds kort is er aandacht voor de holistische aanpak. De beta-, de sociale en de geesteswetenschappen zijn aan elkaar verwant. De scheidsmuren die mensen tussen de wetenschappelijke disciplines aanbrachten, dienden als hulpmiddelen om hun beperkte vermogen tot kennisgaring te focussen. Gaandeweg is het misverstand ontstaan dat deze scheidingen realiteit zouden zijn.

Marja de Vries (Vaste medewerkster van het tijdschrift 'Educare'. Schrijfster van artikelen over onderwijs)

[Een andere visie op leren]

  • De recente revolutionaire nieuwe inzichten op basis van de kwantum fysica, chaos theorie, evolutiebiologie, neurowetenschappen en cognitieve wetenschappen werpen een geheel nieuw licht op het proces van leren en onderwijs. Vanuit dit nieuwe perspectief kunnen we onjuiste modellen voor georganiseerd leren verwerpen en krijgen we een idee hoe levendige dynamische zelf-organiserende leergemeenschappen vorm zouden kunnen krijgen.
  • Het nieuwe persoonlijke leren voor de 21ste eeuw moet voortdurend de individuele vaardigheid vergroten door het stimuleren van natuurlijk leren op basis van verbinding, coherentie, wederzijds gecreëerde betekenis, dynamische relaties en de evolutionaire aard van de menselijke ervaring zelf. Dit alles betekent dat we het mechanische paradigma voor onderwijs moeten veranderen in een geïntegreerde en holistische visie van een duurzame en dynamische leergemeenschap.
  • Ook wij mensen hebben ieder een uniek en complex trillingspatroon. We kunnen leren om bewust ons persoonlijke trillingsfrequentie te verhogen. Hoe hoger ons trillingsfrequentie is, des te beter zijn we in staat om ook de andere niveaus van de werkelijkheid waar te nemen.
  • Recent wetenschappelijk onderzoek wijst in de richting dat de Gulden Snede verhouding op alle verschillende niveaus aanwezig is. Een synthese van een aantal nieuwe wetenschappelijke inzichten heeft geleid tot de recente ontwikkeling van een nieuwe theorie die de Quantum Golden Field Theory genoemd zou kunnen worden. Jay Harman stelde vast dat alles in de natuur de spiraal gebruikt als de meest favoriete vorm. Het hele universum beweegt en groeit volgens de Gulden Snede verhouding. Hij stelde vast – overeenkomstige de universele wetmatigheden - dat de Gulden Snede Spiraal de meest efficiënte weg is voor beweging voor alle energie. Hij ontwierp vervolgens een op de vortex geïnspireerd apparaat om water in voorraadtanks te mixen, zodat het geschikt blijft voor drinkwater. Harman’s machine is zo succesvol in het vers houden van water, dat het gebruik van chemicaliën zo’n 80 tot 100 procent kan worden gereduceerd.

SPIRITUALITEIT

”Door bepaalde klanken te gebruiken resoneert je lichaam waardoor blokkades bijna los trillen.”
Jacqueline de Jager (Tijdens gastles op het Orion College te Breda)

Lian Staal (APS medewerkster. Medevertaalster van het door Parker Palmer geschreven boek ‘Lesgeven met hart en ziel’. Ze verzorgt de APS-cursus: ‘Leraar met hart en ziel’)

  • Het boek begint met een uiteenzetting over het hart van de leraar. Wat ben je voor iemand als je lesgeeft? Wanneer ben je ‘heel’ en stabiel?
  • De leraar kiest het vak, maar omgekeerd heeft het vak ook de leraar gekozen.
  • Het is zeer praktisch om te weten wie je bent, want dat maakt jouw lesgeven dieper en rijker.
  • Het innerlijk van de leraar bestaat uit een intellectuele, een emotionele en een spirituele laag. Met spiritueel doelt Palmer op de manieren die wij gebruiken om diepte in ons bestaan te bereiken.
  • Een spanning is bijvoorbeeld het organiseren van zowel het spreken van de leerlingen als stilte. Dat laatste wordt nog wel eens vergeten, maar het is nodig om te verinnerlijken, om de innerlijke stem tot uitdrukking te laten komen.
  • Volgens Palmer geeft onze onderwijscultuur aanleiding tot angst. Mede door de manier waarop wij kennis reduceren tot fragmenten die meetbaar en weetbaar zijn. Daardoor kunnen we van die kennis afgesplitst raken. Dat is in strijd met de opvatting dat kennis altijd met de persoon te maken heeft.

Alice Vlottes (Medewerkster APS. Studeerde psychologie. Verzorgt de cursus’Spirit in de school’)

  • De training ‘Spirit in de school‘ biedt handvatten om de visie van een school op een inspirerende manier te koppelen aan het dagelijks werk van leraren. Bewustwording van waarden, kwaliteiten, overtuigingen, drijfveren, identiteit en de koppeling naar de praktijk komen hierin aan bod.
  • 'Spirit in de school' begint met de persoonlijke betrokkenheid van leraren. Leraren die zich sterk verbonden voelen met de school, dragen bij aan de ontwikkeling van een krachtige schoolcultuur. Een cultuur, waarin leraren hun kwaliteiten bewust inzetten en versterken. Een cultuur, waarin waarden expliciet benoemd en gedeeld worden. Een cultuur, waarin spirit voelbaar is.
  • Tijdens de training leert het team hoe de school aantrekkelijker kan worden. Dat gebeurt door een bezinning op de eigen kwaliteiten en waarden die zichtbaar worden gemaakt. Leraren die laten zien waar ze voor staan, ervaren hun echtheid en daarmee hun kracht.

Kitty Janssen, Nicole Nooijen, John Broeckaert (Stichting Magical Education, het bevoegd gezag van het Orion College te Breda, een door het ministerie van OC&W bekostigde onderwijsinstelling voor Havo/VWO in Breda op spirituele grondslag. Kitty Janssen is Rector van het Orion College en Paranormaal Therapeut)

Leerlingen van het Orion College maken via gastlessen kennis met allerlei wetenschappelijke disciplines, waaronder astrologie, parapsychologie, graancirkels, genezende media, maya-tijdbeleving, de wet van tijd, feng sui en energiestromen, de wichelroede, het enneagram, mandala tekenen, mindfullnes, dromen, gelukskunde, neurofeedback, neurolinguistisch programmeren, tarotkaarten, meditatie, Hatha Yoga. Met heel veel dank aan de gastdocenten, allen experts op deze terreinen en werkzaam bij/eigenaar van:
- SolVie Levensloopbegeleding (Advies aan de hand van je persoonlijke horoscoop)
- Bureau Ilse Heesterbeek (Geleide meditatie; Energetische massage en Reiki, Cranio-Sacraal)
- Arta NLP Advies (Neuro Linguïstisch Programmeren)
- Buro voor Tarot
- Indigo Coaching Adviesbureau (Energetisch schoonmaken, beschermen en bekrachtigen)
- Instituut voor Aandacht en Mindfulness
- Praktijk voor Ademtherapie, Coaching en Natuurgeneeskunde
- PAN-Holland (Pan-Holland behoort tot de Foundation for the Law of Time).
- Eclectica Consultancy (NLP, Silva mind control, kwantum psychologie etc.)
- Praktijk Spirit (Counseling; Gesprekstherapie; Energetische Magnetisatie)
- Centrum Gaden Chökor Ling (Hatha Yoga, Ayurvedische massage )
- Integraal Parapsychologisch Adviesbureau
- etc.

  • Wat betreft huisvesting: we vragen Paul Liekens eens na te denken over de vraag of een school in de vorm van een piramide voor- of nadelen zou hebben op het leergedrag van kinderen. Paul ziet alleen voordelen, met name plekken waar kinderen de gelegenheid wordt gegeven zich in stilte terug te trekken. Deze plaatsen zouden zo ongeveer moeten zijn op de plek waar in de piramide van Gisez de Koningskamer is gesitueerd. Verder is inmiddels wetenschappelijk vastgesteld dat de piramide een dusdanige energie afgeeft dat je er rustig vanuit mag gaan dat (leer)prestaties van alle mensen die zich er dagelijks bevinden wordt geactiveerd.
    [Paul Liekens is lid van het comité van aanbeveling van het Orion College. Hij is schrijver van de boeken 'De 12 energiecentra', ‘Maya-tijdbeleving en NLP’, 'NLP, sjamanisme en quantum-fysica']
  • Magical Education heeft zich ten doel gesteld om kinderen op te laten groeien in een veilige leeromgeving met een volledige integratie en acceptatie van het spiritueel bewustzijn.
  • Paranormale gevoeligheid wordt nog vaak als iets bijzonders gezien. Zo zonde!

Richard Krebber (Parapsycholoog. Bestuurslid van het Orion College te Breda)

  • [Tijdens een toespraak voor het Orion College]
    De heersende paradigma’s zijn op dit moment enorm aan het veranderen. De wereld in het algemeen en onze maatschappij in het bijzonder staan namelijk aan de vooravond van een (energetische) transformatie die niet ongemerkt aan ons voorbij zal gaan. Zaken die buiten onze noties van tijd, ruimte en zintuiglijke waarnemingen vallen, krijgen nu groeiende aandacht in onze Westers-wetenschappelijke cultuur. De tijd is rijp voor verandering. Maar veranderingsprocessen kunnen alleen maar slagen wanneer daar een andere manier van denken, voelen en doen aan ten grondslag ligt. En daarmee kunnen we niet vroeg genoeg beginnen!

Petra Bulte (Docente Orion College Breda)

  • Ik ben leraar. Ik heb er een officieel diploma voor. Dus maatschappelijk gezien draag ik blijkbaar het etiket 'leraar'. Toch heb ik mijzelf nooit als een leraar bestempeld. Ik heb mijzelf altijd beschouwd als gelijkwaardig persoon, die toevallig voor een groep stond. Misschien ligt daarin het antwoord verscholen op hoe ik diep van binnen de essentie van lesgeven opvat, namelijk als het uitwisselen van wederzijdse ervaringen.
  • Wat voor mij een heel belangrijke rol speelt bij het lesgeven op het Orion College is de spiritualiteit. Ik beschouw de mens als spiritueel wezen, dat wil groeien naar het licht toe. Daarbij is contact van ziel tot ziel heel essentieel.

Hein Brik (Directeur van het 'Onoverwinnelijkheidscollege' Lelystad, een HAVO/VWO school waar vedisch onderwijs gegeven wordt)

  • We streven naar een onderwijsmethode waarbij er verband is tussen leren en mediteren, en waarbij je alle verschillende vakken kunt zien als een geheel
  • Door meditatie boren kinderen een bron van kennis in zichzelf aan en zijn ze beter in staat die kennis te onthouden en te verwerken. Het grootste verschil is dat de kennis van binnen en niet van buiten komt.
  • Tot op de dag van vandaag besteedt het onderwijs voornamelijk aandacht aan datgene wat de leerlingen bestuderen: de objectieve kant van kennis, de leerstof, de vaardigheden. Dit gebeurt zonder stelselmatig de subjectieve kant te ontwikkelen, de feitelijke basis van kennis, het bewustzijn van de leerling.
  • Door de universele principes van natuurwetten te bestuderen ontdekken de leerlingen patronen van orde en groei in hun eigen dagelijks leven. Ze leren zien dat het verenigd veld van alle natuurwetten – waar volgens de natuurkunde alle diversiteit, orde en harmonie in het universum ontstaan – ervaren kan worden als het meest eenvoudige, meest wakkere niveau in hun eigen bewustzijn.

Sandra Verbruggen (Verbruggen Onderwijs Consultancy. Weisfelt coach. Zij voert o.a. opdrachten uit voor een aantal OMO-scholen)

  • Wat mij betreft gaat het bij iets echt leren vooral om bewustzijn. Bewustzijn van waar je eigenlijk mee bezig bent, wat je daarin drijft, wat je wel en niet in beweging brengt, waar je energie van krijgt, waarom je doet wat je doet. Bewustzijn over hoe jij leert, in de meest brede zin, bewustzijn van mooie en minder mooie karaktertrekken, over wat je acties bij je omgeving teweeg brengen. Weten wat je in de wereld wilt neerzetten, hoe je dat vorm kunt geven en wat er voor nodig is om dat werkelijkheid te laten worden. Welke kennis daarvoor nodig is en waar je die kunt vinden. Welke vaardigheden je ergens voor moet hebben. Het heeft te maken met echte aandacht. Voor jezelf en voor je omgeving. Die aandacht blijkt uit daadwerkelijk gedrag. Echt kijken, echt luisteren. Zorgvuldigheid en respect zijn zichtbaar in iemands handelen. Het gaat ook over zelf kiezen, discipline, structuur en dingen afmaken. Hoe kunnen zaken als bewustzijn, reflectie, oorspronkelijkheid en creativiteit in de dagelijkse schoolwerkelijkheid worden geïntegreerd? Waaraan kan het in het handelen van alle mensen in de school worden herkend? In de afgelopen jaren is veel tot stand gekomen op het gebied van professionele personeelsontwikkeling met het doel om reflectie de school in te brengen en collega's van elkaar te laten leren. In veel projecten is oorspronkelijkheid en creativiteit zichtbaar. In iedere school zijn docenten met een attitude van aandacht, zorgvuldigheid en levendigheid. Over het hoe en waarom van integratie van deze aandachtsgebieden kun je verschillend denken, maar wat vast staat is dat het een weloverwogen strategie vraagt, gevolgd door een degelijke implementatie. Het werkelijk aanleren van reflectie vraagt een gestructureerde meerjarige aanpak. Het wijzigen van een schoolcultuur duurt minstens drie tot vijf jaar. Ik pleit ervoor om 'leren' in de meest brede zin hoog op het programma van de school te zetten, evenals systeem en procesdenken, zodat al die betrokkenheid en inzet en creativiteit gestroomlijnd en bewust en zichtbaar gemaakt kunnen worden. Een school die zicht heeft op de samenhang tussen haar identiteit, haar schoolcultuur en de scheppende en professionele vermogens van haar mensen, die gevoel heeft voor uitbundigheid en de waarde van innerlijke stilte, dat zou wat mij betreft de school van de toekomst zijn.
  • Zonder een spirituele toevoeging volstaan vormen van begeleiding niet om bezielde mensen te krijgen

Sandra Verbruggen, Hans van Dijck (Verbruggen is hiervoor besproken. Hans van Dijck is elders op dit blog besproken)

[Een nieuwe intelligentie voor een nieuwe tijd (Downloads)]

  • Onze huidige intellectuele vermogens schieten te kort om oplossingen aan te reiken voor de grote problemen van onze tijd. Het is nodig daarvoor onze intelligentie op een hoger niveau te ontwikkelen. Het betekent ook een nieuwe vorm van intelligentie onderkennen die wij spirituele intelligentie noemen. Deze gedachte baseren wij op diverse auteurs die hiervoor bouwstenen aandragen. Onze benadering van intelligentie is van conceptuele aard. Wij denken dat dit concept, inclusief het ontwikkelen van een nieuwe intelligentie, het onderwijs op een heel ander spoor kan zetten dan het traditionele mentale spoor. Dat biedt ons een verdieping van het begrip leren, niet in pedagogische of didactische zin, maar fundamenteler.
  • Het lijkt ons boeiend wanneer scholen ongebruikelijke paden betreden om de intellectuele vermogens van leerlingen te verbreden en te verdiepen. Het lijkt erop dat wij mensen het niet hoeven te doen met het intellectuele vermogen van dit moment. Wij zijn in staat daar bovenuit te stijgen. Wij willen ervoor pleiten het onderwijs zo vorm te geven dat alle intelligenties in ruime mate de kans krijgen zich te ontwikkelen. Dat leren een breed begrip wordt waar alle denkkracht en wilskracht ruim baan krijgen. Dat scholen in die zin lerende organisaties worden, dat medewerkers gezamenlijk op zoek willen naar het onbekende. Niet alleen voor ons eigen geluk, maar ook voor onze planeet en de nieuwe generaties.
  • Het ontwikkelen van een verder reikend intelligentieniveau zou wel eens de optelsom kunnen zijn van een aantal ontplooiingskansen: Het ontdekken van het verband tussen ons fysieke, emotionele en mentale bewustzijn, via wetenschappelijk onderzoek en andere dan rationele wegen; het ontwikkelen van zelfkennis, wat je tot mens maakt en wat je uniek maakt; het ontwikkelen van emotionele kracht, van het vermogen zich met anderen te verbinden en collectieve kracht te ontwikkelen; het ontwikkelen van creatieve kracht en het realiseren van dromen; het wederzijds beïnvloeden van hersenen en gedrag.
  • Zenden wij misschien signalen uit vanuit ons fysiek of emotioneel bewustzijn, die door anderen ontvangen en opgeslagen worden? Het onderzoek van Rupert Sheldrake doet dit wel vermoeden en het brengt hem tot de theorie van de morfologische velden waarbinnen die communicatie plaatsvindt.

RELIGIE

"In de cursus ‘Licht op Christelijk Onderwijs Vandaag - de identiteitsbewuste docent’ leerden de docenten hun leergebieden te analyseren vanuit de trits: schepping, zondeval en verlossing."
Symposium 'Licht op Christelijke Onderwijs Vandaag’

Arie Korevaar (Voorzitter van het college van bestuur van Ichthus)

Het ministerie van Onderwijs heeft een subsidie van een € 0,5 miljoen verstrekt, zodat 7 middelbare scholen en de Christelijke Hogeschool Ede aan de slag kunnen gaan om de christelijke identiteit te verankeren.

  • We willen het christelijk onderwijs naar de toekomst toe waarborgen. Docenten zijn de dragers van de christelijke identiteit van de school. De nieuwe leerkrachten moeten daarvoor beter worden toegerust. Het komt erop neer dat de nieuwe leerkrachten teruggaan naar de schoolbanken om cursussen te volgen, zodat ze hun vak kunnen plaatsen binnen de christelijke wetenschapsfilosofie.
  • Voor de deelnemende scholen wordt een nieuw lesprogramma ontwikkeld, waarin de christelijke identiteit duidelijker naar voren komt. Dat geldt feitelijk voor alle vakgebieden, onder meer aardrijkskunde, kunst, geschiedenis, de talen en biologie.

DUURZAAMHEID

Hoe te komen tot een duurzame maatschappij is eenvoudig in te zien: minder mensen, een sobere levenstijl, minder consumptie, minder wegwerpmaatschappij, minder verpakking, lager electriciteitsverbruik, verwarming lager/uit en een trui aan, minder reizen, minder transport en verkeer dus minder globalisering, meer kleinschaligheid, een economie die niet meer gebaseerd is op groei.

Marcel van Herpen (Projectleider bij Expertisecentrum DuOO, Duurzaam Opvoeden en Ontwikkelen, onderdeel van Fontys PABO Eindhoven)

  • Duurzaam opvoeden en ontwikkelen (DuOO) is een benadering die inzichten en strategieën hanteert op basis van ecologische inzichten en hoge waarden en intenties, waardoor de kwaliteit van de interacties kan worden verhoogd ten gunste van ontwikkelingen die de mens en de mensheid bestemd maken om langer te bestaan. Het is een constructieve manier van denken en werken. De ecologische inzichten verschaffen inzicht in de samenhang van de mens met de ander en zijn omgeving.
  • Duurzaam opvoeden en ontwikkelen is het antwoord op uitval, ontkoppeling, desinteresse en delinquentie. Duurzaam opvoeden en ontwikkelen betekent zo vroeg mogelijk beginnen en zo laat mogelijk eindigen: Een Leven Lang Leren!
  • Het Expertisecentrum verbindt onderwijs, bedrijfsleven, overheid en politie/justitie op basis van ecologische inzichten en veelzijdige expertise.

Jos Cöp (Onderwijskundig adviseur, Onderwijskundig projectmanager)

[Duurzaam Onderwijs]

  • De kern van duurzaam leren is: niet meer eenzijdig gefragmenteerd mechanistisch denken maar veelzijdig evenwichtig systeemdenken.
  • Het streven naar persoonlijke talentontwikkeling en duurzaam maatschappelijk rendement komen samen in duurzaam onderwijs.
  • Duurzaam onderwijs begint door van de school zelf een evenwichtig systeem te maken.

Prinses Irene (Oprichter NatuurCollege, dat tot doel heeft een duurzame samenleving te bevorderen door de verbinding tussen hoofd, hart en ziel te hervinden om zo de verwantschap met al het leven te ervaren. Het NatuurCollege heeft het programma 'Natuurwijs' ontwikkeld om kinderen op school weer in contact te brengen met de natuur)

  • NatuurWijs richt zich op kennis, bezieling en beleving: de natuur ervaren met je hoofd, hart en handen.
  • Duurzame economische groei kan niet meer los gezien worden van de persoonlijke groei. Het uiterlijke en het innerlijke zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
  • Heelheid van de aarde en onze eigen heelheid gaan samen. Als we dat echt ervaren, niet alleen wéten maar ook voelen en beleven, dan verandert alles. Want dan handelen we uit verbondenheid: met onszelf, met onze medemens en de aarde. Ik noem het de binnenkant van duurzaamheid. Daarbij passen geen opgestoken vingertjes. Iedereen maakt zijn eigen afwegingen.
  • We willen allemaal een lekker huis, een fijne auto en op vakantie gaan, en bijna iedereen in Nederland doet dat tweemaal per jaar. Het is iedereen gegund. Daar oordeel ik niet over.
  • Of heen en weer vliegen naar Zuid-Afrika veel vervuiling oplevert? Ik betreur het dat mij en andere voorvechters van het milieu, zoals Al Gore, zoiets voor de voeten wordt geworpen. Ik ben juist optimistisch. Ik zie zo ontzettend veel veranderingen, er is een sterke onderstroom van mensen die meer willen dan het economisch gewin. Ook op het technische vlak gebeurt er veel: er komen schonere auto’s en lichtere vliegtuigen aan. Maar de vraag is: vanuit welke levenshouding wordt dat gedaan?
  • De poes springt op schoot als ik zit te mediteren. Dus waarom zou water niet op onze gedachten en stemmingen reageren?

Dr. Herman Wijffels (Momenteel is hij Hoogleraar ‘Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering’. Hij was voorzitter van de SER. Lid van het Innovatieplatform. Hij was kabinetsformateur, waarbij besloten werd tot invoering van de maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs)

Wijffels is lid van het Comité van Aanbeveling van het Orion-college, een HAVO/VWO school op spirituele grondslag. Hij is vice-voorzitter van het NatuurCollege van Prinses Irene. Hij schreef het voorwoord van het boek ‘Evolutionair leiderschap’ van Peter Merry, waarin chakra’s behandeld worden die ons aansluiten op het universum en waarin we lezen dat woorden en gedachten de structuur van water kunnen veranderen.
Samen met Marja de Vries (verderop besproken) verzorgde Wijffels de lezingen voor het seminar van Gaia Sira: ‘Komen duurzaamheid en spiritualiteit samen in systeemverandering?’. Gaia Sira is een integraal duurzaamheidsplatform en -kenniscentrum. Gaia Sira gaat uit van een diepgaande systeemverandering rondom het chaospunt, waar ofwel het systeem in elkaar stort of op een hoger plan verder gaat: ons bewustzijn bepaalt welke het zal worden.

[NIVOZ-lezing 2006]

  • Kinderen die op de basisschool zitten, de game-generation ofwel homo zappiens, zijn jongelui die met die spelletjes op een heel andere manier leren leren dan wat klassiek in ons onderwijs wordt aangeboden. Ze doen een spelletje, je wil van level 8 naar level 9 en je kunt het niet, dan sla je in ieder geval niet de handleiding op maar dan sms je naar je vriendje en dan vraag je ‘hoe doe jij dat’ . Met andere woorden het is een heel ander soort van omgaan met het verwerven van kennis. Ik ben ervan overtuigd dat deze generatie helemaal niet geschikt is voor het onderwijs zoals dat nu aangeboden wordt, volstrekt ongeschikt.
  • Het op industriële organisatieprincipes gebaseerde onderwijsstelsel van de twintigste eeuw is over zijn houdbaarheidsdatum heen.
  • Willen wij het talent dat in ieder van ons schuilt optimaal aanspreken, dan zullen we het onderwijsbestel zo moeten inrichten dat het vertrekpunt het individuele niveau is.
  • We hebben elke flinter talent nodig.
  • Het boek [Evolutionair leiderschap] geeft een mooie samenvatting van wat leidende denkers de afgelopen jaren aan theorieën over het evolutionair proces hebben ontwikkeld. Het werpt ook een helder licht op de dynamiek achter persoonlijke en collectieve bewustzijnsontwikkeling. Gegeven de nieuwe realiteiten zijn onze oude oriëntaties niet toereikend meer. We zijn toe zijn aan een evolutiesprong in de manier waarop we samenleven.
  • Newton ging uit van stationaire natuurkunde, gericht op deeltjes. Vanuit de kwantumfysica komen we op een dynamisch-fysische manier van kijken. Door de kwantumfysica is er een nieuw wereldbeeld ontstaan. Duurzaamheid wordt dan het streven naar een hogere kwaliteit van relaties. Het gaat om integratie, samenhang en interdependentie.
  • Het leven is een voortdurend proces van ontwikkeling. Dit is geen lineair proces maar een spiraalvormig proces, zodat we telkens langs hetzelfde punt komen, maar dan op een hoger niveau van bewustzijn. Nieuwe mogelijkheden ontspruiten uit het veld van bewustzijn wanneer we eraan toe zijn.
  • Economische groei hoeft niet stopgezet te worden voor duurzaamheid. Duurzaamheid gaat over de kwaliteit van verbindingen tussen delen van systemen, zowel ecologisch als sociaal.
  • Ik heb vandaag afscheid genomen van het personeel van de SER. We waren bij elkaar met een 120 medewerkers en tijdens de dag hebben we eigenlijk overwegend oefeningen gedaan in het in dezelfde trilling komen.

Kees Zoeteman (Hoogleraar ‘Duurzaamheidsbeleid in internationaal perspectief’ te Tilburg. Voorzitter Europees Milieuagentschap. Hiervoor was hij milieutopambtenaar bij het ministerie van VROM)

Kees Zoeteman was Voorzitter van ‘Stichting Milieubewustzijn’. Onder zijn leiding ging vier ton naar het Duitse Institut für Resonanztherapie. Daar beschikt men over apparatuur waarmee bossen op afstand kunnen worden voorzien van informatie die hen in staat stelt hun onderlinge netwerken te herstellen, zodat hun wij-gevoel wordt versterkt. Bomen hebben het moeilijk als ze niet zijn aangesloten op het lichtbundelnetwerk van hun soort. Ook stelde de stichting een (niet openbaar) rapport op voor VROM, waarin o.a. sprake is van vibraties, resonanties en aardstralen.

  • Omgevingsproblemen verbonden met de hogere elementensferen van de aarde, zoals ionosfeerexperimenten en ruimteafval, krijgen te weinig politieke aandacht of worden vanuit een onvoldoende ontwikkelde moraliteit behandeld.
  • Ik roep de wetenschap op met een nieuwe blik naar de natuurverschijnselen te kijken en daarbij het organiserende beginsel van het leven, vroeger wel aangeduid als etherkracht, serieus te gaan onderzoeken om zo nieuwe ontwikkelingsrichtingen te vinden voor bijvoorbeeld de landbouw en de gezondheidszorg.
  • Door een begin te maken met het decoderen van de morele opgaven die per elementensfeer in de omgevingsproblemen verscholen liggen kom ik tot zeven morele lessen die we aan het ontwrichten van Gaia kunnen leren.
  • De wereld van de geestelijke wezens is wel degelijk te ervaren, maar die ervaringen zijn subtiel. Een waternimf of een watergeest kan ik opsporen met mijn gevoel, maar ik kan hem niet zien.

REKENEN EN WISKUNDE

Veel impulsen vanuit het beleid, het toezicht en de media lijken alle scholen in één bepaalde richting te willen bewegen: methodevolgend en klassikaal onderwijs. Kinderen zijn te waardevol en rekenen is te leuk om uitgerekend dit vak bij het oude te laten.
APS (Algemeen Pedagogisch Studiecentrum)

Kees Hoogland (APS-medewerker, vakcoördinator wiskunde. Hij is/was betrokken bij allerlei vernieuwingen in het reken- en wiskundeonderwijs. Hij is lid van de Nederlandse Onderwijs Commissie voor de Wiskunde met als taak: 'het geven van beleidsadviezen en reacties op beleidsnota's over de verbetering van het wiskundeonderwijs’. Hij heeft een eigen website 'gecijferdheid.nl')

[Houd toch op met dat gezeur over die algebraïsche vaardigheden] [Van sommen maken naar gecijferdheid]

  • Het reken- en wiskundeonderwijs is altijd gericht geweest op het doen van bewerkingen. Dat is in het industriele tijdperk een belangrijke vaardigheid geweest; die vaardigheid is nu niet meer van belang, het is over, ouderwets, het heeft geen zin meer. Er komt nu een herbezinning op gang en dat is maar goed ook want anders blijf je leerlingen heel lang lastig vallen met lessen die geen enkel effect, geen enkele transfer hebben.
  • Gecijferdheid heeft niets te maken met cijferen op de basisschool. Cijferen is het mechanisch uitoefenen van voorgeschreven algoritmes op van betekenis ontdane symbolen. Gecijferdheid richt zich op de rol van cijfers, patronen structuren in de wereld om ons heen en in de lerende zelf.
  • Standaardrekenen leidt slechts in geringe mate tot het bevorderen van gecijferdheid. Dat dat wel zomaar automatisch het geval zou zijn is een wijd verbreid misverstand.
  • In rekensituaties gaat het om het maken van sommen en het komen tot antwoorden; zijn antwoorden goed of fout; kun je de sommen of kun je ze niet; gaat het om technieken en notaties.
    In gecijferdheidssituaties gaat het om interpreteren; gaat het om redeneren (en wat moet ik daar mee); gaat het om kritisch zijn; vorm je een mening of krijg je een impressie.
  • Het onderwijs legt de nadruk op rekenen omdat dat gemakkelijk is te onderwijzen, te toetsen, vorm te geven en het is gemakkelijker om daar lesmateriaal over te maken.
  • Gecijferdheid neemt de wereld om ons heen als uitgangspunt. Die is zo rijk, zo gevarieerd en zo complex, dat studenten een zeer uitgebreid repertoire nodig hebben om zich daarin te redden.
  • Ik heb het sterke vermoeden dat de manieren om leerlingen beter te laten functioneren in kwantitatieve situaties niet zullen bestaan uit werkbladen en andere schoolboeken. Het zullen reflecterende gesprekken zijn tussen docenten en leerlingen en tussen leerlingen onderling: 'wat deed je nu net in die situatie van gecijferdheid ? Wat dacht je en hoe ben je er uit gekomen ?'
  • Laat een poster maken van allerlei gecijferdheidssituaties die leerlingen echt hebben meegemaakt. Maak een ‘Persoonlijke Gecijferdheidsgereedschapskist’ voor leerlingen waarmee ze gecijferdheidssituaties kunnen aanpakken. Benoem een ‘gecijferdheidscoach’ in het kernteam die leerlingen op het spoor zet van gecijferdheidsaspecten.
  • Gecijferdheid is niet eenvoudig te toetsen is. Ik weet ook niet of dat nodig is. Vooruitgang in gecijferdheid is zichtbaar te maken in de reflecties die je doet met een leerling. Ik denk dan eerder aan iets als een gecijferdheidsportfolio, waarin je bewijzen en voorbeelden verzamelt van je kunnen, dan aan een toets.
  • Het ligt meer voor de hand om leerlingen een gecijferdheidsdossier aan te laten leggen met voorbeelden van eigen producten. Systematisch hieraan werken is vruchtbaarder dan leerlingen elk jaar te toetsen met dezelfde soort formele reken- en wiskundesommen, die verder alleen functioneren binnen de schoolcontext.
  • Het uitvoeren van algebraïsche handelingen is geen algebra en ook geen analyse; het is een ambacht, een vaardigheid. En bovendien een vaardigheid waarvan de betekenis bijna is uitgestorven.
  • Moeten leerlingen nu algoritmes stampen of moet je met hen op zoek naar een manier waarop zij bruikbare kennis kunnen construeren?
  • Het in het hoofd kunnen visualiseren van allerlei wiskundige begrippen en processen kan wel eens een grote doorbraak betekenen ten opzichte van het meer mechanistisch en manipulatief handelen. Louter al doordat het denken naar een andere hersenhelft verschuift.
  • Wist U dat het uitvoeren van bewerkingen in een geheel ander gebied van de hersenen gebeurt dan het schatten van een antwoord?
  • Nederland is internationaal gezien één van de weinige landen die de contextbenadering van gecijferdheid ook daadwerkelijk substantieel heeft ingevoerd in het onderwijs. Dat wordt ook gezien als een van de belangrijkste factoren voor de hoge scores van Nederland op internationaal vergelijkende onderzoeken.
  • Landen die sterk de nadruk nadruk leggen op sommen oefenen scoren zonder uitzondering laag op internationale toetsen.
  • In de brede benadering wordt gecijferdheid gezien als een complex, veelvormig en verfijnd concept, waarin wiskunde, communicatie, en de culturele, maatschappelijke emotionele en persoonlijke aspecten verweven zijn.
  • In de tweede fase is het vermogen tot leren vrijwel onbegrensd.
  • Krantenlezers werden opgeschrikt door berichten dat bij 40 % van de verpleegkundigen de rekenvaardigheid tekort schiet. Dat maar 125 verpleegkundigen een rekentoets aflegden die bestond uit maar 10 opgaven, werd er niet bij vermeld. Inzicht in het soort sommen waaruit de toets bestond, ontbrak al helemaal.
  • Bijspijkercursussen krijgen meer de gedaante van terugspijkercursussen.
  • Je ziet docenten die het wantrouwen als volgt formuleren:”Die onderwijskundigen die ons onderwijs verkwanselen”. Je mag blij zijn dat je zo niet denkt over je huisarts, over je juridisch adviseur en je belastingadviseur, die jaar na jaar de nieuwste inzichten moeten toepassen.
  • De reacties van hoogleraren op de examens van havo en vwo wiskunde zijn buitengewoon treurig. Die arrogantie kan alleen verklaard worden uit onwetendheid en isolement.
  • Relikwieën als de discussie van vandaag, gevoerd vanuit de wiskundegemeenschap ten behoeve van de wiskundegemeenschap met een nodige dosis arrogantie en met veel geweeklaag hoort niet thuis in een symposium. Zo’n discussie hoort thuis in een museum.

Mieke van Groenestijn (Lector 'Gecijferdheid' aan de Hogeschool Utrecht. Ze studeerde onderwijskunde en orthopedagogiek. Ze is hoofdauteur van Wizwijs, een nieuwe reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs)

[Kinderen leren rekenen] [Inaugurale rede]

  • We maken geen sommen in het dagelijks leven.
  • In de winkel wordt er voor je gerekend. Je hoeft dat niet zelf te doen.
  • Door alle technologische ontwikkelingen is de functie van het rekenen in de maatschappij minder zichtbaar. Neem de supermarkt. De waren zijn voorverpakt, we letten niet op het gewicht maar op de prijs; betalen doen we met de pas, niet met echt geld.
  • Cijferen is hoofdrekenen op papier. Als leerlingen niet kunnen hoofdrekenen, dan kunnen we ze beter niet laten cijferen maar meteen een rekenmachine geven.
  • Leerlingen dit niet tot het korste algoritme komen, die blijven hangen op tussenstappen, kunnen we maar beter meteen een rekenmachine geven, want dan hebben we alle problemen in één keer opgelost.
  • Een staartdeling bestaat eigenlijk niet uit delen. Dat denken we allemaal want het heet een staartdeling maar een staartdeling bestaat alleen maar uit vermenigvuldigen en aftrekken en dat is wel de grootste verassing die we kennen, want we blijven het hardnekkig een staartdeling noemen.
  • Een staartdeling wordt moeilijk als hij niet uitkomt, want dan moet je nullen aanhalen die er niet zijn. Dan wordt het al helemaal een onduidelijk verhaal.
  • De term ‘realistisch rekenwiskunde-onderwijs’ heeft een nare bijsmaak gekregen door de publieke discussies. Vanaf nu hebben we het alleen nog maar over ‘effectief en functioneel rekenwiskunde-onderwijs’.
  • De huidige leerlijn rekenen in het basisonderwijs is topzwaar. Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, cijferen, het metriek stelsel met decimale getallen, en dan nog eens breuken en procenten. Om deze lastige dingen goed onder de knie te krijgen, is het noodzakelijk dat deze vaardigheden in het voortgezet onderwijs verder worden ontwikkeld en geoefend. Dat is wat wordt bedoeld met doorlopende leerlijnen van de commissie-Meijerink.
  • Omdat de Arabieren van rechts naar links lezen en schrijven, hebben wij van rechts naar links leren cijferen. Tegenwoordig leren de kinderen van links naar rechts cijferen en dat sluit beter aan bij het hoofdrekenen
  • Het probleem met het rekenen op school is dat rekenen uit een boek nauwelijks iets te maken heeft met het rekenen in het dagelijkse leven.
  • Ons huidige onderwijs is gebaseerd op cultuuroverdracht van het verleden.
  • Er is niets mis met het realistisch rekenonderwijs, als je het maar goed doet. De uitgangspunten van het realistisch rekenonderwijs zijn legitiem. De didactiek is goed. Het commentaar dat nu gegeven wordt, heeft betrekking op slechts enkele onderdelen.
  • Realistisch reken-wiskundeonderwijs biedt ook een goede basis voor verdere ontwikkeling, dus voor studies op hoger niveau.
  • Een timmerman heeft andere rekenvaardigheid nodig dan een verpleegster, een architect of een elektromonteur.
  • Geef ouders vanaf het begin goede informatie over het rekenen. Laat hen op ouderavonden zelf kolomsgewijs optellen en staartdelingen maken. Laat hen zelf allerlei rekenactiviteiten doen, zoals bananen wegen. Doe dit minimaal 2 keer per jaar. En geef regelmatig een leuke opdracht of een spelletje mee naar huis, dus geen blad met sommen. Ouders moeten, net als hun kinderen, positieve ervaringen hebben met het onderwijs dat hun kinderen krijgen.
  • Gecijferdheid draagt wezenlijk bij aan de ontwikkeling van ieder mens tot een uniek persoon.
  • Werkelijke gecijferdheid is een heel complex proces. Iemand is gecijferd als hij beschikt over een set van elementaire rekenwiskundige kennis en vaardigheden als basis om verder te kunnen leren met daarnaast specifieke rekenwiskundige vaardigheden afhankelijk van de individuele persoon, beroep en maatschappelijke positie; hij beschikt over competenties in het managen van rekenwiskundige situaties: hij heeft een algemene rekenwiskundige attitude ontwikkeld; hij kan betekenis geven aan getallen in hun context, kan beredeneren of getallen kloppen; hij kan situaties identificeren waarin een rekenwiskundige probleem of activiteit ingebed is; hij kan situaties analyseren en kan bepalen welke rekenwiskundige informatie aanwezig is en welke activiteiten nodig zijn om het probleem op te kunnen lossen of op andere wijze adeqaat kan handelen; hij moet kunnen communiceren over rekenwiskundige informatie en vraagstukken; hij kan effectieve beslissingen nemen op basis van berekeningen; hij heeft een onderzoekende houding ontwikkeld voor de betekenis van getallen in nieuwe situaties; hij heeft een reflectieve houding ontwikkeld om het eigen handelen te kunnen beoordelen op juistheid en effectiviteit; hij kan constructief samenwerken met anderen; hij heeft competenties in het verwerven van nieuwe rekenwiskundige vaardigheden; hij heeft inzicht in eigen rekenvaardigheden; hij kan verworven kennis en vaardigheden flexibel aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen in zijn beroep.

Peter Ale (Docent wiskunde pabo)

  • Degenen die nu kritiek hebben op realistisch rekenen, zijn mensen die vroeger goed konden rekenen. Dat dat vaak helemaal geen rekenen was, maar ‘nadoen’ en ‘goed onthouden’, zijn ze vergeten. Toen ze leerden staartdelen, leerden ze een kunstje.
  • Formules zijn betekenisloze dingen. Studenten vullen klakkeloos de formule in, als ze een fout maken dan merken ze dat niet en wat de uitkomst betekent, staat in het boek. Bovendien is er een grote groep studenten die bij a^2 + b^2 = c^2 al rode vlekken in hun nek krijgt. Er zijn allerlei inzichtelijke manieren om het over de stelling van Pythagoras te hebben. Er zijn echter maar weinig leraren die die moeite nemen.

Henk Logtenberg. (Docent wiskunde en rekenen aan de Windesheim Opleidingen)

  • Het was goed geweest als het KNAW-rekenrapport aanbevelingen gaf over hoe de leerkracht het rekenniveau van de leerlingen kan verbeteren. Die belangrijke vraag wordt niet beantwoord. De bijscholing van leerkrachten schiet tekort. Daar ligt vooral het probleem. Vroeger was kennis levenslang. Nu is die kennis na vier à vijf jaar achterhaald. Kinderen leren ontzettend snel en de maatschappij verandert in rap tempo. Een leraar moet nu een leven lang leren.

Judith Wintermans (Onderwijzeres. Voor het ontwikkelen van ‘Rekenen: geen vak apart’ ontving ze een prijs uit handen van Minister van der Hoeven)

[Rekenen: geen vak apart]

  • Rekenen zit voor kinderen overal en het is dus érg onnatuurlijk om dit vak apart aan te bieden.
  • Ze leren nu én rekenen én samenwerken.
  • Sommige leerlingen bleken tot mijn verbazing toch naar het ouderwetse boekje te verlangen. Ze zagen dat boek liggen en vroegen er gewoon naar. Misschien omdat ze dat ook van hun ouders, broertjes of zusjes hebben gehoord.

Piet Mostert (Onderwijsadviseur bij de BDF-Adviesgroep. Hij adviseert over accreditatie in het HBO. Hij was coördinator kwaliteitszorg bij de HBO-raad)

[Breuken gebroken]

  • Een docent verzucht dat zijn eerstejaars natuurkundestudenten niet meer om kunnen gaan met breuken. Zijn breuken dan zo belangrijk? Maar dat is het punt niet. Voor de ingewijden zijn breuken het lakmoes van het wiskunde-onderwijs. Het kunnen rekenen met breuken markeert het omslagpunt, tussen er wel en niet thuishoren; moreel gesproken: tussen wel en niet deugen. Want wiskunde is bij uitstek een moreel vak. Ik zet het probleem in een ander perspectief, namelijk dat de macht van het denken in breuken nu eindelijk is gebroken.

Prof. Theo Wubbels (Onderwijskundige. Directeur van de docentenopleiding IVLOS)

  • Als er al een achteruitgang van het rekenniveau is dan komt dat niet zozeer door realistisch rekenonderwijs. Het komt veeleer doordat pogingen tot realistisch rekenonderwijs verkeerd worden uitgevoerd.
  • Er zijn ouders die hun kind thuis extra rekenles willen geven om rekenachterstanden te voorkomen. Hierdoor kunnen ze doorkruisen wat er op school gebeurt. Immers, de school hanteert een bepaalde manier om het rekenen te laten leren en wanneer men dat thuis op een heel andere manier aanpakt zou dat het kind in verwarring kunnen brengen.

REKENEN EN WISKUNDE: HET FREUDENTHAL INSTITUUT

De missie van het Freudenthal Instituut is het onderzoeken en verbeteren van het reken- en wiskundeonderwijs.

Jan van Maanen (Directeur van het Freudenthal instituut)

  • Internationaal onderzoek wijst uit dat vroege invoering van het cijferen en een te grote nadruk daarop een blokkade vormen voor de groei naar het flexibel en deskundig omgaan met getalsmatige gegevens, naar gecijferdheid.
  • Vroeger beschikten leerlingen slechts over een beperkt standaardrepertoire. Dat had echt iets geestdodends.
  • Kinderen begrijpend leren rekenen kost inderdaad iets meer tijd, maar het levert wel jonge mensen op die zelfstandig iets presteren. Verkijk je niet op de zeer negatieve ervaringen van de huidige veertigers en vijftigers, die onder het juk door zijn gegaan van 'je hoeft niet te begrijpen wat je doet, het gaat om het goede antwoord' en die keer op keer het goede antwoord niet vonden.
  • En ouders en grootouders moeten vooral niet denken "het was vroeger beter", maar ze zouden zich moeten verdiepen in wat kind of kleinkind nu doet en dan vaststellen dat de uitkomst hetzelfde is als met de 'oude' methode.
  • Diverse vraagstellers probeerden te achterhalen bij welke studieonderdelen de studenten nu vwo-kennis te kort gekomen waren, maar daar hadden deze woordvoerders van ‘Lieve Maria’ geen antwoord op.
  • Het doet denken aan een godsdienstoorlog. Het lijkt alsof een kleine sekte - sekte van de traditionele rekenaars - duidelijk wil maken dat het grote, algemeen gedeelde, geloof niet meer goed is.

Adri Treffers (Medewerker Freudenthal Instituut. Hoogleraar rekendidactiek Utrecht. Hij is één van de geestelijk vaders van het realistisch rekenen )

[De rekenmethode van opa werkt altijd]

  • Men mag de leerlingen niet opleggen hoe ze bijvoorbeeld aftrekkingen op het rekenrek of de getallenlijn moeten maken. Voor gestandaardiseerde berekeningswijzen is niet langer ruimte meer.
  • Het is toch te gek om met een methode te beginnen die heel abstract is en waarbij je helemaal geen gevoel hebt of wat je krijgt, wel klopt? Je gaat 72 min 59 toch niet onder elkaar zetten als het met 'aanvullend optellen', of 1 + 12, heel makkelijk gaat?
  • Als men cijferen in de beroepsopleiding zo belangrijk vindt, dan kan men dat daar toch uitbouwen?
  • De Nederlandse jeugd rekent beter dan ooit tevoren. Je moet de PPON-statistieken anders lezen dan de critici doen. Er blijkt juist uit dat de nieuwe methode op alle rekenonderdelen een positieve invloed heeft gehad. Dat geldt óók voor het cijferen: als we de oude methodes nog steeds hadden gebruikt, waren de resultaten slechter geweest. Bovendien wijst ander PPON-onderzoek uit dat het in het onderwijs, tot en met groep zes, nooit zo goed is gegaan. Op alle fronten. Nederland zit in de mondiale top vijf. Dat is geen mening, dat zijn feiten.
  • Het probleem is dat de critici van het rekenonderwijs niet meer weten dat de helft van hun klasgenoten destijds ook nauwelijks kon rekenen.
  • Uit het voorgaande is duidelijk geworden dat de kritiek van Van de Craats op het rekenonderwijs met terugwerkende kracht ook de traditionele rekenmethodes van vroeger treft.
  • De hele commotie rond het verdwijnen van de traditionele staartdeling is een storm in een glas water.
  • Het was niet het Freudenthal Instituut dat de vernieuwingen in het rekenonderwijs heeft doorgevoerd. Een methode-terreur? Alsof wij directe invloed op de methodes zouden hebben. De programma’s in de leerboeken zijn geënt op de kerndoelen die door de overheid zijn opgesteld.
  • Het is een beetje flauw van de critici dat ze zo hameren op die sommetjes waarvan we met z’n allen hadden afgesproken dat ze in het onderwijs minder nadruk zouden krijgen. Over het algemeen maken de kinderen van nu de sommen beter, zeker als het om schattend rekenen gaat.

Koeno Gravemeijer (Medewerker Freudenthal Instituut)

    [Onderwijskrant: wiskunde-oorlog in Nederland]

  • De grondslag van de FI-aanpak wordt gevormd door het socio-constructivistische uitgangspunt dat de leerlingen hun eigen kennis construeren en dat de beïnvloeding hiervan door het onderwijs slechts indirect kan plaatsvinden.
  • Wiskunde kan en moet geleerd worden op grond van eigen autoriteit en van eigen mentale activiteit. Kinderen maken hun eigen wiskundekennis. De eigen constructies staan centraal binnen het leerproces.
  • Kennis is uniek voor elke persoon. Je zou kunnen zeggen dat iedereen zijn of haar eigen werkelijkheid maakt. In het realistisch wiskundeonderwijs wordt ernaar gestreefd de leerlingen te begeleiden in het heruitvinden van wiskunde.
  • De klassieke wiskunde heeft als gevolg van de informatisering en globalisering compleet afgedaan.
  • Het type rekenonderwijs dat de critici propageren heeft enkel nut in een tijd waarin je nog veel met pen en papier moest uitrekenen. Inmiddels heeft de rekenmachine dit rekenwerk overgenomen. Mechanische rekenvaardigheid heeft zijn maatschappelijke functionaliteit verloren.
  • Er werd dertig jaar geleden veel geïnvesteerd in het oefenen van weetjes en procedures, maar de leerlingen konden hun kennis niet toepassen en nog minder in contextopgaven.
  • Wat moeten onze kinderen leren om van China te kunnen winnen? Over die vraag zouden we het eens moeten hebben.
  • Enige tijd geleden stond in de krant ”Tientallen doden door rekenfouten van artsen en verpleegkundigen”. Als je uitzoekt waar deze krantenkop op is gebaseerd dan blijkt dat er helemaal geen doden zijn geteld. Er is een redenering opgezet, waarbij vanuit de resultaten op een rekentoets is geëxtrapoleerd naar het aantal doden dat zou kunnen zijn gevallen. Ik kan u verzekeren dat die redenering beslist niet houdbaar is.

Hans Ter Heege (Medewerker Freudenthal Instituut)

  • Het van buiten leren van tafels is volstrekt overbodig.

Wil Oonk (Medewerker Freudenthal Instituut)

  • De oplossingen die ‘het kind zelf uitvindt’ blijken beter en diepgaander begrepen te worden dan oplossingen die worden overgenomen van leraren.

Joost Klep (Freudenthal Instituut; Stichting Leerplanontwikkeling)

  • Moeten we cijferen überhaupt oefenen? Moeten we nog sommen met maten en metriek stelsel laten oefenen of geven we de kinderen een tabellenboek. En welke vaardigheden beheersen kinderen 3 jaar ná het verlaten van de basisschool nog? Zijn de dingen die ze vergeten zijn dan het oefenen wel waard geweest ?

Prof. Marja van den Heuvel-Panhuizen (Medewerker Freudenthal Instituut)

[Reform under attack]

  • We hebben de plicht aan te sluiten bij de denkrichting van de kinderen zelf.
  • We kunnen niet terug naar 'mechanisch' sommen leren maken, zonder er bij na te denken. Kinderen zijn anders dan vroeger, ouders zijn anders. In Azië kunnen kinderen dat heel goed, daar scoren ze hoog in rekenen. Maar daar klagen ze over gebrek aan creativiteit.
  • Er is een hetze tegen realistisch rekenen aan de gang.
  • The Style of the Attack on RME (Realistic Mathematics Education) reflects the Political Climate in the Netherlands. In recent years the tone of the public debate has been lowered, especially when the establishment is the target of the debate. The track record that the Freudenthal Institute has built means that we are now part of that establishment, with all the consequences of that position.
  • The opponents of RME have as their leader, a professor in mathematics, who used to teach at a military academy.
  • It is stated shamelessly by RME-attackers that children do not need to think.

Willem Uittenbogaard & Wim Koersen (Freudenthal Instituut. Uittenbogaard is werkzaam op PABO Hogeschool InHolland)

[ Kolomrekenen en cijferen: hoe nu verder]

  • Als je goed rondkijkt in de scholen, zie je dat er onevenredig veel tijd wordt besteed aan het oefenen en inslijpen van kolomprocedures. Sommige scholen gaan in groep 7/8 de kolomprocedures zelfs nog vervangen door ons traditionele van rechts naar links cijferen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn! Deze vaardigheden heb je later helemaal niet nodig! Het procedurele rekenen (kolomsgewijs en cijferend rekenen) loopt in zekere zin op z’n laatste benen. Wij zijn van mening dat verdere terugdringing van de onderwijstijd voor dit nog altijd dominante leerstofgebied dringend gewenst is.

Jan van Stralen (Docent PABO Amsterdam/Alkmaar. Medewerker Freudenthal Instituut)

    [Cijferen als differentieel doel in het basisonderwijs]

  • Ik kocht bij een groot warenhuis een bureau van f 650,-. Achteraf bleek het bureau echter voor f 585,- in de aanbieding. Ik werd verwezen naar de klantenservice, waar een mevrouw me vertelde dat ik het teveel betaalde geld terug kreeg. Ze keek naar de bedragen, rommelde wat onder de balie, verontschuldigde zich, verliet de ruimte en kwam na enige tijd terug. Ze had de oplossing voor haar probleem meegenomen: een rekenmachine. Ze typte beide bedragen in en verklaarde dat ik 65 gulden terug kreeg. Vanaf die tijd heb ik mijn zwakke leerlingen niet meer lastig gevallen met het aanleren van cijferend aftrekken onder elkaar.
  • Een goede vierdejaarsstudent bedrijfskunde worstelt met de opgave 5 * 0,4 als zijn rekenmachine hem ontfutseld is. Deze student functioneert met rekenmachine prima en verdient een hoog cijfer voor zijn werkstuk.
  • Mijn oudste zoon, inmiddels geslaagd voor het vwo met een ruime voldoende voor wiskunde, pakt bij een opgave als 1 : 0,2 meteen zijn rekenmachine. De rekenmachine heeft de maatschappelijke functie van het cijferen overgenomen. Dat moge duidelijk zijn. Waarom dan nog leren cijferen?
  • Ik snap niet waar Van de Craats het over heeft als hij zegt dat herinvoering van het cijferen goed zou zijn voor zwakke leerlingen. Ik werk nu alweer meer dan 15 jaar op een pabo en kom eigenlijk nog steeds hetzelfde tegen bij zwakke rekenaars: moet je die breuken nu gelijknamig maken of moet ik deze omkeren? Hoe moet ik ook alweer aanhalen bij die deling? Als nu mijn studenten net als vroeger mijn leerlingen, ruimte krijgen om zelf na te denken en hun eigen oplossingen te vinden, gaat er een wereld voor hen open: ze begrijpen waar ze mee bezig zijn! Ze ervaren dat rekenen-wiskunde niet bestaat uit trucjes en rekenregels, maar dat het een kwestie is van gezond verstand.

Maarten Dolk (Medewerker Freudenthal Instituut. Lector ‘Geïnspireerd Leren’ Hogeschool Zuyd)

  • Heel veel leraren vinden voordoen-nadoen niet meer de gewenste aanpak. De kinderen gaan dan niet zelf nadenken maar volgen steeds wat de leraar zegt.
  • Ik vermoed dat een leraar die de kinderen een groot rekenprobleem aanbiedt waarin kinderen op de grens van hun eigen kunnen werken, gemakkelijker het denkwerk bij de kinderen kan leggen.
  • De leerlingen leren van elkaar en leren zelf doordat zij het elkaar uit moeten leggen.

Belinda Terlouw (Projectleider 'Speciaal Rekenen' aan het Freudenthal Instituut en Pabo-docente in Zwolle)

[Realistisch rekenen is niet zo dogmatisch]

  • De Stichting Goed Rekenonderwijs verspreidt ongerustheid over het Nederlandse rekenniveau en dat vind ik op twee manieren verkeerd. Allereerst is gebleken dat we het in internationaal opzicht helemaal niet zo slecht doen. Ten tweede wordt ons, het Freudenthal Instituut, deze vermeende achterstand in de schoenen geschoven.
  • Mariska Milikowski vertelde in het artikel dat ze kinderen heel snel leerde vermenigvuldigen door tafels te stampen. Ik weet een andere snelle methode: ik ben een keer met de kinderen naar de supermarkt gegaan en heb ze in één morgen leren vermenigvuldigen! Ze kregen daar de essentie van het vermenigvuldigen door. Als een kind dat niet begrijpt, kan het misschien wel de tafels opzeggen, maar als je dan vraagt ”Wat is 6 x 12?”, zeggen ze: “Dat hebben we nog niet gehad”.
  • Als een kind niet in staat is om 5 x 7 = 35 uit te rekenen en je houdt het maar steeds voor -via de tafels- dat het 35 is, dan behaal je een schijnresultaat. Dan zegt het netjes op commando 35, maar kan het dan ook zeggen hoeveel 5 x 27 is, heeft het daar dan de vaardigheden voor? Daar heb je een cognitief netwerk voor nodig dat eerst in je hoofd moet worden gevormd.
  • Een trucje gebruik je bij vierentwintig drie-dertiende gedeeld door zevenvijftiende, als dat überhaupt een opgave is die je ooit tegenkomt. Maar als bij ‘normale’ rekenopgaven op basisschoolniveau een trucje het zicht beneemt op wat je eigenlijk aan het doen bent, kan het ook tot grote misverstanden leiden, zelfs bij sterke rekenaars.
  • Uit onderzoek is gebleken dat door het verwoorden van en reflecteren op denkprocessen, kinderen zich bewust worden van wat ze hebben gedaan. Op cruciale leermomenten is het heel belangrijk dat kinderen de ontdekkingen die ze hebben gedaan, delen met andere kinderen. Mij gaat het erom dat het kind zelf mag leren denken.

HET BASISONDERWIJS

“Het beeld van kinderen die oren afdekken omdat een verkeerde beweging met het krijtje wordt gemaakt, zal iedere leerkracht bekend voorkomen. Toch wordt dit geluid steeds zeldzamer, want veel scholen ruilen de traditionele krijtjes in voor geluidsarme digipennen. Het is leuk om te zien dat zelfs kinderen uit groep 3 een usb-stick meenemen met foto’s die ze op het digibord aan hun klasgenootjes willen laten zien.”
Kennisnet - InDruk

Piet Derikx (Voorzitter van de scholengroep Signum)

  • Wittering.nl is een basisschool waarin geen klaslokalen, leerplannen en vakken meer zijn, maar een rijke leeromgeving en kernconcepten. Taal en rekenen worden zoveel mogelijk geïntegreerd in de kernconcepten.
  • In de basisschool Wittering gaan de leerlingen zelf op zoek naar antwoorden op hun intrinsieke vragen.
  • Elk team dat een groep begeleidt bestaat uit een regisseur, een mentor (beginnend leerkracht), onderwijsassistenten en wisselende specialisten; ze hebben een coachende taak.
  • In Wittering staat de autonomie van leerlingen centraal.

Ton van Rijn (Directeur van ‘Wittering.nl’, een basisschool bedacht door Harry Gankema)

[Geen lokalen, wel een Eurekaruimte]

  • Het huidige onderwijs is te talig. Terwijl elk kind anders leert; je hebt beelddenkers, die leren niet in taal. Je kunt van een hyacint ook geen tulp maken.
  • Waarom moeten we eigenlijk breuken kunnen vermenigvuldigen? Welke volwassene maakt er nog een staartdeling? Onderwijs zou moeten gaan over talentontwikkeling.
  • De echte intelligentieontwikkeling zit in sport, beweging en kunstzinnige vorming: in verbeelding en goed in je vel zitten.

Benedict Hal (Directeur Basisschool 'De Octaaf')

N.a.v. het gesubsidieerde project 'Lopend Leren' waarin kinderen met een PDA op stap gaan:

  • De grote bulk van hun tijd brengen kinderen buiten school door. Daar communiceren ze zich rot. Maar op school houdt het meteen op. De school is een museum: daar moet het mobieltje meteen uit en is de computer een uurtje per dag beschikbaar. Ik vind dat de school als een facilitair bedrijf kinderen in staat moet stellen om over de nieuwste apparatuur te beschikken. Dit apparaatje mag mee naar huis en slaat zo een brug tussen school en de vrije tijd. Ik hoop dat het de leerlingen uitdaagt tot kennis vergaren en kennis delen.
  • Leerlingen gaan naar het winkelcentrum om klanten en winkeliers te interviewen over voeding. Ze gaan ook vergelijkend warenonderzoek doen bij verschillende supermarkten. Weer op school kunnen ze die informatie eenvoudig uitwisselen. Zo worden vaardigheden (samenwerken, interviewen) gecombineerd met kennis vergaren en uitwisselen (hoe ziet een passievrucht eruit – foto!- en hoeveel duurder is een pond gehakt bij de slager dan bij de kiloknaller?).
  • Eigenlijk kun je als je de winkel in het middelpunt stelt, bijna alles wat kinderen moeten leren aanbieden. Niet alleen rekenen, lezen en schrijven, maar ook aardrijkskunde, biologie en sociale vaardigheden. Alles is er te vinden. Volwassenen zien het vaak niet, kinderen wel.

Hanneke van Mierlo (Projectleider MINT bij 'Samen Koersen op Zichtbare Onderwijskwaliteit', een onderwijsstichting met 31 scholen)

  • Meervoudig IN Talent (MINT) is een project op basisschool De Wilderen dat opgezet is om meer recht te doen aan het onderzoekend vermogen van kinderen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen van nature onderzoeksvaardigheden bezitten. In ons talige onderwijs komen die echter onvoldoende aan bod. Ook andere wetenschappers, zoals Harry Gankema, doen onderzoek op dit gebied (hoe ontwikkelen hersenen zich?)
  • Mensen kenmerken zich door drie manieren van denken en leren, te weten:
    - reflexmatig en geconstrueerd gedrag
    - patroonherkenning, opslag van ervaring en koppeling aan emoties
    - talige benadering van de wereld
    MINT doet vooral een appél op de tweede, gestalt-achtige manier van de wereld benaderen.

Anko van Hoepen (Directeur basisschool die valt onder Alpha Scholengroep)

  • Je gaat min of meer toevallig naar een onderwijsconferentie en binnen de kortste tijd wordt heel het onderwijs op je school overhoop gehaald. Op die conferentie werd ons een spiegel voorgehouden. Zo werd ons duidelijk gemaakt dat als je een beeld van een klaslokaal anno 1930 bekijkt en je bekijkt een gemiddelde klas van nu, dan is er maar bar weinig veranderd. De bewuste conferentie ging over 'natuurlijk leren'. Onder dat begrip vallen termen als duurzaam leren, meervoudige intelligentie en systeemdenken. Het tegengestelde van boeiend onderwijs is saai onderwijs. Maar dat is slecht voor kinderen. Dat betekent dat je niet leert. We willen de kinderen op school leren over de maatschappij, maar ook leren om die maatschappij te veranderen. Ze laten zien dat heel veel dingen met elkaar samenhangen.

Irma Schaatsenberg (Onderwijzeres voor groep 3 en ict-coördinator op 'de Trampoline' in Leidschendam. Ze won een reis naar Wenen voor het European Innovative Teachers Forum, een door Microsoft georganiseerde forum over ict-lessen en ict-projecten))

    Uitspraken door haar gedaan op een driedaags congres in Wenen over innovatie in het onderwijs:

  • De alwetende juf bestaat niet meer. Normaal zijn wij degenen die informatie geven. Maar kinderen hebben tegenwoordig ook andere plekken waar ze informatie vandaan halen.
  • Ik leer nu zelf van mijn leerlingen. Ik ben niet opgegroeid met computers. Wij lopen achter en je moet ook niet willen dat je hen bijhoudt. De scholieren en ik moeten van elkaar leren.
  • Om te leren lezen gingen mijn leerlingen zelf met een digitale camera aan de slag, legden de foto’s van voorwerpen vast, plaatsen de spelling eronder en de foto’s werden uiteindelijk klassikaal via een PowerPointpresentatie behandeld.

Bas Rosenbrand (Mede-oprichter van 'Iederwijs')

[Stevens voorziet radicale onderwijsvernieuwing]

  • Een meisje kon op haar tiende nog niet lezen. Toen kreeg ze belangstelling voor ponys en ontdekte dat er allerlei boeken over ponys waren. Vervolgens heeft ze in no time lezen geleerd.
  • In een maatschappij waar kennis ruim voorhanden is, denk ik dat de jongen die is voorbestemd om banketbakker te worden dit ook zeker zal worden.

Yolanda Eijgenstein (Mede-oprichter van 'Iederwijs'. Zakenvrouw van het jaar 1997. Schrijfster van o.a. “Het kleine boek van het succes”)

  • De leerlingen van iederwijs worden helemaal niet gestuurd, ook niet door een leercontext. De leerlingen kiezen zelf hoe, wanneer en wat ze willen leren. Als een kind verder zegt: ik wil later dit of dat worden, dan kijken we samen naar wat het kind daarvoor nodig heeft.
  • Kinderen onder de 12 jaar weten donders goed wat goed voor hen is. Wij denken dat we het beter weten, maar dat is niet zo.
  • Ik heb jaren geschiedenis en aardrijkskunde gehad en daar weet ik nu niets meer van. Sinds drie jaar weet ik pas dat Amsterdam boven Leiden ligt. Als ik het wil weten, vraag ik het wel. Trouwens, waarom is geschiedenis belangrijker dan voetballen?
  • De leerkracht volgt met liefde het kind, en het kind volgt zichzelf met zelfvertrouwen.

HET VOORTGEZET ONDERWIJS

"Het ministerie heeft onlangs het initiatief genomen om via de website www.bevoegd.nl per school cijfers over de mate van bevoegdheid in het voortgezet onderwijs openbaar te maken. In onze reactie hebben we duidelijk gemaakt dat het naar de mening van de VO-raad aan de scholen zelf is om zich aan ouders en andere belanghebbenden te verantwoorden."
De VO-raad

Henk van Dieten (Directeur van Slash 21, een school met een extreme vorm van 'nieuw leren')

[KPC Info]

    Leerlingen van Slash21 kregen later grote problemen in het vervolgonderwijs

  • We hebben net een presentatie achter de rug waarin de leerlingen aan hun ouders hebben laten zien wat ze deze maand geleerd hebben: dat geeft echt een kick: dat wil je graag aan anderen kwijt. Kinderen die ICT-vaardigheden hebben opgedaan, die zelf videofilmpjes maken over Slash en over hun eigen ervaringen, met muziek en tekst. Eigen home-pages maken, een modeshow presenteren en zingen en acteren. En aan alle kanten wordt zichtbaar hoe ze in korte tijd in nieuwe groepen met voorheen onbekende medeleerlingen hebben leren samenwerken.
  • De veranderingen gaan zo snel dat feitenkennis in hetzelfde tempo veroudert. Nodig is vooral een school waarin de docent zich kan toeleggen op het contact met zijn leerlingen, en waar de leerlingen een omgeving treffen die naadloos aansluit bij hun eigen leefwereld. Een school waar niet langer de eindtermen de marsroute bepalen.

Wil Segeren (Voorzitter OMO-scholengroep 'Het Plein'; bedenker van 'De Nieuwste School' in Tilburg)

  • School is voor deze generatie kinderen vreselijk saai. Ze willen praten als het hén uitkomt. Ze willen leren wat zíj belangrijk vinden. En dat halen ze 's avonds van internet. Dat vragen ze heus niet aan de meester.
  • Niet het boek, niet de docent maar internet wordt de belangrijkste informatie-bron.
  • De leraar is in het leerproces niet iemand die alle antwoorden paraat heeft, maar die leerlingen helpt om de juiste vragen te stellen.
  • Het concept van De Nieuwste School gaat uit van het ‘fractalprincipe’. In zijn denken over lerende organisaties geeft Peter Senge aan dat ‘het model staan’, dat inherent is aan het fractal-denken, noodzakelijk is bij het realiseren van echte veranderingen.

Maarten Koudstaal (Decaan VMBO)

[Leerlingen vragen ander onderwijs]

  • Het moderne kind moet in deze tijd de maat voor het onderwijs worden.
  • Zonder een soapverhaal of jachtidee mist ons oude audiovisuele materiaal de aansluiting bij de belevingswereld van het moderne kind.
  • Grenzen stellen, iets verbieden, wekt grote weerstand op bij bepaalde kinderen. Ze voelen zich in hun eer aangetast als ze gecorrigeerd worden of niet de aandacht krijgen waarom ze vragen.
  • Als ouders niet in staat zijn om de noodzakelijke zaken aan te dragen, dan moet het onderwijs daar in voorzien. Door samen op school te beginnen met ontbijt en tussen de middag een warme verantwoorde maaltijd. Door het leren in te bedden in de prikkelomgeving (computer/televisie) van het kind.
  • Gelukkig zijn er al stromingen op gang gekomen die het leren onorthodox willen hervormen. Er worden dan geen cijfers meer gegeven en er zijn geen afzonderlijke vakken.

Anne Hondema (Docente VMBO)

  • Eigenlijk is het heel simpel wat mij betreft: als je het kind centraal stelt en niet zijn resultaten, bedacht door een ander die vindt dat je dan gemiddeld bent, dan kunnen wij als leerkrachten ook weer onze harten openen! Dat is wat de kinderen van ons vragen, durf jezelf te laten zien. Dan kunnen wij weer groeien en bloeien! Wij willen, wat mij betreft, veel te graag dat de kinderen zich aan ons aanpassen terwijl we ontkennen wat ze ons spiegelen. Durf te luisteren naar de kinderen en te zien wat ze van ons vragen! Op deze manier kon ik heel recent met 23 leerlingen uit 2 VMBO een geweldige meditatie ervaren! Er zit zoveel meer in de kinderen dat hen rust en geluk brengt dan ons geforceerde, gebrekende en meetbare schoolsysteem! Ik hoop zo dat we vanuit vrijheid de kinderen onderwijs durven te bieden!

Ellen Tapia-Quilodrán (Docent beeldende kunst en vormgeving)

[Doceer de docent in nieuwe media]

  • Internet is een ideaal medium voor kennisoverdracht en in te zetten voor alle schoolvakken.
  • Als docent in opleiding heb ik tijdens stages meegemaakt hoe de generatiekloof tussen docenten en leerlingen met de dag groeit. Terwijl leerlingen zich aansloten bij forums en nieuwsgroepen, vanuit de klas twitterden dat zij zich verveelden en krabbels achterlieten op de Hyvespagina van hun klasgenoten, leerden de docenten hoe zij hun e-mail moesten openen.
  • De docent heeft zijn rol als kennisautoriteit verloren.

Geert Steenbakkers (Ministerie van onderwijs. Manager bij Fontys. Senior consultant bij ISISQ5, een projectorganisatie die is gericht op de professionalisering van leidinggevenden in het voortgezet onderwijs)

  • De maatschappij is niet in vakken ingericht, dan moeten scholen dat ook niet zijn.
  • De leerling staat centraal. Wat die wil leren, dáár moet het om gaan.

Martien Van Diesen (Voorzitter college van bestuur Commanderij College te Gemert)

[Mooie woorden, maar slechte ideeën]

    Een docent die kritiek had op zijn uitspraken, werd geschorst en kreeg een spreekverbod.

  • De docent die alleen als wiskundige of classicus bezig is achter de gesloten deur van zijn lokaal, is een risicofactor voor ons onderwijs.
  • In het onderwijs wordt in het vmbo door zogenaamde tweedegraders een grotere prestatie neergezet dan door op een automatische piloot vanuit het verleden doorkabbelende Bonners.
  • De laatste inzichten van de analytische meetkunde kunnen niet verhullen, dat met name eerstegraders het contact met de hedendaagse jeugd, de geweldige generatie Einstein, verloren is.
  • Hele kranten worden volgeschreven over het belang van staartdelingen. In een tijd dat we toe zijn aan een opvolger voor Einstein, in een tijd waarin ons denkraam steeds groter moet worden, discussiëren we nog steeds over onbelangrijke details.

Rob Brouwer (VO-Docent Beeldende Vorming Helen Parkhurst in Almere)

  • Op mijn school werken de onderbouwleerlingen in het kader van ‘het nieuwe werken’ sinds een jaar met netbooks. Als kleine ondernemers installeren ze dagelijks hun mobiele kantoor. Tussen leren (taakgericht) en leren leren (rolbewust) gebruiken ze het digitale portfolio als bindmiddel. Mijn school is vooruitstrevend en dynamisch, proeftuintjes genoeg.
  • Door zeggenschap te activeren voorkom je weerstand, door zeggingskracht te mobiliseren ontstaat er kennis en kunde.
  • Ik ben geen lesboer. Ik ben plannenmaker, regisseur en afweger tegelijk. Ik werk planmatig aan proces, product en niveau. Net als de leerling doe ik dat om al lerend bewijs te vergaren, maar evenzeer om me zelfregulerend te blijven ontplooien. Als dat ook ‘nieuw werken’ is, is daar ‘nieuw management’ voor nodig.

Rolia Wiggelinkhuijsen (Conrector VO Daltonschool 'Helen Parkhurst' in Almere)

  • We willen voor de leerlingen een krachtige leeromgeving maken, zodat er niet alleen de cognitieve bel gaat rinkelen, maar allerlei soorten bellen. Differentiatie is niet alleen op A t/mF-niveau, verschillen zijn er in visuele, auditieve en kinestetische leerstijlen, en nog veel meer verschillen als het gaat om de meervoudige intelligenties en op die verschillen bieden we de lesstof te weinig aan. We willen graag afwisseling tussen het cognitieve, en het speelse, en de geheugenwerking van het lijf erbij betrekken. Het uiteindelijke doel is dat de leerling via allerlei tussenstapjes zijn of haar eigen leerstijl op de verschillende intelligenties ontdekt. Dan kan er vandaaruit effectief geleerd worden.
  • Kwaliteit van het onderwijs is niet te vangen in getallen. Dat doet de inspectie en daar word ik chagrijnig van.

Wim Littooij (Bestuursmanager CVO Rotterdam)

[Onderwijs maken (KPC)]

  • Voor ‘kennisvaardigheid’ is een minimale basiskennis vereist. Het onderwijsmodel waarin kennisoverdracht en leerstof centraal staan, is daarmee niet meer van deze tijd.
  • De vernieuwing van het onderwijs zal radicaal aangepakt moeten worden. Het wordt een onderwijsmodel zonder jaarklassen, zonder schooltypen met onoverbrugbare scheidslijnen en zonder een centraal examen als selectiecriterium voor diplomering.

Jeroen Naaijkens (Voorzitter college van Bestuur HAS. Lid van de HAO-raad)

  • Bij het serieus nemen van de kennis en vaardigheden/competenties van leerlingen hoort ook de onomwonden erkenning dat de leerling het soms echt beter weet. Dus niet een “kijk dat kind toch eens leuk zijn best doen” erkenning, maar een “blij dat je dit voor me wilt doen” erkenning.

Jan Gispen (Voorzitter bestuur 'Stichting Voortgezet Onderwijs' te Utrecht)

  • Op het vlak van bestuur en innovatie is een radicaal andere aanpak nodig waarbij schoolleiders met lef en verbeelding de voortrekkersrol moeten vervullen en voor de metamorfose – van rups- naar vlinder-school – moeten zorgen. Wil een rups een metamorfose ondergaan tot vlinder dan heeft hij of zij visie nodig en lef. Visie om te beseffen dat de toekomst andere doelen kent dan je vol vreten met bladmoes en het alsmaar dikker willen worden. Lef bovenal, om uiteindelijk je met moeite aan die cocon te ontworstelen en dan te gaan fladderen en nectar uit bloemen te drinken. Zo gaat dat met scholen ook. Een innovatief schoolleider denkt zijn medewerkers vooruit en is bezig met de ontwerpfase van vlinders.

Roel Verstappen, Karin van Buren, Juanita van Montfort, Hans Luesink, Hans Venderbos (Academische School Limburg. De academische school is een VO-schooltype dat opleiding en innovatie koppelt aan onderzoek en ontwikkeling. Dit levert hun een subsidie op van 1,2 miljoen euro)

[Internationaliseringscompetenties]

  • De Academische School Limburg is bezig met het ontwikkelen van ‘internationaliseringscompetenties’ voor docenten. Deze zullen worden gerangschikt in de competentiematrix zoals die is geformuleerd door SBL.
  • Het Europees platform en SBL hebben samen het projectplan vormgegeven om een landelijke kenniskring te lanceren. Onze internationaliseringscompetenties spelen daarbij een hoofdrol.
  • Tijdens het congres op Kasteel Vaalsbroek in Vaals werden 29 competenties internationalisering opgesteld.
  • Uit ons onderzoek komt naar voren dat de volgende competenties significant meer voorkomen bij internationaliserende docenten:
    - De docent beargumenteert en draagt de meerwaarde van internationaliseringsactiviteiten uit
    - De docent communiceert tijdig en transparant met de leerlingen en hun ouders/verzorgers over internationale activiteiten met als doel het verstevigen van de vertrouwensrelatie
    - De docent onderhoudt op een constructieve wijze internationale netwerken
    - De docent stelt zich flexibel op in een internationale context
    - De docent blijft de internationaal georiënteerde leerstof innovatief ontwerpen, contextgericht en activerend aanbieden
    - De docent ontwikkelt bewust eigen interculturele (internationale) competenties
    - De docent verbindt internationale en lesgebonden Europese en mondiale activiteiten aan het leerplan of PTA en legt dat vast
    - De docent reflecteert met zijn leerlingen systematisch op hun eigen internationale ontwikkeling
    - De docent communiceert met kennis van en respect voor andermans cultuur met collega’s en leerlingen van de partnerschool

Kees Hoefnagel, Iris Atkinson (Hoefnagel is voorzitter Centrale Directie Scholengroep Roermond. Atkinson is afdelingsleider vwo op locatie Broekhin)

  • De directies en afdelingsleiders van de scholengroep zijn op retraite geweest in Italië. Het motto van de retraite was: ‘Duurzaam leiderschap, Benedictus en Umbrië als bronnen van inspiratie’.
  • Als scholengroep willen we een cultuurverandering teweeg brengen door te investeren in leiderschap op elk niveau. De retraite is een bezinning op de vraag wat leiderschap voor ieder van ons betekent.
  • De Umbrië-retraite heeft me [Atkinson] gesterkt in mijn opvatting dat ik als leider authentiek moet zijn. Wat je vindt, moet je ook durven doen.

HET MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS (MBO)

"Ons onderwijs is niet failliet, maar juist springlevend. Gisteravond sprak ik 5 studenten van 3 verschillende colleges, onze gamebassadors. Weer 5 toppers (in spe)"
Rob Franken (Bestuursvoorzitter ROC West-Brabant)

”Roc-docent Mattijs van Mansfeld is leraar van het jaar. Hij begrijpt als geen ander de behoefte van zijn leerlingen aan eindeloos msm’en en internetten. ‘Ik sluit makkelijk aan bij hun belevingswereld’.”
Kennisnet - inDruk

Klaas Koops (Voorzitter College van Bestuur ROC Friesland College. Mede-oprichter van de MBO-Raad, waarvan hij een aantal jaren bestuurslid was. Voordien was hij beleidsmedewerker (PvdA). Koops schreef boeken en publicaties in opdracht van het procesmanagement 'Herontwerp mbo'. Schrijver van het boek 'Duurzaam veranderen van (beroeps)onderwijs'. Lector bij het Consortium voor Innovatie)

Koops voerde abrupt het nieuwe leren in op het Friesland College. Sindsdien heerst er op de school een angstcultuur bij tegenstanders van die methode en nam het aantal leerlingen fors af. Het was voor de Heerenveense Courant ondoenlijk om de vele klaagbrieven van ouders te publiceren. In 2006 staakten leerlingen van het Friesland College omdat ze maanden achter elkaar geen lessen hadden en er grote chaos heerste. Volgens decanen is er al jaren crisis bij het Friesland College en zijn bij dit ROC de problemen bekend, maar er wordt niets met deze kennis gedaan.

  • De hele wereld is vol met praters, maar er zijn weinig mensen die wat doen.
  • Het ROC Friesland College heeft een eigen onderwijsconcept "Praktijkgestuurd leren" ontwikkeld, een concept waarin constructivistisch leren en niet onderwijzen centraal staat.
  • Bij succesvolle onderwijsinnovatie gaat het vooral om visie, durf en doorzettingsvermogen. Kenmerken die in onderwijsland schaars zijn.
  • Innoveren betekent tegen de mensen zeggen ‘Kan niet ligt op het kerkhof en Weet niet ligt ernaast’. En hen te bewegen om soms vreemde dingen die in eerste instantie niet kunnen toch op te pakken.
  • Door het Britse Postoffice wordt gezegd dat slechts tien procent van de innovaties slaagt. Zo lang er geld is, hoeft dat feit geen probleem te zijn.
  • Veranderingen in het onderwijs zijn duurzaam als de kans op terugvallen in oud gedrag minimaal is.
  • Leren begint bij het opdoen van reële ervaringen, bij prestaties die de cursisten in de echte praktijk realiseren.
  • Van de cursisten krijgen we overwegend positieve reacties op dit praktijkgestuurde leren. Ook de docenten vinden praktijkgestuurd leren een goede ontwikkeling.
  • Een groep medewerkers heeft moeite de vernieuwingen te volgen. Zij streven naar een grotere vrijheid van de docent. Maar het onderwijs heeft geen behoefte aan docenten met meer vrijheid, het onderwijs heeft behoefte aan professionals.
  • Het regionale bedrijfsleven blijkt minder sterk gericht op het vasthouden van een hamer. Bedrijven vinden het belangrijker dat er gewerkt wordt aan de persoonlijkheid en aan de attitude als werknemer. Gedrag als op tijd komen, je betrokken tonen, een beetje flink zijn: daar draait het om.
  • [Naar aanleiding van het programma Rondom Tien, waar ontevreden leerlingen hun ongenoegen kenbaar maakten]
    De presentator gaf met name 'tegenstanders' van het Friesland College spreektijd en wij kregen nauwelijks de gelegenheid te reageren.
  • [Naar aanleiding van de commotie nadat uitlekte dat Koops na zijn voortijdig aftreden als collegevoorzitter nog 5 jaar doorbetaald wordt door het Friesland College, formeel als adviseur, wat hem meer dan een miljoen euro oplevert]
    Ik kan de ophef niet begrijpen. Ik heb bij mijn komst vastgelegd dat ik op m’n 63ste met fpu wilde en die afspraken lopen gewoon door.
  • Ik heb geen topsalaris. Als ik vijf ton zou verdienen, dan begrijp ik dat u hierover schrijft.

Marc Veldhoven (Bestuursvoorzitter ROC De Leijgraaf. Procesmanager 'Realisatie Competentiegericht Onderwijs'. Initiatiefnemer van de kenniskring Stealth Education, die zich bezighoudt met spelenderwijs leren zoals gebeurt tijdens het spelen van computergames. Tal van nevenfuncties waaronder
lid van de Raad van Toezicht van de Stichting Kennisnet. Schrijver van een boek over management in onderwijsorganisaties. Hij was genomineerd als Overheidsmanager van het jaar)

[Stealth Education: Bits, Brains & Games]

  • Het examineren van schrijf- en spreekvaardigheden zou contextgebonden moeten zijn. Neem als voorbeeld de piloot die op de minuut nauwkeurig aan kan geven hoe laat het vliegtuig waarin je zit en dat zojuist in Amsterdam is opgestegen aan zal komen in New York. Hij kan alle parameters interpreteren. Diezelfde piloot kan dat niet op een boot.
  • Het opnieuw invoeren van een centraal examen is een van de maatregelen die dreigt te worden genomen om aan alle kritiek op ROC's een eind te maken. Als dat gaat gebeuren wordt onze studenten ernstig tekort gedaan.
  • Onderzoek toont aan dat 70 procent van het leren informeel is. De school is dus niet de regisseur van het leren. De jongeren zelf zijn – bewust of onbewust - regisseur van hun eigen leerprocessen.
  • De leertheorie over drive en motivatie is gebaseerd op moderne inzichten in de werking van de hersenen. Het aanbrengen van motivatie is feitelijk het prikkelen van de hersenen. Alleen dan komt leren tot stand.
  • De ballenbak is voortgekomen uit een onderzoek dat communicatiebureau Keesie onder onze leerlingen hield. Daar kwam uit dat studenten zich niet voldoende uitgedaagd voelden door ons onderwijs. Ze konden hun interesses niet op school kwijt en voelden zich belemmerd in het leren. Als je wilt dat jongeren productief worden, moet je er eerst achter zien te komen wat hun motiveert en wat hun leervragen zijn. Pas dan kun je een grote sprong voorwaarts met ze maken. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de innovatieprojecten waarbij een bedrijf een concreet probleem voorlegt aan een team van studenten en docenten. In zo’n team is er geen onderscheid tussen leraar of leerling. Ze lossen samen het vraagstuk op. Daar zouden we meer naar toe moeten.
  • Ik ben een digitale allochtoon, mijn zoon is een digitale autochtoon.
    Ik SMS met een vinger, hij met een duim.
    Ik heb een eigen website, hij zit op HIVES.
    Ik lees eerst de handleiding van een nieuw apparaat, hij heeft het apparaat na twee minuten aan de praat.
    Ik zet mijn mobiele uit als ik rust wil, hij is 24/7 “connected”.
  • Bij ‘World of Warcraft ‘ontdekten we, in onze gesprekken met jongeren, een sociale wereld waar we het bestaan niet van vermoedden. Het lijkt er op dat gamers betere teamleden zijn, beter kunnen samenwerken en problemen op een andere manier benaderen en oplossen. Vooral de waarneming dat gamers problemen niet lineair en solistisch benaderen, maar in groepen “onderduiken” , trekt grote aandacht. We hebben het ook gehad over het verslavende effect van games, maar we kwamen snel bij het begrip flow uit. De zintuigen werken op een hoog niveau. Men is alert. Men reageert snel. Er is sprake van samensmelting van actie en bewustzijn. Er zijn duidelijke doelen. Er is hoge concentratie op de gestelde taak. Er is gevoel van controle. Men is gretig naar feedback. Het tijdsbesef verandert. Er is sprake van bevrediging, genot. Dit alles leidt tot een toestand waarin geleerd wordt. Men leert. Men onthoudt. Men verbetert zich.
  • We hoeven niet overal games van te maken in het onderwijs. Wel moeten we het ‘verborgen’, informele leren door middel van games expliciteren en naar wegen zoeken dit leren te erkennen en waarderen.
  • Het onderwijs stoort onze jongeren hinderlijk in hun wens om 24/7 connected te zijn. Wij moeten als onderwijsinstellingen iets doen met deze “connectivity”.
  • In deze tijden moet er goed gestuurd worden. Ook al zitten we soms in de mist of is het in ieder geval soms slecht zicht. Maar de volgende spreuk blijft van toepassing: "Ook in de mist lopend, ontdek je de wereld. Al het is het meter voor meter."
  • Om mezelf te verdiepen in theorie en praktijk van natural leadership ben ik met een groep managers in 2008 naar de binnenlanden van Zuid Afrika gegaan. Onze opdracht? Eén vraag beantwoorden: Wie ben ik en wat is mijn werk? Het is de moeite waard om van gedachten te wisselen over de psychologische opbrengsten van diepe natuurervaringen, het (her-)ontdekken van nieuwe bronnen in jezelf en het gebruiken van deze bronnen in je persoonlijke en professionele leven.
  • Ik was vroeger zelf géén aardige leerling. Het onderwijs van toen wist me niet te boeien.

Edo de Jaeger (Voorzitter College van Bestuur ROC van Amsterdam. Hij zorgde voor heel wat luxueuze nieuwbouw, waaronder ‘The College Hotel’. Dit laatste gebouw werd een paar jaar later onder druk van het ministerie weer verkocht. Zijn salaris ligt ruim boven de Balkenende-norm. Hij is niet afkomstig uit het onderwijs)

[Brief aan Depla]

  • [N.a.v. kritische uitlatingen van kamerlid Depla op een congres over het feit dat het ROC van Amsterdam bij de start van het schooljaar leerlingen 3 weken naar huis stuurde omdat de roosters nog niet klaar waren]

    Geachte Heer Depla,
    U heeft een aantal uitspraken gedaan over het ROC van Amsterdam en in het bijzonder over de kwaliteit van het onderwijs. Deze uitspraken zijn verkeerd gevallen en ik betreur het dan ook ten zeerste dat U geen contact heeft opgenomen voordat U dergelijke schadelijke uitspraken deed. Het is een goed gebruik als dergelijke uitspraken gedaan worden er van tevoren contact wordt opgenomen met het college van bestuur van de desbetreffende onderwijsinstelling. Wellicht bent U bereid uw beweegredenen om op deze wijze over het ROC van Amsterdam te communiceren aan mij kenbaar te maken.

  • Ik wens niet mee te werken aan een uitzending die negatief en tendentieus is. [Zembla-uitzending 'Wij willen les']

Bert Molenkamp (Voorzitter College van Bestuur van Amarantis Onderwijsgroep. Daarvoor was hij commissaris bij de politie.)

  • [N.a.v. kritiek dat het bestuur kantoor houdt in een prestigieus gebouw aan de dure Zuidas]
    Wat wil je dan? Ons onder de Bijlmerbajes neerzetten? Ik vind dat scholen in goede gebouwen moeten zitten en alle medewerkers ook.
  • Wij kennen de problemen van de leerlingen [gebrek aan lessen, structuur etc.]. Maar wij werken met kleine locaties. De directeur van zo’n locatie moet het uitleggen en met een oplossing komen. Ik ga daar niet over.
  • De lesroosters bevatten gaten? Er vallen hele dagen uit? De directeuren gaan over lesroosters. Die duizend roosters heb ik echt niet allemaal op het netvlies. Ik ben geen schooldirecteur.
  • Of wij de klachten van de leerlingen onderzoeken? Wij hebben geen extra onderzoek nodig van dingen die we al weten. Ik ben wel verbaasd om de externe publiciteit. Dat helpt niet altijd om de goede oplossingen te bereiken. We hebben een klachtenprocedure, we pakken dingen intern aan en desondanks zoeken leerlingen de publiciteit.
    [Aan een aantal leerlingen werd gevraagd een verklaring te ondertekenen waarin staat dat ze zich zullen onthouden van negatieve uitlatingen richting de media.]

Bernard Fransen (Voorzitter College van Bestuur ROC Midden Nederland)

  • Zo’n megaoperatie [de fusie die tot het nieuwe ROC Midden Nederland leidde] doe je niet zonder externe expertise. Je moet reorganiseren, 250 mensen ontslaan, twee culturen samenvoegen en een nieuwe koers bepalen. Pentascope begeleidt de hele operatie. Dat doen ze fantastisch, in partnerschap. Samen werken we aan draagvlak en vertrouwen, en realiseren we onze nieuwe koers ‘Ondernemend Leren’.

Coen Free (Bestuursvoorzitter Koning Willem I College in Den Bosch)

  • Ook het Koning Willem I College in Den Bosch heeft onderwijsassistenten. Omdat ze goedkoper zijn, kunnen we meer mensen voor het onderwijs inzetten dan wanneer we alleen docenten aanstellen.

Liesbeth Schöningh (Bestuurslid ROC A12 Ede)

  • [Het grootste urentekort ontdekte de inspectie bij de opleiding pedagogisch werk van ROC A12 in Ede: in het eerste leerjaar stond daar een magere 418 uur onderwijs op het rooster.]
    Deze leerlingen lopen een deel van het jaar stage; de begeleiding bestaat eruit dat ze altijd een docent kunnen bellen. Maar dat zo’n docent bereikbaar is, staat nergens op het rooster. Daarom accepteert de inspectie die stage niet als onderwijsuren.

Ben Rijgersberg (Directeur Colo, de koepelvereniging van de Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Deze centra zijn inmiddels kleine onderwijsministeries, die veel taken naar zichzelf hebben toegetrokken. Colo is o.a. verantwoordelijk voor de kwalificatiedossiers in het MBO wat resulteert in zeer dikke brochures, berucht vanwege hun vaagheden, de uitgebreide en vaak absurde competentiebeschrijvingen en de volstrekte verwaarlozing van vakkennis. Deze dossiers moeten lesvoorschriften voorstellen, waarin alle vereisten voor de opleidingen staan)

  • De modernisering van het mbo moet worden afgerond. Deze rijdende trein ligt op koers en mag niet worden gestopt.
  • Centrale examens zijn niet per definitie slecht, maar in het mbo van nu werken ze niet. Bij een mbo-diploma met waarde voor het bedrijfsleven is de beoordeling van de deelnemer in de beroepspraktijk cruciaal. Dat regel je niet in de Jaarbeurs en evenmin met een soort CBR voor het hele mbo.
  • Leerlingen moeten het Nederlands vooral leren bij de leerbedrijven, op een beroepsgerelateerde manier. En kijk eerst wat er bij een leerling al in het kwalificatiedossier zit, denk dan pas aan examinering.
  • [N.a.v. de opmerking dat Mbo-docenten de kwalificatiedossiers te fijnmazig vinden en te weinig op vakkennis gericht.]
    Dat doet het onderwijs graag: alles afwijzen als je het niet zelf gemaakt hebt. Maar het Colo wordt niet opzijgezet. Kan ook niet: MBO Raad en bedrijfsleven kunnen niet zelf de inhoud van de opleidingen uitwerken.
  • [n.a.v de recente zware kritiek in de media op cgo]
    Ik zag een verstandige tweede kamer en een verstandige staatssecretaris. Competentiegericht onderwijs gaat stevig door.

Joost Taggenbrock (Senior Consultant SHL Nederland, projectleider van het project ‘Invoering van de nieuwe competentietaal voor het beroepsonderwijs’)

  • In opdracht van Colo heeft SHL, een internationaal consultancybedrijf op het gebied van Human Resource Development, het KBB competentiemodel (powered by SHL) ontwikkeld. Dit model is een consistent, samenhangend en geordend geheel van termen. Deze worden gebruikt bij het beschrijven van competenties in de kwalificatiedossiers. Het model kent 25 competenties. Elke competentie bestaat weer uit componenten en gedragsankers.
  • Intussen heeft SHL een aantal instrumenten ontwikkeld om de competenties die in het model zijn opgenomen, te meten (zoals een online 360-graden competentievragenlijst). Het gebruik van methodiek en instrumenten is voorbehouden aan gecertificeerde ontwikkelaars. Colo gaat samenwerkingsverbanden aan met onderwijsadvies organisaties en leveranciers van onderwijsondersteunende middelen. Deze zogeheten Implementatiepartners bieden ondersteuning bij de bredere implementatie van het model en de kwalificatiedossiers.

John Schobben (Onderwijskundige. Directeur Onderwijs & Ontwikkeling ROC de Leijgraaf)

  • Als school zijn we het monopolie op kennistoegevoegde waarde kwijt. In de toekomst zijn we in het gunstigste geval ketenpartner in kennistoevoegingen.
  • Competentieleren staat voor het maximale uit iedere individuele deelnemer halen. Centrale examinering kan alleen maar gaan over het toetsen of een minimale prestatie gehaald is.

Tineke Land (manager Techniek bij ROC Friese Poort)

  • Het College van Bestuur van ROC Friese Poort bood mij een managementfunctie aan bij Techniek. Ik ben absoluut a-technisch. Dit overkwam me gewoon, geweldig toch? Je moet immers managen en dat je niets van techniek weet, is eigenlijk wel prettig.

Jonne van Diggele (Onderwijskundig adviseur. Ze heeft een eigen bedrijf ‘JVD-onderwijsadvies’. Ze heeft in samenwerking met het ‘Consortium beroepsonderwijs’ een assessorenopleiding ontwikkeld)

  • In het competentiegericht onderwijs voldoen psychometrische modellen niet meer. De holistische beoordeling vraagt om een andere benaderingswijze. Een beoordeling met alternatieve criteria zoals authenticiteit, actualiteit, relevantie en variatie.
  • Assessoren zijn competent als zij de vereiste competenties laten zien tijdens de uitvoering van hun taak en rollen.
  • ‘Einsteingeneratie’ , ‘internetgeneratie’ en nog meer termen zijn in omloop als benaming voor de wijze waarop de huidige jeugd met elkaar communiceert. 'Getting connected' is waar het om draait. Onderwijs dat hier op inspeelt, zal de huidige generatie begrijpen en weten te boeien en te binden.

Dr. Ellen Klatter (Projectleider bij de Stichting Consortium Beroepsonderwijs; ze houdt zich o.a. bezig met onderwijsinnovaties in het MBO)

  • Het aanbieden van een realistische ‘probleemcasus’ legt meer nadruk op het toepassen van kennis dan op kennisoverdracht.
  • De persoonlijke ontwikkeling van de deelnemer staat centraal, dat wil zeggen dat alles in de opleiding ten dienste staat daarvan.
  • Leerstofgebieden zijn volledig geïntegreerd. De inhoud heeft geen vastliggende volgorde.
  • De kwalificatiedossiers leiden tot problemen. Niet door de inhoud, maar doordat docenten niet gewend zijn om op basis hiervan lesprogramma’s te maken. De discussie moet dus gaan over de identiteit en de professionaliteit van de docent. Zij moeten trots zijn op het beroepsonderwijs.

Anneloes Vogelaar (Docentenbegeleider ROC Da Vinci)

  • Het Competentiegericht onderwijs is beter dan het oude onderwijs. En dat is wat eigenlijk iedereen zegt.
  • Een docent wiskunde gaf vroeger drie uur per week 'losse lessen'. Nu moet hij een korte cursus wiskunde ontwerpen voor een specifiek project, zoals in een echte werksituatie het geval is.
  • Het is nog niet precies bekend hoe die grote, 'integrale' finale eruit ziet. We weten nog niet precies waar we naartoe werken. We zijn dus eigenlijk omgekeerd bezig.

Elke van Balkom (Taaldocent aan het ROC Midden Nederland. Projectleider ‘Taalbeleid’ op unit welzijn)

  • Deze kinderen moet je geen algemene examens laten doen. Wij als scholen deden dat altijd zelf. Als centrale examens betekenen dat kinderen zakken, dan kan dat niet de bedoeling zijn.
  • De studenten lossen zelf het probleem waar ze mee zitten op, niet ik. Ik heb alleen een coachende rol.

Wilfred Rubens (Senior beleidsmedewerker bij ROC Gilde Opleidingen. Hij heeft een eigen website vol met ‘wetenschappelijk onderbouwde’ ict-propaganda)

[Niet terug naar frontaal-klassikaal onderwijs]

  • De eisen die anno 2008 aan lerenden worden gesteld verlangen dat leren plaats vindt in complexe, betekenisvolle projecten waarbinnen sprake is van duurzame betrokkenheid van lerenden en van samenwerkend leren. Dit vraagt ook om een onderzoeksmatige benadering van leren, die niet uitgaat van "het juiste antwoord" maar van het ontwikkelen van een onderzoekende attitude.
  • De rol van just-in-time leren zal steeds belangrijker worden in het onderwijs. Dit houdt in dat lerenden toegang hebben tot informatie op het moment dat zij die nodig hebben. Dit in tegenstelling tot het principe van just-in-case: het aanbieden van leerstof voor het geval dat de leerling die nodig zou hebben.
  • [Rubens bespreekt panelgesprekken met leerlingen over CGO]
    Deelnemers van Gilde Opleidingen willen niet terug naar frontaal-klassikaal onderwijs.
    Deelnemers hebben vaak nog een ‘traditionele’ verwachting van onderwijsgevenden: docenten moeten expert zijn, en deelnemers altijd op alle vragen onmiddellijk antwoord kunnen geven. Deelnemers willen meer uitleg krijgen. Nu moeten zij te veel zelfstandig uitzoeken. Zelfstandig werken onder begeleiding wordt vaak ervaren als zelfstandig werken zonder begeleiding.
  • Volgens Sir Ken Robinson moet het onderwijssysteem niet worden verbeterd, maar getransformeerd: meer nadruk op persoonlijke ontwikkeling. In feite beoogt competentiegericht onderwijs slechts verbetering, terwijl een veel radicalere verandering vereist is. Op dit moment signaleer ik in de discussies over onderwijs dat we helaas een tegengestelde richting inslaan.
  • Taal en rekenen op zich zijn separaat lastig betekenisvol te maken voor jongeren en daarom dodelijk voor de motivatie. Binnen het middelbaar beroepsonderwijs zie je ook een grotere nadruk komen te liggen op taal en rekenen, en op taal en rekenen als aparte examenvak. Het risico ligt op de loer dat dit ten koste gaat van andere bekwaamheden die deel uit maken van modern vakmanschap.

Karin Winters (Procescoordinator ICT op ROC Midden Nederland)

  • Aan alle kanten worden de onderwijsondersteunde kleiklompen afgebrand en verguisd. Omdat het MBO de afgelopen jaren dichtgeslibd is met BIO-lozen en zij-inzeilers is er echter een grote behoefte ontstaan aan deze kleiklompen.
  • Willen we echt terug naar platte eenzijdige kennisoverdracht: lees een boek en schrijf de vragen over? Nee, de eindtermen dat is wat! Alle MBO opleidingen leiden dan op tot antiquair of archeoloog.
  • Afremmen of stoppen met de invoering van CGO maakt niet dat het MBO onderwijs kwalitatief ineens een stuk beter wordt, daarvoor zullen we eerst afscheid moeten nemen van de mensen die zich ongenuanceerd blijven verzetten tegen welke verandering of vernieuwing dan ook. Natuurlijk gaat er veel niet goed, maar wat mij betreft ligt dat niet aan het competentiegerichte opleiden, maar aan de competenties van diegenen die dat onderwijs vorm en inhoud moeten geven.
  • Alle inwoners van Nederland hebben recht op het “genieten” van onderwijs.

Tonnie Kroesen (Teamleider ROC Deltion College)

  • Op onze school zullen in de toekomst nagenoeg alle boeken uit de schooltas verdwijnen. Het boekengeld is een enorme kostenpost in het gezin. Bovendien zorgen zware boekentassen voor fysieke problemen.
  • Alles wat de student nodig heeft voor de studie, wordt digitaal aangeboden. Ze kunnen uitprinten wat ze willen. Het zijn allemaal bijkomstige voordelen. Er is voor deze vorm gekozen omdat de techniek sneller verandert dan in boeken kan worden weergegeven. Boeken zijn te statisch. Wat vandaag aan de orde is, is morgen alweer achterhaald.

Tineke Sijp (Stafmedewerker ROC Horizon College Hoorn; leider van het project ‘flexibele zorgkolom’ uitgevoerd met behulp van subsidie van het Innovatiearrangement)

[Niet kennis maar gedrag staat centraal]

  • Niet kennis, maar gedrag staat centraal in de nieuwe zorgopleiding. Leerlingen hoeven straks niet meer eerst allemaal vakken langs om kennis op te doen die ze vervolgens moeten toepassen in de praktijk. Vragen die de praktijk oplevert, worden verwerkt op school, en niet andersom.

Kuny Bouman (ROC Aventus, coördinator van het Expertisecentrum Taal)

  • Wij willen dat leerlingen binnen hun vakgebied voldoende taalvaardig worden.
  • Zo moeten de talige handelingen binnen het beroep geïnventariseerd worden op basis van eigen kennis van de beroepspraktijk.

Tiba Bolle (Projectleider van het project 'Taalontwikkeling in het mbo – taalcoaches aan de slag in vakteams')

[Geen plek voor vakdocent in nieuwe onderwijsstructuur]

  • Ik zie niets in verandering van taalonderwijs, in de wijze die door docenten wordt verzonnen. Docenten zijn uitvoerders. Als je verandering wilt, doe je dat vanuit de top, eerst bestuur en directie, dan het management, want die bepalen allemaal hoe het zal gaan.

Magda Bruin (Sectormanager mbo bij Kennisnet)

  • De invoering van een nieuwe kwalificatiestructuur in 2010 is de wens van het beroepsonderwijs zelf en niet van de ‘onderwijsmaffia’.
  • U vindt op internet een filmpje, 2 foto’s en wat tekst over zwaartekracht. Door de informatie samen te voegen arrangeert U een leereenheid, hierbij wordt er een eigen betekenis aan gegeven. Er lijkt sprake te zijn van een nieuwe rol voor de docent, die van ‘arrangeur’.

Cor Brandwijk (MBO-docent)

  • Als leerlingen kunnen ervaren dat ook de docent nog steeds veel leert is dat zeer waardevol. De docent laat daarmee zien dat hij waardering heeft voor de leerlingen en veel van hen leert. Leerlingen ervaren dit als attentvol gedrag.
  • In het huidige competentiegericht onderwijs is het erg belangrijk dat je leerlingen traint in het kunnen benoemen van hun leereffecten.

Wijbe Bekkema (Coach op MBO ROC Landstede Harderwijk in de opleiding voor de detailhandel. Wijbe heeft geen achtergrond in de detaihandel, hij is theoloog)

[Scholen zijn beter af zonder die oude garde] [De school moet zich aanpassen aan de jongeren]

  • Dat een derde van de leraren binnenkort met pensioen gaat, is een zegen voor het onderwijs. Starre opvattingen blokkeren de onderwijsvernieuwing. Nu meenden we vroeger dat we de gedachten en ideeën van volwassenen konden overdragen op jongeren door het ze duidelijk te vertellen. Dat was een goede opvatting en een goede werkwijze maar die werkt nu absoluut niet meer. Het onderwijs zal zich dienstbaar moeten opstellen naar de huidige jongeren. En die wachten niet meer op die oude vorm van kennisoverdracht. Laten we hopen dat die geluiden snel met pensioen gaan. Ze blokkeren het onderwijs in hoge mate. De jongere leert niet meer door het horen. Mensen uit de onderwijswereld horen dat te weten.
  • Jongeren zitten niet te wachten op docenten voor de klas die wel even de waarheid en de feiten komen opleggen.
  • De mens van deze tijd en zeker ook jonge mensen leven steeds minder vanuit een extern waarheidbesef. Waarheid, werkelijkheid en dus persoonlijkheid worden meer en meer gevonden en ingekleurd in wat we meemaken, in wat we doen. De beleefde werkelijkheid is ook bron van zin en motivatie. Deze mentaliteit brengt met zich mee dat we in het onderwijs af moeten van het ongevraagd overdragen van kennis, kennis die een voorbijgaande generatie wel belangrijk vond. Een situatie waarin één docent voor de klas staat met zogenaamde relevante informatie voor dertig leerlingen in een klaslokaal, is niet meer van deze tijd.

Lily Guyt (Education manager bij ROC Leeuwenborgh Opleidingen. Ze won een prijs van het Consortium voor Innovatie)

  • De overprikkeling en eenzijdige belasting van de hersenen via de zintuigen, in de huidige maatschappij, creëert onrust en onbalans tussen beide hersenhelften. In de afgelopen jaren worden we binnen het onderwijs geconfronteerd met een veranderde deelnemer, en een eenzijdige lessentabel. Om talent te ontdekken en te ontwikkelen is balans tussen beide hersenhelften, tussen lichaam en geest, en tussen inspanning en ontspanning noodzakelijk. Dit vraagt een onderwijsaanbod waarbinnen beide hersenhelften geactiveerd worden, en ook aandacht is voor fysieke ontlading.

Erik Luigies (ROC da Vinci College, trainer 'Peer Support': leerlingen begeleiden/geven uitleg aan jongerejaars)

  • Peer Support is goedkoop in de exploitatie en eenvoudig in de uitvoering.
  • Ik sprak laatst een leerling die verpleegster wilde worden, maar niet kon rekenen. Dat ze een spuit moest vullen, had ze nooit bedacht. Bij Peer Support praten leerlingen over dit soort praktische zaken.
  • Mijn devies: leer de docent het primaire beheersgedrag af en laat hem de coach zijn die leerlingen laat presteren.

Bart Havenaar (Docent ROC Arcus College)

  • We gaan gebruikmaken van 'leercoaching'. In de eerste weken wordt van elke deelnemer bepaald welke leerstijl deze heeft. Vervolgens formeren we leercoachgroepjes van vier deelnemers met elk een andere leerstijl. Zij gaan de rest van het jaar aan de slag met opdrachten. Elke week bespreken ze elkaars vorderingen in hun eigen groepje met de docent als leercoach. Zo leren ze van elkaars ervaringen én elkaars aanpak. De docent legt de afspraken die binnen het groepje worden gemaakt vast in een contract.

Jos Koninckx, Bertolt Daems (Adviseurs ingehuurd door ROC Lammenschans; adviseerden over nieuwbouwplannen van het ROC)

  • Maar het meest opvallend vonden de architecten dat de huidige deelnemers goed kunnen werken met veel geluiden om zich heen en zelfs volledig geconcentreerd zijn met muziek op! In het ontwerp wordt dit vertaald door op de luidruchtige vides individuele werkplekken te creëren waar medeleerlingen langslopen en waar veel te zien is.

Peter Blees, Peter Janssen, Jan van der Laan, Els van Riel (Communicatie-adviseurs bij resp. ROC Eindhoven, Mondriaan College, Nova College, ROC Twente)

[Handreiking Competent Communiceeren]

    Adviezen voor bestuurders van ROC’s, hoe aan leerlingen en ouders het competentiegericht onderwijs uit te leggen:

  • Presenteer de vernieuwing niet als van boven opgelegde verplichting.
  • Vermijd in alle communicatie-uitingen het typische vernieuwingsjargon. Dus geen woorden als contextrijke omgeving, loopbaancoach, beroepshouding, deelnemer.
  • Benadruk niet het revolutionaire karakter van de vernieuwing. Geef aan dat er sprake is van een geleidelijke vernieuwing.
  • Kies niet voor een verdedigende toon. Leg uit dat de vernieuwing een wens is van werkgevers en van leerlingen en hoe de school deze vernieuwing gebruikt om tot nog beter onderwijs te komen.
  • Maak duidelijk wat de vernieuwing betekent voor de rol van de docent en de leerling. Gebruik geen populaire termen als ‘docent als coach’ en ‘student als regisseur van zijn loopbaan’, maar maak wel duidelijk dat de taak van de docent breder is dan vroeger en dat in het nieuwe onderwijs een passieve houding van de leerling niet past.
  • Laat anderen het verhaal vertellen. B.v. de leerlingen.
  • Leg uit dat leerlingen niet aan hun lot worden overgelaten.
  • Maak duidelijk dat theorie belangrijk blijft.

Uit de voorbeeldbrieven, bestemd voor de bestuurders om te versturen naar leerlingen resp. ouders:

  • ROC naam gaat uit van 25 competenties die uit verschillende onderdelen (componenten) bestaan. Zo bestaat bijvoorbeeld de competentie samenwerken en overleggen uit onder meer de volgende componenten: afstemmen, proactief informeren en bevorderen van de teamgeest.
  • Wij beschikken over moderne werkruimtes die van alle gemakken zijn voorzien. Heeft een leerling een vraag, dan kan hij die altijd stellen aan een medeleerling. Of aan een docent. Er is altijd een begeleider aanwezig om hen op weg of verder te helpen.

Mathieu Weggeman (Hoogleraar Organisatiekunde)

[MBO krant september 2009]

  • Werk ongemotiveerde docenten de deur uit. Als dat niet lukt, moet je er voor zorgen dat zij zo min mogelijk schade aanrichten. Zorg dat zij zo min mogelijk in contact komen met jongere, gemotiveerde collega’s. En ga er hard tegenaan in het functioneringsgesprek: er hoeft niet elk jaar een periodiek bij.
  • Goede managers moeten inspirerende leiders zijn. Denk aan Ghandi, Martin Luther King en Barack Obama. Met het pure managen, de administratieve taken, zijn zij hoogstens een dag in de week bezig. De rest van de tijd zijn ze bezig met visieontwikkeling en motiveren en inspireren ze de mensen.
  • In een hele korte tijd is de Einstein-generatie heel anders. Onderwijsorganisaties hebben de afgelopen jaren zich meer bezig gehouden met het verzetten van de ligstoelen op het dek van de Titanic dan dat ze fundamenteel hebben gezegd: durven we nu dingen aan te bieden die gebruikmaken van die vaardigheden van multitasking en parallel processing. Het gaat er om dat je je onderwijs afstemt op de snelheid en de productiviteit die jonge mensen hebben. Dat is volgens mij te weinig gebeurd. Daardoor is de kloof te groot geworden en krijg je allerlei kritiek van ouders en leerlingen over de traagheid van het onderwijs.
  • We moeten maar eens vreselijk ons best gaan doen om de aansluiting te vinden bij de nieuwe generatie jongeren: ‘bridging the gap’.

Leo Lenssen (Voorzitter College van bestuurd ROC ASA. Hij adviseert overheids-organisaties, besturen en leidinggevenden met name op het gebied van governance, maatschappelijk ondernemerschap, innovatie en leiderschap. Bestuurder van coöperatie De Netwerkschool)

[Laat de maatschappij binnen] [Nederlandse school voor onderwijsmanagement]

  • Directies hebben onvoldoende moed, geen ambities. Ze zouden zich meer als ondernemers moeten ontwikkelen.
  • Het onderwijs is niet van de leraar.
  • De leraar is niet meer de autonome professional in een relatief eenvoudige schoolorganisatie, maar werknemer in dienst van een professionele organisatie die eigen doelstellingen heeft en eigen beleid voert. Dat verwacht de samenleving ook van de school. De school als organisatie en niet de docent bepaalt in toenemende mate de doelen van het onderwijs en maakt keuzen op het gebied van de pedagogische en onderwijskundige aanpak. Schoolleiders gaan daarom steeds meer echt leiding geven.
  • Laat scholen die willen innoveren contracten sluiten met partijen die in staat zijn nieuwe professionals op te leiden. Het personeelsvraagstuk is een HRM-zaak die begint bij de school.
  • Het echte probleem in het onderwijs is niet het lerarentekort, maar een volstrekt gebrek aan innovatief vermogen! Ik zou zelfs willen stellen dat het tekort moet worden gecontinueerd als we het échte probleem willen oplossen. Dat is de enige manier om het onderwijs ingrijpend te veranderen.
  • Niet de leerstof maar de waarderende persoon van de leerling dient in het onderwijs centraal te staan. Alleen als je erin slaagt daadwerkelijk met jongeren in contact te treden, mag je hopen hen in een gewenste richting te kunnen beïnvloeden.
  • De kritiek op het Nieuwe Leren zit 'm niet in de methodiek maar in de uitvoering.
  • Scholen worden maatschappelijke ondernemingen waar de leraar diensten levert aan de samenleving.
  • Scholen moeten partners zoeken en vooral niet alles zelf willen doen.
  • De school is niet langer kennismonopolist, maar regisseert de veelheid aan leeromgevingen waarmee de leerling te maken heeft. De klassieke school transformeert van bolwerk naar netwerk; van monopolist naar partner; van autist naar communicator. De school krijgt een regiefunctie in het leerproces van de leerling, koppelt leeromgevingen en leermomenten aan elkaar en zorgt ervoor dat die toegevoegde waarde krijgen.
  • Niet de docenten zijn dominant, maar de leerweg van de leerling. Niet de overheid bepaalt, maar de community van partners.
  • Op havo, vwo en hbo geven academici les die niet wetenschappelijk genoeg zijn ingesteld om onderzoeker te worden. Ze zijn qua aanleg niet nieuwsgierig, niet creatief, niet ondernemend. Dan waren ze wel wat anders gaan doen.

Ankie Verlaan (Bestuurder ROC Amsterdam; lid College van Bestuur van de Hogeschool en de Universiteit van Amsterdam. Verlaan staat met € 341.000 euro op de derde plaats op de lijst van veelverdienende onderwijsbestuursleden)

[Respect voor het onderwijs]

  • Ik vertelde mijn leerlingen dat het Engelse woord voor broek 'trousers' is. Ze staarden me glazig aan. 'Waarom is het niet "trouser"', zei iemand. 'Het is toch ook enkelvoud in het Nederlands: broek'. Ik ben toen naar het kledingmuseum met ze gegaan. Om te laten zien wat broeken zijn en hoe ze vroeger gemaakt werden. En dat zo'n broek uit twee pijpen bestond, meervoud dus. Die praktijkgerichte aanpak, dat is competentiegericht leren.
  • Structuurverandeingen zijn wel gerealiseerd (ROC-vorming, Tweede Fase etc.) maar de pedagogisch-didactische vernieuwingen zijn vastgelopen op de overtuigingen van traditionele kennisgerichte vakdocenten.
  • De voorzitter van BON vaart weer eens op de van hem bekende wijze ongenuanceerd ten oorlog met aannames die hij nergens onderbouwt. Hij beschouwt het competentiegericht leren als de veroorzaker van alle ellende en wil terug naar het oude model van uitsluitend kennisoverdracht. Generaal Verbrugge zou met minder dédain over coaches en begeleiders moeten spreken. Weg met BON.

HET HOGER BEROEPSONDERWIJS (HBO)

“Een competentie is een interne bekwaamheid om extern gedrag te vertonen dat voldoet aan externe normen. Een competentie is een onzichtbare persoonseigenschap en wordt zichtbaar vanuit competent gedrag. Omdat alle gedrag een integratie is van cognitieve, emotionele en fysische elementen geldt dit uiteraard ook voor competent gedrag.”
Fontys Hogeschool

Jos Elbers (Voorzitter College van Bestuur Hogeschool InHolland á € 227.109 per jaar)

Elbers voerde snel over de hele linie het nieuwe leren in wat grote chaos tot gevolg had en een rigoreuze reductie van het aantal contacturen tussen docenten en studenten. Studenten werden aan hun lot overgelaten, sommigen eisten hun collegegeld terug. Docenten kregen noch de ruimte noch de tijd hun werk naar behoren te doen, er heerste een angstcultuur. Er ging maar heel weinig geld naar de onderwijsopdracht, wel veel geld naar modieus management, bureaucratie, nieuwe gebouwen en marketing. Het lukte InHolland om de klachtensite 'Injeholland.nl' te laten verwijderen. Na zijn vertrek bij InHolland bleef Elbers nog 3 jaar voor hetzelfde topsalaris op de loonlijst staan, formeel als adviseur.

  • De nieuwe wereld eist meer zelfwerkzaamheid en binnen ‘InHoland’ staat het nieuwe leren dan ook centraal. Er zijn wat problemen maar dat zijn kinderziektes verbonden aan de radicale hervorming van het systeem.
  • Caoutchouc-management, dat hebben we dus niet willen plegen. Je weet wel, van dat rubberen, onvaste gedrag.
  • Dat moderne vormen van onderwijs leiden tot bezuinigingen op lesuren, werp ik verre van mij.
  • Als een student denkt dat hij consumptisch achterover kan hangen, alleen maar kennis aangeboden krijgt en niets zelf hoeft te doen dan is hij bij ons niet goed thuis.
  • [In gesprek met Harry Starren:]
    Wij proberen studenten een ondernemende houding bij te brengen. Het gaat om gedrag, uitstraling, wat ben je wat wil je zijn. Wij vinden dat studenten die afstuderen die ondernemende houding in zich moeten dragen. En die moeten dat ook nog eens in een internationale context kunnen presenteren. Het kan niet zijn dat studenten die in het hbo afstuderen die twee elementen niet in zich dragen. Studenten leren dat ondernemen op kennis gebaseerd is, die leren de ondernemingsfuncties, die leren dat daar een zekere boekhouding bij hoort.

Geert Dales (Voorzitter College van Bestuur InHolland. Was hiervoor burgemeester van Leeuwarden en wethouder van Amsterdam, waar hij medeverantwoordelijk was voor het Noord-Zuidlijn-debacle)

  • Alle eerstejaarsstudenten van Hogeschool InHolland moeten een convenant tekenen waarin ze verklaren aanwezig te zijn bij colleges, actief mee te werken aan groepsmatige projecten, bereid te zijn om jongere collega-studenten te begeleiden en zich serieus in te zetten voor de studie. Wij beloven in het convenant dat de roosters twee weken voor de start van de onderwijsperiode beschikbaar zijn. Cijfers van tentamens en examens worden binnen vijftien werkdagen bekend gemaakt en de eerstejaarsstudenten krijgen minimaal twintig contacturen per week.
  • Als China zich op de huidige manier blijft ontwikkelen is Europa straks het continent van de simpele massaproductie en doen de Chinezen het werk van hoogopgeleiden. Dan moeten wij de T-shirts en truien van de Chinezen maken. Kortom de budgetten voor het hoger onderwijs moeten omhoog.
  • Het hoger onderwijs moet veel ambitieuzer zijn als het gaat om aandacht voor en beleid rondom internationalisering. Onze studenten moeten een deel van hun studie daadwerkelijk in het buitenland doorbrengen. Gaat dat niet vanzelf, dan moeten we het maar verplichten.

Pim Breebaart (Voorzitter College van Bestuur van de Haagse Hogeschool)

  • Veel allochtonen stoppen met hun studie. Zonde. Daarom moet er extra geld komen voor begeleiding. Ik denk aan 1000 euro per allochtone student voor de hogescholen in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam.

HET HOGER BEROEPSONDERWIJS: DE PABO'S

”Kan iemand mij zeggen wat het nut is van het maken van staartdelingen en een vlekkeloze spelling?"
(Pabo-studente)

Peter Verleg (Voorzitter van het College van Bestuur van Hogeschool Domstad te Utrecht)

  • Het is tijd voor echte veranderingen in het onderwijs en daarvoor moet op de pedagogische opleidingen al gestart worden. Uitgangspunten zijn:
    - kantelen van aandacht voor curriculum naar aandacht voor kind
    - kantelen van curriculum naar competentiegericht onderwijs
  • Geef de licenties en bevoegheden van onderwijsberoepen een beperkte rechtsgeldigheid, bijvoorbeeld 5 jaar.

Johan Spronk (Pabo-opleidingsmanager aan de Marnix Academie in Utrecht):

[Pabo’s moeten kiezen voor kwaliteit]

  • Iedereen heeft recht op gelijke kansen. Het eerste wat wij onze studenten leren, is dat zij niet mogen etiketteren en stigmatiseren. Door te zeggen dat doorgestroomde mbo-studenten ‘gewoon minder geschikt zijn om zich te ontwikkelen tot volwaardig leraar’, wordt er ten onrechte een negatief etiket op ze geplakt.
  • De kwaliteit van de studenten die van onze opleiding afkomen, is absoluut in orde! Pappen en nathouden, daar doen wij niet aan.
  • Het zijn niet de pabo’s die schuldig zijn aan het negatieve imago van het primair onderwijs, maar een deel van de werkgevers in deze sector. Wij zien dat veel van onze topstudenten al vrij snel ander werk zoeken, omdat de beroepspraktijk hen niet kan uitdagen.

Frank Rokebrand (Voorzitter Landelijk Overleg van lerarenopleidingen BasisOnderwijs)

  • ‘Wie redt de pabo?’, was een krantenkop. Maar de pabo hoeft niet gered te worden. De pabo is een populaire toegankelijke opleiding. Er worden, in tegenstelling tot andere hbo- opleidingen, geen vakkenpakket- of profieleisen gesteld. Ook mbo-gediplomeerden kunnen op de opleiding terecht.
  • Een ander vooroordeel over de pabo is dat het niveau van de studenten laag is vooral ten aanzien van rekenen. Ook hier zeggen de feiten iets anders. Van alle studenten die dit jaar zijn begonnen met de pabo is op dit moment 71% geslaagd voor de verplichte rekentoets.

    [De rekentoets heeft het niveau van groep 8. Studenten krijgen bovendien 3 kansen.]

Ron Bormans (Voorzitter College van Bestuur van de Hogeschool HAN)

[Dijsselbloem valt Plasterk af]

  • De taaltoets voor de pabo heeft tot gevolg dat het voor vele allochtone studenten niet meer doenlijk is naar deze opleiding te gaan. Dat houdt in, dat je in steden als Rotterdam de instroom in de lerarenopleidingen kunt vergeten. Bestrijden we zo het lerarentekort?

Gerard van Drielen (Lid College van Bestuur van de Hogeschool Rotterdam)

[Effect taaltoets pabo onacceptabel]

  • Wij vinden de maatschappelijke gevolgen van de invoering van de taaltoets onacceptabel. Het uitvalpercentage van de allochtone pabo-studenten van de Hogeschool Rotterdam ligt ruim boven het landelijke gemiddelde. Zou de uitkomst van de taaltoets meetellen, moeten nog meer studenten in het eerste jaar uitvallen. Er staan te weinig allochtonen voor de klas. Ook daarom is het van belang dat er voldoende allochtone paboërs afstuderen.

Nel Hofmeester (Dyslexie-deskundige. Medewerkster 'Helpdesk Dyslexie' van de Hogeschool Rotterdam)

[Dyslectische leraar is aanwinst voor school]

  • Pabo-opleidingen moeten studenten met dyslexie koesteren. De leerlingen kunnen een grote aanwinst zijn voor basisscholen.
  • Ik ken een onderwijzer met dyslexie. Hij vertelt aan zijn leerlingen: “In spelling maak ik wel eens een foutje. Dus als ik iets op het bord schrijf, moet je goed opletten of het wel goed is geschreven.” Hij bereikt ermee dat de slimme leerlingen meteen erg alert zijn als hij naar het bord loopt. En de kinderen die niet zo goed zijn in spelling worden minder onzeker, omdat ze weten dat zelfs de meester wel eens een fout maakt.

Lex Jansen (Senior beleidsadviseur 'Handicap + Studie'; dit expertisecentrum stimuleert dat jongeren met een functiebeperking succesvol kunnen studeren in de opleiding van hun keuze in het hoger onderwijs)

  • De HBO-raad geeft aan dat Pabo-studenten met dyslexie of dyscalculie, die na 3 pogingen hun taal-en /of rekentest nog niet hebben gehaald, een vierde kans kunnen krijgen via een maatwerktoets die bij de examencommissie moet worden aangevraagd.

DE BESTUURSLAGEN

"Ga mee op reis met de AVS. Educatieve reizen voor schoolleiders zijn al 14 jaar een vast onderdeel geworden van het nascholingsaanbod van de AVS. In totaal werden er al 20 landen bezocht: Israël, Cyprus, Zweden, Finland, Ierland, Italië, Malta, Malawi, Indonesië, Marokko, Schotland, de Verenigde Staten etc. Vooral een week ‘de waan van de dag’ loslaten, verhalen horen, reflecteren en je blikveld vergroten. Internationalisering is niet meer weg te denken uit het Nederlandse onderwijs. De educatieve reizen van de AVS kunnen bekostigd worden uit het nascholingsbudget."
Marina Vijlbrief (Coördinator Internationalisering bij AVS, Algemene Vereniging Schoolleiders)

"AVS (Algemene Vereniging Schoolleiders) presenteert de 3-daagse cursus ‘Authentiek leiderschap’.
Op dag 3 gaan we werken met paarden. Paarden zijn extreme gevoelsdieren, die exact aanvoelen of je respect voor ze hebt, authentiek bent, zelfvertrouwen hebt en congruent bent in je overtuiging en je gedrag (of signalen). Loepzuiver! Zij reageren zeer primair en direct op uw handeling en ‘uitstraling’ door weg te rennen, uw leiding te accepteren, niet te reageren of niet mee te werken (voorbeelden van situaties: medewerkers luisteren slecht, ja-zeggen en nee-doen, geen gezag uitstralen, geen grenzen kunnen stellen).
Prijs voor leden: € 3.595,--."

AVS Professionaliseringsgids

Rob Kraakman (Bestuursvoorzitter OMO)

[AOb blijft tegen stijging salaris topbestuurders] [Nieuwe onderwijsvorm in Tilburg]

  • De 'Nieuwste School' in Tilburg gaat uit van individueel vraaggestuurd onderwijs. Een mentor ondersteunt de scholier: hij leert hem zijn leervragen te stellen en erover te reflecteren. Er zijn geen specifieke leervakken. We zien het als een ontdekkingsreis van de leerling. Leren in verwondering staat centraal. Iemand die bijvoorbeeld dierenarts wil worden, formuleert veel vragen over dieren. In verband met medicatie komt hij vanzelf op het gebied van de scheikunde terecht. De scholieren bepalen zelf wat hun eindstation is. Over de vorm van examinering wordt nog met CITO overlegd. Het eindexamen zal zeker anders worden dan gebruikelijk. Dit is de school van de toekomst.
  • De opvatting van Verbrugge is reactionair en getuigt van weinig maatschappelijke realiteitszin. De stellingname is vooral eendimensionaal en insinuerend. Het betreft knap inspelen op sentimenten en onderbuikgevoel. Ook de aanzwellende kritiek op de rol van het management in onderwijs is hier een mooi voorbeeld van.
  • De vraag naar management in het onderwijs is volledig ingegeven door de politiek. Onder de noemer decentralisering en professionalisering is het onderwijs gevraagd een enorme kwaliteitsslag te leveren. Dit is geen sinecure, maar een ingrijpend proces. Het begeleiden van dit proces vraagt om managementkwaliteiten en bedrijfsmatig ingestelde vakmensen.
  • We realiseren ons heel goed dat OMO bij de top tien van de Brabantse bedrijven behoort.
  • [Naar aanleiding van de commotie over zijn salaris à € 170 000 per jaar]
    Ik stoor me er vreselijk aan dat de bond bestuurders in het onderwijs wegzet als graaiers. We zijn allemaal integere bestuurders.
  • Ik heb aan Ton van Haperen de vraag gesteld of hij met mij van mening kon zijn dat enige prudentie in publieke kritiek aan de eigen werkgever, mede in het licht van de ruime arbeidsmarkt voor docenten economie, op zijn plaats zou zijn.

Pieter Hendrikse (Raad van bestuur OMO)

[Verlos ons van cynische frikken!]

  • Mag ik eens vragen, geachte columnisten [Leo Prick, Ton van Haperen], wat doet u eigenlijk nog binnen onze sector, waarom gaat u niet eens ergens anders 'n kijkje nemen?
  • Wat de beloning van bestuurders aangaat: high potentials vragen een marktconforme beloning.
  • Het is immers niet vol te houden dat klassikaal onderwijs, waarbij leerlingen allemaal op hetzelfde moment dezelfde leerstof krijgen aangeboden, in deze snel veranderende samenleving nog wel werkt.

Piet Boekhoud (Bestuursvoorzitter ROC Albeda College. Bestuursfuncties bij o.a. Savantis, Kenteq)

  • [Na zijn afscheid van het Albeda College kreeg hij nog 7 ton ‘salaris’ mee, formeel als adviseur. Op dat moment had het Albeda College te maken met miljoenenverliezen en gedwongen ontslagen.]

    Dit zijn de spelletjes zoals ze gespeeld worden. Hier moet ik de komende jaren gewoon voor werken. Graaigedrag? Het zijn leugens. Daar kan ik wel om gaan huilen, maar het gaat niet om de schade die mij wordt aangedaan, het gevaar is dat de school er de dupe van wordt. Voor mij telt wat mijn vrienden zeggen, wat de wethouders vinden.

George Verberg (Raad van Toezicht Rijksuniversiteit Groningen)

    N.a.v. de commotie rondom de gigantische salarisstijgingen van de bestuurders van de RUG

  • Voor dit salaris hoeft niemand zich te schamen. Publiciteit is even hinderlijk, maar van mijn grootvader heb ik geleerd: over twee dagen wordt in die krant weer de vis verpakt.
  • Het enige wat echt vervelend was was de negatieve landelijke publiciteit voor de RUG.
  • De RUG kan zich niet onttrekken aan de marktwerking waarvoor door vorige regeringen is gekozen.

Peter Elverding (Voorzitter Raad van Bestuur van DSM. Voorzitter van de Raad van Toezicht Universiteit Maastricht. Ondanks de affaire Ritzen werd Elverding later door Minister Bos benoemd tot toezichthouder op topsalarissen)

N.a.v. de commotie over het bedrag van € 372.000 dat Jo Ritzen bij zijn aantreden als topbestuurder van de Universiteit Maastricht wist af te dwingen om een niet bestaand pensioengat te dichten. De afspraken staan in een vertrouwelijke overeenkomst. In de jaarrekening is daarvoor geen verantwoording afgelegd.

  • Zo gaat dat bij onderhandelingen. Je komt uiteindelijk tot een totaalpakket waar iedereen zich in kan vinden. Maar dat leggen we de minister nog wel uit.
  • De premie is wettig en de minister gaat er niet over, maar de Raad van Toezicht.
  • De vergoedingen aan Ritzen zijn redelijk en rechtvaardig.

Ed Nijpels (VVD politicus. Lid van de Raad van Toezicht van de Universiteit Utrecht. Voorzitter van het ABP)

Volgens de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen vraagt het voorzitterschap van het ABP om een deskundig persoon en is er voor deze functie geen ruimte voor nevenfuncties. Nijpels heeft geen verstand van pensioenen en heeft 25 nevenfuncties, waaronder commissaris bij de DSB bank; de laatste functie legde hij een week voor de ondergang snel neer.

  • Minister Plasterk kan de boom in met de Balkenende-norm. De Raad van toezicht gaat over de salarissen van het college van bestuur. Voor de Balkenende-norm is geen enkele reden.

Wik Jansen (Algemeen directeur van de Stichting Christelijk Voorgezet Onderwijs Zuid Oost Utrecht. Coördinator Task-force 'Zeer zwakke scholen' van de VO-raad)

  • Meer dan 17 procent van de VWO-afdelingen is zwak. Ik verwacht grote problemen omdat eerste-graads docenten moeilijk zijn te bewegen tot verandering.
  • Ik maak me zorgen over de huidige cultuur van wantrouwen in het onderwijs. Ik ga inderdaad op kosten van mijn scholen op studiereis. Naar Amerika, naar Rome. Daar doe ik inspiratie op. Ik ken bestuurders die nu in Australië zitten, en in China. Dat op mijn scholen vakken zijn wegbezuinigd, klassen groter werden en een orthopedagoog verdween wegens geldgebrek? Dat is een beslissing op schoolniveau. Daar ga ik niet over.

Mirko Creyghton (Directeur 'Marketing en Communicatie' Hogeschool Inholland)

  • [N.a.v. de commotie over een snoepreisje naar St. Paul de Vence aan de Côte d'Azur van collegeleden, directeuren en de hoofden van de diensten]
    Het was een werkconferentie in een dorp bij Nice. Dankzij een voordelige aanbieding van een Amerikaans bedrijf konden we deze luxe heisessie goedkoop houden in een omgeving, waar we zeker niet gestoord zouden worden.

Harry Mes (Directeur Werkgeverszaken en Bedrijfsvoering VO-raad)

  • Het is ongewenst om leraren te betalen naar het niveau van hun opleiding. In Nederland geldt dat je betaald wordt naar het werk dat je doet. Een baliemedewerker van een bank die van de universiteit komt, krijgt toch ook geen 4.000 euro omdat die persoon een academische achtergrond heeft ?

Arie Kraak (bestuursvoorzitter Movare, een organisatie met veel bestuurslagen en waar 53 basisscholen onder vallen)

  • Er worden heel wat kreten geslaakt over een surplus aan management, maar er is een groot verschil tussen primair onderwijs en de andere sectoren van onderwijs. De gemiddelde school in het voortgezet onderwijs heeft een rector, conrectoren, administratieve en ondersteunende medewerkers in dienst. Om nog maar te zwijgen over de uitgebreide (management)staf waarover instellingen in het HBO en MBO beschikken.
  • Het primair onderwijs in Nederland is gebaat bij een groter beleidsontwikkelend en beleidsvoerend vermogen van besturen.

PUBLICISTEN, SPREKERS

Wilma Cornelisse (Onderwijsjournaliste en beeldend kunstenares. Zij is/was hoofd- en eindredacteur van diverse bladen. Over onderwijs verscheen van haar hand een reeks reportages, interviews, analyses, commentaren en columns in kranten, tijdschriften, boeken en op websites)

[Noodklok LSVb ter discussie] [Visie Plasterk valt tegen] [Salarisverhoging: vergeet 't maar] [Marja’s wiskunde] [Hoe bangeriken en nitwitten het rekenonderwijs om zeep helpen]

  • U [Laks, JOB en de LSVb] grossiert in beschuldigingen aan het adres van onderwijsinstellingen, u schrijft meer dan eens dat scholieren zich suf klagen of anderszins protesteren, zonder hiervan enig concreet voorbeeld aan te voeren. Ook op uw websites staan geen overzichten van stakingen, acties, petities en klaagbrieven. U wekt zo de indruk dat u met de door de BON van Ad Verbrugge aangeblazen crisiswind meewaait. Ook BON voorziet niet in cijfers over slechte onderwijsresultaten of in andere wetenschappelijke onderbouwing van hun crisisbetoog. Veel meer dan water en wind verkondigt BON niet; uit alles wat zij publiceren krijg ik niet de indruk dat er bij BON mensen zitten die iets van onderwijs afweten.
  • De kwaliteit van dit onderwijs kan volgens de OESO-reviewers de toets der internationale kritiek glansrijk doorstaan. Het zijn de tweedegraders en de pabo-bachelors in het basisonderwijs die de 15-jarigen tot deze prestaties brengen. Het kan dus niet zo zijn dat de eerstegraders meer gaan verdienen, terwijl de tweedegraders het met hetzelfde salaris moeten doen.
  • Aanvoerder van de restauratieve rekenen/wiskundebeweging is Jan van de Craats. Zijn standpunt over rekenen/wiskunde is puur politiek, al zal frustratie over het succes van zijn collega Hans Freudenthal wellicht meespelen. De Van-de-Craats-wiskunde vloeit niet voort uit de discipline, uit het vak, maar uit een achterhaald cliché over hoe onderwijs eruit moet zien. De methode Van de Craats biedt scholieren in basis- en voortgezet onderwijs uitsluitend reken- en wiskundesommen die zijn voorzien van voorgeponste oplossingen. Nadenken hoeft niet meer, nadoen is voldoende. De koppeling met de wereld om ons heen verdwijnt, net als het oplossingsgerichte denken dat onlosmakelijk met realistisch rekenen/wiskunde verbonden is.
  • Met Marja’s staatswiskunde schaart Nederland zich bij de fundamentalisten in wiskundeonderwijs. Marja van Bijsterveldt stelt de staatswiskunde samen uit wat Jan van de Craats haar voorzegt. Hoogleraar wiskunde Van de Craats vecht al een paar decennia tegen de schoolwiskunde die hij te speels, te toepassingsgericht en te veelzijdig vindt. De wederkomst van de 19e eeuwse schoolwiskunde anno 2008 is banaal. Betekenisvol en aantrekkelijk voortgezet onderwijs begint niet bij de gestandaardiseerde lesboeken die met de methode Van de Craats meekomen.
  • Waarom accepteren we van Plasterk een onzinuitspraak als 'dertig jaar geleden waren de leraren de baas op school, terwijl ze tegenwoordig door het management als pionnen heen en weer worden geschoven?'
  • Een minister die meent dat 'ook in individuele gevallen' het kabinet 'het laatste woord moet hebben' over de salarissen van managers in de (semi-)publieke sector en die persoonlijk wenst te sanctioneren of onderwijsinstellingen mogen fuseren, meet zichzelf macht aan over verkeerde zaken.
  • De huidige bewindslieden-equipe is erop uit het passieve, op herkennen en herinneren gerichte voortgezet onderwijs te continueren en te herstellen waar de met basisvorming en tweedefase meegekomen toepassing-vaardigheid-samenhang, de Freudenthalwiskunde, ‘gericht schrijven’, profielwerkstuk of de grotere zelfregie en leerlinggerichtheid dit vastgeroeste stramien hebben opengebroken. Vakgericht, disciplinair, exclusief, in plaats van toepassingsgericht, interdisciplinair en inclusief, een kapitale fout in deze snel veranderende globaliserende samenleving.
  • De conservatieve elite die de kwaliteitspers beheerst, wil selectiever onderwijs en dit kan alleen ontstaan als het huidige wegens verondersteld kwaliteitsgebrek pijlsnel het loodje legt. De elite schuwt geen enkel argument om dit voor elkaar te krijgen: ze kunnen niet meer rekenen en ze kunnen niet meer schrijven, realistisch rekenen is te moeilijk voor domoren, het studiehuis ongeschikt voor lagere klassen en immigranten. De kaalslag in het onderwijs die deze op niets gebaseerde onzin veroorzaakt, biedt ruimte voor onderwijs dat geen enkele emancipatie toestaat: frontaal, abstract, leraargericht. De leraar distribueert de kennis en beheert de poort naar hoger op. Wie niet kan opzeggen wat de leraar wil, verdwijnt naar de onderste regionen van het systeem die opleiden voor een onmondige, ondergeschikte toekomst.
  • 32/125 en 9/20 zijn geen breuken die ik regelmatig nodig heb. Het is zinloze kennis. Het aardige is dat je voor taal- en rekentrucs ook niet veel hersens nodig hebt, iedereen kan ze leren.

Marianne Offereins (Eindredacteur NVOX, tijdschrift voor natuurwetenschap op school)

[De waarheid over huiswerk]

  • Er is het wijd verbreide geloof dat huiswerk het in de klas geleerde versterkt. Maar wat betekent dat? Het heeft geen zin te zeggen: ‘Ga door met oefenen tot je het begrijpt’, want door oefenen ga je niet begrijpen. Het zou zin kunnen hebben, te zeggen: ‘Ga door met oefenen tot wat je doet een automatisme is geworden’, maar bij welke vakbekwaamheden is dit nodig?
  • Om goed te kunnen tennissen is heel veel oefening nodig; maar de vergelijking met een vak als wiskunde, waarbij het draait om begrip, gaat volledig mank. Je kunt zolang als je wilt oefenen op bepaalde vraagstukken, maar als je ze niet begrijpt, zul je het nooit leren. Er zijn nu eenmaal leerlingen die de stof onmiddellijk begrijpen - voor hen is dus oefening niet nodig - en leerlingen die dat niet doen - voor hen is oefening zinloos.
  • Woordjes kun je leren door veel oefenen en herhalen, maar daarmee spreek en begrijp je een taal nog niet.

Ron Ritzen (Filosoof. Docent 'Ethiek' op Fontys. Hij publiceert regelmatig artikelen waarin hij stelt dat er geen bewijs is voor achteruitgang van het onderwijs en dat critici zich bedienen van drogredenen)

  • De kritiek op het onderwijs is niet mis. Wat opvalt is dat men in de discussie voortdurend schermt met het begrip 'kwaliteit van het onderwijs' zonder dat ergens afdoende te definiëren.
  • Het is volstrekt onduidelijk hoe het met het kennisniveau in het middelbaar en hoger onderwijs gesteld is. Met name ouders maken zich zorgen over het kennisniveau. Dat staat in schril contrast met hetgeen onderzoek op dit moment laat zien, namelijk een gebrek aan cijfers!
  • Men beweert dat slechts 75% van de eerstejaars pabostudenten de gewenste rekenkunsten op voldoende niveau vertoont. Vervolgens stelt men dat het niveau daalt. Dat is onlogisch. Om van een daling te kunnen spreken, moet je de ‘75 procent’ kunnen vergelijken met oudere cijfers.
  • De voorstanders van realistisch rekenen beroepen zich op onderzoeken waarop volgens Peletier en Verhoef door velen kritiek is geleverd. Dit argument is irrelevant, want op vrijwel al het sociaalwetenschappelijk onderzoek wordt kritiek geleverd.
  • ”Bijna iedereen ziet dat het rekenniveau niet goed is”, aldus Peletier en Verhoef. Het gaat er niet om dat bijna iedereen dat ziet. Dat gegeven is alleen van belang als je wilt weten hoeveel mensen het rekenniveau goed of slecht vinden. Uit dat gegeven valt niet af te leiden dat het niveau dus goed of niet goed is.
  • Critici als Verbrugge sommen een aantal feiten op en zeggen op basis van die feiten wat er moet gebeuren. Een blunder van de eerste orde. Feiten geven nu eenmaal nooit aan wat er moet gebeuren.

Hester Macrander (Theaterregisseur. Zij is oprichtster van 'Zinvol Onderwijs Nederland' en lid van de onderwijsdentank van de PvdA. Regelmatig is zij discussieleider op congressen en symposia over onderwijs)

  • Dat passieve consumeren is verschrikkelijk. In het huidige systeem is er zoveel verspilling van talent, energie en motivatie.
  • Veel onderwijs in de ouderwetse vorm, zoals die met name op havo en vwo te vinden is, vind ik onderdrukkend, afstompend, demotiverend, kortom: psychisch beschadigend. Jongerenmishandeling dus.
  • Zinvol onderwijs is letterlijk het genieten van onderwijs, voor alle betrokkenen.
  • Zinvol onderwijs is gebaseerd op de gelijkwaardigheid tussen leerkracht en leerling.

Thijs Chanowski (Hoogleraar Multimedia. Veelgevraagd spreker op seminaries en congressen)

  • Het is onwaarschijnlijk dat mensen uit het onderwijs in staat zijn het onderwijs revolutionair te vernieuwen.
  • Als leerdoelen door docent en leerling samen worden vastgesteld, die aansluiten bij de belevingswereld en capaciteiten van de leerling, dan is de essentie dat het eindresultaat niet meer te vergelijken is met een ander. De consequentie is dan dat de verantwoordelijkheid voor ‘slagen’ niet meer bij de leerling thuishoort, maar dat het begrip ‘onvoldoende’ slaat op de prestaties van de leerkracht.
  • We leven in een overgangsperiode; de periode van de boekdrukkunst is twintig jaar geleden afgesloten met de introductie van de pc.

Voor dissidente geluiden, klik op *Uitspraken van de werkvloer*

Reacties

Ingediend door corgi op Di, 24/06/2008 - 22:26.

Een mooie en tegelijk een intrieste verzameling van denkbeelden van de machtigen en invloedrijken.
Corgi

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door H2SO4 op Di, 24/06/2008 - 23:22.

Ik hoop dat sommige uitspraken uit de duim gezogen zijn.
Maar ik vrees dat dat ijdele hoop is....

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door PresleyBergen op Di, 24/06/2008 - 23:36.

Onlangs zag ik een film waarin buitenaardse wezens die op mensen leken, aardbewoners in hun slaap besmetten. De volgende dag was je een van hen; een persoon met een buitenaardse intelligentie die als doel heeft zoveel mogelijk aardbewoners te besmetten. Hun eigen planeet was verwoest. De uitspraken hierboven, die ik alle ken, lijken zo op elkaar dat ik meer en meer in mijn theorie ga geloven. Ze bevatten een welhaast buitenaardse hardnekkigheid en standvastigheid, ook op de persoon van toepassing. Die mensen reageren buitengewoon vijandig op hen die hun missie trachten te dwarsbomen hun missie van het steeds dommer maken van onze kinderen.
Leraren blijken imuun te zijn. Die kunnen gerust gaan slapen. Heeft mijn lerarenopleiding toch nog praktisch nut gehad!
En die film, die begrijp ik nu pas.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door simon op Wo, 25/06/2008 - 06:04.

Het is dit jaar weer moeilijk, beste jl, ik zie dat er werkelijk uitstekende kandidaten op deze lijst staan. Toch gaat mijn stem naar de heer Mostert, die wil breken met de breuken en die als enige in de hele wereld vermoedt dat wiskunde bij uitstek een moreel vak is.

Wat ik eigenlijk wil zeggen: nou ja, wat een stelletje dwazen bij elkaar! Hier is het sociaal-constructivisme volledig tot wasdom gekomen, dit volk heeft veel te veel moderne Franse wijsbegeerte gelezen. -Dit volk is zelfs in letterlijke zin gevaarlijk, volkomen verdwaasd en bovendien zo overtuigd van eigen gelijk dat alleen een klap op het schedeldak -de methode van de oude zenmeesters- een passend antwoord kan zijn.

En eerlijk gezegd ontsteek ik ook wel in woede als ik deze verzameling uitspraken lees: inderdaad, mijn vingers jeuken. Dat is geen grap.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Wo, 25/06/2008 - 07:22.

Ik heb het wel eens vaker, half schertsend, gezegd. Deze mensen nemen wraak. MIddelmatig op school waren ze jaloers op de kinderen die hoge cijfers haalden. Nu ze door een complex van factoren en mechanismen bepalende posities hebben verworven is er slechts wraak. Ze zullen die nerds, die knappe jochies en meisjes wel even terugpakken. Ik geef toe, psychologie van de kouwe grond, maar, dat is veel psychologie, vrees ik. Ik voel je woede zelf ook. Allemaal idioten die beweren dat de wereld plat is en je moet ze niet alleen serieus nemen, maar je bent bijna verplicht om hun dwaalleer nog te bejubelen ook. Alsof je gedwongen word je te bekeren tot de sekte van de platte aarde.

Dat mechanisme, de wraak, versterkt tegelijkertijd hun eigen macht. Ze hebben namelijk meelopers genoeg. In Nederland zullen veel mensen er een heimelijk genoegen aan beleven als die slimme jongen in de klas nog eens op zijn plaats gezet wordt. Als hij nu eens de mindere is en geen kant meer op kan. De kop boven het maaiveld is alleen toegestaan in gebieden waarin iedereen denkt dat hij zelf ook kan komen. De voetballer bijvoorbeeld. Elk jochie van de straat, elk kind waar ze vroeger in de klas wel mee omgingen, kan rijk worden met voetbal. Maar ze hebben een enorme afstand tot mensen die slimmer zijn dan zij zelf. Die hoorden er op het schoolplein niet bij en nu is er de wraak, de definitieve afrekening.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door BramRoth op Wo, 25/06/2008 - 08:04.

Ik vrees dat '45 het met deze cynische analyse he-le-maal bij het rechte eind heeft. In onze egalitaire samenleving heerst een terreur van de middelmaat waar onze Ronald, met zijn verlegen boodschap dat 'excelleren' geen vies woord meer moet zijn, niets tegen kan beginnen.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door sassoc op Wo, 25/06/2008 - 11:25.

Ik ben ontsteld, zoveel nitwits, zoveel stratificatie, flabbergasted. Dit is oorlog. Zo voorspelbaar ook, en ofschoon de geschiedenis zich nooit herhaalt, trekt zij parallele sporen voor wie ze zien wil. Het doet me ergens aan denken, de jaren dertig, Kurt Weil, Brecht - - - -, wat ze schreven staat leesbaar aan de wand, en we lezen het niet - - -

Quip uit een cabaret in München, het was 1935 : het licht in de zaal ging plotseling uit. Commentaar : dat ligt niet aan het licht, het ligt aan de leiding. De SS heeft de cabaretier afgevoerd naar het concentratiekamp.

Zowat 1924 was hoogtij van de genotvolle, corrumperende samenleving, de twintiger jaren. Die dyonisische exhibitie was het gevolg van WO-1, op zichzelf de explosie van de niet meer houdbare verhouding tussen de regenten van dominerende landen, en hun bevolking. Out of touch, zeggen we vandaag, er zijn vergelijkbare situaties nu.
Vijf jaar later, 1929, ontbrandde de crisis. Weer vijf jaar later, 1934, begon Baldur von Schirach aan zijn zegenrijke omvorming, lees indoctrinatie, van de duitse jeugd, de resultaten kennen we.

WO-1 en WO-2 waren geen breuken in de geschiedenis. Wat in onze tijd gebeurt, 1980 tot nu, tot 2020, is dat evenmin. Het een volgt uit het ander. Weliswaar is de indoctrinatie meer geinstitutionaliseerd, maar de moeder ervan is dezelfde, de apostelen haar trouwe overtuigde discipelen, en ze worden er bovendien goed voor betaald. Waan. Er zijn geen wezenlijke verschillen met 1900, 1914, 1919, de crisis jaren, 1933 en daarna. Het is dezelfde muziek, met andere woorden.
Hou je vast, de storm is nog niet voorbij, het wordt nog erger.

maarten

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Planeten Paultje op Wo, 25/06/2008 - 13:29.

....nog maar weer eens dat wij die breuken tegenwoordig gewoon niet meer nodig hebben.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Ed Sorrento op Do, 26/06/2008 - 18:43.

Hoe veel decadenter kan een samenleving nog worden wanneer uitgerekend haar onderwijsbobo's opzichtig afstand nemen van de rationaliteit? Huiveringwekkend.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Za, 28/06/2008 - 08:44.

Dank voor dit overzicht jl. Het wordt een fikse verzameling zo. Misschien kun je bij volgende veranderingen typografisch aangeven waar de nieuwe uitspraken staan. Het zou me zeer helpen de nieuwe onzin tussen de oude l@lk*@k te vinden.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door simon op Za, 28/06/2008 - 09:25.

Je vindt, hopelijk niet, dat de verzameling te snel veroudert?

Moeilijk hoor. Moet je eens kijken voor welke enorme conceptuele problemen wij ons geplaatst zien: de halfwaarde tijd van kennis is 3 jaar. Dus: je hoeft niets te leren, je moet het wel kunnen opzoeken (vind ik ook wel een strenge eis hoor, maar dat terzijde).

Wat is echter de halfwaarde tijd va l@lk*@k (jouw spelling)?

Neem de uitspraak: alle kennis veroudert binnen drie jaar. Wie deze uitspraak leest, moet wel tot de conclusie komen dat deze uitspraak over drie jaar niet meer waar is. Maar als deze uitspraak over drie jaar niet meer waar is, dan komt dat omdat deze uitspraak waar is!

Nee, mij heben ze nu wel onder tafel gekregen. Ik vraag een consult aan bij minister Plasterk, die schijnt heel slim te zijn en kan dit probleem vast wel oplossen. Tot die tijd kom ik niet meer uit bed, wil ik geen enkele gedachte meer horen, blijven de gordijnen dicht en geef ik al mijn leerlingen een tien. Wat maakt het immers allemaal uit (als je zelf maar schaal 18 hebt, dat bedrag moet met de nodige rechtsbijstand wel verzekerd worden tegen iedere halfwaarde-tijd....).

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Za, 28/06/2008 - 09:48.

Altijd aardig die paradoxen.
Neem Z={z uit U | z kan niet beschreven worden met minder dan 66 letters}.
Dan levert dat een probleem op omdat de beschrijving van Z minder dan 66 letters telt.

Maar gelukkig hebben de l@lk*@k -kundigen daar iets voor bedacht. Zij bedienen zich van meta kennis. En daarvoor gelden die regeltjes natuurlijk niet.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door weknow op Za, 28/06/2008 - 12:12.

De waarde van l..lk..k is nul.
De halfwaardetijd van l..lk..k is dus oneindig.
l..lk..k verliest dus nooit de waarde die ze niet heeft.

Dit verklaart heel veel!
Kennis behoudt dus altijd een waarde. L..lk..k heeft die nooit gehad.
Het vreemde idee van halfwaardetijd is dus geen enkele reden is om niet voor kennis te gaan.

Dat de gedachte dat kennis veroudert niet klopt, is omdat - als het goed is - kennis verbetert...d.w.z. wordt aangevuld met nieuwe en betere inzichten in wat we weten. Dit zou een argument zijn voor twee redenen om wel veel kennis op te doen:
1. Dat het nodig is om je vak voortdurend bij te houden.
2. Nog veel belangrijker: Dat je over de principes en het begrip beschikt om te kunnen beoordelen (cognitieve handeling, onderwijsdoel!) wat oude en vernieuwde kennis waard is. Juist docenten zouden dit voor hun vak zeer goed moeten kunnen; aangezien zij de verantwoordelijkheid hebben om leerlingen een basis mee te geven, waarmee ze degelijk en efficient zich de belangrijkste dingen van een vak eigen kunnen maken. Dit is een pleidooi voor hoge vakkennis en goede (vak)didactische vermogens = hoge opleiding van docenten.

Om het met een vergelijking te zeggen: Dat voedingsmiddelen bederven, is geen reden om te stoppen met eten. Dat kennis in ontwikkeling is en daardoor "veroudert" is geen reden om niet meer doelgericht te leren. Wel om ook nog te leren hoe en waarin de kennis die je meekrijgt zich ontwikkelt!

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door corgi op Za, 28/06/2008 - 11:45.

Na al deze wijsheden tot mij te hebben laten komen trek ik de volgende conclusie en dat is dat de school als instituut opgeheven kan worden. Er is geen enkele houvast meer. De jeugd denkt anders en construeert haar eigen werkelijkheid in een niet te duiden tempo. Waarom dan nog een 6 jarige VWO of een 4 jarige HBO? Er is geen enkele grondslag meer om dit te willen. Hoe moet het gebouw eruit zien, hebben we nog een gebouw nodig, moet er nog wel iets centraal plaatsvinden? Ik heb nog nooit een groep managers gezien die zo hun eigen bestaansrecht ontkennen. Wat zou er nog te managen zijn, er is niet eens een doel meer. Laten we het dus omkeren. Deze mensen krijgen vanaf nu nul euro budget tenzij zij kunnen uitleggen waarom ze hoeveel geld waar voor nodig hebben. En ik denk dat het dan heel stil wordt. Dit komt dan vooral ook omdat zij zelf verkeerd opgeleid zijn en verkeerd of anders denken en andere werkelijkheden creëren dan de jeugd. Hoe komen Sjoerd en Doekle bijvoorbeeld aan de door hen geventileerde werkelijkheden. Als zij een paradigmashift hebben doorgemaakt naar de andere zijde hoe hebben zij dat dan gedaan daar de bestaande hulpmiddelen zoals boeken etc. hier niet meer werken. Ik ben er nu vele jaren mee bezig en ik kan de brug alsmaar niet vinden. Geef mij mijn belastinggeld en schoolgeld terug en dan construeer ik er zelf wel lustig op los samen met een door mij zelf uitgeselecteerde groep in mijn eigen tempo.
Corgi

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door jeronimoon op Za, 28/06/2008 - 12:43.

Is er iemand die kan beginnen met "wijsheden van BON" Ik geef een voorzet.

Corgi
Sjoerd en Doekle leven dank zij hun paradigmashift in een andere werkelijkheid. Dit komt omdat ze zelf verkeerd zijn opgeleid en verkeerd of anders denken en andere werkelijkheden creëren dan de jeugd.

Het mooiste worden natuurlijk 'tegeltjeswijsheden'

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Za, 28/06/2008 - 12:57.

Zie hier op het onvolprezen forum.

Uitbreiding kan altijd, denk ik

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Za, 28/06/2008 - 13:07.
  • Hoe harder men roept dat er geen keuze is, hoe belangrijker het is daar wel degelijk naar te zoeken
  • Als men zegt dat "het" niet meer van deze tijd is, dan kun je er vergif op innemen dat "het" vroeger beter was
  • Mensen die het minste verstand hebben van ICT verwachten er vaak het meeste van.
  • Heeft u de gravitatiewet van Newton geleerd tijdens een vrijpartij in de boomgaard of wellicht toch bij de natuurkundeles?
  • De welke wet van wie? ...
    "A, ik hoor het al, u heeft Het Nieuw geLeerd!"
  • Mensen die van alles en nog wat snel voor dood verklaren hebben nooit (van) geschiedenis geleerd.
  • Een gebakken scholletje is veel lekkerder dan een zelfgevangen visstick
  • Uitleggen is niet hetzelfde als versimpelen
  • Van versuikerd onderwijs krijg je gaatjes in je hersenen
  • Zou Wesley Sneijder vroeger dat eindeloze oefenen met een voetbal nou niet vreselijk saai gevonden hebben?
  • Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
    Ingediend door sassoc op Za, 28/06/2008 - 14:45.

    [1]
    contradictio in terminis - deze betreft de appelboomgaard ('45, hierboven) :
    de gravitatie wet van Newton werd voorafgegaan door het schot van Wilhem Tell ; vandaar de verwarring alom ;-((
    [2]
    hoe dichter bij de afgrond, hoe beter het resultaat
    (werd betwijfeld door Louis xiv en anderen) ;
    [3]
    a bird doesn't sing because it has a message, it sings because it has a song ;

    maarten

    Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
    Ingediend door weknow op Za, 28/06/2008 - 20:13.

    Jules Renard: "Luiheid is niet meer dan de gewoonte om uit te rusten, voordat men moe wordt".

    Mahatma Ghandi: "Er is voldoende op de wereld om de noden van iedereen te ledigen, maar niet om de hebzucht van enkelen te bevredigen".

    Augustinus: "Hoogmoed is geen grootsheid, maar louter gezwollenheid: En wat gezwollen is lijkt groot, maar is niet gezond".

    Samuel Johnson: "Bij de meeste mensen zijn problemen de kinderen van de luiheid".

    Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
    Ingediend door sassoc op Za, 28/06/2008 - 21:26.

    chinese buddhism :
    [1]
    een reis van 12,000 mijl begint met de eerste stap ;
    [2]
    reizen is een ingewikkelde manier van thuis komen ;

    maarten

    Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
    Ingediend door jeronimoon op Zo, 29/06/2008 - 14:55.

    over Sjoerd
    "een nul die praat over andere nullen alsof het negens zijn, in de hoop zelf aanzien te worden als een zeven en een half"

    Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON