Verslag Rekenconferentie

TOEVOEGING 15/2/09. met dank aan Marion van Voorst hier de uitgeschreven voordracht van Ad Verbrugge (zie bijlage)
De BON rekenconferentie van 22 November bij IVA-Driebergen is voorbij. Met ongeveer 250 aanwezigen waarvan een groot deel uit het basisonderwijs was elke stoel bezet. Het was een geweldig succes! Dank aan alle aanwezigen: de mensen van IVA Driebergen, de sprekers en werkgroepleider, de organisatoren en niet in het minst de deelnemers, zij zullen uiteindelijk voor het betere rekenonderwijs gaan zorgen.

Relevante links:

http://picasaweb.google.nl/johan.jimhoekstra.hoekstra267/BRONRekenconfer...
Doorklikken naar de foto's die Johan Hoekstra heeft gemaakt.

http://rekenhulp-basisschool-pabo.nl/
en/of
http://www.bonrekenhulp.nl of http://bonrekenhulp.nl
BON rekenhulp website
(Googelen op BON en rekenhulp levert ook direct resultaat overigens)

http://goedrekenonderwijs.nl
de website van de Stichting Goed Rekenonderwijs. Hier kunt u informatie vinden over de rekenmethode de Vries/Terpstra die de stichting aan het ontwikkelen is.

http://www.youtube.com/watch?v=Z7Sv0uiwmZ8
De eerste videoregistratie. Dank aan Linde Hoekstra voor dit prachtige werk.

http://weblogs3.nrc.nl/opklaringen/2008/12/12/onderwijsdebat-is-op-beter...
verslag van Marc Chavannes in NRC

BijlageGrootte
BRON 22nov08 Driebergen Kees van Putten.pdf205.69 KB
BRON-lezing Liesbeth vd Plas.pdf956.53 KB
Rekenconferentie Jan van de Craats.pdf1.31 MB
Programma en keuzewerkgroepen BON-rekenconferentiev2.pdf195.48 KB
bronwateretiket.pdf1.47 MB
De werkgroepen.pdf174.72 KB
Posters.pdf191.61 KB
Inleiding Ad Verbrugge Rekenconferentie BON.pdf20.59 KB

Reacties

Ingediend door Leo op Vr, 28/11/2008 - 20:14.

leren vooral niet goed rekenen, omdat hun leeromgeving steeds minder past bij hun niveau. Te veel kinderen, die eigenlijk op het so thuishoren, eisen veel aandacht van de juf. Ook veel kinderen met grote taalachterstand slurpen juffentijd. Juf wil wel maar kan niet.
Bovendien komen die "makkelijke" kinderen er toch wel, nietwaar?

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Vr, 28/11/2008 - 20:25.

Natuurlijk zijn er kinderen in het reguliere onderwijs die er niet thuis horen. Dat het speciaal onderwijs is gekortwiekt is een ramp voor iedereen die er bij betrokken is. Maar ik vind het uitermate goedkoop om dat als excuus te gebruiken zelf helemaal inets meer te verbeteren. Heerlijk zo'n baan lijkt me. Alles is de schuld van wsns en wat je als leraar zelf doet is van geen enkel belang. Je hebt het altijd goed gedaan. Gaat het mis met de kinderen dan komt dat omdat ze zelf niet in die klas hoorden of omdat er andere kinderen in die klas zaten die er niet hoorden. De vrijblijvendheid druipt van je opmerkingen af. Zogenaamd met de goed zaak (weg met wsns) in het vizier, maar feitelijk als de ultieme legitimering van het totale nietsdoen van jezelf. Wees er gelukkig mee Leo. Neem nog een kopje thee en verschuil je achter de ruggen van de kinderen die er helemaal niks aan kunnen doen.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door riek kerkhof op Za, 29/11/2008 - 15:26.

Teveel kinderen worden juist doorverwezen naar speciaal onderwijs. Vele kinderen kunnen niet fatsoenlijk lezen en spellen. Niet omdat ze te dom zijn, maar het systeem past niet bij hun manier van denken. Na de kerst zou het verboden moeten worden om de kinderen nog fonetisch te leren spellen, want juist het fonetisch spellen is de boosdoener dat zoveel kinderen ongeveer 20% een dyslexie-verklaring hebben. Als het om zoveel kinderen gaat is er duidelijk iets mis met het lees- en spellingsonderwijs. Kinderen die in de problemen komen met lezen en spellen, komen ook in de problemen met rekenen, want hun geheugen raakt overvol. Ze leren woord voor woord van buiten. Alle kinderen zijn gebaat bij duidelijke en zoveel mogelijk spellingsregels. Voor zwakke rekenaars is het het beste vanaf het prille begin sommen onder elkaar uit te rekenen. Ieder kind kan de tafels leren. Ieder kind kan vermenivuldigsommen, staartdelingen, breuekn, procenten, decimale getallen en het metriek stelsel leren. Het is de kunst van de leerkracht dit alles goed uit te leggen. Teveel kinderen hebben het predicaat ADHD, licht autisme en allerlei aanverwante stoornissen. Een kind mag niet meer zijn zoals hij is, hij moet aan een standaardnorm voldoen. Veel juffen zijn alleen in staat om te gaan met een kind dat aan de standaardnorm voldoet. Kinderen, die boven en onder de standaardnorm zitten, krijgen dus niet het onderwijs dat voor hun geschikt is. Ikzelf heb 44 jaar op de basisschool les gegeven en help nu nog vele kinderen met aanvankelijk lezen, spelling en rekenen. Om die reden heb ik dan ook een boek geschreven dat heet "Oplossingen in plaats van Afwijkingen voor lezen taal rekenen". Het is enkel te bestellen op mijn eigen website www.riekkerkhof.nl. In dit boek draag ik vooral oplossingen aan. Niet het kind is verandert, maar de leerkracht en de methodieken.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Leo op Za, 29/11/2008 - 18:40.

is verandert, maar de leerkracht en de methodieken. Dat juffen steeds minder goed spellen, klopt helaas dus wel.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Marten Hoffmann op Za, 29/11/2008 - 20:50.

Mocht BON ooit beginnen aan een taalconferentie, dan bent u wat mij betreft van harte welkom om uw ideeën en inzichten te delen. Een van de deelnemers aan de Rekenconferentie muntte al de roepnaam BeTON. Klinkt goed en degelijk, toch?

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door BramRoth op Za, 29/11/2008 - 21:43.

'BeTON' zou geweldig klinken als er niet al iets bestond met de naam 'ToN'. Niet dat dat laatste nou zo slecht zou zijn, maar politieke bijklanken moeten we vermijden, toch?

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Malmaison op Zo, 30/11/2008 - 01:38.

Ik heb zelf een aantal van mijn kinderen leren lezen. Uitgangspunt was dat de hoofdregel bij spelling een 1-1-duidige afbeelding van klanken en letters is. Daarom wilde ik daar mee beginnen. Natuurlijk weet ik dat opeenvolgende klanken elkaar beïnvloeden, Dat het ongelukkig is dat we de stomme e überhaupt als e aangeven, we de z vaak als s uitspreken, ij en ei en g en ch voor dezelfde klank staan, lange klinkers soms wel en soms niet aangeven door het symbool van de bijbehorende korte klinker te verdubbelen, de uitgangs-n bij werkwoorden vaak niet te horen is, stam + t wel opgaat voor werkwoorden met een d in de presensstam maar niet voor werkwoorden met een t in de presensstam en de c soms als s en soms als k uitgesproken wordt. Maar als je het slim aanpakt en de moeilijkheden goed gedoseerd toevoegt werkt deze methode prima. Het ligt daarom volgens mij voor de hand om deze methode te verbeteren zodat meer leerlingen daarvan kunnen profiteren. Afschaffen omdat er ook leerlingen zijn voor wie ze te moeilijk is zou aangeven dat we niets van het drama van de basisvorming geleerd hebben.
Seger Weehuizen

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door riek kerkhof op Zo, 30/11/2008 - 10:25.

Heel veel woorden en letters zijn prima uit te leggen. Ei of ij: bij een sterk werkwoord verandert de ij in een e zoals kijken-keken, voor de f en v altijd ij behalve weifelen. Zwakke werkwoorden schrijf je praktisch altijd met ei behalve bevrijden en prijzen-prijsden. Zof s: voor de w altijd een z en voor alle andere medeklinkers een s. De woorden met een klinker voor de s en z moeten van buiten worden geleerd. G of ch: voor de t altijd ch als ik het woord langer maak en de t blijft staan ik lach-ik lachte, ik leg-hij legt-hij legde. De ch is altijd een korte klank denk aan echo en ego. De d sluit de ch uit hij zaagt-hij zaagde. Als het woord eindigt op elen schrijf je meestal ch zoals goochelen, giechelen, huichelen, maar waggelen. Voor de d en t is het belangrijk vanaf het prille begin de persoonsvorm te leren. Het kind heeft keurig geleerd het woord langer te maken en schrijft: de hond rend weg. Fout. Dus schrijft het: de hont rent weg.Fout. Het kind begrijpt er niets meer van. Voor praktisch geen enkel kind is dit te moeilijk.Een kind zat op een ZMLK school en na begeleiding via uitleg van de spelling ging ze gewoon naar VMBO. Een ander kind zat op een LOM-school en zou volgens testrapporten de spellingsregels nooit leren en was ook zwak met rekenen. Zijn vervolg advies was VSO. Toen hij de spelling begreep, werd zijn rekenen ineens goed. In 3 maanden tijd haalden we de achterstand in en ging hij naar MAVO, daarna naar HAVO en daarna naar HBO. Zo kan ik doorgaan. Hoeveel kinderen zijn niet de dupe van het slechte onderwijs. Steeds blijf ik na 44 jaar les gegeven te hebben aan de basisschool volhouden: niet het kind is verandert, maar de leerkracht en de methodieken.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Zo, 30/11/2008 - 10:38.

Je moet een kind gewoon onderdompelen in een stimulerende leeromgeving, dan komt het allemaal vanzelf goed. Uitleggen? Regels? Een juf die vertelt hoe het moet? Zijn we nu helemaal van de vorige eeuw?

Inmiddels is Nederland gestegen naar het afleveren van 20% functioneel analfabeten aan het einde van de basisschool. In India zitten zo nu ook op dat percentage, alleen daar daalt het al een tijdje,

Zouden ze in India eigenlijk (weer/nog) samen naar school gaan?

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door riek kerkhof op Ma, 01/12/2008 - 09:56.

Wat was er mis met de uitleg van de vorige eeuw. De meeste ouderen kunnen foutloos lezen, schrijven en vlot rekenen, terwijl ze allen basisonderwijs hebben gehad. Doorstuderen was tot aan de Mammoetwet alleen weggelegd voor de beter gesitueerden. Nu hebben we 20% functioneel analfabeten aan het eind van de basisschool. Met alleen een stimulerende leeromgeving komt het echt niet vanzelf goed. Teveel ouders klagen steen en been dat hun kind niets leert en hun kind naar een te laag schooladvies wordt verwezen. De testrapporten wijzen dan vaak een veel hoger IQ uit. Deze ouders gaan naarstig op zoek naar de juiste begeleiding . Niet voor niets rijzen de studiebegeleidingsinstituten als paddenstoelen uit de grond, ook voor het basisonderwijs. Niet voor niets zijn vele kinderen doodongelukkig op school, omdat ze het gevoel hebben er leuk bezig gehouden te worden en er niets te leren. Vele kinderen zijn dolblij met mijn hulp en ouders zouden echt niet naar mij toe komen als ze me zagen als die antieke juf uit de vorige eeuw. Ook spellingsregels kun je kinderen leren met grapjes. Teveel kinderen heb ik de laatste jaren ontmoet die niet leerden lezen en foutloos schrijven en na een poosje lukte dat wel. Dolgelukkig waren ze. Geen enkel kind wil dom lijken.
Vindt 9-11-1989 het niet intriest dat 20% als functioneel analfabeet van de basisschool komt of tellen voor hem die kinderen niet mee. Deze kinderen moeten ook nog 50 tot 60 jaar of langer door het leven. Dit leven biedt voor hen weinig toekomst als functioneel analfabeet. Zij kunnen door hun analfabetisme nooit commentaar leveren en zijn overgeleverd aan de willekeur van andere mensen. Vaak begrijpen ze alles, maar hebben nooit fatsoenlijk geleerd alles op papier te zetten en zijn dus letterlijk gehandicapt.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Marten Hoffmann op Ma, 01/12/2008 - 10:26.

Riek, jij en 1989 zijn het honderd procent met elkaar eens. Hij zette achter zijn kopje dan ook dit ";-)". Dat staat voor een knipoog op z'n internets waarmee hij zijn tekst probeerde te relativeren. En als je twintig jaar verknutseling van het onderwijs voorbij hebt zien komen valt het nog mee dat je kunt relativeren .....

Ik durf voor iedereen op dit forum te spreken als ik zeg dat allen het intriest vinden dat 20% als functioneel analfabeet van de basisschool komt. Het keren van dat tij is een van de taken van BON. Uw degelijke aanpak als "antieke juf" past dus juist heel goed bij dat waar BON voor staat.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Ma, 01/12/2008 - 10:51.

Natuurlijk persifleerde ik het "moderne" leren hier.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door riek kerkhof op Do, 04/12/2008 - 12:49.

Dom van me dat ik het grapje niet door had.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Bernard Wijntuin op Zo, 30/11/2008 - 11:08.

Dank u wel voor de uitleg van deze taalregels, mevrouw Kerkhof. Ik heb deze regels nooit op school gehad; voor mij (55 jaar) zijn ze splinternieuw. Hoe heb ik dan wel de correcte spelling geleerd (aannemende dat ik weinig fouten maak)? Ik denk door thuis veel te lezen en op school veel te oefenen. Uiteindelijk heb ik al die spelling gewoon uit mijn hoofd geleerd. De enige regel die ik ken is die van het kofschip, en zelfs die pas ik nooit toe. Alles is geautomatiseerd.
Niet dat ik uw betoog onderuit wil halen; ik vind die regels bovendien bijzonder interessant.
Wat ik wel grappig vind is dat 9_11_1989 nu opeens vóór regels, begrip en uitleggen lijkt te zijn, terwijl hij wat rekenen betreft het omgekeerde standpunt inneemt (als ik hem tenminste goed ken): regels alleen maar toepassen, niet per se willen begrijpen, oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Begrip komt later wel.
Hoe zit dat nu, mensen? Is het nu oefenen, uit je hoofd leren of begrijpen? Of toch van alles een beetje?

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Zo, 30/11/2008 - 11:26.

Nee hoor Bernard. Bij rekenen ben ik zeer voor regels: "delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde", een uitstekende regel, werkt altijd.
Ik ben er op tegen dat kinderen met flessen limonade en glazen aan de gang gaan om te kijken hoe vaak een kwart past in anderhalf.
Ook bij taal ben ik erg voor gebruik van de regels. Daar waar er een regel is om iets met een d of t, een ij of ei te spellen: vertel het de kinderen ajb.

Er is wel een verschil tussen "uitleggen hoe" en "uitleggen waarom". Bij rekenen is perfect uit te leggen waarom de rekenregel werkt en dat hij altijd werkt. Maar je kunt een regel ook gebruiken zonder te weten waarom die werkt. Een uitstekend uitgangspunt: eerst doen en pas later (soms) begrijpen waarom het zo werkt.
Bij taal is dat wellicht iets anders, het waarom is veel minder eenduidig en uitleggen is vanzelfsprekend alleen "uitleggen hoe". Met de regel uitleggen bedoel ik hier dan ook vertellen hoe de regel werkt, niet waarom die zo werkt, niet waar de ij en de ei vandaan komen of waarom en onder welke invloed de taal is gegroeid tot wat het nu is.

Je moet de regels oefenen, uit het hoofd leren. Zowel bij taal als bij rekenen. Of je de regels ook begrijpt is in eerste instantie niet echt aan de orde, dat komt wellicht later wel.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door sassoc op Zo, 30/11/2008 - 13:34.

regels en leren : interessante discussie. Werpt licht op het denkraam, en de bezigheid, van "de leraar", abstract gesteld.

Gaan we even terug naar de heel jonge jaren van een kind, drie maand, half jaar, 1, 2, 3, 4 jaar. Hoe leert het ? Het kind is van nature ingesteld op zijn omgeving, het adsorbeert, absorbeert, assimileert (verwerkt) impulsen zoals licht, geluid, aanraking met objecten, het voelt beweging, warmte. Dit assimileren verandert, veel later, in abstract leren, dat is : gevolgtrekkingen maken uit vroeger geleerde zaken. Abstract leren is altijd een latere fase in het leerproces van kinderen.

Lang voordat het wil leren lezen heeft een kind al woorden geleerd, door ze te horen en na te zeggen. Hoe dat leren verloopt - we zijn allemaal door die fase gegaan (onze herinnering waaraan is vervaagd). Leren lezen is het moment dat volgt op leren horen, spreken, begrijpen. Die fasen van begrijpen gaan nog lang door, nadat een kind heeft leren lezen ; uiteindelijk is er het vermogen tot abstraheren. Aan dat laatste danken we de enorme vlucht in techniek, technologie, comfort, cultuur en beschaving.

De discussie, in deze draad, gaat over leren lezen. Dat leren is een abstractie van de voorgaande fase, hierboven aangeduid. Wie dat ziet, vindt vanzelf methodes om kinderen te leren lezen. De vehemente discussie over methode (in staatsscholen, Montessori, Vrije School - om alleen de meest contraire opvattingen aan te duiden) wordt daardoor als vanzelf geattenueerd. De discussie hier is nodeloos hevig, veroorzaakt omdat ouders én docenten uit het oog verliezen dat "leren lezen" veel eerder begint dan "lezen leren" ; zie hierboven (en hieronder). Het is ook een uitermate individueel proces. Ik zou zeggen : verleg de focus, herken de verbanden met het vroegste leren, het probleem lost zich dan vanzelf op.

maarten

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door sassoc op Zo, 30/11/2008 - 14:51.

Het ging in deze draad over leren lezen ; zie hierboven. Interessant is dat er een parallel bestaat met leren rekenen - precies dáárom is de discussie aan de tijd.
Leren rekenen gaat net zo als hierboven beschreven. Het geleerde op zeer jonge leeftijd (half jaar, 1, 2, 3, 4, 5 jaar) gaat vooraf aan het formele rekenen leren. Zelfs de latere vakken van het VO -wiskunde, geometrie, differentiaal rekenen, kansverdeling – worden aangelegd in die jongste jaren. Abstracties leren is altijd de fase die volgt op eerder aangeleerd. Met blokken spelen, treintje, autotjes, poppenhuis, zijn de voorloop van rekenen ; net als leren lezen volgt op de imitatie en assimilatie van woorden horen en nazeggen, wat heel jonge kinderen doen.

Leren lezen en leren rekenen zijn verwant. Eerst de substantie, dan het abstracte - de regels zijn het abstracte. Regels leren is pas mogelijk ná assimilatie van eerdere geleerde zaken.
Regels leren kan het beste gewoon : leren, stampen, oefenen. Wees gerust : de omgang met de substantie gebeurt al vanaf heel vroeg, voorschools ; de abstractie volgt gewoon op dat eerder verworvene.

De tussenschakel van RR is overbodig én schadelijk, in de leerfase waarin het gebeurt (om tot regels te komen) sticht het verwarring.
RR gaat niet over rekenen maar over begrip, het aanleren waarvan op zijn plaats is ná [1] assimilatie en [2] regels leren. Vloeistoffen (rood, blauw) bij elkaar gieten is een uitstekend middel ná regels leren, en een hilarisch moment richting natuurkunde. Het gaat erom, wanneer, waarom.

Regels leer je dus niet door twee vloeistof volumes bij elkaar te gieten, of aarbeien te tellen op een taart. Breuken kan je leren door, in de gevoelige fase van kinderen, even én kort een aardbeientaart op te delen in de klas (piet heeft meer dan ik), als maar direct daarna de oefening en regels komen. Niets tegen gieten of tellen, of aardbeientaart eten, maar de abstracties daarin zijn fases ná regels leren.

maarten

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door 1_1_2010 op Zo, 30/11/2008 - 15:35.

Opmerkelijk hierin is het verhaal dat Ad Verbrugge hield op de afgelopen rekenconferentie. De wisKUNDE, de activiteit is zijn eigen "context". Oefenen in contexten heeft geen enkel effect, wellicht tegengesteld zelfs. Oefenen moet in de praxis van het onderwerp zelf geschieden.

Wil je wel realistisch rekenen, of tenminste de eerste ervaringen met nieuwe begrippen (breuk bv) uit ene iet wiskundige context laten komen, dan is het zaak te weten in hoeverre de gekozen context ook verderop geschikt is. Ik las hierover een aardig artikel an een wiskundige uit Berkley. Die pleit ervoor de pizza's weg te laten, maar breuken te introduceren via de getallenlijn. Pizzastukken kun je namelijk wel optellen, maar niet vermenigvuldigen. Bij getallen is dat anders, zoals we weten.

Aardige discussie wordt dit zo.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door sassoc op Zo, 30/11/2008 - 19:56.

ref : 1989, hierboven.

Je hebt natuurlijk gelijk, zie ook andere reacties over leren lezen, rekenen, talen.

Toch even ondeugend zijn, ik kan het niet laten :
[quote] pizza stukken kan je wel optellen, maar niet vermenigvuldigen [unquote].

Een opgetelde pizza gaat mijn eetlust te boven, indien > 5 ; eenheid in millimeters. Een gedeelde pizza, echter, bevredigt de honger niet, indien < 0,5 ; eenheid = 1.

Pizza-vermenigvuldigen doet me denken aan het rijstebrij vrouwtje.
Goed verhaal als je 4 jaar bent >
http://www.grimmstories.com/language.php?grimm=103&l=nl&r=de -

Daarna, lekker tussen 6 en 14 jaar >
http://home.wanadoo.nl/loek.bronsdijk/toetje17.htm -
Oudere leeftijd ook lekker, maar dan dieptepsychologisch.

Maar de meest uitdagende is wel : de wonderbaarlijke brood-vermeerdering. Die vermenigvuldigingshistorie rept niet van pizza. Toch, het is redelijk om aan te nemen dat het om on-gegist deeg gaat, net als in pizzas.
Darwin in de bakkerij, kan nog gek worden. Rekenen bij rekenen laten - lijkt me wel het beste. RR is in de wondercategorie, niet dieptepsychologisch.

maarten

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door sassoc op Zo, 30/11/2008 - 17:57.

Hierboven ging het om leren lezen en leren rekenen. Bij de analyse van het leren is nog een derde facet interessant : vreemde talen.

Heel jonge kinderen hebben geen besef van taal-verschillen. Ze associeren (slijpen) hun imitaties (nazeggen, antwoorden, fantaseren) met en aan de persoon met wie ze te doen hebben. Geen idee of dat engels, spaans of russisch is. Hieruit volgt dat heel jonge kinderen gemakkelijk andere talen assimileren naast nederlands. Voor die stelling zijn er ontelbare aanwijzingen, zowel theoretisch (Piaget en latere ref.) als praktisch (twee-talige gezinnen, ex-pat gezinnen, verblijf overzee).

Exposure aan vreemde talen, mits in de heel jonge fase, heeft het effect dat een kind met de klank vertrouwd raakt ; afgezien van het aanleren van een (allicht) beperkte woordenschat. Klank is een essentieel deel van de taal-structuur (Piaget, Chomsky). Juist op heel jonge leeftijd is de gevoeligheid voor klank groot. Vandaar de verbanden tussen taal, muziek, beweging ; ook met rekenen en wiskunde zijn er verbanden.

Het moeizaam leren van vreemde talen (VO, 11 jaar en ouder - woordjes leren, grammatica, idioom) komt daarmee in het licht te staan van onbegrepen didactiek. Het kan veel beter, zelfs als we inzien dat de moeizaamheidsfase (11 naar 18 jaar) functioneel is en, hoewel in lichtere mate, blijft bestaan.

Echter, een waarschuwing : de redenering die de regering (JPB) onlangs ventileerde en die door de VO raad werd ge-echoot ("vreemde talen leren moet worden aangemoedigd vanwege de concurrentie-positie van NL") is een anti-pedagogisch verzinsel van ter zake ondeskundige opportunisten.

maarten

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Malmaison op Zo, 30/11/2008 - 11:57.

Als je goed leert spellen door van alle woorden het woordbeeld op te slaan en geen regels leert of bedenkt is dat uitermate saai en duurt het erg lang eer je zinnen kunt maken die foutloos gespeld zijn. En als je geheugen je ooit in de steek laat kun je het woordbeeld niet reconstrueren. Verder “begrijp” je de spellingsregels niet allemaal maar voer je algorithmen uit. Dat is bij een staartdeling precies dat waarmee men in opa’s (mijn) tijd bij het leren van de staartdeling mee begon. Eerst een algorithme inslijpen. Als je na veel oefenen (het toepassen van een algorithme) een door jou gemaakte staartdeling uitzoekt en nagaat wat je precies gedaan hebt “begrijp” je het plotseling. Als de uitkomst van een deling 378 is heb je nagevorst dat je het deeltal vindt door 300 keer de deler, 70 keer de deler en 8 keer de deler bij elkaar op te tellen. Uit de distributiewet volgt dan dat 378 keer de deler gelijk is aan het deeltal. Dat zie je het gemakkelijkste in NA oefening.Seger Weehuizen

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Leo op Za, 29/11/2008 - 18:31.

haal ik uit het feit, dat ik 4 dagen per week op verschillende basisscholen in de groepen 1 t/m 8 werk. In 'n grote stad. Ik zie wat ik zie en daarop baseer ik mijn mening en forum bijdragen. En dat heeft niets te maken met enige vorm van vrijblijvendheid. Hooguit 't tegenovergestelde. Het lijkt me eerder dat we te maken hebben met twee mensen die in twee verschillende werelden leven. De toekomst zal uitwijzen wie zich ergens achter verschuilt. Overigens is nietsdoen bij tijd en wijle aan te raden. Dat relativeert...

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON
Ingediend door Leo op Ma, 01/12/2008 - 19:15.

dat mijn reactie niet onder de bijdrage staat, waarvoor hij bedoeld is.

Bovenstaand bericht is van een sitebezoeker en weerspiegelt niet automatisch de standpunten van BON