De redactie werd attent gemaakt op een recent onderzoek(april 2009) over de ervaringen van leerbedrijven met de mbo's als organisaties en met de leerlingen van die mbo's die in de leerbedrijven stagelopen.
U kunt het rapport o.a hier vinden, of ook in de bijlage bij dit artikel.
Het onderzoek is door het bureau dijk12 uitgevoerd in opdracht van: ActiZ, Bovag, Bouwend Nederland, Hoofdbedrijfschap Ambachten, Hoofdbedrijfschap Detailhandel, Koninklijke Metaalunie, MO-groep, NVZ en VGN in samenwerking met MKB-Nederland.
Het rapport geeft inzicht in de ervaringen van leerbedrijven in de dagelijkse praktijk met het verzorgen van BPV-plaatsen.
Het onderzoek is uitgevoerd in negen sectoren:
• Ambachten
• Bouw
• Detailhandel
• Gehandicaptenzorg
• Metaalbewerking
• Mobiliteitsbranche
• Verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (incl. kraamzorg)
• Welzijn, Kinderopvang en Jeugdzorg
• Ziekenhuizen
De centrale vraag van het onderzoek is:
"Wat moeten leerbedrijven doen en wat hebben zij nodig om - in samenwerking met onderwijsinstellingen- goed leerlingen op te kunnen (blijven) leiden in het middelbaar beroepsonderwijs?" (blz 5/6)
Een aantal opmerkelijke conclusies en uitspraken uit dit rapport wil ik hier toch wat extra aandacht geven.
Zo wordt op blz 8 opgemerkt dat:
De vakkennis en vaardigheden van leerlingen en stagiairs schiet vaak te kort om de praktijkoefening te kunnen verrichten.
Met betrekking tot de BOL-stagiairs signaleren bedrijven dat de kennis die zij op school krijgen, voorafgaand aan de BPV, onvoldoende aansluit op de praktijk in bedrijven. Tevens komen BOL-leerlingen steeds vroeger in het bedrijf (niveau 1 en niveau 2) en merken bedrijven dat zij nog onvoldoende op school hebben geleerd om de BPV naar behoren in te kunnen vullen.
Specifiek voor de BBL-leerlingen speelt dat leerlingen over onvoldoende elementaire vakkennis beschikken. De oorzaak daarvan wordt gezien in het gegeven dat veel leerlingen die instromen geen vooropleiding hebben gehad in de richting van het vakgebied (gedifferentieerde instroom) en door de verbreding in het vmbo.
In algemene zin gaat het om de beheersing van Nederlandse taal in woord en geschrift, dit voldoet veelal niet aan basisvereisten.
Onvoldoende vakkennis en onvoldoende Nederlands. Het lijkten me uitermate belangrijke conclusies.
Lees verder ===>
Naast inhoudelijk problemen geven de leerbedrijven ook aan dat er organisatorisch/administratieve problemen zijn in de samenwerking met de mbo's:
Het leerbedrijf krijgt beperkt tot geen informatie over het doel van de stage, de fase van de opleiding waarin de stagiair zich bevindt en achtergronden van de stagiair. De stagiair meldt zich bij het bedrijf en vervolgens moet het leerbedrijf deze zaken zien te achterhalen.
Bedrijven hebben onvoldoende inzicht in hoe leerlingen en stagiairs het op school doen. Het gaat daarbij om de voortgang in de theorieopleiding, eventueel verzuim en relevante informatie over achtergronden van leerlingen. Als leerbedrijven actie ondernemen om hierover informatie te krijgen bij de school kost het vaak veel tijd om de gevraagde informatie te krijgen.
De door de school verstrekte hulpmiddelen en formulieren zijn niet altijd even gebruiksvriendelijk en onvoldoende afgestemd op de gebruiker, het leerbedrijf.
Opmerkelijk is ook dat men aangeeft "in principe" tevreden te zijn over CGO als onderwijsvorm maar dat:
Tegelijkertijd signaleren zij dat met de invoering van het CGO de reeds bestaande knelpunten op het gebied van de individuele leerling en de samenwerking met het onderwijs zijn versterkt.
Competentiegericht opleiden vraagt nog meer dan voorheen een optimale samenwerking in de driehoek school-leerling-leerbedrijf. De reeds bestaande knelpunten in die samenwerking komen nu nog pregnanter naar voren.
Vrij vertaald: CGO vereist een berg aan organisatie van de leerbedrijven en men heeft nauwelijks zicht meer op wat een leerling kan of zou moeten kunnen. Dat men ondanks dat toch "tevreden" is over CGO, lijkt meer te maken te hebben met een politiek correcte formulering dan met de werkelijkheid, vooral ook omdat verderop wordt geconcludeerd dat:
Ten gevolge van het tekort aan vakkennis en vaardigheden van de leerlingen:
Besteden leerbedrijven veel tijd aan het bijbrengen van theoretische basiskennis.
Besteden leerbedrijven veel tijd aan het motiveren van de leerling en het 'bij de les houden.'
(blz 51)
en suggereert men ter verbetering o.a. het volgende:
De leerbedrijven hebben de volgende suggesties ter verbetering.
Verzorg op de scholen gedegen en structureel theorieonderwijs en zet de leerbedrijven in voor het aanleren van de praktijkvaardigheden en de beroepshouding.
Besteed op het vmbo meer aandacht aan goed Nederlands en een basisniveau van spellen.
Laat leerlingen die weten wat ze willen op het vmbo al een vakgerichte opleiding volgen.
(blz 51/52)
En dat laatste interpreteer ik dan weer als: geeft goed gestructureerd theorieonderwijs, stop met de afvinklijstjes en competentiedoelen die met attitude te maken hebben en herstel de LTS weer in ere.
Kortom: de geformuleerde tevredenheid met CGO is een wassen neus. Misschien is dit in dit rapport gekomen omdat Dijk12 nogal wat opdrachten heeft verworven die gerelateerd zijn aan het CGO. Kijk bv hier op hun site.
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| Beroepspraktijkvormingervaringenleerbedrijven 20090428.pdf | 492.12 KB |
Reacties
Dit rapport is voldoende bewijs voor de onderwijsvernieling die CGO heet. Verder geeft het aan dat de hele (dure) schil van obscure gesubsidieerde commissies, stichtingen, opleidings-en trainingsbedrijfjes, adviesorganen en meer van dat soort clubjes die zich bezig houden met het opstellen van profielen, leidraden voor het CGO, competenties voor de competente loopbaanbegeleider, samenwerkende teamleider, examendossiers, assessmentvoorschriften en wat-weet-ik-al-niet-meer-om-de-docent-van-zijn-werk-te-houden. Bemenst worden door niet meer of minder dan geldverslindende, nietsnutterige, zweefliegende en luchtfietsende zelfkikkerende, navelstarende, over het paard getilde malloten. Laat onze minister en staatsecretaresse daar maar eens in snijden, weg met deze drijfzandlaag waar ons middelbaar onderwijs verder en verder in wegzakt. Een besparing van honderden miljoenen die onmiddellijk geinvesteerd kunnen worden om het primaire proces van de grond af weer op te bouwen. Wanneer zegt de minister tegen dit stelletje onbenullen "Handen af van het onderwijs en maken dat je wegkomt, ga je schamen!".
Ik denk dat deze grote schoonmaak nooit zal plaatsvinden. De adviescommissies, trainingsbedrijfjes, stichtingen, etcetera vormen evenzovele traptreden in de carrière van veel politici. Zij vormen de voedingsbodem waarop deze mensen gedijen. De meerderheid van de politici zal aarzelen om te snijden in het gebied waar hun eigen levensader loopt.
In hoeverre is dit onderzoekbureau Dijk21 onafhankelijk te noemen? Op hun website staat de onderstaande wervende zin.
"De opdrachtgever wordt nauw betrokken bij alle fasen van onderzoek en kan, indien gewenst, op ieder moment om terugkoppeling vragen. Wij denken mee, zijn creatief en leveren wat de opdrachtgever nodig heeft in de vorm van gebruiksvriendelijke, toegankelijke en toepasbare resultaten. "
Het zal natuurlijk wel zuur zijn om hierover de opmerking te maken "wij zijn ten allen tijde bereid om de onderzoeksresultaten zo aan te passen dat het in het straatje van de opdrachtgever past."
Als Sjoerd, Keet, Jan en Doekle nog een "goed bureautje" zoeken, Dijk21 is een aanrader.
Natuurlijk is dat bureau niet onafhankelijk.
Toch valt er heel veel kritiek te lezen in het rapport. In dit geval is de opdrachtgever ook niet de school, maar zijn het juist de leerbedrijven. Ik hoor de reactie van Jan van Zijl al: we herjkennen ons niet in de kritiek maar zullen, samen met de bedrijven, het CGO beter gaan implementeren.
Wat heel duidelijk is. Dit rapport mocht niet in de schijnwerpers komen. Bij nader onderzoek van hun website (publicaties) is er wel een soortgelijk rapport te vinden van een onderzoek in 2006, maar het rapport waar het hier over gaat is niet te vinden, rara hoe kan dat? Waarschijnlijk was de opdrachtgever niet erg blij met de conclusies en was de 'creativiteit' van het onderzoeksbureau niet toereikend om het resultaat 'toegankelijk,toepasbaar en gebruiksvriendelijk' te maken.
Het zijn vooral de politici van de oude partijen, het CDA en de PvdA, die hun handen vuil gemaakt hebben. Dat is trouwens een gangbare evolutie in een land met politieke partijen. "Macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut". Langdurige macht lijkt op absolute macht en maakt de arrogantie van de macht steeds zichtbaarder. Het CDA en de PvdA moeten uit het politieke landschap verdwijnen. Door dat na te streven bieden we de nieuwe partijen de kans om een grote schoonmaak te houden
Seger Weehuizen
De eerste aanval op PvdA, CDA en VVD kwam met Fortuyn, de tweede kwam in 2006 vanuit de SP, en de derde is onlangs gekomen vanuit de PVV. Een klap uit het midden, daarna een linkse hoek, en nu een rechtse hoek: steeds verder krimpt het blok van de grote drie in het midden, en degenen voor wie de flanken te extreem zijn, vluchten naar D66.
Eigenlijk loopt de PvdA voorop met veranderen. Dijsselbloem, Plasterk, Samson; ze zijn gealarmeerd, lijken te zien wat er mis is, en willen veranderen. Bij de VVD zie ik er nog niks van, alhoewel, bij de verkoop van de energiebedrijven; er lijkt op regionaal niveau een klein begin te zijn. Het CDA zit helemaal achteraan in de curve, maar ziet zijn eigen aanhang al jarenlang gestaag dalen, en zijn machtsbroeders PvdA en VVD wegsmelten, en zich ook nog eens getalsmatig overvleugeld worden door een grotere, extreem populistische partij. Reken maar dat daar de alarmbellen zijn afgegaan. Zijn de verkiezingen voor het Europese Parlement toch nog ergens goed voor geweest! Toevallig, of misschien ook niet, hebben juist de anti-onderwijspartijen daar grandioos verloren. Wie zei er dat je maar ééns in de vier jaar je stem kon laten horen?
Wat dacht je bijvoorbeeld van het volgende:
Wanneer er sprake is van weinig begeleiding door de school zorgt dit er voor dat:
• Bedrijven veel investeren in de begeleiding van de leerling op punten waar de school tekort schiet. Mede daardoor wordt de begeleidingstijd door het leer-bedrijf als (te) veel en als intensief ervaren.
• De leerbedrijven van mening zijn dat zij een deel van het werk van de scholen op zich nemen.
• De leerbedrijven regelmatig het gevoel hebben een-zijdig de verantwoordelijkheid voor de gehele oplei-ding van de leerling te dragen.
Je zou bijna denken dat de leerbedrijven zich in hetzelfde schuitje bevinden als de leerlingen en de docenten: ze hebben geen keus.
De overheid heeft een wangedrocht gebaard dat kinderen destructeert, maar evengoed bedrijven lamlegt.
Voor een deel kun je dit wijten aan de incompetentie van bestuurders, maar door de schaalgrootte is het bijna niet mogelijk om stages goed te begeleiden. Dus los van dommigheid, corruptie en moedwillige lamlendigheid, zijn mn de organisatorische problemen 1 op 1 terug te koppelen op de schaalgrootte in combinatie met het CGO. Zelfs bij goedwillende en competente bestuurders (zouden die er zijn?), kan het niet anders dan mislopen. De onderwijsvorm CGO bespaart wellicht op docenten, maar doet een onevenredig beroep op de organisatie en administratie van de ROC-reus op lemen voeten.
Ook aardig:
Er wordt volgens de leerbedrijven bij vervaardiging van deze hulpmiddelen geen rekening gehouden met de gebruikers ervan; de leerbedrijven. De leerbedrijven oordelen over de hulpmiddelen als onduidelijk (welke gegevens moet je precies waar invullen), onderhevig aan veranderingen en veel te veel per leerling.
"Hulpmiddelen vanuit scholen zijn warrig opgesteld en het is vaak heel veel. We verzuipen in de paperassen die van de school komen. Je hebt er zó veel werk aan als je alles bij moet houden."
Onduidelijke formulieren die uren kosten om in te vullen? Waar hebben we dat vaker gehoord?
Nog een frappant stuk uit het rapport:
Bedrijven signaleren dat de vakkennis en vaardigheden van leerlingen en stagiairs
vaak tekort schieten om de praktijkoefening te kunnen verrichten.
• Te weinig elementaire vakkennis. BBL‐leerlingen en in toenemende mate
ook BOL‐stagiairs komen direct vanuit de vooropleiding het bedrijf in. Veel
leerlingen hebben geen vooropleiding gehad in de richting van het vakgebied.
Daarbij speelt dat opleidingrichtingen in het VMBO sterk verbreed zijn waardoor ook daar te weinig gerichte vakkennis wordt opgedaan. Daarnaast ontbreekt het vaak aan basisbeheersing van de Nederlands taal in woord en geschrift.
• Onderwijs onvoldoende praktijkgericht. Kennis die tijdens de opleiding op school wordt geleerd, is niet altijd up to date wat betreft de situatie in de
leerbedrijven en de branches. Op een aantal scholen worden verouderde
lesboeken gebruikt en er is een tekort aan docenten met actuele kennis van
de praktijk in het leerbedrijf.
• Lage motivatie leerlingen. De leerlingen lijken zelf vaak weinig gemotiveerd en verdiepen zich zelden op eigen initiatief in het leerbedrijf en het vak waar zij voor opgeleid worden.
Het lijkt me waarschijnlijk dat het ruime gebruik van "niet altijd" en "vaak" uit de koker van de onderwijsmensen in de begeleidingscommissie komt. Ondernemers zijn meestal een tikkie directer in hun uitingen ......
"Met betrekking tot de BOL-stagiairs signaleren bedrijven dat de kennis die zij op school krijgen, voorafgaand aan de BPV, onvoldoende aansluit op de praktijk in bedrijven. " Ra, ra, hoe kan dit? Precies dit was een van de argumenten om CGO in te voeren: een betere aansluiting op de praktijk. Dat is dus duidelijk niet gelukt.
Met dit rapport, dat is opgesteld in opdracht van het bedrijfsleven, wil men maar één ding bereiken; geld ontvangen! (Zie ook de berekeningen in het rapport m.b.t. de kosten die de bedrijven maken).
Voor een BBL-leerling ontvangt de school € 2500,- per jaar en het bedrijf € 2500,-.
Voor een BOL-leerling ontvangt de school € 5000,- per jaar en het bedrijf € 0,-.
De scholen schieten tekort, daarom moeten de bedrijven er meer energie in steken en daarvoor willen ze een deel van die € 5000,-.
Misschien nog wel terecht ook.
In de praktijk is er een groot verschil tussen BOL en BBL-leerlingen. De laatsten zijn vaker van Nederlandse herkomst, gemotiveerder en méér gericht op prestatie, omdat ze vaak uit een gezin van geschoolde arbeiders komen.
In de BOL ligt dat anders: Er zitten meer leerlingen met een allochtone herkomst (de ouders willen dat zij zo lang mogelijk 'studeren'), meer probleemleerlingen, sommigen die eigenlijk nog te kinderlijk zijn, sommigen die écht te weinig bagage van het VMBO hebben meegekregen, maar toch niet mochten blijven zitten. De BOL-leerling vraagt in alle opzichten véél begeleiding en energie van de docenten. Je moet stageplaatsen voor ze zoeken, energie steken in absentiebestrijding, brieven naar huis sturen bij storend gedrag, schorsen, contacten met (andere) hulpverleningsinstanties onderhouden etc. etc. Mijn ervaring is dat de bedrijven daar niet bepaald op zitten te wachten. Ze halen de krenten uit de pap door alleen de meest gemotiveerden aan te nemen. Dat is op zich begrijpelijk, maar ik ben ervan overtuigd dat de subsidie die een school krijgt voor een BOL-2 leerling véél te weinig is (over de BOL-1 maar helemaal niet gesproken)
Hinke schreef: "Er zitten meer leerlingen met een allochtone herkomst (de ouders willen dat zij zo lang mogelijk 'studeren'), [...]"
Hoe waar, ze moeten 'studeren'. En officieel heten de leerlingen op een groot MBO voortaan dan ook officieel 'studenten', getuige het volgende citaat uit een mail die daar is rondgegaan:
"In samenspraak met ROC [NAAM] en door een verschuiving bij zowel de MBO Raad als het Ministerie van O,C&W spreken we voortaan in het mbo van 'mbo-studenten' en niet langer van 'deelnemers'.
In het voortgezet onderwijs hebben we het voortaan over 'leerlingen' en bij XXX en YYY spreken we over 'deelnemers' en 'cursisten'. Vandaar dat het nieuwe statuut ook 'Studentenstatuut' heet."
'Student MBO', hoezo inflatie van een begrip?
Ik ben er zéker van dat men in het bedrijfsleven geen idee heeft van wat competentiegericht onderwijs werkelijk inhoudt. Het is ze 'verkocht' als: Jullie willen toch ook dat het beroepsonderwijs meer praktijkgericht wordt?. Geen benul hebben ze van het doe-het-zelf-karakter van het CGO, de taligheid, de POPs en de PAPs, het gebrek aan overdracht van kennis, het portfolio, het diploma zonder een enkele garantie etc. etc.. Dat je de praktijk van een beroep het best in de praktijk leert is duidelijk, maar dat die arme bedrijven nu ook al de theorie moeten gaan aanleren dat is pas echt ongehoord.