In de NRC van vandaag staat een verhaal over het verdwijnen van gratis internetverbinding voor een basisschool. Het nieuws zelf interesseert me weinig, maar wat me treft is de vanzelfsprekendheid waarmee op zo'n schooltje de voorzieningen voor computers en internet overeind worden gehouden zonder ook maar een seconde na te denken over de doeltreffendheid van al die voorzieningen. De hele school heeft computers, vanaf groep drie krijgt elke kleuter zijn eigen account, alle gewone borden zijn eruit geramd en vervangen door dure computerborden en whiteboards. We denken nog maar niet aan alle tijdsinvestering van meesters en juffen om het spul te snappen, aan de praat te krijgen, de kosten om de hele reutemeteut aan de gang te houden en de ellende als er weer eens iets niet werkt: intranet, internet, leerlingvolgdossier (bij ons op school werkt het de helft van de tijd niet). Zou iemand er ook maar een seconde over nagedacht hebben dat je voor die voorzieningen een kosten-baten afweging vooraf zou kunnen maken? Zou iemand zich ook maar een seconde hebben afgevraagd of de kinderen nu beter leren spellen of rekenen, of ze hun topografie er beter van leren? Zou de school zich gerealiseerd hebben dat vrijwel alle kinderen ook al een PC thuis hebben?
Afgaande op de juichende verhalen van de volledig gederailleerde schoolmeester Marc Brouwer is er inderdaad geen seconde over die dingen nagedacht. De generatie die nu voor de klas staat heeft de invoering van die ongein nog meegemaakt, die weet nog hoe het ging vóór de computerhysterie. Maar de generatie na hen weet niet beter of die electronica is er altijd geweest. Zij zullen geen vragen meer stellen.
Het viel mij vandaag in hoezeer 'de computer op school' tot een blind geloof is geworden. Vraag je aan een moslim waarom hij vijf maal daags met zijn gezicht naar Mekka op zijn bidkleedje klimt, of waarom hij gezellig een maand lang alleen maar 's avonds eet, dan zal hij zeggen: zo doen wij moslims dat nu eenmaal, mijn grootvader deed het, mijn vader ook, dus waarom ik dan niet?
Vraag je straks aan een onderwijzer wat het nut is van al dat gepruts op die computers en al dat gehang op internet, wat de kinderen er mee opschieten en of het niet wat simpeler, sneller en goedkoper kan, dan zal hij met zijn antwoord niet verder komen dan die moslim. Zo doen wij dat in het onderwijs nu eenmaal. Computers zijn heilig. Mijn voorganger deed het zo, en de voorganger van mijn voorganger ook. Waarom ik dan niet?
Door die computers zijn wij toch mooi in staat om onze ideeën over beter onderwijs uit te wisselen en te delen met de rst van het onderwijsveld.
Ik sta zelf in de klas met een digibord en ik merk dat de visuele ondersteuning voor een deel van de kinderen zeer waardevol is. Ook verhoogt het de betrokkenheid van alle leerlingen.
De computers in de unitruimte zijn geduldige leermeesters. Ze herhalen de reeds aangeboden leerstof totdat deze volledig is ingeoefend.
Toch deel ik je zorg over het blinde geloof in computers. Er gaat niets boven een leerkracht die interacteert met de leerlingen. Computers zijn dan ook niet heilig volgens mij.
Interacteren. Het digibord verhoogt de betrokkenheid van alle leerlingen, schrijf je. Zelf merk ik dat na het zoveelste filmpje de kinderen 't nieuwe medium alweer gezien hebben en er niets veranderd is. Op scholen waar ik vervang, zie ik dat 't digibord minder gebruikt wordt. Er zal 'n soort evenwicht moeten gaan ontstaan.
Frontaal lesgeven overigens, dat vinden kinderen leuk.