De Rekentest Referentieniveau 2F HIER bestaat volledig uit redactiesommen die kennelijk zijn bedoeld om te toetsen of men in de aangegeven situatie goed kan rekenen, schattend rekenen, or whatever. Met 'redactiesommen' bedoel ik wat in Angelsaksische landen word problems heten.
Is ook uit het referentiekader HIERaf te lezen dat deze redactieopgaven bedoeld zijn als 'realistische contexten' voor het rekenen? Ja, dat is wel zeker. Ik geef enkele citaten.
De doorlopende leerlijnen, sinds enige tijd bekend onder de titel 'referentieniveaus taal en rekenen', komen er aan. Ze zijn door onze Tweede Kamer aangenomen. Al ons taal- en rekenonderwijs (en daarmee ook ons wiskundeonderwijs) zal dus wettelijk moeten voldoen aan de niveaueisen die door de referentieniveaus worden gesteld.
Hier gelden twee tenminstes.
1. Tenminste, inzoverre die eisen van de referentieniveaus duidelijk zijn. Het is gemakkelijk om mensen aan onduidelijke eisen te laten voldoen. Daarom slagen tegenwoordig ook zoveel leerlingen voor havo en vwo. Als er bijvoorbeeld in die eisen staat dat een leerling voor niveau X 'een redelijke grammaticale beheersing' moet vertonen, dan kun je daar alle kanten mee op. (En ja, dat staat er in.)
Het lijkt me interessant om eens een vergelijking te maken tussen wat men in Vlaanderen aan wiskundebasis moet opdoen met 6 lesuur wiskunde per week en wat men in Nederland aan wiskundebasis opdoet met de verschillende deelvakken.
Als Nederlander die in Vlaanderen studeert merk ik soms dat mijn wiskundebasis wat tekort schiet. Meestal lukt het uiteindelijk wel maar desalniettemin zou ik mijn niveau meer willen verbeteren dan wat strikt noodzakelijk is om te slagen, dat levert immers later in de studie een groot voordeel op.
Zo moet ik zelfstandig ruimtemeetkunde studeren (de theorie van de cursustekst is goed in orde maar er staan geen voorbeelden in) en heb ik hiervoor een Vlaams lesboek gevonden wat op het oog prima is opgebouwd.
Een ander onderwerp waar ik graag een goed boek voor zou willen hebben: onbepaalde limieten die opgelost worden zonder de regel van L'Hôpital te gebruiken.
Beste B(R)ONners
Op dit moment is het op de Havo voor C&M leerlingen mogelijk om geen wiskunde te kiezen. Ik vind dat een goede zaak, maar als zo'n leerling sluit zich zelf op deze manier wel uit van een aantal doorstroommogelijkheden, zoals het VWO en een aantal HBO-studies. In de toekomst wordt het hopelijk ook op het VWO mogelijk voor C&M-ers om wiskunde te laten vallen, maar zover is het nog niet.
Om Havo CM-ers die geen wiskunde kiezen toch de basis te geven voor bijvoorbeeld de PABO, is de NVVW een projectgroep gestart die een rekenprogramma samen gaat stellen.
Hallo allemaal. Ik ben hier nieuw.
De Onderwijsraad heeft pas geadviseerd dat het onderwijs veel meer gebruik zou moeten maken van e-learning. Bijvoorbeeld door lessen ook aan te bieden via webfora, videoconferencing, leergames en video's op internet. Wat is jullie mening daarover?
Voor degenen die voor de conferentie op 22 november een overzicht willen hebben van hoe het in de VS met het rekenonderwijs gaat:
Robert E. Slavin and Cynthia Lake (2008). Effective programs in elementary mathematics: A best-evidence synthesis. Review of Eduational Research, 78, 427-515.
An educator's summary: http://www.bestevidence.org/word/elem_math_Feb_1_2007_sum.pdf
Full report 2007 text: http://www.bestevidence.org/word/elem_math_Feb_1_2007.pdf
Direct van belang p. 482:
Ongeveer vijftien jaar geleden was er een TV-documentaire over de spectaculaire taallesresultaten van een Amerikaanse tolk/vertaler. De man was ten tijde van de opname al met pensioen maar had zijn sporen verdiend als tolk bij de Neurenbergse processen van na WO2. Hij beheerste behalve Duits en Engels ook met name het Frans perfect. Het thema van de documentaire was een onderwijsmethode waarmee hij gemotiveerde leerlingen in korte tijd enorm veel beter Frans leerde spreken.
Hallo XXX,
Op de XXX is twee jaar geleden vooral in de sector Zorg Welzijn het onderwijs volgens het “nieuwe leren” radicaal ingevoerd. Dit is topdown ingevoerd voorafgegaan middels een cursus begeleid door XXX en XXX en enthousiast aangestuurd door XXX en onze afdelingsleider XXX.
Afgelopen jaar is haarscherp duidelijk geworden dat ons rekenonderwijs onvoldoende functioneert.
Nu het probleem in zijn volle omvang zichtbaar is, kun je je afvragen: hoe is het zover gekomen? Maar ook: wat doen we eraan?
Het eerste is vooral van belang om te voorkomen dat we dezelfde fouten opnieuw maken; niet om ‘schuldigen’ te straffen.
De twee grootste fouten waren m.i. (1) minachting voor het ‘vak’ rekenvaardigheid en (2) een onjuiste opvatting over hoe kinderen leren.
Het is alweer twee jaar geleden dat ik iets geblogged heb.
Welnu we zijn een paar jaar op weg met het competentiegerichte curriculum bij de Academie voor Industrie en Informatie van Avans Hogeschool 's Hertogenbosch.
Op dit moment ondervinden we problemen wat betreft de wiskundige vaardigheden waarmee de havisten en vooral mbo-ers bij ons binnenkomen.
Studenten vallen massaal uit doordat het vak wiskunde en de toegepaste wiskunde bij o.a. mechanica niet beheersen.
Welnu dan gaan we daar wat aan doen zou je denken.
In de afgelopen anderhalve maand heb ik aanzienlijk minder (zeg maar geen) tijd gehad voor het BON-forum. Die tijd stak ik in een onderwerp dat voor leraren bijzonder relevant is, en wordt, en dat een Januskop heeft. Dat wil zeggen, zowel een interessante als een bedreigende kant. Te weten: het beroepsregister.
L.S.
Bedankt voor alle reacties (zie: Waarom is wiskunde een belangrijk vak?)
Uit de reacties blijkt dat de probleemstelling niet helemaal duidelijk is. Veel mensen geven argumenten voor het behoud van wiskundeonderwijs in het algemeen en geven voorbeelden van toepassingen waar wiskunde een cruciale rol in heeft gespeeld.
L.S.
Bij allerlei discussies die ik, al dan niet digitaal, voer over bijvoorbeeld het gebruik van de GR of de onzinnige contexten die momenteel in het middelbaar onderwijs gemeengoed zijn, komt bij mij de vraag naar boven:
"Waarom is wiskunde een belangrijk vak?"
Pas als je deze vraag beantwoord hebt kun je gaan nadenken over de invulling van dit vak in het onderwijs.
14 juni 2007
EINDEXAMEN WISKUNDE
In het Franse systeem weegt de wiskunde zeer zwaar en a fortiori bij de bèta’s. Ieder vak heeft een wegingsfactor die van 2 tot 9 gaat. Bij het ‘S’ eindexamen (bèta’s) is het totale aantal punten 760, hetgeen correspondeert met een theoretisch cijfer van 20 in alle verplichte vakken (tienen in Nederland), waarbij de opties die buiten het verplichte programma vallen zoals de oude talen, sport, hippologie (sic) niet zijn meegeteld. Met de hoogste wegingsfactor van 9 bepaalt de wiskunde zowat een kwart van het uiteindelijke resultaat. In dit land beschouwt men wiskunde als een neutrale intelligentietest, dat wil zeggen minimaal milieu gebonden.