Natuurlijk zijn goede didactieken een belangrijke voorwaarde voor rekensucces bij kinderen. Een goede methode die gebaseerd is op bewezen aanpakken maakt het werk van een leerkracht een stuk eenvoudiger.
Maar de leerkracht zelf is de cruciale schakel tussen de theorie en de grillige dagelijkse praktijk in het klaslokaal, een schitterende en eervolle rol.
Een goede leerkracht laat zwakke leerlingen net zo goed presteren als de gemiddelde leerlingen bij een minder effectieve leerkracht. Op veel scholen is dit gegeven een taboe. In de wetenschap is hier geen verdeeldheid over: de leerkracht maakt het verschil.
Sinds een week heeft zich een prikkelend en opgewonden gevoel meester gemaakt van mij: opbrengstgericht werken!
Al jaren probeer ik mijn handelen te baseren op onderzoek en literatuur. De opbrengsten ervan zijn meetbaar met de niet-methodegebonden toetsen.
Voor lezen en spellen zag ik telkens de opbrengsten verder verbeteren en dat maakte me enthousiast.
Ook de kinderen zijn enthousiast en gaan met plezier naar school, omdat zij zich competent voelen.
De onderwijskwaliteit is een belangrijke waarde die scholen zouden moeten nastreven. Dat betekent dat er hoge verwachtingen moeten zijn en dat er geen kinderen worden opgegeven.
Uit de Grote Opvoedtest van Trouw blijkt dat bijna een kwart van de leraren opvoeden als voornaamste taak ziet.
De feminisering van het onderwijs zal hier ongetwijfeld een rol in spelen. Evenals de steeds verder afnemende kennis van pabo-studenten op het gebied van rekenen en lezen: als ze maar leuk bezig zijn. Slecht presterende leerlingen vertonen vaker gedragsproblemen.
De doorlopende leerlijnen, sinds enige tijd bekend onder de titel 'referentieniveaus taal en rekenen', komen er aan. Ze zijn door onze Tweede Kamer aangenomen. Al ons taal- en rekenonderwijs (en daarmee ook ons wiskundeonderwijs) zal dus wettelijk moeten voldoen aan de niveaueisen die door de referentieniveaus worden gesteld.
Hier gelden twee tenminstes.
1. Tenminste, inzoverre die eisen van de referentieniveaus duidelijk zijn. Het is gemakkelijk om mensen aan onduidelijke eisen te laten voldoen. Daarom slagen tegenwoordig ook zoveel leerlingen voor havo en vwo. Als er bijvoorbeeld in die eisen staat dat een leerling voor niveau X 'een redelijke grammaticale beheersing' moet vertonen, dan kun je daar alle kanten mee op. (En ja, dat staat er in.)
Een interessante proef die je als leerkracht van groep 3 echt eens zou moeten uitvoeren is de volgende. Geef een collega of stagiaire een stopwatch en vraag of hij de effectieve leertijd tijdens een leesles zou willen meten.
Hiervoor concentreert diegene zich op een enkele leerling en drukt de stopwatch telkens in op momenten dat deze leerling daadwerkelijk leest.
Van leerkrachten die ik spreek, krijg ik telkens verbazingwekkende uitkomsten. Van een leesles van 45 minuten zijn leerlingen vaak minder dan 10 minuten daadwerkelijk aan het lezen. Ja, ze trekken lijntjes in hun werkboek, zetten rondjes, luisteren naar een ankerverhaal, kleuren, knippen en plakken plaatjes of kijken naar flitsende digibord-oefeningen. Lezen doen zij echter minder dan 10 minuten.
Als je aan een leek vraagt hoe een spellingtoets op de basisschool eruit ziet, dan zal hij zeggen dat er een aantal woorden door de leerkracht wordt gegeven die vervolgens door de leerlingen moeten worden opgeschreven.
Als je aan hem vraagt wat de rekenmethode in de eerste paar weken van groep 3 behandelt, dan zal hij zeggen dat de kinderen de getallen leren schrijven en eenvoudige sommen leren maken.
De rekenboeken worden uitgedeeld en de schriften worden open gedaan. We gaan rekenen.
Er wordt even kort teruggekeken naar de vorige les en wat daar is geoefend en geleerd. Daarna wordt de les van vandaag erbij gepakt.
Leuk om eens te zien hoe een rekenles op een andere school, bij een andere leerkracht eruit ziet.
Als de leerkracht aan zijn instructie wil beginnen, pakken enkele leerlingen hun rekenwerk op en gaan naar de gang om daar zelfstandig te gaan werken. De reguliere leerstof is voor hen te moeilijk en daarom hebben zij een remediërend programma op een lager niveau. Ze hebben een eigen map met daarin werkbladen.
Waar worden steeds meer kinderen de dupe van grote mensen? In het onderwijs.
Niet zozeer in de klas, daar zie ik over het algemeen gedreven mensen die voor minimale beloning, erkenning en carrieremogelijkheden maximale inspanning leveren om de lestijd effectief in te richten en ook de niet-lesgebonden uren vullen met opgelegde overleggen en activiteiten.
Ik zie dat schoolteams zich inzetten om kinderen van alle afkomsten en met alle mogelijkheden en alle beperkingen dát te bieden waar ze recht op hebben in onderwijstermen.
De afbraak vindt plaats op grotere hoogte, namelijk in de ontwikkelingen die door onderwijspolitici worden ingezet, veranderd, aangepast en in beweging gehouden.
Beste allemaal,
Ik ben een student aan de TU Delft en heb inmiddels mijn master graad in Industrieel Ontwerpen gehaald. Ik studeer nu verder aan een tweede master in innovatie management. Die keuze heb ik gemaakt omdat het me niet duidelijk werd wat ik nu wil worden/gaan doen in mijn toekomstige baan.
Na flink georienteerd te hebben en vele gesprekken met vrienden en familie ben ik ervan overtuigd dat ik juf wil worden in het basis onderwijs. Ik ben mijn hele leven al gegrepen door kinderen: van oppassen tot het ontwerpen van kinderspeelgoed op dit moment. Het liefst wil ik deze kinderen verder helpen door ze les te geven op de basisschool!
Nadat de leerstof is uitgelegd en er voldoende tijd is besteed aan het samen inoefenen ervan, gaan de leerlingen deze zelfstandig verwerken. In dit lesonderdeel draait het om het eigen maken van hetgeen in de instructie is aangeboden: veel oefenen dus.
De leerkracht kan deze tijd gebruiken voor verlengde instructie aan de risicoleerlingen, rondlopen om directe feedback te geven op het werk van de leerlingen of om verdiepings- en toepassingsopdrachten te geven voor de leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong.
Zelfstandige verwerking is overigens iets anders dan zelfstandig werken. De eerste is een vervolg op instructie en gezamenlijke inoefening, terwijl de laatste de verantwoordelijkheid voor het leerproces grotendeels bij de leerling legt.
En zo maakte de leerkracht vier niveaugroepen in zijn klas tijdens de leesles. Op deze manier kregen alle kinderen onderwijs op maat, leerstof op niveau. Twee groepjes in de klas, één op de gang en ook in de teamkamer kon een groepje lezen. Bij elk groepje liep hij even langs.
Tijdens de rapportgesprekken kon hij naar ouders toe verantwoorden dat hij voorzag in de leerbehoeftes van de leerlingen. Alles was netjes vastgelegd in handelingsplannen.
De handleiding van mijn leesmethode bestaat uit meer dan 600 bladzijden. Per dag staat er uitgebreid beschreven wat de leerkracht moet zeggen en doen. Als je de handleiding precies volgt, leren de kinderen veilig lezen.
Leerkrachten basisonderwijs dreigen steeds afhankelijker te worden van methodes. Alles wordt hen voorgekauwd. Het zicht op het leerproces wordt hen hierdoor ontnomen. Hiermee verdwijnt ook de mogelijkheid om succesvol te kunnen ingrijpen in het leerproces van de leerlingen. De leerkracht wordt steeds dunner en de methode steeds dikker.
Als je echter vanuit het proces werkt, ben je veel minder afhankelijk van de methodematerialen. Je kan dan alles gebruiken dat in het proces past. Hiervoor is wel een stevige kennisbasis bij de leerkracht vereist.
Het NOS-journaal trekt de komende maanden het land door met Nieuws On Tour. Programmamakers maken samen met studenten nieuwsitems. Leuk initiatief dat een mooi kijkje geeft in de keukens van verschillende scholen voor voortgezet onderwijs in ons land. De filmpjes zijn te bekijken op een speciaal aangemaakt kanaal op Youtube.
Het item over projectonderwijs geeft je als leerkracht echter de nodige stof tot nadenken. Op de school in het filmpje wordt niet gewoon les gegeven, maar volgen de leerlingen projectonderwijs.
Het rekenonderwijs laat veel te wensen over. Vrijwel alle methoden die op dit moment op de markt zijn, besteden te weinig leertijd aan het inoefenen van de basisvaardigheden.
Hierdoor kunnen veel kinderen onvoldoende vlot optellen en aftrekken en de uitkomsten van de tafels oproepen. Het beheersen van deze vaardigheden is een voorwaarde voor schoolsucces in de daarop volgende jaren.
De reden dat er onvoldoende tijd is voor deze basisvaardigheden, ligt in het feit dat sommen verpakt worden in verhaaltjes en contexten. Het filteren van de kale som uit de grote hoeveelheid overbodige informatie is dusdanig tijdrovend dat de aan te leren vaardigheid onvoldoende wordt ingeoefend.
Als echte onderwijsgek surf ik regelmatig een vast aantal sites langs om op de hoogte te blijven van het laatste onderwijsnieuws. Deze week viel mijn oog op een bijzonder bericht op www.onderwijsnieuwsdienst.nl
Tessa Egbertsen, studente van Hogeschool Edith Stein en Kees Vernooy, heeft met haar afstudeeronderzoek spectaculaire resultaten behaald op het gebied van het verbeteren van de leesresultaten van zwakke lezers.